Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Narratologie

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De narratologie of verteltheorie is een tekstbenadering in de literaire kritiek en in de antropologie, die het vertellen (of de vertelwijze) van verhalen als haar studieobject kiest. Daarbij wordt vooral gekeken naar de wijze waarop die verhalen zijn verteld.

Structuralisme

In de taalkunde was sinds het begin van de twintigste eeuw (Ferdinand de Saussure) het structuralisme een dominante benadering: taal werd gezien als een systeem van structuren. In de jaren vijftig van die eeuw maakte vervolgens Claude Lévi-Strauss opgang met zijn structuralistische benadering in de antropologie (Anthropologie structurale, 1958). Daarbij had hij overigens al voorgangers gehad, die achteraf als voorlopers kunnen worden gezien: met name J.G. Frazer had in zijn monumentale The Golden Bough (1890–1915) een veelomvattend overzicht gepresenteerd van thema's die in de mythologieën en de gebruiken van volkeren over de gehele wereld steeds terugkeerden.

De jaren zestig

Frazers werk was van meet af aan van grote invloed geweest op de literatuur. Verwijzingen naar de thematiek die hij had aangewezen, komen in vele twintigste-eeuwse werken terug. In de literaire kritiek duurde het langer totdat structuralistische ideeën werkelijk postvatten, maar in de jaren 1960 volgden de ontwikkelingen elkaar in snel tempo op.

  • Lévi-Strauss was van centrale betekenis geworden in de vakliteratuur.
  • Men herontdekte het werk van de Russische folklorist Vladimir Propp, wiens De morfologie van het toversprookje (Morfologija skazki, 1928) in 1958 in het Engels was vertaald. Hij had Russische volkssprookjes onderzocht, en steeds weerkerende elementen ontwaard, die hij met een zeer structuralistische term "morfemen" noemde. Hij was tot 31 onveranderlijke "functies" gekomen, die aan deze teksten ten grondslag zouden liggen, en die via een systeem van "transformaties" waren op te sporen.[1]
  • De behoefte ontstond om de literaire kritiek op een meer "wetenschappelijke" basis te funderen, en met "wetenschappelijk" werd gedoeld op het inmiddels dominante structuralisme. Als dit in taalkunde en antropologie successen behaalde, dan moest het ook in de literaire kritiek bruikbaar zijn.

Narratologie: grote structuren

In 1969 introduceerde de taalkundige en criticus Tzvetan Todorov het woord narratologie. In eerste instantie doelde hij daarmee op het structuralistische literatuuronderzoek van zichzelf en Franstalige collega's, onder wie Barthes, Greimas en Genette.[1]

De Franse benadering

Roland Barthes had in zijn Mythologies (1957) gepoogd dieper door te dringen in cultuurverschijnselen, hun onderliggende "mythologie" bloot te leggen. A.J. Greimas (Sémantique structurale, 1966) ging uit van zes thema's die in de verhaalstructuur mogelijk waren, en die hij actanten noemde. Gérard Genette veronderstelde in zijn Figures III (1972) een verhaalstructuur die uit drie verschillende elementen was opgebouwd: de inhoud, de vertelling en de verteldaad. Todorov zelf publiceerde een Grammaire du Décaméron (1969), waarin hij grammaticale begrippen toepaste op de tekst als literaire uiting.[1]

De raakvlakken met de taalkunde en de antropologie worden in de gebruikte terminologie benadrukt. Mythologie herinnert aan de volkenkunde, semantiek, actanten, grammatica zijn linguïstische begrippen. Benadrukt moet daarbij worden dat het om macrostructuren ging: niet de structuur van een zin, niet de woorden op een bepaalde bladzijde werden onderworpen aan close reading – doelstelling was het onderkennen of opsporen van structuren die aan de tekst als geheel ten grondslag lagen.

Andere onderzoekers

De structuralistische benadering bleef niet beperkt tot het Franse taalgebied. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld was Northrop Frye ondertussen bezig met zijn archetypenkritiek of mythenkritiek: hij streefde er in zijn Anatomy of Criticism (1957) naar, alle teksttypen te categoriseren, en kwam zo tot een indeling naar symbolen, mythen en archetypen. Hier is het minder de taalkunde dan de antropologie die als model fungeert. [2]

In Nederland werd Mieke Bal met haar Franstalige proefschrift Narratologie (1977) de grote exponent van de discipline.

Accentverschillen

Er ontstonden inmiddels verschillende benaderingswijzen in de narratologie en de ermee verwante mythenkritiek. Anders beschouwd: die verschillende benaderingswijzen kwamen erin bijeen. Voor de ene onderzoeker was de taal een element in de literatuur, voor de andere stond taalonderzoek model voor structureel tekstonderzoek, weer anderen baseerden zich meer op de structuralistische antropologie. [3]

Kritiek op de narratologie

De structuralistische benadering die de narratologie met zich meebracht ontmoette vanaf het begin kritiek op diverse niveaus. Barthes kreeg het verwijt dat hij het werk van de klassieken tot tekensysteem reduceerde[4]. Maar ook is gesteld dat deze analyse veel te schematisch is: er blijven alleen abstracte elementen over[5], waardoor individuele kenmerken van afzonderlijke werken niet langer voor de kritiek toegankelijk zouden zijn. In Nederland was de slavist en essayist Karel van het Reve een van de bekendste critici van de narratologie. In de Huizinga-lezing van 1978, getiteld Het raadsel der onleesbaarheid, brak hij de staf over deze theorie en meer in het algemeen over de literatuurwetenschap, die in zijn ogen enorme pretenties paarde aan uiterst schamele resultaten.

Zie ook

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties: