Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Kanselier (historisch)

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Kanselarij)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een kanselier (Latijn: cancellarius) was het hoofd van een kanselarij (Latijn: cancellaria), het bureau waar de oorkondes en andere documenten van een bepaalde vorst of andere bestuurlijke instelling werden opgesteld, bezegeld en uitgevaardigd. Vaak was de kanselier tegelijk een hoge adviseur van de vorst en groeide hij in bepaalde landen uit tot een regeringsleider.

Ontwikkeling

Reeds de Romeinse keizers hadden kanseliers in dienst. De term is dan ook afgeleid van het latijnse woord cancelli, dat staat voor de tralies of het hekwerk waarmee een kanselarij als afgescheiden ruimte werd aangeduid. Aan de middeleeuwse hoven konden alleen de daar aangestelde geestelijken van de hofkapel schrijven. Hun hoofd werd daarom als kanselier verantwoordelijk voor het op schrift stellen en versturen van koninklijke of keizerlijke besluiten. Ook bewaarde de kanselier het stempel voor het vervaardigen van het zegel van de vorst.

In de late middeleeuwen bestond een typische kanselarij uit enkele secretarissen voor het opstellen van de teksten, enkele schrijvers voor het in het net uitschrijven daarvan, een zegelaar voor het aanbrengen van de zegels en een taxator voor het innen van de verschuldigde kanselarij- en zegelrechten (vergelijkbaar met de huidige leges).

Als hoofd van de kanselarij was de kanselier feitelijk een soort regeringsleider en kreeg hij soms veel macht. Het is daarom voorgekomen dat vorsten ervan afzagen om nog een kanselier te benoemen, dit was bijvoorbeeld het geval bij de Heilige Stoel en in de Habsburgse Nederlanden. Voor de bewaring van het grootzegel van de vorst werd in zulke gevallen een aparte grootzegelbewaarder benoemd.

In de late middeleeuwen benoemden vorsten die in personele unie over meerdere rijken of landsheerlijkheden regeerden een grootkanselier als leider van de centrale kanselarij. Daaronder ressorteerden dan de kanseliers van de afzonderlijke gebieden.

Duitsland

Onder Lodewijk de Duitser werd de koninklijke hofkapel geleid door de aartskapelaan (Erzkaplan), die al gauw de titel aartskanselier (Erzkanzler) kreeg, aangezien de geestelijken van de hofkapel tevens als kanselarij fungeerden. Sinds 870 werd het aartskanselierschap bekleed door de aartsbisschop en keurvorst van Mainz, die dit ambt tot het eind van het Heilige Roomse Rijk in 1806 zou behouden. Het aartskanselierschap was één van de aartsambten (Erzämtern) van het rijk, maar werd in de loop van de middeleeuwen een louter ceremoniële functie die alleen nog bij de keizerskroning werd uitgeoefend.

Als de feitelijke kanselier van de Rooms-Duits keizer fungeerde de kanselier die deze al had in zijn hoedanigheid van landsheer van zijn eigen erflanden.

In het Duitse Keizerrijk was de Rijkskanselier (Duits: Reichskanzler) het hoofd van de regering en daarmee feitelijk de minister-president van Duitsland. Tegenwoordig is dit de bondskanselier (Bundeskanzler), wiens ministerie de Bondskanselarij (Bundeskanzleramt) heet. Ook in Oostenrijk heeft de regeringsleider de titel van Bondskanselier (Bundeskanzler).

Engeland

In Engeland is de kanselier (Engels: Lord Chancellor) een belangrijk lid van de regering en één van de grootdignitarissen (Grand Officers) van de staat. Waarschijnlijk de beroemdste Engelse kanselier was de humanist sir Thomas More, die diende onder koning Hendrik VIII en door hem in 1535 ter dood werd veroordeeld.

De Nederlanden

In de Bourgondische Nederlanden hadden de meeste afzonderlijke landsheerlijkheden een eigen kanselier. Voor het centrale bestuur werd onder Karel V in 1515 de kanselier verheven tot grootkanselier. De latere grootkanselier Mercurino di Gattinara wilde zijn bevoegdheden uitbreiden over al diens rijken en landen, maar Karel zag dat niet zitten. Na het overlijden van Gattinara in 1530 benoemde hij daarom ook geen nieuwe grootkanselier meer. Diens taken werde de facto overgenomen door de grootzegelbewaarder Nicolas Perrenot de Granvelle en diens zoon, de latere kardinaal Antoine Perrenot de Granvelle.

In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zijn de kanseliers steeds deel van de ambtenarij gebleven, al zou men de invloedrijke Raadspensionarissen van de Staten van Holland en de Staten-Generaal als opvolgers van de vroegere grootkanselier kunnen zien.

In België zijn de kanseliers actief in het gebouw op de Wetstraat 16, het politieke hart van België.

Kanselarijstijl

Aan de kanseliers danken wij de kanselarijstijl; veel omhaal van ingewikkelde woorden die op de keper beschouwd niets concreets zeggen. De verschillen in kanselarijstijlen helpen in de oorkondenleer om de herkomst en authenticiteit van oorkonden vast te stellen. Men let dan met name op de indeling van de tekst en op vaste groet- en slotformules.

Overige kanseliers