Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Sonate

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nootje.pngDit artikel valt onder beheer van Dorp:Luisterrijk. Nootje.png

Een sonate is een muziekstuk met meestal een vaste opbouw uit meerdere delen.

Opbouw van de sonate

De term sonate duikt voor het eerst op in de barokmuziek. De oervorm van de sonate vinden we bij Domenico Scarlatti, die zijn ruim 500 'sonates' geen sonates noemde maar 'essercizi', ofwel oefeningen. Dit waren losse stukken in de Forma Bipartita. (A-A' of A-B) De sonatevorm ontwikkelde zich hieruit door in de tweede helft van de A-A' vorm een doorwerking te componeren, zodat er een A-B-A' vorm ontstond. Weer later werden de A gedeelten uitgebreid met vaak twee contrasterende thema's, een actief eerste thema en een wat milder tweede thema. Daardoor kreeg de vorm een uitgebreidere structuur: A1-A2-B-A1'-A2'.

In de klassieke periode van Mozart, Haydn en Beethoven kreeg de sonate een vaste specifieke vorm. Deze bestaat dan uit drie of vier delen.

  • Het eerste deel van de sonate heeft daarbij de typische sonatevorm A1-A2(-A1-A2)-B-A1'-A2'. Hierin zien we de expositie(A), die vaak herhaald werd, de doorwerking(B) en de reprise(A').

Daarbij kan A1 ook vaak weer gesplitst worden in kleinere eenheden, zoals thema, herhaling thema, overgangszin,tweede thema.

Een grote sonate zal vaak deze vorm hebben:
Expositie: A1a(thema)-A1b(herhaling)-overgangszin-B1a(tweede thema)-B1b(ontwikkeling tweede thema)-B1c(afronding tweede thema) :||:Doorwerking:C(doorwerking met materiaal uit A en B)-Reprise: A1a'-A1b'-verbindingszin-B1a'-B1b'-B1c'-(eventueel coda).

In deze vorm zorgt de overgangszin of -groep voor een tonale ontwikkeling van de tonica naar (meestal) de dominant, de doorwerking is een gedeelte wat met veel spanningsverhogende modulaties is geschreven, en de verbindingszin of -groep voor een gelijkblijvende tonica in A' en B'.

  • Vervolgens is het tweede deel vaak een rustig gedeelte, wat zo af en toe treurig uit de verf kan komen. Qua vorm komt men zowel de sonatevorm zelf, als de liedvorm of de variatievorm tegen.
  • Het derde deel is vaak een Menuet of een Scherzo, een stuk in driekwartsmaat, dat wordt gevolgd door een Trio, waarna het Menuet of Scherzo herhaald wordt. Bij de vroege sonates wordt dit derde deel soms weggelaten, waardoor men direct na het langzame deel overgaat op de finale.
  • Het laatste (derde of vierde) deel is meestal vlot en vrolijk van karakter. Dikwijls heeft het de rondovorm, soms zijn het variaties op een thema. het laatste deel wordt ook soms 'Finale' genoemd.

Doorontwikkeling van de Sonate

Zo rond 1800 werd een verandering in die vorm gebracht door Beethoven. Er werd niet zo strak aan het schema gehouden. Een voorbeeld is de Sonate Pathétique, waarbij begonnen wordt met een zwaarmoedige intro, die in het midden en op het eind nog eens opdoemt, hetzij wat verkort. De verwijdering van het strakke schema werd in de loop van Beethovens leven groter en groter. Aan het principe van 3 delen werd niet meer zo gehouden en, om nog een voorbeeld te geven, één van Beethovens laatste sonates (opus 110) eindigt met een fuga, iets wat toen 30 jaar geleden ondenkbaar zou zijn geweest. Na Beethoven zijn er uiteraard ook verschillende sonates geschreven door andere componisten. Van de tweede sonate van Frédéric Chopin (in bes-klein, opus 35) is vooral het derde deel, de marche funebre bekend. Franz Liszt schreef zijn 'Pianosonate in b-mineur' als een werk met verschillende episoden die in elkaar overgaan. De sonate van Liszt duurt ongeveer een half uur. Diezelfde lengte geldt ook bijvoorbeeld voor Brahms, die maar liefst 5 compleet van elkaar verschillende delen in zijn derde pianosonate (opus 5) verwerkte. Een van de langste sonates is de 'Concord Sonata' [1] (ofwel pianosonata nr. 2) van Charles Ives, dit werk voor piano solo behoort tot de meest complexe werken voor piano en duurt tussen de 45 minuten en een uur, afhankelijk van de uitvoering.

Bekend zijn o.a. de orgelsonates van Bach, maar ook bijvoorbeeld vioolsonates, cellosonates van andere componisten uit de klassieke en romantische periode.

Zie ook:

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties: