Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Theodor Adorno

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bestand:AdornoHorkheimerHabermasbyJeremyJShapiro2.png
Max Horkheimer (links vooraan), Theodor Adorno (rechts vooraan) en Jürgen Habermas (rechts achteraan) in 1965 in Heidelberg

Theodor Ludwig Wiesengrund Adorno (Frankfurt am Main, 11 september 1903Visp (Zwitserland), 6 augustus 1969) was een Duits socioloog, filosoof, musicoloog, componist en literatuurcriticus.

Sociologisch filosoof

Theodor W. Adorno profileerde zich al vroeg als socioloog. Daarnaast was hij hoofdzakelijk een filosofisch denker. Het etiket "sociaal filosoof" benadrukt het sociaal-kritisch aspect van zijn filosofisch denken, dat vanaf 1945 een intellectueel prominent standpunt in de kritische theorie van de Frankfurtse School innam. Hij was samen met Max Horkheimer, Walter Benjamin, Herbert Marcuse, Jürgen Habermas en anderen lid van die ’denkschool’.

Zijn bekendste werk De dialectiek van de verlichting schreef hij samen met Max Horkheimer. Daarin beschreven zij hoe de Verlichting, die staat voor rationaliteit en vooruitgangsgeloof, omslaat in haar tegendeel. En hoe de natuurdwang gereproduceerd wordt in beheersingsdwang. Als typevoorbeeld verwijzen ze naar de holocaust.

Van 1944 tot 1950 stond Adorno aan het hoofd van het Berkeley Project on the Nature and Extent of Antisemitism, opgezet om de oorzaken van antisemitische vooroordelen te onderzoeken, en in bredere zin de centrale thesen van De dialectiek van de verlichting empirisch te toetsen, waarbij met name de zgn. F-schaal werd ontwikkeld en gebruikt om de mate van autoritarisme (i.e. de vatbaarheid voor autoritaire, anti-democratische en fascistoïde tendensen) bij proefpersonen te kunnen meten. De resultaten van dit project vonden hun neerslag in het boek The Authoritarian Personality, dat nog steeds geldt als een klassieker op dit gebied.

Muziek

Adorno was op alle terreinen kritisch. Zo ook was hij een geducht muziekcriticus.

Hij was ook de Music director, regisseur van het Radio Project.

Als componist kon hij niet ontsnappen aan de schaduw van zijn leraar Alban Berg, en hij waagde zich zelfs eenmalig op muziekfilosofisch terrein. Adorno schreef het indertijd invloedrijke, maar thans sterk bekritiseerde boek Philosophie der neuen Musik, dat gedurende vele decennia met name het Duitse muziekklimaat ingrijpend zou bepalen. In het boek maakt hij een vergelijking tussen de muziek van Schönberg en die van Stravinsky, die hij in het voordeel van de eerste laat uitvallen.

Adorno’s filosofie

De filosofie van Adorno was niet zozeer een positief systeem, maar meer een kritiek op bestaande systemen. Hij richtte zich met name tegen de, in zijn ogen, repressieve kapitalistische maatschappij (hoewel hij de communistische niet als beter beschouwde). De kapitalistische maatschappij was een maatschappij van gelijkschakeling en gelijkvormigheid waarin het niet-identieke wordt onderdrukt.

De wetenschap, de starre ratio en de harmonieuze eenheid van de klassieke kunststijlen zijn onderdeel van dit onderdrukkende systeem. Systematiek, identiteit en harmonie wordt afgedwongen ten koste van alles wat niet in dit systeem past. Onder de formele ordeningen van wetenschap en kunst ligt een haat tegen het niet-identieke, het echte individuele. Dit is in feite de angst voor het onbekende en onbeheersbare. Deze angst onderzoekt Adorno in The Authoritarian Personality.

De westerse traditie van Verlichting is altijd gericht op het beheersen van de werkelijkheid. Dit komt met name tot uiting in het beheersen van de natuur door middel van technologie. Met deze drang naar beheersing vernietigt de Verlichting ook zichzelf. De menselijke en niet-menselijke natuur, die niet rationeel zijn, worden door de kritiek van de formele ratio ontkend en uiteindelijk vernietigd, waarmee ook alle zingeving verdwijnt.

Adorno zag de cultuurindustrie als een machinerie die erop gericht is om het individu in het gelid te houden en de gelijkvormigheid te bevorderen. De cultuurindustrie maakt mensen passief en gewillig. Hoewel de cultuurindustrie zijn best doet om de indruk van verscheidenheid te wekken zijn zijn uitingen allemaal variaties op hetzelfde thema. Het individu wordt wijsgemaakt dat het een eigen, unieke smaak en voorkeur heeft en wordt er zo van weerhouden om zich verder te ontwikkelen. Op deze manier creëert de cultuurindustrie valse behoeften: behoeften die gecreëerd zijn door het kapitalisme en waarin ook voorzien wordt door het kapitalisme. Dat wil zeggen: de cultuurindustrie creëert de vraag naar datgene wat het kapitalisme aanbiedt.

Werk

  • Opvoeding tot mondigheid. Utrecht/Antwerpen, 1971.
  • Minima Moralia. Utrecht/Antwerpen, 1971.
  • The Authoritarian Personality (in samenwerking met E. Frenkel-Brunswick, D.J. Levinson en R. Nevitt Sanford). New York, 1950.

Wikimedia Commons  Vrije mediabestanden over Theodor Ludwig Wiesengrund Adorno op Wikimedia Commons