Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Reinder Zwolsman

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Reinder Zwolsman (Maassluis, 29 augustus 1912Wassenaar, 1 februari 1988) was een Nederlands zakenman. Door zijn proces met betrekking tot zijn houding gedurende de Tweede Wereldoorlog en zijn bemoeienissen met de Exploitatie Maatschappij Scheveningen en de Volks Aandelen Trust werd hij in de jaren zestig van de twintigste eeuw een spraakmakende Nederlander.

Biografie

Voor de oorlog

Leertijd

Zwolsman werd geboren als jongste van zeven kinderen van een zeeloods. Na de HBS te hebben voltooid, volgde Zwolsman een jaar lang een opleiding tot onderwijzer, en daarna enige tijd een zangopleiding aan het Koninklijk Conservatorium. Zwolsman begon zijn carrière echter in het aannemingsbedrijf van zijn oom in Scheveningen. Dit bedrijf ging in 1933 failliet, waarna Zwolsman onder eigen naam makelaarsactiviteiten ging verrichten.

Faillissementen

Hij kreeg in 1934 ten gevolge van dronkenschap een ernstig auto-ongeval, en verloor daardoor zijn rijbevoegdheid.[1] Hij liep schedeltrauma en hersenletsel op. Hiervoor kwam hij onder behandeling van de zenuwarts Eduardus Hoelen van de Ursulakliniek. Met de gevolgen daarvan had hij nog jarenlang te kampen. Mede als gevolg hiervan ging Zwolsman op 10-1-1935 failliet en nogmaals op 12 september 1938 failliet; beide faillissementen werden na enige weken weer opgeheven.[2][3] Vervolgens kocht hij de lege NV ABEX (aanneming-, bouw- en exploitatiebedrijf), waarin hij zijn activiteiten onderbracht. Hij vestigde zijn kantoor aan het Regentesseplein 1 in Den Haag.

Tijdens de oorlog

Werkmaatschappijen

Zwolsman stichtte een nieuwe NV genaamd Sprietlaeck, waarin onder meer de Zwolsman-bedrijven ABEX, Nieuw Blijdorp en Stadszoom werden ondergebracht. Zijn zenuwarts Hoelen en de voormalige RKSP-minister Laurentius Deckers werden commissaris van de onderneming, Ze deden beiden actief mee met de handel in onroerend goed. Later stichtte Zwolsman de NV Nassaulaan, waarin vervolgens de diverse Zwolsman-bedrijven werden ondergebracht. Nassaulaan had dezelfde commissarissen. De naam Nassaulaan werd gekozen, omdat Hoelen in dat korte laantje woonde. De bedrijven werden gebruikt om rijtjeshuizen te verkopen aan Haagse politiemannen die geld wilden beleggen. Dit geld zou echter afkomstig zijn geweest uit het opsporen van Joden en communisten (die tien keer zo veel opleverden).

Bunkerbouw

Ondanks het recente faillissement leek Zwolsmans bedrijf ABEX onmiddellijk na het begin van de Duitse bezetting de grootste vastgoed- en bouwonderneming in de regio Den Haag te zijn, dankzij de grote advertentiecampagne in het dagblad Het Vaderland. Even plotseling als de advertenties verschenen, hielden ze in de herfst van 1940 op. Vanaf 1941 hield Zwolsman zich bezig met bunkerbouwactiviteiten rond de vliegtuigmotorenfabriek Henschel in het Duitse Kassel. Hij werkte daarbij samen met de onderneming De Vetten.[4]

Handel in Joodse bezittingen

In 1943 verkocht Zwolsman het meubilair van hotels in Noordwijk en Katwijk, die van Joodse eigenaren in beslag waren genomen.[5]

Joods onroerend goed en wegsluizen bezit naar het buitenland

In 1944 wilde een hooggeplaatst persoon in Berlijn een deel van zijn vermogen naar Argentinië overbrengen. Daarbij schakelde hij Ursula Remelow in, een Argentijnse van Nederlandse afkomst. Het ging om ongeveer een miljoen gulden. Via Zwolsman werd zij eigenares van de NV De Vierde Grebico, die door Zwolsman volgestopt was met het bezit van ruim 70 Haagse panden. De huizen waren van Joden afgenomen en formeel eerst door de Grundstückverwalting aan de tussenpersoon Hans Porst verkocht. Daarna werden nog enige tientallen Amsterdamse panden door Zwolsmans bedrijf Stadszoom verkocht aan Hans Porst en vervolgens ondergebracht in De Vierde Grebico. Veel van de Amsterdamse panden waren van Joden afgenomen. Na de oorlog werden in het kader van het Rechtsherstel de Joodse panden aan de eigenaren of hun erfgenamen teruggegeven; de niet-Joodse panden werden door de staat geveild.[6]

Sonderkommando Frank en roofovervallen

In 1944 werd Zwolsman betrokken bij het Sonderkommando Frank, dat een onderdeel van de Sicherheitsdienst was. Friedrich Frank was een ondergeschikte van Joseph Schreieder, die chef van de Duitse contraspionage in Nederland was. Het Sonderkommando organiseerde onder andere de beruchte Silbertannemoorden, maar er is geen aanwijzing dat Zwolsman daar bij betrokken was. Frank gaf Zwolsman de leiding over een peloton van 10 man marechaussee. Zwolsman kreeg een vergunning om auto te rijden, een wapenvergunning en een pistool toegewezen. Verder kreeg hij een briefje waarin stond dat hij een Vertrauensmann (V-Mann]] van Friedrich Frank was en dat alle leden van de Wehrmacht hem assistentie moesten verlenen als hij daar om vroeg.

De eerste opdracht was het bestrijden van de zwarte handel. Zwolsman kreeg adressen van zwarthandelaars en viel dan op die adressen binnen om de voorraad in beslag te nemen. De goederen, meestal voedsel en drank, maar ook autobanden, benzine e.d., werden vervolgens door het peloton op de zwarte markt verhandeld, waarbij de opbrengst met enkele leden van de Sicherheitsdienst, zoals Fritz Hillesheim en Frank, gedeeld moest worden.

Na enige tijd vonden er ook overvallen plaats op reguliere winkeliers die nog een voorraadje vooroorlogse waren hadden. Zwolsman overnachtte zo nu en dan in het kantoor van Jan Haakman aan de Weteringkade 51. Soms hield hij daar iemand gevangen.[7]

Zwolsman Abwehr-agent genoemd

In een rapport van de Britse geheime dienst Civil Service wordt Zwolsman een agent van de Duitse Abwehr genoemd. Johannes Veefkind, die voor de Sicherheitsdienst nauw bij het Englandspiel betrokken was, heeft verklaard dat Zwolsman ook een rol in dat Spiel gespeeld heeft.[8]

Wegsluizen oorlogswinsten

Tegen het eind van de oorlog werden diverse bunkerbouwers ongerust voor de periode na de oorlog. Zwolsman wilde daarom 10% van zijn oorlogswinst aan het verzet afstaan. De Blaricumse bunkerbouwer Lambertus Krijnen werd door de gemeentesecretaris Van der Goot, die tijdelijk in het Blaricumse huis van Zwolsman woonde, in contact gebracht met Zwolsman. Die bood aan om de NV Sprietlaeck, die een poosje een werkmaatschappij van Zwolsman was geweest, met daarin het bezit van een kapitale villa, tegen een extra hoge prijs te verkopen. Zwolsman zou het extrabedrag dan aan het Nationaal Steunfonds (NSF) doen toekomen. Verder verkocht Zwolsman nog aandelen in Nassaulaan aan Krijnen en gaf Krijnen nog grote sommen geld voor het NSF. Van deze laatste is de fascistenleider Jan Baars getuige geweest. Zwolsman ontving in totaal 427.000 gulden van Krijnen. Krijnen werd na de oorlog nauwelijks aangepakt, omdat hij bevriend was met minister-president Willem Schermerhorn.

Ook Zwolsmans zakenpartner De Vetten wilde een deel van zijn oorlogswinst aan het NSF afstaan. Zwolsman verkocht hem voor 280.000 gulden aandelen in Nassaulaan met een nominale waarde van 200.000 gulden, waarbij Zwolsman een provisie van 100.000 gulden kreeg dat voor het NSF bestemd was. Verder werden bezittingen als machines, gereedschappen en bouwmaterialen in de Zwolsman-bedrijven ondergebracht. De Vetten werd na de oorlog gearresteerd en Zwolsman gaf de bezittingen nooit terug.

Na de oorlog verklaarde de vertegenwoordiger van het NSF dat hij nooit geld van Zwolsman had ontvangen.[9]

Vrijlatingen

Een broer van een zakelijke relatie van Zwolsman zat vanwege het bezit van een illegale radio gevangen in kamp Amersfoort. Zwolsman wilde wel proberen hem via zijn goede relaties bij de Sicherheitsdienst vrijgelaten te krijgen. De Sicherheitsdienst ging akkoord, maar de kampleiding eiste vier andere gevangenen ter vervanging. De Sicherheitsdienst stelde die uit het Oranjehotel ter beschikking. Zwolsman bracht ze persoonlijk naar Amersfoort, waar hij de Hitlergroet bracht aan diverse kampbewaarders, onder wie Joseph Kotälla.[10]

Een ander geval betrof de vrijlating van de zoon van de directeur van het Rijksbureau Huiden en Leder. Hij was te werk gesteld bij graafwerkzaamheden in de frontlinie bij Arnhem, waar hij soms blootgesteld was aan inslaande granaten. Zwolsman moest in ruil zes man afleveren. Als beloning kreeg Zwolsman 24 paar damesschoenen, waarmee hij goede sier bij het personeel van de Sicherheitsdienst maakte. Een van de door Zwolsman afgeleverde mannen was de verzetsman Dirk Eskes. Die wist later te ontsnappen. Maar omdat hij vervolgens opgenomen werd in het opsporingsregister, kon hij op 10 februari 1945 bij Zwolle opnieuw gearresteerd worden. Hij werd op 4 april 1945 bij Hattem gefusilleerd.[11]

Zwolsman verkocht een flatgebouw in Rotterdam aan Johan Fentener van Vlissingen voor een bedrag van bijna twee miljoen gulden. Zwolsman zou er tweehonderd duizend gulden aan overhouden. Fentener werd echter gearresteerd voordat het definitieve koopcontract was getekend. Fentener kwam op een dodenlijst terecht. Zwolsman wist zijn vrijlating via zijn kompaan Jan Haakman te bewerkstelligen. Jan Haakman haalde Fentener op uit de gevangenis in Utrecht en bracht hem rechtstreeks naar het kantoor van Zwolsman om het koopcontract te tekenen.[12]

De deserteur Fritz Hillesheim

Fritz Hillesheim was een medewerker van de Sicherheitsdienst, die zich bezig hield het bestrijden van de zwarte handel. Hij lokte via handlangers zwarte handel uit en bij het moment van leveren arresteerde hij de zwarthandelaar en nam de goederen in beslag. Hij beloofde de handlangers een deel van de waarde van de in beslag genomen goederen, maar betaalde vaak niets uit. Hij verhandelde de goederen zelf op de zwarte markt. De opbrengst werd gedeeld met andere betrokken Sicherheitsdienstmedewerkers. Ook was hij betrokken bij een chantagenetwerk binnen de Sicherheitsdienst. Welgestelden, of hun volwassen kinderen, werden gearresteerd voor kleinere vergrijpen. Onder het dreigement van naar Duitsland te worden gestuurd, werden de verwanten geprest een vrijkoopsom te betalen. Die som was meestal vijfduizend gulden, maar in sommige gevallen zelfs veertigduizend gulden. Na de oorlog probeerde de V-Mann Jan Haakman zich vrij te pleiten, door een lijst te overhandigen van 250 personen die door zijn toedoen vrijgelaten waren.

Hillesheim was zo schatrijk geworden. Hij belegde zijn rijkdom in juwelen en onroerend goed. Hij wilde na de oorlog in Nederland blijven en zocht een methode om dat te bewerkstelligen. Hij stelde een lijst op van Sicherheitsdienstmedewerkers die aan de illegale en de chantage hadden meegedaan. Hij verborg koffers met bezittingen, waarin juwelen en de eigendomspapieren van de huizen, en dook op Dolle Dinsdag 5 september 1944 onder met hulp van zijn Nederlandse vriend Alsem. Alsem had gedurende de gehele oorlog goede connecties met de Sicherheitsdienst onderhouden. Alsem was ook ongerust geworden en had op Dolle Dinsdag de verzetsorganisatie Karel Doorman opgericht: de leden bestonden uit leerlingen van het Haags Lyceum. Alsem gaf Hillesheim een briefje waarop stond dat het een goede Duitser was en ondertekende met luitenant namens de minister van oorlog. Hij bemiddelde bij het vinden van een onderduikadres. Hillesheim veranderde binnen een paar dagen verschillende keren van onderduikadres.

De betrokken leden bij de Sicherheitsdienst waren woedend, vooral omdat ze achter het bestaan van de lijst waren gekomen; ze voelden zich bedreigd omdat het uitlekken van de lijst zowel tijdens als na de oorlog ernstige consequenties kon hebben. Zwolsman werd eropuit gestuurd om Hillesheim op te sporen. Het spoor leidde onmiddellijk naar Alsem. Door steeds weer te dreigen met zijn pistool en met arrestatie, wist Zwolsman het gehele onderduikspoor te achterhalen. Hillesheim werd door hem en zijn marechaussees gearresteerd, in Utrecht berecht en ter dood veroordeeld. Hillesheim werd opgehangen in het landgoed Oxerhof bij Deventer. Een marechaussee nam een koffer met juwelen in beslag die vervolgens verdween. Zwolsman kreeg van de Sicherheitsdienst een beloning van 40.000 gulden.[13]

Geheime Dienst Nederland

De Geheime Dienst Nederland (GDN) was geen geheime dienst of verzetsgroep, maar een landelijke Ordedienst-achtige organisatie die zich voorbereidde op de situatie na de Duitse capitulatie, de orde dan te bewaren en eventueel de macht over te nemen. De landelijke leider was Willem Schoemaker, die zich van de schuilnaam Miki bediende. De organisatie had lokale afdelingen door heel Nederland.

De Haagse afdeling stond onder leiding van Abraham van Velsen en werd geassisteerd door Cornelis van Paaschen. De afdeling was gehuisvest in het Vredespaleis en stond in radiocontact met het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) in Londen. BBO had voor dit doel op 1 april 1944 de geheime agent Johannes Steman bij Breda laten droppen. Steman seinde in eerste instantie berichten door die bestemd waren voor de Centrale Inlichtingendienst en de Militaire Inlichtingendienst, beide in Londen.

Zwolsman kreeg van Frank opdracht om de GDN binnen te dringen. Zwolsman wist dat te doen via het Nationaal Comité, dat zich voorbereidde om de macht na de Duitse capitulatie over te nemen. Hij kwam in contact met Abraham van Velsen, waarbij hij zich ook van de schuilnaam Miki bediende. Hij wist het vertrouwen van Van Velsen te winnen door aan te bieden voor de vrijlating van twee personen, André Wiltens en Mom Wellenstein, te kunnen zorgen. André Wiltens was leider van het studentenverzet en een neef van Hoelen; hij was bij een razzia gearresteerd. Anton van der Waals die een andere V-Mann van Schreieder was, paste deze methode van aanbieden van vrijlatingen ook toe. Uiteindelijk ontstond een situatie, waarbij BBO een gecodeerd radiobericht in morse zond, dat door Steman in letters werd omgezet. Vervolgens werd het bericht gedecodeerd en naar Zwolsman gebracht. Zwolsman bracht het naar Frank die het aan Schreieder gaf. Schreieder schreef een antwoord, dat de omgekeerde weg volgde. Op deze wijze controleerde de Duitse contraspionage de zender. Het ging zelfs zover dat boodschappenlijstjes voor koffie, sigaretten, drank en wapens doorgegeven werden. Zowel de GDN als de de Sicherheitsdienst zaten van de gedropte spullen te genieten. De wapens werden gebruikt bij het penetreren van andere verzetsgroepen, door te laten zien dat ze over Engelse spullen beschikten.

Besprekingen tussen Sicherheitsdienst en zogenoemd verzet

Begin 1945 wilde de Sicherheitsdienst besprekingen voeren met wat zij het verzet noemden, maar wat in feite mensen uit de gegoede stand waren. Het doel was afspraken te maken over de periode tot de Duitse capitulatie. Uitgenodigd werden leden van de GDN, een dominee die een neef van Zwolsman was als vertegenwoordiger van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderderduikers (LO), enkele V-Mannen en Zwolsman. Van de kant van de Duitsers namen leden van de contraspionage deel. De verzetsdeelnemers werden met een auto van de Sicherheitsdienst van huis opgehaald, waarbij een lid van het peloton marechaussees als chauffeur optrad. Bij de besprekingen werd afgesproken dat er vanuit het verzet niet meer zonder aanleiding op militairen zou worden geschoten en dat de Duitsers bij represailles geen verzetsmensen meer zouden doodschieten, maar alleen ter dood veroordeelden. Beide beloftes stelden niets voor. De betrokken groepen pleegden geen verzet en schoten sowieso niet op militairen. De Duitsers schoten bij represailles voornamelijk mensen dood die administratief reeds ter dood waren veroordeeld: communisten en gewapende personen.[14]

Andere besprekingen vonden in maart 1945 plaats. Deelnemers van Nederlandse zijde waren Willem Drees, de voormalige secretaris-generaal van Justitie Jan Tenkink en het voormalige hoofd van de marechaussee August De Koningh. Aan Duitse zijde namen leden van de Sicherheitsdienst deel. Na de oorlog verklaarde Drees dat de besprekingen over de voedselvoorziening gingen. Maar dan is het merkwaardig dat Drees twee personen uit de politiesfeer meenam en de aanwezigheid van Zwolsman is helemaal niet te verklaren.[15]

Wapendroppings

Op 9 januari 1945 werden er tussen Schreieder en Zwolsman afspraken gemaakt over Londense wapendroppings. Friedrich Frank had de controle weten te verkrijgen over vijf zenders van verzetsgroepen die contact met Londen onderhielden. Via een van die zenders wist hij te regelen dat er wapens gedropt zouden worden, die bestemd waren om de burgerbevolking onder bedwang te houden in het geval van een communistische machtsovername na de Duitse capitulatie. Er vonden op 10 en 11 maart 1945 vier droppings plaats bij Nieuwkoop. Het ging om 500 stenguns en brenguns, pistolen en veel bijbehorende munitie. Zwolsman kreeg van de Sicherheitsdienst een aantal vrachtwagens ter beschikking om de enorme lading op te halen. Hij kon ongehinderd alle Duitse controlepunten langs de wegen passeren. De wapens werden opgeslagen in de Ursulakliniek. Een klein deel van de lading werd gebruikt voor roofovervallen. De rest werd meteen na de Duitse capitulatie uitgereikt aan leden van de Binnenlandse Strijdkrachten.[16]

De moord in de Ursulakliniek

Just van Hasselt, zoon van de eerste coach van het Nederlandse voetbalelftal, was bedrijfsleider geweest van een bedrijf dat op grote schaal voor de Luftwaffe produceerde. In het najaar van 1944 ging het onderdelen fabriceren die nodig waren voor het lanceren van V2-raketten. Frank wild Van Hasselt naar de geallieerden in Antwerpen zenden met onjuiste tekeningen van onderdelen van de V2, om zo de geallieerden op het verkeerde been te zetten. Maar er kwam een kink in de kabel en Van Hasselt werd niet langer vertrouwd. Frank wilde Van Hasselt uit de weg geruimd hebben, maar wilde dat door het verzet laten doen, zodat zijn infiltratierelaties niet beschadigd zouden worden.

Er vond een aanslag op Van Hasselt plaats, die mislukte. Van Hasselt werd in ziekenhuis Zuidwal opgenomen met niet al te ernstige verwondingen. Op 2 april rond middernacht verscheen Zwolsman met een marechaussee in het ziekenhuis. Ze waren beiden in het uniform van de Wehrmacht gekleed en ze identificeerden zich als leden van de Sicherheitsdienst. Van Hasselt werd meegenomen en opgesloten in de Ursulakliniek.

Op 7 april 1945 kwam Zwolsman de Ursulakliniek binnen en zei dat Van Hasselt dood moest. Er werd meteen in de kelders een graf gegraven. Om de dood te rechtvaardigen, werd een verhoor afgenomen, waarvan een protocol werd opgesteld door Mom Wellenstein. Vlak voor het verhoor werd Van Hasselt bedwelmd met een morfine-injectie. Het protocol laat slechts enkele tamelijk onbelangrijke zaken zien, waarvoor een berechting na de oorlog misschien nodig was. Uit niets blijkt enige urgentie. Van Hasselt werd door een ondergeschikte van Hoelen met een injectie om het leven gebracht.[17]

Na de oorlog

Bij de Politieke Opsporingsdienst

Direct na de oorlog kwam Zwolsman als politieman bij de arrestatieploegen van de Politieke Opsporingsdienst (POD) onder leiding van Johann Gottlieb Crabbendam werken. Zwolsman richtte zich vooral op het arresteren collega-makelaars en andere personen die iets over zijn handelen tijden de oorlog wisten, zoals zijn kompaan Jan Haakman. Toen hem ter ore kwam dat een arrestant van de POD in Kassel een foto van hem had, haastte hij zich naar diens huis om de foto in beslag te nemen en te laten verdwijnen. Bij andere arrestaties nam hij allerlei kostbaarheden in beslag, die vervolgens verdwenen.[18] Zwolsman had veel vijanden gemaakt: zijn woning werd in augustus 1945 beschoten. Meteen daarna verhuisde hij naar de Kwekerijweg in de wijk Klein Zwitserland.

Arrestatie

Van alle kanten werden er beschuldigingen tegen Zwolsman geuit. Daarom werd een speciaal onderzoek gestart door de politieman Willem Sanders. Die kwam met de volgende beschuldigingen:

  • verraad en samenwerking met de vijand;
  • spionage in België voor Duitsers;
  • deviezensmokkel;
  • handel in Joods bezit;
  • uitvoeren van werkzaamheden voor de Wehrmacht.[19]

Op 4 december 1945 werd Zwolsman door een arrestatieploeg van twaalf man op een brancard afgevoerd. Zijn vermogen werd in beslag genomen en zijn bedrijven onder beheer geplaatst. Hij zat bijna 10 maanden in voorarrest.

Affaire Sanders

Sanders ondervond steeds meer tegenwerking bij zijn onderzoek. Dossiers verdwenen en een deel van het archief vloog zelfs in brand. Vervolgens werd hem zelfs de toegang tot zijn kantoor geweigerd. Hij liet zijn secretaresse dossiers naar buiten smokkelen, om die te laten filmen. Dit kwam aan het licht en minister-president Louis Beel eiste dat Sanders de dossiers persoonlijk bij hem kwam inleveren. Sanders leverde de meeste dossiers in, maar meldde dat een aantal dossiers nog zouden volgen, omdat die zich in zijn woonplaats Enschede bevonden. Beel vroeg naar specifieke dossiers van een aannemer die in Kassel actief was geweest en dat van Zwolsman. Verder vroeg Beel naar atoomspionageactiviteiten door het bedrijf Cellastic. Beel gaf vervolgens aan twee klaarstaande politiemannen opdracht om Sanders te arresteren. Sanders werd na een paar uur weer vrijgelaten.

De niet ingeleverde dossiers en de filmrolletjes werden bij een inbraak gestolen, maar spoedig daarop opgespoord. Vanwege de inbraak viel ze in handen van het Ministerie van Justitie, dat ze in 1951 aan de Binnenlandse Veiligheidsdienst overhandigde. De dossiers zijn spoorloos verdwenen, maar de filmrolletjes bestaan vermoedelijk nog.

Beel gaf ook opdracht om bewijsmateriaal dat Sanders bij Zwolsman in beslag had genomen aan Zwolsman terug te geven. Sanders werd van het onderzoek afgehaald.[20]

Berechting

Zwolsman werd alleen vervolgd voor het uitleveren van Hillesheim, de roofovervallen en de transacties met de bunkerbouwers. De rechtszitting vond plaats op 6 november 1946. De procureurfiscaal Johannes Zaaijer kwam met de tegenstrijdige eis van drie jaar gevangenisstraf en onmiddellijke vrijlating. Zwolsman werd dezelfde dag nog vrijgelaten. Er werd op 20 november uitspraak gedaan. De uitlevering van Hillesheim werd niet strafbaar geacht. Zwolsman had de roofovervallen erkend, maar er werd geen straf opgelegd, omdat het Bijzonder Gerechtshof van mening was dat de Duitsers daardoor benadeeld waren. De oplichting van de bunkerbouwers en het niet uitbetalen aan het Nationaal Steunfonds werd niet bewezen geacht. Zwolsman ging dus vrijuit.

Onderscheiding

Op 28 februari 1951 ontving Zwolsman van koningin Juliana de Bronzen Leeuw wegens 'moedige en beleidvolle daden in de strijd tegen de vijand'.[21]

De wederopbouw

Na de oorlog richtte Zwolsman zich met zijn beursgenoteerde bouwmaatschappij Verenigde Aannemings Bedrijven v/h Zwolsman, op de vele plannen die in het hele land ontwikkeld werden voor de wederopbouw van Nederland, en de bijbehorende gelden. Gedurende de jaren vijftig introduceerde het bedrijf de zogenaamde prefabricage-bouwmethode. Het had bouwprojecten lopen ter waarde van honderden miljoenen guldens. In heel Nederland leverde Zwolsman nieuwbouwwijken met duizenden woningen tegelijk op, maar hij richtte zich vooral op Den Haag. In 1959 bouwde hij de nieuwe Pier van Scheveningen in opdracht van de E.M.S. Na een reeks fusies en overnames noemde hij zijn bouwbedrijf vanaf 1960 Intervam.

In 1961 veranderde Zwolsman van bouwer in projectontwikkelaar. Hij verliet Intervam en kocht voor 3 miljoen gulden[22] de Landbank, een sluimerende financieringsmaatschappij met onder meer 500 huizen in bezit. Hij trok vreemd vermogen aan en begaf zich op het overnamepad. In heel Nederland kocht en exploiteerde Zwolsman kantoor- en bedrijfspanden. Al in 1956 had hij de gigantische villa Kareol in Aerdenhout gekocht. Naast 'private equity' wist Zwolsman ook vele kleine beleggers te interesseren. In de vroege jaren zestig verwierf Zwolsman zo de Houtrusthallen (1963), het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen en het landgoed Backershagen (1962) in Den Haag, in Amsterdam onder andere het Lido, San Marco en Theater Carré (1963), in Rotterdam een deelbelang in de Euromast (1964) en de hotels Huis ter Duin, Palace en Rembrandt te Noordwijk en in Vlissingen Grand Hotel Britannia. Terzelfder tijd wordt een aanvang gemaakt met de bouw van het Badmotel Westkapelle, eveneens in Zeeland.[23] Verder verwierf de Landbank in 1963 Rutten's Bierbrouwerij ‘De Zwarte Ruiter’ in Rotterdam, met als bekende dochter de landelijke cafetariaketen Ruteck’s.[24]

Katholieke Vokspartij

Al tijdens de oorlog was de voormalige RKSP-minister Deckers, na de oorlog fractieleider van de RKSP in de Tweede Kamer, commissaris in Zwolsmans bedrijf geweest. Via Hoelen was hij in contact gekomen met de voormalige RKSP-minister Romme, na de oorlog fractieleider van de Katholieke Vokspartij (KVP in de Tweede Kamer en met Rad Kortenhorst, na de oorlog voor de KVP lid en voorzitter van de Tweede Kamer. Tijdens zijn voorarrest in 1946 sloot Zwolsman zich aan bij de Rooms-Katholieke Kerk en steunde de Katholieke Volkspartij (KVP) financieel. In Den Haag had Zwolsman veel te maken met de KVP-wethouder voor Volkshuisvesting en Wederopbouw Louis Feber. Feber moest in 1954 aftreden, omdat er door wanbeleid bij de Haagse Woningbouw Maatschappij een tekort van twee miljoen gulden was ontstaan.[25][26] Hij werd meteen als adviseur van Zwolsman aangesteld. Twee jaar later werd Feber gearresteerd wegens faillissementsfraude en manipulatie met aandelen die door de officier van Justitie als verduistering werd gekenmerkt.[27] In 1956 werd de KVP-ers en voormalig minister-president Louis Beel commissaris;[28] de KVP-er en voormalige staatssecretaris van Economische Zaken Willem van der Grinten werd voorzitter van de raad van commissarissen van Zwolsmans bouwmaatschappij VAB[29] In 1969 werd voormalige minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid de KVP-er Gerard Veldkamp commissaris in de Exploitatie Maatschappij Scheveningen (EMS). Ook in 1969 betaalde hij aan de KVP-politicus Archibald Bogaardt, burgemeester van Rijswijk, 495.000 gulden voor een klein lapje grond dat Bogaardt in 1962 voor 40.000 gulden had gekocht.[30]

Expansie in de jaren zestig

In 1962 begon Zwolsman zijn twee meest spraakmakende bouwprojecten. Als eerste verwierf hij de Exploitatiemaatschappij Scheveningen (E.M.S.), eigenares van alle grootschalige horeca in de badplaats Scheveningen, inclusief het Kurhaus en het Circustheater. Zwolsman presenteerde daarop ambitieuze plannen voor de badplaats, die in die tijd vooral bestond uit ’vergane glorie’-gebouwen die in slechte staat van onderhoud verkeerden. De Italiaanse architect Pier Luigi Nervi tekende een uitgebreid plan dat de sloop van een groot deel van de badplaats behelsde en naast enkele wolkenkrabbers een piramidevormig hotel bevatte.

Ook voor het Haagse centrum had Zwolsman een Plan-Nervi in petto. Zwolsman sprak van een project met internationale allure en schermde met belangstelling van Amerikaanse investeerders. In het Wijnhavengebied moesten hotels, winkels, woningen en parkeergarages komen. Blikvanger was een 130 meter hoge kantoortoren, waarvoor Zwolsman de Rijksgebouwendienst hoopte te interesseren. De provincie Zuid-Holland voelde echter niets voor de massale kantoortoren en ging in 1964 al dwarsliggen.

Voor de Haagse nieuwbouwwijk Mariahoeve plande Zwolsman de bouw van een enorm winkelcentrum. Het moest De Horst gaan heten en had de Rotterdamse Lijnbaan als voorbeeld. De Haagse gemeenteraad wees het plan echter af omdat men vreesde voor concurrentie met de detailhandel in het Haagse centrum.

In de Haagse randgemeente Rijswijk begon de E.M.S. van Zwolsman in 1963 met de bouw van flatwoningen aan de Prinses Beatrixlaan. Zwolsman presenteerde een plan om landelijk 6000 woningen per jaar te bouwen. Er werd gedacht aan projecten in Den Haag, Vlissingen, Tilburg, Alphen aan den Rijn, Middelburg en Nijmegen. In Rijswijk leverde Zwolsman In de Bogaard op, het grootste winkelcentrum van Nederland, vernoemd naar Rijswijks burgemeester A. Th. Bogaardt. De dochteronderneming Mecom experimenteerde er met commerciële televisie via een gesloten circuit.[31]

Samen met Shell begon Zwolsman begin jaren zestig met de bouw en exploitatie van benzinestations. Sindsdien zou hij zich blijvend inzetten voor de vestiging van een benzinestation op of nabij zijn bouwlocaties.

Commerciële televisie

Mecom bouwde een gesloten tv-circuit in de horecalocaties in Scheveningen. De E.M.S. begon een impresariaat voor Nederlandse artiesten als Karin Kraaykamp, de Wama's en Johnny Lion, met als doel het inhuren van entertainment voor de horeca van de E.M.S. en Ruteck's te stroomlijnen. In 1963 was Zwolsman, net als enkele andere partijen, betrokken bij plannen voor een Nederlands commercieel televisienet. Samen met banken en uitgeverijen probeerde hij met zijn T.E.R. een concessie te krijgen voor een (commercieel) Nederland 2, maar de regering besloot die concessie na protesten van PvdA, ARP en CHU niet uit te geven. Zwolsman stichtte later dat jaar met Pieter Schelte Heerema, Sidney J. van den Bergh, Cornelis Verolme en de bank Teixeira de Mattos de Reclame Exploitatie Maatschappij, het eerste Nederlandse commerciële televisiestation, waaruit later de omroepvereniging TROS is voortgekomen. Om de Nederlandse wetgeving te omzeilen zond men vanaf augustus 1964 uit van het REM-eiland, een kunstmatig eiland buiten de territoriale wateren voor de kust van Noordwijk, gebouwd op de werven van Verolme. Na een snelle wetswijziging werd de zendapparatuur echter al in december 1964 bij een inval door de Koninklijke Marine in beslag genomen.

Neergang

De naoorlogse architectuur werd algemeen al vrij snel zeer lelijk gevonden en ook Zwolsman ontsnapte niet aan dat sentiment. Omdat het Ministerie van Volkshuisvesting regelmatig zijn bouwplannen dwarsboomde, weigerde hij in 1963 zijn Kurhaushotel ter beschikking te stellen voor de NAVO-conferentie in Scheveningen. Hiermee probeerde hij de Nederlandse regering soepelheid te doen tonen bij zijn bouw- en verbouwingsaanvragen. De gemeente Den Haag was furieus. De Haagse burgemeester Kolfschoten veegde in zijn nieuwjaarstoespraak voor 1964 de vloer aan met Zwolsmans plannen en beschuldigde hem van megalomanie. Door het gedoe met de piratenzender R.E.M., het opknippen van de geliefde horecaketen Ruteck’s en het koketteren met zijn vermogen van honderden miljoenen tijdens interviews met het KRO-programma Brandpunt wekte Zwolsman de indruk zich boven alles en iedereen verheven te voelen. Hij wantrouwde de pers en richtte daarom een eigen tijdschrift op, de E.M.S.-monitor, onder redactie van de schrijver Leonhard Huizinga.

Met de semi-illegale plaatsing van het vierde ’eiland’ van de Scheveningse Pier bruuskeerde Zwolsman de overheden opnieuw. Hij negeerde de regelgeving van minister Andriessen (CHU) van Economische Zaken toen hij de toegangsprijzen van de Pier verdubbelde. Door de voortdurende stagnatie van de plannen voor het Wijnhavengebied, overigens niet alleen de schuld van Zwolsman, verpauperde de kavel zienderogen en jarenlang lag het centrum van Den Haag braak.

Begin jaren zeventig was Zwolsman een van de meest gehate figuren in Den Haag, en ook zijn oorlogsverleden bleek opeens verre van vergeten. In diezelfde periode ging het bergafwaarts met de bedrijven van Zwolsman. Vele kleine beleggers verloren hun in aandelen E.M.S. belegde geld, evenals Zwolsman zelf. Een deel van het onroerend goed werd overgenomen door de Amsterdamse handelaar Maup Caransa. De E.M.S. verkocht zijn Scheveningse bezittingen in 1973 voor 56 miljoen gulden aan Bouwbedrijf Bredero, naar eigen zeggen omdat hij het getreuzel van de gemeente inzake besluitvorming beu was.[32]

Branden

Er zijn in de loop der tijd merkwaardig veel van Zwolsmans panden in brand gevlogen. In alle gevallen speelden er problemen met bouwvergunningen. In 1962 vloog hotel Rauch in brand. In december 1964 brandde het theatergebouw Kunsten en Wetenschappen af, daarna kwam naar buiten dat het voor acht miljoen gulden verzekerd was, wat veel meer was dan de taxatiewaarde van drie miljoen in de boeken.[33] Zwolsman had het monument willen afbreken, maar kreeg nu toestemming het niet te hoeven herbouwen. Een bosperceel in Rucphen dat Zwolsman aan zijn eigen EMS had verkocht, vloog zowel in 1966 als 1969 in brand. In 1973 werd het café-restaurant Boschlust in brand gestoken en brandde geheel af. Een villa op het landgoed Backershagen brandde in 1974 af. Een paar dagen nadat er in 1974 overeenkomst was bereikt over de verkoop van het Grand Hotel aan Brederode, ontstond er op vier plaatsen tegelijkertijd brand en het jaar daarop brandde de eveneens aan Brederode verkochte Oranje Galerij af. Bij de laatste brand liep het Kurhaus groot gevaar. In 1972 had Zwolsman toestemming willen verkrijgen voor het afbreken van het Kurhaus. Hij noemde het brandgevaarlijk.[34] Kort na de brand in de Oranje-Galerie brak er brand uit in het Kurhaus. Bij geen van deze branden, die wel opmerkelijk werden genoemd, kon betrokkenheid van Zwolsman aangetoond worden.[35]

Einde

In 1974 reed Zwolsman met zijn auto na een inhaalmanoeuvre tegen een boom. Er ontstond een steekvlam van 15 meter hoog. Hij kon maar ternauwernood uit zijn brandende Bentley gered worden. Hij had onder andere botbreuken, een hersenschudding en brandwonden. Na dit ongeluk kreeg Zwolsman last van hoofdpijnaanvallen, die hem dwongen met pensioen te gaan.

De laatste Zwolsmanbedrijven, waaronder de E.M.S., werden in 1978 geliquideerd. In 1981 kondigde Zwolsman zijn comeback aan: hij presenteerde plannen voor het wetenschappelijk pretpark ’Futurama’, dat moest worden gerealiseerd in Oost-Groningen. De plannen werden korte tijd later reeds afgeblazen.

Hij overleed op 1 februari 1988 op 75-jarige leeftijd en is begraven op de R.K. Begraafplaats Sint Petrus Banden te Den Haag.

Bibliografie

  • Rudi Harthoorn, Zelfmoord op laagwater, Aspekt, 2015.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. º Het Vaderland, Intrekking rijbewijs, 19-7-1935.
  2. º Het Vaderland, Faillisementen, 11-1-1935.
  3. º De Telegraaf, Faillisementen, 13-9-1938.
  4. º Lou de Jong ontkent in zijn werken de bunkerbouwactiviteiten door Zwolsman. De Jong, L., Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 14b, p. 419. Er zijn echter getuigenverklaringen die de bunkerbouwactiviteiten bevestigen. Sommige van die verklaringen bevinden zich in andere dossiers dan het strafdossier van Zwolsman, zoals dat van Anton van der Waals, dat decennialang door de Binnenlandse Veiligheidsdienst geheimgehouden werd en nu beschikbaar is in het archief Bureau Nationale Veiligheid bij het Nationaal Archief, en in de persoonlijke en bedrijfsdossiers van De Vetten bij het Nationaal Archief. Er zijn ook beweringen over bunkerbouwactiviteiten in andere plaatsen in Duitsland en in Frankrijk, maar daar zijn geen afdoende getuigenverklaringen over. Zie Harthoorn, blz. 217.
  5. º Harthoorn, blz. 220-221, gebaseerd op proces-verbaal, waarvan kopie aanwezig is in het archief Jan Baars bij het Brabants Historisch Informatie Centrum.
  6. º Harthoorn, blz. 250-259, gebaseerd op processen-verbaal, waarvan kopieën aanwezig zijn in de dossiers van verschillende personen die in de onderdelen Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en Bureau Nationale Veiligheid bij het Nationaal Archief en op economische gegevens in het onderdeel Nederlands Beheer Instituut bij het Nationaal Archief.
  7. º Harthoorn, blz. 224-236, gebaseerd op processen-verbaal, waarvan kopieën aanwezig zijn in de dossiers van verschillende personen die in de onderdelen Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en Bureau Nationale Veiligheid bij het Nationaal Archief.
  8. º Harthoorn, blz. 333, gebaseerd op een rapport van Civil Service aanwezig in het onderdeel Bureau Nationale Veiligheid bij het Nationaal Archief.
  9. º Harthoorn, blz. 274-283, gebaseerd op processen-verbaal, waarvan kopieën aanwezig zijn in de dossiers van verschillende personen die in de onderdelen Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en Bureau Nationale Veiligheid bij het Nationaal Archief en op economische gegevens in het onderdeel Nederlands Beheer Instituut bij het Nationaal Archief.
  10. º Harthoorn, blz. 233, gebaseerd op proces-verbaal, waarvan kopieën aanwezig zijn in dossier in het onderdeel Bureau Nationale Veiligheid bij het Nationaal Archief.
  11. º De Telegraaf, 17-4-1982, Brief door B. Lulofs, 17-4-1982.
  12. º Harthoorn, blz. 274, gebaseerd op verklaring Friedrich Frank in dossier in Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging bij het Nationaal Archief.
  13. º Harthoorn, blz. 260-267, voornamelijk gebaseerd op processen-verbaal, waarvan kopieën aanwezig zijn in de dossiers van verschillende personen die in de onderdelen Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en Bureau Nationale Veiligheid bij het Nationaal Archief en kopieën in het Archief Jan Baars bij het Brabants Historisch Informatie Centrum.
  14. º Harthoorn, blz. 289-291, gebaseerd op processen-verbaal, waarvan kopieën aanwezig zijn in dossiers in de onderdelen Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en Bureau Nationale Veiligheid bij het Nationaal Archief en een verklaring van de Sicherheitsdienstman Karl Schöngarth in het archief Jan Baars bij het Brabants Historisch Informatie Centrum.
  15. º Harthoorn, blz. 297, gebaseerd op proces-verbaal waarvan kopie aanwezig in het archief Jan Baars bij het Brabants Historisch Informatie Centrum.
  16. º Harthoorn, blz. 300-301, onder andere gebaseerd op een proces-verbaal van een verklaring van de echtgenote van Zwolsman, waarvan een kopie aanwezig is in het archief Jan Baars bij het Brabants Historisch Informatie Centrum.
  17. º Harthoorn, blz. 302-313, gebaseerd op processen-verbaal, waarvan kopieën aanwezig zijn in dossiers van verschillende personen in het onderdeel Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging bij het Nationaal Archief.
  18. º Harthoorn, blz. 331-332, gebaseerd op processen-verbaal, waarvan kopieën aanwezig zijn in het archief Jan Baars bij het Brabants Historisch Informatie Centrum.
  19. º Harthoorn, blz. 334, gebaseerd op rapport in het Archief van de ministeries voor Algemeene Oorlogvoering van het Koninkrijk en van Algemene Zaken: Kabinet van de Minister-President, ondergebracht bij het Nationaal Archief.
  20. º Harthoorn, blz. 336-338, gebaseerd op stukken in het Archief van de Zaak Sanders en de commissies van onderzoek naar de organisatie van de inlichtingendiensten bij het Nationaal Archief en stukken in het Haags Politiearchief.
  21. º Leidsch Dagblad, 19 februari 1951; p. 2/16)
  22. º Leidsch Dagblad, 7 januari 1978; p. 27/36
  23. º Leidse Courant, 28 december 1963; p. 3/16
  24. º Leidsche Courant, 05/02/1988; p. 4/18, P. van der Eijk, Een handvol Hagenaars, Den Haag, 1966, p. 54 e.v.
  25. º De Telegraaf, Wethouder Feber neemt ontslag, 24-11-1954.
  26. º De Telegraaf, Hawoma-strop nog eens 3 ton groter, De Telegraaf, 25-6-1958.
  27. º De Telegraaf, Oudwethouder ir. Feber en mr. Van Houten gearresteerd, 16-1-1956.
  28. º Dr. L.J.M. (Louis) Beel, parlement.com
  29. º Wim van der Grinten op parlement.com
  30. º Het Vrije Volk, De KVP de ‘ruggegraat van de politiek’, 14-5-1977.
  31. º Nieuwe Leidse Courant, Leidsch Dagblad, Leidse Courant, verslaggeving 1962-1964
  32. º Nieuwe Leidse Courant, Leidsch Dagblad, Leidse Courant, verslaggeving 1964 – 1970, 1975
  33. º Limburgsch Dagblad, K. en W. gebouw verzekerd boven de taxatie-waarde, 30-12-1964.
  34. º De Tijd, Zwolsman trekt vanleer tegen Den Haag, 6-6-1972.
  35. º Nieuwsblad van het Noorden, Zwolsman heeft roemrucht verleden achter de rug, 24-10-1981