Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Maarten Veldhuis

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Maarten Veldhuis (Goes, 17 juni 1956) is een Nederlandse zanger en songwriter. Hij wordt beschouwd als de beste songwriter die Haarlem heeft voortgebracht sinds het duo Lennaert Nijgh en Boudewijn De Groot.[1]

Levensloop

De muzikale carrière van Veldhuis begint in Amsterdam in 1976 als hij Dolf Planteijdt ontmoet en zo betrokken raakt bij Joke's Koeienverhuurbedrijf. Het koeienverhuurbedrijf is een geluidsstudio dat is gevestigd in een voormalige veldwachterswoning in Schellingwoude en is een vrijplaats voor de dan opkomende punk in Nederland waaronder The Ex. Veldhuis is bassist en drummer in 't Oorlogspad, een avantgarde gitaarcollectief dat onder leiding staat van Planteijdt. Hij werkt mee aan een aantal muziekproducties die verschijnen als bijlage bij het anarchistisch blad Gramschap. Hij studeert ondertussen Geschiedenis en Engelse Taal- en Letterkunde aan de Gemeentelijke Universiteit maar stopt voortijdig om verder te kunnen gaan als muzikant.

Veldhuis richt in 1982 met Wouter Planteijdt en Steven van de Broecke de band ZOG op. In dat jaar verschijnt hun album Do Ze Funky Wiz Me. Alle composities komen voort uit improvisatie. Twee jaar later richt hij de band Grin op. Grin wordt opgepakt door VARA's Popkrant. Het nummer You Need A Gun (To Blow My Mind) wordt een culthit. Grin valt in 1986 uit elkaar. Als tekstdichter behaalt hij voor The Pilgrims twee hitsingles: White Men en I can't resist.

In Bananas Studios in Haarlem werkt hij ondertussen aan een soloproject getiteld The Blue Man Can. Als hij tekent voor Sony Music/Bananas richt hij de band The Blue Man Can op. Die bestaat onder meer uit de gitaristen Wouter Planteijdt en Arnold Smits, de bassisten Gert-Jan Blom en Thijs Vermeulen, drummer Martijn Bosman, blazer Roland Brunt, en Maarten Veldhuis (zang). The Blue Man Can speelt op alle grote festivals in de Benelux en maakt twee albums: The Blue Man Can (1993) en Family Fun (1995).

Veldhuis is daarna betrokken bij de totstandkoming van Zink, het debuutalbum van de jonge zangeres Bloem de Ligny. Zink (1998) wordt opgenomen in Townhouse Studios in London onder productionele leiding van ex-Boomtown Rats bassist Pete Briquette. Er volgt een tour door de Benelux.

Onder de nom de plume Larry Cook verschijnt in 2003 de soloalbum Greetings from Promiseville. Het album wordt opgenomen in de OOR jaarlijst van 2003[2]. Onder hetzelfde pseudoniem verschijnt een tweede album in 2008 getitled The Love Interest. Het album is opgenomen in studio Grasland te Haarlem. De band bestaat uit gitarist (tevens producer) Wouter Planteijdt, drummer Richard Heijerman, bassist Thijs Vermeulen en toetsenist Roel Spanjers (van Normaal (popgroep)).

Discografie

Albums
Singles
  • (1996) The Blue Man Can: Temporary Madness. Sony Music 662092
  • (1995) The Blue Man Can: Fairweather friends. Sony Music 662427-1
  • (1993) The Blue Man Can: Hedgehog. Bananas 9970503
  • (1993) The Blue Man Can: Funkin' with the enemy. Bananas 9970523
  • (1993) The Blue Man Can: Listen to the bodies fall. Bananas 9970523
  • (1979) Maarten Veldhuis: talking talking/the exercise. Eigen beheer

Tekstdichter & Componist

Albums
  • (1993) The Pilgrims: Red Columbia/Sony 473534-2
  • (1991) The Pilgrims: Once to Everything Columbia/Sony 468054-2
Singles
  • (2010) The Hype: "Do You Know" (samen met Yorick van Norden). Talpa Music/B2 Music BV
  • (1995) The Pilgrims: "Can't Resist" VAN 256922
  • (1991) The Pilgrims: "White Men" Sony

Instrumentalist

  • (2001) Morzelpronk: K'lompenzorro. CD. ADM-disc [Live in Amsterdam/Paradiso]. (drums en gitaar)
  • (1998) Bloem de Ligny: Zink (Sony Music). (gitaar, basgitaar, drums)
  • (1998) The Rhinestones & Kathenka: Chelsea Girl CD. ADM-disc. (drums en basgitaar)
  • (1991) Morzelpronk: Tirade. CD. ADM-disc. (drums en gitaar)
  • (1989) Morzelpronk: Racket naar de Maan. 12". ADM-disc. (drums en gitaar)
  • (1988) Morzelpronk: Tien Toffe Gitaarmelodieën. LP. Konkurrel. (drums en gitaar)

Voorstellingen

  • (1998) 'Chelsea Girl': de muziektheaterproductie van Carina Molier is gebaseerd op het leven van Velvet Underground-zangeres Nico en is het openingsstuk van het Salzburgse Theaterfestival.
  • (2001) 'W.S. Walcott Medicine Show': een initiatief van Maarten Veldhuis, Wouter Planteijdt en Hans van der Lubbe. Het tournee dat voert langs alle grote popzalen in Nederland is een ode aan The Band, de begeleidingsband van Bob Dylan. Er wordt gekozen voor het repertoire van de “live” band, zoals ten tijde van The Last Waltz, het groots opgezette afscheidsconcert gefilmd door Martin Scorcese. De bezetting bestaat uit Hans van der Lubbe, Roland Brunt en J.B. Meijers (van De Dijk), Wouter Planteijdt en Richard Heijerman (Sjako!), Merlijn Snitker, Erwin Benjamins, Rodney Calis (van de Haarlemse jazz/funk formatie Horn of Plenty), Patrick Votrian (Kyteman, De Kift), Onno Bosch en Maarten Veldhuis.

Secundaire

  • (2008) Leo Blokhuis: 50 Jaar Nederpop: Rare & Obscure (CD-box samengesteld door Leo Blokhuis): "You Need A Gun (To Blow My Mind)"[3]

Cinema

Veldhuis is tevens scripteditor van Van God Los (2003) dat is geschreven door Paul Jan Nelissen en Pieter Kuijpers. Op het Nederlands Film Festival ontvangt Van God Los drie kalveren waaronder het Gouden Kalf voor Beste Scenario. Samen met Paul Jan Nelissen draagt hij bij aan het script van Oorlogswinter (film), een bewerking van het gelijknamig boek van Jan Terlouw.

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties