Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Hemel

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Uitspansel)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hemel (of hemelen) kan de betekenis hebben van

in materieel opzicht:

  • de aardatmosfeer
    • de blauwe lucht (ook: hemelsblauw)
    • de wolkenhemel
    • het ’uitspansel’, schijnbaar gewelf boven het aardoppervlak.
  • de kosmische ruimte

in geestelijk/spiritueel/religieus opzicht:

  • In veel religies is de hemel/hemelen een plaats of bestaanssfeer waar God of de goden en godinnen verblijven, vaak ook bevolkt door engelen en eventueel demonen. Vaak is het de plaats waar de ziel na de dood heen kan gaan: het paradijs, een zalige plaats van eeuwig geluk.
  • De hemel wordt vaak beschouwd als het absoluut tegenovergestelde van de hel. Waar men in de hemel dicht bij God is, is men in de hel zo ver van Hem af als maar mogelijk is.
  • Het christendom en de islam stellen zich de hemel voor als een plaats waar men eeuwig leven of onsterfelijkheid heeft; in andere religies is het leven in een hemel slechts tijdelijk.
  • Religies hebben verschillende visies over hoe men hemels leven kan verwerven.

Judaïsme

Het concept hemel is binnen de christelijke en islamitische religies duidelijker gedefinieerd dan in het judaïsme, de joodse religie. In de joodse perceptie van het leven hierna is er soms sprake van olam haba, de wereld die komen zal, maar het concept van leven na dit leven is in het judaïsme nooit zo officieel en systematisch uitgewerkt als in het christendom en in de islam. Het judaïsme zou volgens vele rabbijnen een onafscheidbare eenheid van lichaam en ziel leren: als het lichaam sterft dan gaat de geest (wat in de joodse visie eerder een soort ’levengevende’ kracht is, uitgaande van God, die het lichaam levend maakt dan een bewuste geest) terug naar God en is de ’bewuste persoon’ er niet meer. Alleen bij de verrijzenis op het eind der tijden als geest en lichaam door God herenigd worden is men weer een compleet en bewust persoon.

Christendom

In de christelijke godsdienst is de hemel een belangrijke doctrine. Na het leven volgt een opwekking uit de dood, waarna men volgens de mainstream christenen ofwel de hel, het vagevuur (bij katholieken) of de hemel kan betreden.

Over de toestand direct na de dood is het Nieuwe Testament niet echt duidelijk. Sommige stromingen nemen aan dat men na de dood niet bewust meer is totdat de doden allemaal opgewekt worden door God bij het laatste oordeel zoals ook in het judaïsme geleerd wordt. Dit leren bijvoorbeeld Jehovah's Getuigen en ook verscheidene protestants evangelische kerken. Zij zeggen dat het concept van een ziel ’gevangen’ in het lichaam en deze verlatend bij de dood een typisch platonische leer is die in de eerste eeuwen het christendom is binnengeslopen. Andere menen dat men wel een bepaalde ’tussenstaat’ ervaart totdat de ziel/geest definitief weer herenigd wordt met het opgestane lichaam. Zij beroepen zich op de parabel van Jezus over de arme Lazarus die na zijn dood in ’Abrahams schoot’ rust terwijl de rijke in de hel zit. Maar volgens anderen is dit een allegorisch verhaal dat Jezus vertelde om te illustreren dat het gedrag tijdens het leven gevolgen heeft voor iemands uiteindelijke bestemming na de dood, terwijl het niet letterlijk over ’het leven na de dood’ ging.

Over de tussenliggende status (tussen de dood en de terugkomst van Jezus Christus) zijn verschillende meningen, maar de uiteindelijke, uit de dood opgewekte vorm van de gelovigen zal een nieuw lichaam zijn, in het ’Nieuwe Jeruzalem’ in de ’’nieuwe hemel’ of op een ’nieuwe aarde’.

  • Door sommige moderne, ’orthodoxe’ filosofen en theologen wordt verondersteld dat de hemel in een ’hogere dimensie’ gesitueerd is. Driedimensionale wezens (zoals de mens) kunnen zich de hemel daardoor niet voorstellen. Deze hogere dimensie ’omvat’ als het ware ons heelal, dat dus een deel zou zijn van deze hogere dimensie. Onder andere de schrijver C. S. Lewis beschreef dit thema in zijn werken.
  • In sommige christelijke stromingen leert men dat men in de hemel kan komen wanneer men een goed leven heeft geleid. In het katholicisme gaan alleen ’heiligen’ direct naar de hemel. De meeste mensen moeten eerst een tijd doorbrengen in het vagevuur, om hen te reinigen van hun zonden. Hiertoe werden missen opgedragen om te bidden voor overleden, zodat we snel uit het vagevuur zouden komen. Vroeger kon men ook aflaten verwerven, die de tijd die iemand in het vagevuur moest doorbrengen zouden verkorten. Ergernis over deze praktijken leidden tot de reformatie, toen Luther in zijn 95 stellingen de praktijken aankaartte.
    Mensen die niet goed geleefd hebben, kunnen na de dood in de hel terecht komen, een plaats van eeuwige straf.
  • In veel stromingen in het christendom is de vraag of men in de hemel komt niet afhankelijk van het verrichten van goede werken, maar van geloof en vertrouwen in God, en het aannemen van het aanbod van genade. Na de Zondeval zou de zonde in elke mens zitten en zou iedereen gestraft worden. Door het aannemen van het aanbod van genade is de straf al gedragen en kan men de hemel binnentreden. In de calvinistische opvatting gaat men naar de hemel niet op basis van wat men gedaan of onafhankelijk gekozen heeft, maar omdat men door God uitverkoren (uitgekozen) is voor deze gunst (zie predestinatie). Omdat binnen het calvinisme ook de rechtvaardiging op basis van geloof speelt, ligt hier een gevoelige relatie.
  • Aanhangers van de ’alverzoeningsleer’ of het ’universalisme’ geloven dat iedereen gered wordt en uiteindelijk ook in de hemel zal komen, hoe zij op aarde ook geleefd hebben.

Islam

De hemel (Ar.: جنة, al-janna, djanna (’de tuin’)) wordt binnen de islam voorgesteld als een weelderige tuin. In soera De Gelovigen staat beschreven dat de hemel uit zeven lagen bestaat. Soera Mohammed spreekt van rivieren van wijn, melk, honing en water. Met betrekking tot deze wijn die op aarde haram is, moet in acht worden genomen dat de aardse beperkingen, zoals dronken worden, in de hemel niet mogelijk zijn. In Soera De Resurrectie staat dat de mensen er bediend zullen worden door knapen en maagden, en dat het grootste genot het aanschouwen van het Gods aangezicht is. Bepaalde stromingen binnen de islam gaan van een bepaalde tafsir uit dat de mens niet voor het aanschijn Gods staan.

Het is niet duidelijk of een overledene direct na het overlijden de hemel kan betreden. Eerst verkeert men in het zogenoemde barzakh (hindernis), een soort slaaptoestand. In soera De Gelovigen 100 wordt gesteld:[1]

„Opdat ik recht doe in hetgeen ik heb achtergelaten.” (Dan wordt er gezegd): „In geen geval; het is slechts een woord dat hij uit.” En achter hen is een hindernis tot de Dag waarop zij gewekt zullen worden.

Het al dan niet verwerven van leven in de hemel is volgens de islam geheel de beslissing van God: in principe heeft de gelovige daarop weinig invloed. Het helpt wel als de moslim tijdens zijn leven de geboden van God zoals vastgelegd in de Koran, en uitgelegd door de moslimtheologen, in acht neemt. Dit weegt positief mee in het uiteindelijke oordeel. Maar uiteindelijk is de moslim niet zeker van zijn of haar behoud. Gelaten wacht men het oordeel van God af en zegt men: ’Inshallah’ (als God het wil). Ongelovigen en afvalligen kunnen wel zeker zijn van de eeuwige straf.

Hemels in oosterse religies

  • In oosterse religies (en in een aantal westerse tradities) bestaat de leer van reïncarnatie en wedergeboorte. He concept ’hemel’ is daardoor minder dominant dan in de monotheïstische religies. Toch is een begrip ’hemel’ vaak wel aanwezig, zoals in het boeddhisme, waar verschillende hemelen zijn.
  • Religies als het boeddhisme en het hindoeïsme onderwijzen dat het reïncarneren of wedergeboren worden in een hemel afhankelijk is van hoe men geleefd heeft. Indien men een goed of eerlijk leven geleefd heeft of veel goede daden verricht heeft, heeft men goed karma opgebouwd en kan men na na de dood opnieuw geboren als een deva (de boeddhistische term voor goden), in een hemel. Wie niet goed geleefd heeft, kan na de dood in een hel terechtkomen, een pijnlijke plaats. Het verblijf van de deva’s in de hemel is echter niet eeuwig: na verloop van tijd sterven ook zij en ze worden daarna opnieuw wedergeboren, mogelijk als mens, dier of geest, in een hel, in opnieuw dezelfde of een andere hemel of op aarde.
  • Wedergeboorte in een hemel is in het boeddhisme weliswaar iets goeds of gunstigs, maar het is niet het voornaamste doel van de religie. Dat is het bereiken van het nirwana.
  • Een leven in een hemel wordt in het boeddhisme en het hindoeïsme beschreven als een fijnstoffelijk of immaterieel (puur geestelijk) leven. Men heeft er dus geen fysiek lichaam zoals op aarde.


Uitdrukkingen met ’hemel’

  • Onder de blote hemel: Onder de open lucht.
  • De politieke hemel: De politieke leiders.
  • Iets de hemel in prijzen: Uitbundig prijzen.
  • Hemel en aarde bewegen: Alles in rep en roer brengen om zijn doel te bereiken.
  • In de zevende hemel zijn: In de wolken.
  • Hemelen: Dood gaan.
  • Hemels: Verheven, zeer schoon.
  • Hemelbestormer, benaming voor de Titanen (mythologie).
  • Hemellichaam (hemelbol), zon, maan, ster, planeet.
  • Hemeldragonder: spottende benaming voor een dominee of priester.
  • Hemelsteen, meteoorsteen.
  • Hemelvaartsdag, christelijke feestdag, 40 dagen na Pasen.
  • Hemelwater, regen.
  • „Hij heeft zijn hemel verdiend”: uiting van respect voor iemand die geacht wordt veel goeds gedaan te hebben of veel te hebben doorgemaakt. Gezegd in katholieke streken. In protestantse/gereformeerde kringen zou men hierover opmerken, dat men zijn plaats in de hemel niet kan verdienen, maar enkel onverdiend kan verkrijgen door Gods genade.

Zie ook

Bronnen en voetnoten

rel=nofollow
 
rel=nofollow