Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Sjema

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Sjema[1] is een joods gebed, gebaseerd op Deuteronomium 6:4, dat een centraal onderdeel vormt van de aanbidding in de synagoge. Het maakt deel uit van zowel de ochtend- als de avonddienst. Wegens het belang ervan wordt het soms de joodse geloofsbelijdenis genoemd.

De tekst luidt:

שְׁמַעֲ יִשְׂרָאֵל
יְהוָה אֱלֹהֵינוְּ
​יְהוָה אֶחָדֲ

Gods naam, יְהוָה, wordt in de synagoge gelezen als אֲדוֹנָי (Adonai).

Sjema Jisraël
Adonai Elohejnoe
Adonai echad

Het sjema kan worden vertaald op licht verschillende manieren die elkaar aanvullen.

„Hoor, o Israël:
de HEER onze God
de HEER is één.”

Dat is het eigenlijke sjema. Daarna wordt in fluisterende toon gezegd:

בָּרוּח שֵׁם כְּבוֹד מַלְכוּתוֹ לְעוֹלָם וָצֶד
Baroech sjem k’vod malchoeto le’olaam va’ed
„Gezegend zij zijn naam en heerlijkheid zijn koninkrijk in de eeuwigheid.”

Daarna wordt de tekst van Deuteronomium 6:5-9 verder opgezegd of gezongen.

5 וְאָהַבְתָּ אֵת יְהוָה אֱלֹהֶיךָ בְּכָל־לְבָבְךָ וְּבְכָל־נַפְשְׁךָ וְּבְכָל־מְאֹדֶךָ

6 וְהָיוְּהַדְּבָרִים הָאֵלֶּה אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְְּךָ הַיֹּום עַל־לְבָבֶךָ

7 וְשִׁנַּנְתָּם לְבָנֶיךָ וְדִבַּרְתָּ בָּם בְּשִׁבְתְּךָ בְּבֵיתֶךָ וְּבְלֶכְתְּךָ בַדֶּרֶךְ וְּבְשָׁכְבְּךָ וְּבְקוְּמֶךָ

8 וְּקְשַׁרְתָּם לְאֹות עַל־יָדֶךָ וְהָיוְּלְטֹטָפֹת בֵּין עֵינֶיךָ

9 ​וְּכְתַבְתָּם עַל־מְזוְּזֹת בֵּיתֶךָ וְּבִשְׁעָרֶיךָ

Dit wordt gevolgd door Deuteronomium 11:13-21

13 וְהָיָה אִמ־ שָׁמֹעַ תִּשְׁמְעוְּאֶל־ מִצְוֹתַי אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוֱּה אֶתְכֶם הַיֹּום לְאַהֲבָה אֶת־ יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם וְּלְעָבְדֹו בְּכָל־ לְבַבְכֶם וְּבְכָל־ נַפְשְׁכֶם

14 וְנָתַתִּי מְטַר־ אַרְצְכֶם בְּעִתֹּו יֹורֶה וְּמַלְקֹושׁ וְאָסַפְתָּ דְגָנֶךָ וְתִירֹשְׁךָ וְיִצְהָרֶךָ

15 ​וְנָתַתִּי עֵשֶׂב בְּשָׂדְךָ לִבְהֶמְתֶּךָ וְאָכַלְתָּ וְשָׂבָעְתָּ

16 הִשָּׁמְרוְּ לָכֶם פֶּן יִפְתֶּה לְבַבְכֶם וְסַרְתֶּם וַעֲבַדְתֶּם אֱלֹהִים אֲחֵרִים וְהִשְׁתַּחֲוִיתֶם לָהֶם

17 וְחָרָה אַפ־יְהוָה בָּכֶם וְעָצַר אֶת־הַשָּׁמַיִם וְלֹא־יִהְיֶה מָטָר וְהָאֲדָמָה לֹא תִתֵּן אֶת־יְבוְּלָהּ וַאֲבַדְתֶּם מְהֵרָה מֵעַל הָאָרֶץ הַטֹּבָה אֲשֶׁר יְהוָה נֹתֵן לָכֶם

18 וְשַׂמְתֶּם אֶת־דְּבָרַי אֵלֶּה עַל־לְבַבְכֶם וְעַל־נַפְשְׁכֶם וְּקְשַׁרְתֶּם אֹתָם לְאֹות עַל־יֶדְכֶם וְהָיוְּלְטֹוטָפֹת בֵּין עֵינֵיכֶם

19 וְלִמַּדְתֶּם אֹתָם אֶת־בְּנֵיכֶם לְדַבֵּר בָּם בְּשִׁבְתְּךָ בְּבֵיתֶךָ וְּבְלֶכְתְּךָ בַדֶּרֶךְ וְּבְשָׁכְבְּךָ וְּבְקוְּמֶךָ

20 ​וְּכְתַבְתָּם עַל־מְזוְּזֹות בֵּיתֶךָ וְּבִשְׁעָרֶיךָ

21 לְמַעַן יִרְבּוְּ יְמֵיכֶם וִימֵי בְנֵיכֶם עַל הָאֲדָמָה אֲשֶׁר נִשְׁבַּע יְהוָה לַאֲבֹתֵיכֶם לָתֵת לָהֶם כִּימֵי הַשָּׁמַיִם עַל־הָאָרֶץ

En afgesloten met Numeri 15:37-41

37 ​וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל־מֹשֶׁה לֵּאמֹר

38 דַּבֵּר אֶל־בְּנֵי יִשְׂרָאֵל וְאָמַרְתָּ אֲלֵהֶם וְעָשׂוְּ לָהֶם צִיצִת עַל־כַּנְפֵי בִגְדֵיהֶם לְדֹרֹתָם וְנָתְנוְֲּ עַל־צִיצִת הַכָּנָף פְּתִיל תְּכֵלֶת

39 וְהָיָה לָכֶם לְצִיצִת וְּרְאִיתֶם אֹתֹו וְּזְכַרְתֶּם אֶת־כָּל־מִצְוֹת יְהוָה וַעֲשִׂיתֶם אֹתָם וְלֹא־תָתֻרוְּ אַחֲרֵי לְבַבְכֶם וְאַחֲרֵי עֵינֵיכֶם אֲשֶׁר־אַתֶּם זֹנִים אַחֲרֵיהֶם

40 לְמַעַן תִּזְכְּרוְּ וַעֲשִׂיתֶם אֶת־כָּל־מִצְוֹתָי וִהְיִיתֶם קְדֹשִׁים לֵאלֹהֵיכֶם

41 אֲנִי יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם אֲשֶׁר הֹוצֵאתִי אֶתְכֶם מֵאֶרֶץ מִצְרַיִם לִהְיֹות לָכֶם לֵאלֹהִים אֲנִי יְהוָה אֱלֹהֵיכֶם

Tefilin

Het sjema is één van de teksten die geschreven staan op de joodse fylacteria of tefilin.

De tekst wordt opgevat als

  • een verklaring van Gods enigheid tegen het polytheïsme,
  • een verklaring tegen het syncretisme, namelijk JHWH is de enige God, en is niet gelijk te stellen met enige andere god zoals Baäl.

Het houdt in dat de God van Israël de enige God is en er geen andere is. Alleen hij is JHWH, de absolute God zonder oorzaak, die zichzelf aan Israël bekendmaakte.

De groter geschreven letters

In handschriften staan de ajin op het einde van het woord sjema (hoor), en de laatste letter van het laatste woord, echad (één), namelijk de dalet, dikwijls groter geschreven dan gewoonlijk. Dit wordt op verschillende manieren verklaard.

Onder andere lijken de grotere letters bedoeld te zijn om extra klemtoon te leggen op wat de passage hier zegt. Het sjema was voornamelijk bedoeld om „de enkelvoudige persoonlijkheid van God” te benadrukken. Volgens de joodse Talmoed (Berakoth 19a) moest het laatste woord, ʼEchad („Eén”), „speciale nadruk krijgen terwijl het duidelijk uitgesproken werd doordat elke lettergreep lang werd aangehouden”. Gebruikt in verband met God verkondigde dit verlengde ʼEchad′ ook zijn uniciteit. Het was ook belangrijk dat de lezer of zelfs de afschrijver de letter dalet vooral vooral niet zouden verwarren met de gelijkaardig uitziende letter resj, want dat zou de betekenis veranderen van „JHWH is één” naar „JHWH is een ander” (echar).

Anderen merken op dat deze twee groter geschreven letters samen het woord עֵד, getuigenis, vormen.[2]

Weblinks

Jewish Encyclopedia 1906  (en) Shema’, in: Jewish Encyclopedia, New York: Funk & Wagnalls, 1901-1906. (vertaal via: Vertaal via Google translate)

Noten, verwijzingen

rel=nofollow