Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Mon Trésor

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Mon Trésor was een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. Stroomopwaarts lag de plantage naast Welgelegen en stroomafwaarts naast Nijd en Spijt.

Cornelis Leever

De plantage is opgericht door Cornelis Leever. Deze kwam in 1730 naar Suriname als commies voor de slavenhandel in dienst van de West-Indische Compagnie. Hij moet een machtig man zijn geweest, want slaven waren schaars in de snel groeiende kolonie, en de West-Indische Compagnie had het monopolie op dit schaarse goed. Naast zijn normale werk richtte Leever drie plantages op: Leeverpoel en Nieuw-Clarenbeek aan de Cottica. In 1744 kreeg hij 500 akkers grond aan de beneden-Commewijne. Samen met het benedenstrooms gelegen land van Mattheus Freher werd de grond verenigd tot een gezamenlijke plantage, die zij toen per l'Union noemden. Maar in 1749 werd de gezamenlijke plantage alweer in gelijke delen tussen Leever en Freher verdeeld. Leever hernoemde zijn deel toepasselijk De gescheurde Unie.

Familie Pichot

De plantage werd in 1756 verkocht aan Samuel Paulus Pichot. Hij hernoemde de plantage in Mon Trésor. In de volksmond wordt Mon Trésor genoemd naar Pichot, namelijk Pichotoe. Pichot was ook eigenaar en aanlegger van de plantage Zorg en Hoop aan de overzijde van de rivier en van Patience aan de Cottica. Zijn vrouw was Anna l'Espinasse. In 1753 wordt zij door haar echtgenoot op een schip naar Nederland gezet omdat ze gek was. Pichot was een zwager van Salomon Duplessis en van Jean David Cellier. Cellier was eigenaar van Schoonoord en de naastgelegen plantage Welgelegen. Pichot overlijdt in 1763; kort na zijn vrouw. De erfgenaam van de plantage is Daniel François Pichot uit Schiedam.

Verschillende eigenaren

Daniel François Pichot verkoopt de plantage in 1769 aan Johan Fredrik Ulff. In 1773 is de plantage opnieuw veranderd van eigenaar, namelijk Jean François Cellier, de zoon van Jean David Cellier. In de Surinaamsche Almanakken van 1793 en 1825 wordt vervolgens de familie Klint als eigenaar genoemd. In 1793 is een deel van de plantage ingericht voor de katoenteelt. De jaren daarna gaat de plantage over naar het Fonds van Faesch. In 1842 worden 23 slaven van de verlaten plantage Boomakker verhuurd aan Mon Trésor. In 1843 wordt D.G. Ney als eigenaar genoemd en werken er 75 slaven. Bij de emancipatie in 1863 is Rebecca David Sanches, weduwe van Isaac Bromet de eigenaresse en werken er 33 slaven. De geëmancipeerde slaven krijgen achternamen die gerelateerd zijn aan hun specifieke kenmerken: Artist, Eenzaam, Stram, Stroef, Vlug, IJverig en Zuinig. In dat jaar wordt ook het chirurgijns-etablissement Mon Trésor genoemd, eigendom van de arts Eduard Ferdinand Cabell. In 1879 koopt de Nederlandse Handels Maatschappij de cacaoplantage Mon Trésor. In 1880 begon men op deze plantage proeven met Liberia-koffie. De resultaten van zowel de cacao als de Liberia-koffie stelden teleur. In 1885 werd Mon Trésor wegens aanhoudend verlies weer verkocht. In 1891 is nog maar een vijfde deel van de plantage in cultuur. Er wordt cacao, koffie en banaan geteeld. In 1902 is ongeveer een kwart van de plantage in cultuur. Er werken dan 73 arbeiders, waaronder 67 immigranten. De plantage is dan eigendom van de N.V. Cultuur Maatschappij Mon Trésor. In 1925 wordt er op twee hectare citrus en op 22 hectare cacao verbouwd. De eigenaar is dan H. Ahrens.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  • Aa, A.J. van der (1839-1851): Historisch-geografisch woordenboek van Suriname, Gorinchem: Jacobus Noorduyn.
  • Dikland, P.: Oud archief der burgerlijke stand in Suriname.
  • Hove, O. ten & H.E. Helstone & W. Hoogbergen: Surinaamse emancipatie 1863, familienamen en plantages, Amsterdam: Rozenberg Publishers, ISBN 978 90 5170 777 9
  • Inventaris van het archief van de Nederlandse Handelmaatschappij, (1784) 1824-1964, Den Haag: Nationaal Archief.
  • Oudschans Dentz, F. (1944): De herkomst en betekenis van Surinaamse plantagenamen, in: De West-Indische Gids, jrg. 26, nr. 27, pp. 147-161.
  • Notariële archieven van Suriname, Den Haag: Nationaal Archief.
  • (1820-1930) Surinaamsche Almanak, Paramaribo: Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Q2520493 op Wikidata  Intertaalkoppelingen via Wikidata (via reasonator)

rel=nofollow
rel=nofollow
rel=nofollow