Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Ruimtelijke ordening

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ruimtelijke ordening is het proces waarbij met een groot aantal spelregels de ruimte planmatig wordt benut en ingericht. Daarbij wordt rekening gehouden met individuele en gemeenschappelijke belangen. Kortweg: het zo goed mogelijk aan elkaar aanpassen van samenleving en ruimte. De wetenschapsgebieden die hierbij een rol spelen zijn planologie, landschapsarchitectuur en stedenbouw. Maar ook zaken als milieu en economie spelen een groot belang in de ruimtelijke ordening.

De ruimtelijke ordening in relatie tot de
cultuurgeschiedenis (naar : Nota Belvedere, 1999).

Ruimtelijke ordening in Nederland

In Nederland werden ruimtelijke plannen en ook de bestaande ruimtelijke situatie tot 1 juli 2008 vastgelegd in planologische kernbeslissingen (van de rijksoverheid), in streekplannen (van de provinciale overheden) en in bestemmingsplannen (van de gemeenten).

Daarnaast wordt het proces bepaald door wetgeving, voor Nederland: Wet ruimtelijke ordening.

De Wet ruimtelijke ordening (Wro, die per 1 juli 2008 de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) heeft vervangen), geeft regels over de totstandkoming van ruimtelijke plannen, zoals in structuurvisies en bestemmingsplannen.

Er zijn echter ook andere planprocedures die voorschriften kennen voor de ruimtelijke inpassing van (bijvoorbeeld) wegen. Daarbij gaat het (voor wat betreft infrastructuur) om bijvoorbeeld de Planwet Verkeer en Vervoer en de Tracéwet.

In de ruimtelijke ordening zijn verschillende benaderingen te onderscheiden. een veelgebruikte benadering is de lagenbenadering. In deze benadering wordt ruimte in drie lagen onderverdeeld: de occupatielaag, de netwerklaag en de ondergrond, met elk eigen eigenschappen en ontwikkelingssnelheden.

Digitaal

Ruimtelijke ordeningsplannen zijn van oudsher grote kaarten met bijbehorende 'boekjes' waar de toelichting en voorschriften in staan. De voorschriften (of regels onder de Wro) geven aan wat er wel en niet mag op een met een specifieke functie aangegeven locatie in de kaart. Vanaf 1 januari 2010 moeten alle officiële ruimtelijke plannen echter digitaal opgesteld worden en conform de wettelijke omschreven RO Standaarden. Tevens zijn de procedures van beschikbaarstelling, kenbaarheid en verbeelding van de plannen in digitale vorm wettelijk gestandaardiseerd. Hierdoor zijn alle nieuwe plannen (en oude WRO-plannen op basis van vrijwilligheid zichtbaar op Ruimtelijkeplannen.nl.

Ruimtelijke ordening in België

Voorgeschiedenis

In België is ruimtelijke ordening lange tijd van ondergeschikt belang geweest, waardoor het land te kampen heeft met versnippering. Quasi elke Belgische gemeente kent eveneens lintbebouwing. Het hele landschap is doorspekt met alle soorten bebouwing, zowel langs de steenwegen als op het platteland. Er kan gesteld dat alle bebouwing door elkaar staat, zonder enige structuur of wetgeving. Daardoor wordt het landschap van het hele land doorspekt met alle soorten bebouwing die door elkaar terug te vinden is, zowel langs steenwegen als op het platteland.

Eerste wetgeving

De eerste Belgische wetgeving op de ruimtelijke ordening dateert 29 maart 1962; dit is de "Wet op de Stedebouw". Geen enkel ander Westers land heeft dergelijke chaos in haar ruimtelijke ontwikkelingen. Het probleem was immers dat de "stedebouwkundige voorschriften" - zoals dat toen werden genoemd - bedacht werden achter Brusselse kantoortafels, terwijl de plaatselijke overheid ze moest uitvoeren. Dikwijls moest een plaatselijke mandataris zijn potentiële kiezer dan een bouwvergunning c.q. -weigering bezorgen. Deze regels werden niet (zo nauw) toegepast. Toen de eerste wetgeving eindelijk van kracht ging, was het kalf al verdronken.

De gewestplannen

In de loop van de jaren 1970 werd gestart met de opmaak van de eerste gewestplannen. Deze plannen werden gebiedsdekkend opgemaakt en legden de bestemmingen en daarmee ook de ontwikkelingsmogelijkheden juridisch vast. Meer nog dan de "Wet op de Stedebouw" van 1962, markeert deze periode de overgang naar een meer planmatige en geordende ruimtelijke ontwikkeling.

In de jaren zestig en zeventig werd zowat de hele Belgische kust volgebouwd met appartementsblokken.

Met de regionalisering kwam er een begin van kentering. Voor het hele Belgische grondgebied werden een gewestplannen opgemaakt en ingedeeld in bestemmingszones: woonzone, industriezone, woonuitbreidingsgebied, natuurgebied, landbouwgebied of een andere bestemming. Het was vooral de bedoeling van dan af de nog resterende schaarse "groene ruimte" te beschermen tegen bouwspeculanten. Die procedure nam verschillende jaren in beslag, omdat er uitgebreid hoorzittingen werden gehouden, beroepsprocedures en wijzigingsvoorstellen voorzien waren. De gemeentelijke overheid kreeg daarin een sleutelrol toebedeeld. De gewestplannen werden verder gedetailleerd in bijzondere plannen van aanleg (BPA) en/of algemene plannen van aanleg (APA). Vooral dat eerste instrument werd ruim toegepast.

Regionalisering

Sinds de staatshervorming van 1988 is ruimtelijke ordening een verantwoordelijkheid voor het gewest.

Met het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999, dat tot stand kwam onder Vlaams Minister van Ruimtelijke Ordening [Dirk Van Mechelen], werd de regelgeving drastisch geherstructureerd. De toepassing van het subsidiariteitsbeginsel stond hierin centraal.

Een nieuw planningsinstrument werd geïntroduceerd: het ruimtelijk uitvoeringsplan of RUP. Het Gewest, de provincies en de gemeenten kunnen dergelijke bestemmingsplannen opmaken. De plannen baseren zich op beleidsdocumenten dat op elk van de drie niveaus wordt opgemaakt, voor de materies waarvoor dat bestuursniveau bevoegd is: het ruimtelijk structuurplan.

Gebruikelijke afkortingen m.b.t. ruimtelijke ordening in België

In België staan in advertenties voor vastgoed afkortingen m.b.t. de ruimtelijke ordening.

Vergunning

  • Vg : Vergunning uitgereikt
  • Gvg : Geen vergunning uitgereikt
  • Vgnb : Vergunning niet beschikbaar

Planologische bestemming

  • Wg : Woongebied
  • Wche : Woongebied met een culturele, historische en/of esthetische waarde
  • Wp : Woonpark
  • Wug : Woonuitbreidingsgebied
  • Igb : Industriegebied
  • Iab : Industriegebied voor ambachtelijke bedrijven of gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen
  • Gdr : Gebied voor dagrecreatie
  • Gvr : Gebied voor verblijfsrecreatie
  • Ag : Agrarisch gebied
  • Lwag : Landschappelijk waardevol agrarisch gebied
  • Bg : Bosgebied
  • Ng : Natuurgebied
  • Nr : Natuurreservaat
  • Pg : Parkgebied
  • Sbnb : Stedenbouwkundige bestemming niet beschikbaar

Dagvaarding

  • Dv : Dagvaarding uitgebracht
  • Gdv : Geen dagvaarding uitgebracht
  • Dnb : Dagvaarding niet beschikbaar

Voorkooprecht

  • Vkr : Voorkooprecht ruimtelijke ordening aanwezig
  • Gvkr : Geen voorkooprecht ruimtelijke ordening aanwezig
  • Vkrnb : Voorkooprecht niet beschikbaar

Verkavelingsvergunning

  • Vv : Verkavelingsvergunning
  • Gvv : Geen verkavelingsvergunning
  • Vvnb : Verkavelingsvergunning niet beschikbaar

Zie ook

Externe links

Wikimedia Commons  Vrije mediabestanden over Spatial planning op Wikimedia Commons