Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Walhalla

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Walhalla (mythologie))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Walhalla (van het Oudijslands Valhöll) betekent letterlijk Zaal (höll, halla) voor de Gevallenen (val, wal).

In de Noordse mythologie was het Walhalla een speciale hemel, voorbehouden voor de gesneuvelden in de strijd. Voor de Vikingen was het sneuvelen in de strijd de hoogste eer die een man kon halen; de angst om een natuurlijke dood te sterven was zo groot dat veel mannen zich op het sterfbed lieten doorboren met speren.[bron?]

Volgens de Vikingen was het Walhalla het rijk van de god Odin. De Vikingen geloofden dat de helden van Odin dagelijks in de strijd sneuvelen om 's avonds door Odins krijgsmaagden, de Walkuren, van het slagveld naar het Walhalla te worden gebracht. Hier werden ze onthaald op varkensvlees (de everzwijnen Andrimner, Särimner en Eldrimner) en honingwijn. Elke ochtend keerden de strijders terug naar de strijd om opnieuw gedood te worden.

De Vikingen waren ervan overtuigd dat het Walhalla een enorme zaal was, gelegen in Asgard. De afmetingen waren fenomenaal. Volgens de Grimnismál zou het Walhalla 540 zalen hebben met 540 poorten. Uit elke poort konden 800 krijgers de aanval openen (432.000 strijders). De muren bestonden uit speren, het dak was van schilden gemaakt en op de banken lagen pantsers. Voor de westelijke poorten hingen wolven met 'een van bloed druipende adelaar erboven. Walhalla werd omringd door de gracht Tund ('rivier van vuur') en bewaakt door de weerwolf (menswolf) Tjodvitner, die in de rivier naar mensen viste. Op het dak stonden een hert, Eikdoorn, en een geit, Heiðrun, en beiden aten ze van de boom Læraðr (die dikwijls wordt gezien als de wereldboom Yggdrasil). De geit Heiðrun produceerde de mede die de krijgers dronken. Van het gewei van het hert droop water van Laerad in Hvergelmir, de bron van alle wateren.[1] Een deel van de gevallenen verbleef ook in Vingólf ("vriendelijk huis").

Wodan haalde (met behulp van de aardevrouw Strijdvreugde en de slang Doorbek) de verjongende drank van de lenteregen naar het Walhalla terug, nadat de reuzen deze gestolen hebben. Zie De roof van de Regendrank.

Niet alle gesneuvelden gingen naar Odin, Freya kreeg de helft van de gevallenen, zij kwamen in Folkvangr (Veld van het volk).

Naast het Walhalla bestond nog een ander dodenrijk, Niflhel, die bedoeld was voor de zieken, ouderen, de vrouwen en mannen die een natuurlijke dood waren gestorven. Deze wereld werd geleid door de godin Hel. De ingang werd bewaakt door de hond Garmr.

Zie ook

Andere betekenissen

  • Een personage uit Astérix Légionnaire is Falbala. In de Nederlandse vertaling heet ze Walhalla.
  • In Beieren is Walhalla een door Koning Ludwig I gebouwde tempel waarin grote Duitsers met bustes geëerd worden.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. º Lindow, J. (2001), Norse Mythology , Oxford university press, p. 308