Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Jan van Speijk

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jan van Speijk (voluit Jan Carel Josephus van Speijk; Amsterdam, 31 januari 1802Antwerpen, 5 februari 1831) was de commandant van een Nederlandse kanonneerboot tijdens de Belgische Revolutie, die het schip inclusief de bemanning liever liet ontploffen dan zich over te geven aan de Belgische nationalisten.

Leven

Van Speijk werd geboren te Amsterdam op 31 januari 1802. In 1806 overleed zijn vader, en in 1812 ook zijn moeder, waarna Van Speijk in het Burgerweeshuis verbleef. Van Speijk was een teruggetrokken dromer en een romanticus. Naar verluidt zou hij als jongen reeds bij het graf van Michiel Adriaansz. de Ruyter hebben staan dromen over een carrière op zee en over het verrichten van heldendaden voor het vaderland.

Hij kreeg een opleiding als kleermaker, maar ging in de zeemacht. Tussen 1823 en 1825 diende hij in Nederlands-Indië, waar hij met succes Bangka, Java en Boni aanviel en de bijnaam „Schrik der Roovers” kreeg.

Belgische Revolutie

Tijdens de Belgische onafhankelijkheidsoorlog (in België bekend als de „Omwenteling”, in Nederland als de „Belgische Opstand”) was Van Speijk commandant van de Nederlandse kanonneerboot n° 2.

Op 27 oktober 1830 werd kanonneerboot n° 2 onder vuur genomen door het ongeordende Belgische vrijwilligersleger. Van Speijk besloot hierop met grof geschut te reageren en richtte de kanonnen op Antwerpen. Ook de andere schepen volgden dit voorbeeld. Hierbij vielen 85 doden. Hoewel generaal baron David H. Chassé geen toestemming had gegeven om de geldende wapenstilstand te verbreken, nam ook hij vanuit de citadel deel aan de bombardementen. Van Speijk werd hiervoor onderscheiden met het ridderkruis der vierde klasse van de Militaire Willems-Orde.

Van Speijk verachtte het Belgische streven naar onafhankelijkheid. In een brief aan zijn nicht, gedateerd 19 december 1830, had hij reeds aangekondigd dat hij liever de dood zou kiezen dan zich over te geven: „dat eerder nog boot en kruid en mij de lugt in gaat dan immer een infaame Brabander te worden of het vaartuig overtegeven”. Hij beschreef hoe hij liever het voorbeeld volgde van Reinier Claeszen, die in 1606 zijn schip de lucht in had gejaagd om te voorkomen dat het in Spaanse handen zou vallen, dan van verraders zoals generaal Daine, de provinciaal commandant in Limburg die in oktober 1830 naar de Belgische kant was overgelopen en vervolgens op 11 november de vesting Venlo voor de opstandelingen had ingenomen.

In de oudejaarsnacht van 1830 had Van Speijk zijn eigen scheepsbemanning voorgehouden dat hij de brand in het kruit zou steken indien zijn schip aan lager wal zou raken en door Belgische muiters zou worden bedreigd. De bemanning had deze patriottische woorden met gejuich ontvangen.[1] Men kan zich afvragen in hoeverre de matrozen begrepen dat Van Speijk het echt meende. Het lijkt dat Van Speijk wou duidelijk maken dat hij een onderlinge afspraak tussen de commandanten van de kanonneerboten serieus zou nemen. Zij hadden gezworen „de voorkeur te geven aan een wissen dood boven een smadelijke behandeling, en nooit te dulden dat de geringste inbreuk gemaakt werd op Neêrlands roem of de eer der vlag.”

Op 20 januari 1831 erkenden de grote mogendheden België als onafhankelijke staat. Koning Willem I was bereid de in Londen opgestelde voorwaarden te aanvaarden. Toch bleef het Nederlandse leger nog aanwezig in het Antwerpse havengebied, omdat ook de Belgische troepen nog bij Maastricht legerden.

Op 5 februari 1831 zette Van Speijk koers naar zijn post bij Austruweel (nu: Oosterweel). Door een felle noordwestenwind en een probleem met het anker dreef het schip naar de Scheldekaaien en kwam bij de lunet Sint-Laureis terecht, een vooruitgeschoven halvemaan van de Antwerpse Zuidercitadel.[2] Havenarbeiders die werkten aan het scheepsafweergeschut, bestormden het schip en eisten dat de vlag naar beneden zou worden gehaald. Van Speijk vond dat overgave geen optie was en rond tien uur gooide hij volgens sommige versies zijn sigaar of een brandende lont in de kruitkamer van het schip of loste volgens andere versies een schot in het buskruit en joeg zo zichzelf, 28 van de 31 bemanningsleden, en een onbekend aantal Antwerpenaren de dood in.

Eigentijdse berichtgeving

Volgens de verklaringen die drie overlevenden op 8 februari aflegden, had Van Speijk enkele van de aan boord gekomen Belgische officieren te woord gestaan. Hij zei dat hij even de papieren ging halen, waarna hij naar de kajuit ging waar het buskruit lag. De scheepsjongen Henrik Wijler kwam langs, maar Van Speijk maakte hem duidelijk dat hij moest ophoepelen. („Berg je gat.”)[2] Hendrik Wijler begreep wat Van Speijk van plan was en probeerde zo snel mogelijk van het schip te geraken. Voor hij in het ijskoude water sprong, kon hij onderweg de zeilmaker Jan Poolman waarschuwen, die op zijn beurt de anderen informeerde. Volgens de verklaring van matroos Willem van der Heide raakte de bemanning hierdoor in discussie, waarbij zij besloten ’dat de Kommandant mogelijk nog wel tot andere gedachten zoude komen’.[3]

De verklaringen van de overlevenden stemden hierin overeen dat er behalve twee vrijkorpsofficieren en enkele manschappen niemand aan boord was gekomen. Uit hun verklaringen bleek geen noodsituatie. Dit stemde niet overeen met de berichten van de flotieljecommandant Jan Coenraad Koopman en generaal David Chassé die stelden dat de boot was overmeesterd door een woeste volksmenigte.[4]

Begrafenis

Acht dagen na zijn dood werd in Nederland een periode van rouw uitgeroepen. Hij werd begraven in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waar ook zijn voorbeeld, admiraal Michiel de Ruyter reeds begraven lag.

Lof

In de negentiende eeuw en een deel van de twintigste eeuw, beschouwden Nederlandse nationalisten Van Speijk als een held. Dit resulteerde in het Koninklijk Besluit nummer 81 van 11 februari 1833, uitgegeven door koning Willem I, dat de Nederlandse marine, zolang deze zou blijven bestaan, steeds een schip met de naam Van Speijk zou hebben om hem te herdenken. Zeven Nederlandse marineschepen droegen zijn naam. Het laatste is de Van Speijk (F828), een fregat van de klasse Carel Doorman, uit 1994. Daarvoor was er de fregat Van Speijk (F802), in gebruik genomen in 1965. Verteld wordt, dat de mast van het schip van Van Speijk nog steeds voor het Koninklijk Instituut voor de Marine staat.

Bij Egmond aan Zee werd een monument aan hem gewijd: de vuurtoren J.C.J. van Speijk.

Vanaf de jaren ’60 werd Van Speijks daad wat nuchterder, dikwijls met meewarigheid, bekeken.[5]

Literatuur

Bronnen en weblinks

Verwijzingen
  1. º Renate Amerlaan, Oorlogsheld Van Speijk ging in 1831 ’liever de lucht in’Van eregalerij naar rariteitenkabinet op npogeschiedenis.nl
  2. 2,0 2,1 Militaire canon: Van Speyck, dan liever de lucht in. 5 februari 1831
  3. º F. van de Poll e.a., De heldendaad van Jan Carel Josephus van Speyk, uit den mond der geredde schepelingen opgeteekend, Amsterdam 1832, p. 9
  4. º Jacques de Jong, Het nationaal bereik van Jan van Speijk. Een radicale daad als bron van nationaal besef, 1831–1832. in: Leidschrift, jaargang 22.3.
  5. º Herman Vuijsje, Laaglands heldendom, in: HELD (Amsterdam 2007) p. 53. HELD is de gids van de gelijknamige tentoonstelling die van 11 augustus tot 11 november 2007 plaatsvond in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.
rel=nofollow