Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Plutonisch gesteente

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het 'Chiquimula vulkanisch veld' met het onderliggende lichtgekleurde plutonisch gesteente in de
Chiquimula Valley in Guatemala.

Met dieptegesteente oftewel plutoniet oftewel plutonisch, magmatisch, intrusief of abyssisch gesteente (genoemd naar het Engelse plutonic rock) wordt een stollingsgesteente bedoeld dat diep onder het aardoppervlak is gestold.

"Plutonisch" : In het binnenste van de aarde door het onderaardse vuur ontstaan of erdoor naar boven geheven.

Dieptegesteenten

De exacte diepte van kristallisatie kan variëren, belangrijk is dat het magma zodanig langzaam afkoelt, dat het gesteente uit grote kristallen gevormd wordt. Het verschil met ganggesteente en uitvloeiingsgesteente is, de diepte waarop kristallisatie plaatsvindt. Het onderscheid tussen mantelgesteente (bijvoorbeeld peridotiet) en dieptegesteente kan bepaald worden doordat eerstgenoemde typische mantel-mineralen als granaten bevat. De bekendste dieptegesteenten zijn het felsische graniet en het mafische gabbro. Dieptegesteenten met een zeer grote omvang (van ruim 100 tot meer dan 25.000 km²) worden plutonen genoemd.

Naamgeving

De andere naam voor dieptegesteente, plutonisch gesteente, is afgeleid van de Romeinse god van de onderwereld, Pluto.

Voorkomen

Dieptegesteenten worden gevormd onder het aardoppervlak en raken ontsloten bij tektonische opheffing (uplift). Vaak zijn in orogenen veel dieptegesteenten ontsloten. Dit lijkt tegenstrijdig, aangezien het diepst gevormde gesteente het hoogst wordt gevonden, maar dit is te verklaren door overschuivingen van het onderliggend gesteente die ontstaan bij convergente plaatgrenzen. Een andere manier om op diepte gestold gesteente aan het oppervlak te krijgen, is het proces van obductie, waarbij in tegenstelling tot het "normale" subductie-proces zwaar gesteente niet onder lichter gesteente "duikt", maar waar delen van diepte- en mantelgesteente juist "omhooggeperst" worden. Hierdoor kan bijvoorbeeld een ofioliet ontsloten zijn.

Er zijn verschillende vormen waarin dieptegesteente voorkomt, de belangrijkste vormen zijn:

  • batholiet - grote onregelmatige intrusie
  • dike - een relatief smal planair intrusief lichaam dat nagenoeg verticaal (loodrecht op het aardoppervlak) vormt;
  • sill - een relatief smal en vlak intrusief lichaam dat nagenoeg horizontaal (parallel aan het aardoppervlak) gevormd wordt;
  • vulkanische pijp - cirkel- of buisvormig vrij verticaal lichaam die als aanvoerkanaal van magma aan een vulkaan gefungeerd kan hebben;
  • laccoliet - een koepelvormige intrusie met een vrij vlakke basis, doorgaans gevoed door een vulkanische pijp;
  • lopoliet - een komvormige intrusie met een vrij vlakke top, gevoed door een vulkanische pijp;
  • pegmatiet - een niet al te grote intrusie van sterk geëvolueerd magma. De naam pegmatiet wordt ook gebruikt voor het gesteente dat de intrusie vormt zelf.

Zie ook

Wikimedia Commons  Vrije mediabestanden over Plutonic rocks op Wikimedia Commons