Word donateur van Wikisage en help Wikisage groeien!

Jachtluipaard

Uit Wikisage
Ga naar: navigatie, zoeken

De jachtluipaard oftewel gepard oftewel cheeta(h) oftewel Acinonyx jubatus is een groot katachtig roofdier dat nog voorkomt in Afrika en Iran. Het is de enige nog levende soort uit het geslacht Acinonyx. De jachtluipaard staat bekend als het snelste landdier ter wereld.

Uiterlijke kenmerken

De jachtluipaard is aangepast aan jagen met een korte, zeer snelle sprint. Hij is slank, flexibel en gespierd gebouwd, als een hazewindhond, met een krachtige borst, een lange staart en voor een katachtige zeer lange poten, waarmee hij zich hard kan afzetten. De botten van een cheetah zijn licht en flexibel, en hij heeft een relatief groot hart en grote longen.

De jachtluipaard heeft een licht gele vacht, die bedekt is met kleine, ronde, zwarte vlekken. De onderzijde en borst zijn bijna geheel wit. De kop is vrij klein, met kleine oren en grote, oranje ogen. Het voorhoofd en de wangen hebben zeer kleine zwarte vlekken. Van de binnenste ooghoeken tot de mond loopt een zwarte streep, en ook de onderlippen zijn zwart. De achterzijde van oren heeft een zwarte en witte markering. De staart is gevlekt, maar heeft bij de top een reeks van zwarte ringen en eindigt in een zwarte staartpunt. De vorm van de ringen en de hoeveelheid verschilt per individu, vergelijkbaar met de vingerafdruk voor de mens. Over de ondernek en schouders loopt soms een maan van lang haar. Vooral bij jonge cheetahs is deze maan opvallend.

Kleurvariëteiten komen voor, zoals geheel zwarte dieren, ongevlekte dieren of witte jachtluipaarden met blauwige vlekken. De bekendste kleurvariëteit is de koningscheeta, waarbij de vlekken veel groter en grilliger zijn en met elkaar in verbinding staan. Ook loopt er over de rug een donkere, zwarte streep. Deze kleurvariëteit werd lange tijd beschouwd als een ondersoort (Acinonyx jubatus rex).

Een volwassen dier weegt tussen 35 en 65 kg, maar gemiddeld 50 kg. De kop-romplengte is 110 tot 150 cm, en de staart kan 65 tot 90 cm lang zijn. De schouderhoogte is gemiddeld 80 cm.

Verspreiding en leefgebied

De jachtluipaard leeft in droge, open savannen en in struikgebieden. Hij kan overal overleven waar voldoende prooidieren zijn en het terrein open genoeg is om te kunnen rennen. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met schuilplaatsen, vanwaar hij prooi kan besluipen en karkassen kan verstoppen, maar hij kan ook overleven op kale vlakten en hij kwam vroeger zelfs tot diep in de Sahara voor.

Vroeger kwam hij voor in het grootste deel van Afrika (behalve een gedeelte van de Sahara en de dichte regenwouden van West- en Centraal-Afrika) en het Midden-Oosten tot ver in Zuidwest-Azië, noordwaarts tot Tadzjikistan, zuidoostwaarts tot in India. Tegenwoordig is hij in bijna geheel Azië uitgestorven, met uitzondering van een kleine, ernstig bedreigde populatie in Iran. Ook in Afrika gaat het aantal achteruit en komt hij in verscheidene delen van zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied niet meer voor.

Jacht

De jachtluipaard jaagt over het algemeen overdag. Meestal houden ze eerst de omgeving in de gaten vanaf een verhoogde plek als een rotspartij, een omgevallen boom of een termietenheuvel. De jachtluipaard jaagt voornamelijk op kleine en middelgrote antilopen als de Thomsongazelle en andere gazellen, impala, springbok en kob. De jachtluipaard besluipt de antilope met zijn kop naar beneden tot hij ongeveer 50 m in de buurt van zijn prooi is, waarna hij het met een korte, zeer snelle sprint probeert te vangen.

De jachtluipaard is het snelste landdier ter wereld: binnen vier seconden kan hij snelheden van tot wel 106 km/uur halen. Deze snelheid houdt hij echter zelden langer dan over een afstand van 500 m vol, en meestal valt de soort aan met een snelheid van 70 km/uur. De gazelle probeert te ontkomen door zijwaartse bewegingen te maken, waardoor de cheetah af moet remmen. Soms lukken de pogingen van de prooi om te ontsnappen, en komt hij veilig weg, maar de cheetah kan ook goed van richting veranderen, ondanks de hoge snelheden die hij haalt. Als hij denkt dat hij dichtbij genoeg is, slaat de cheetah met zijn voorpoot één van de achterpoten van zijn prooi weg, waardoor de prooi struikelt. Direct probeert de cheetah de prooi te verstikken door zich in de keel vast te bijten. De cheetah kan zich wel twintig minuten lang vastbijten in de keel van een prooidier.

Behalve antilopen jaagt de jachtluipaard ook op andere prooidieren, als middelgrote vogels en hazen en andere kleinere zoogdieren. Het is zelfs waargenomen dat een groepje jachtluipaarden een veel grotere prooi doodde, als een jonge kafferbuffel of een zebra. Dit is echter zeldzaam. Na de vangst moet hij snel eten, omdat sterkere rovers zoals leeuwen en hyena's zullen proberen de prooi af te pakken als ze de kans krijgen, maar ook meer reguliere aaseters als gieren en jakhalzen zullen proberen mee te eten. Hij kan tot 14 kg per maaltijd opeten, en het is waargenomen dat een groepje van vier cheetahs in een kwartier een gehele impala heeft opgegeten. Soms zal de cheetah in een boom klimmen, samen met zijn prooi, wat betekent dat hij soms een enorm gewicht de boom in moet slepen, maar meestal sleept hij zijn prooi naar een schuilplaats als dicht struikgewas. Op deze manier kan hij veilig eten. Na de jacht moet de cheeta ten minste 40 minuten uitrusten, om "op adem te komen". Zou hij dit niet doen, dan zou hij oververhit kunnen raken en zo ernstig gewond kunnen raken.

Voortplanting en sociaal gedrag

Een vrouwtje paart meestal met een mannetje die in een nabijgelegen gebied leeft, of met een rondtrekkend mannetje. De zwangerschap van een jachtluipaard duurt ongeveer negentig dagen, waarna gemiddeld twee tot vijf welpen worden geboren in een schuilplaats tussen lang gras, in struikgewas of in een verlaten hol. De moeder verplaatst haar jongen regelmatig naar nieuwe schuilplaatsen, zodat roofdieren als leeuwen ze niet kunnen vinden. Het komt namelijk geregeld voor dat leeuwen de welpen doodbijten. Het is vooralsnog onbekend waarom leeuwen dit doen. Bij de geboorte zijn de welpen blind en hulpeloos. Na vier tot veertien dagen gaan de ogen open. Na een maand eten ze hun eerste vlees.

Jonge welpen hebben een donkere, bijna zwarte buik en een lichtere, vuilwitte rug, en lange bleke manen over de nek en schouders. Deze manen verdwijnen in het tweede jaar. Binnen een maand of twee heeft een welp een meer volwassen vachtkleur, en zijn de vlekken al verschenen. In tegenstelling tot volwassen cheetah's zijn de jongen erg goede klimmers. Hun nagels zijn in tegenstelling tot die van alle andere katachtigen niet geheel intrekbaar. De welpen blijven één tot twee jaar bij de moeder. Na twee jaar zijn ze geslachtsrijp.

Jachtluipaarden leven zowel solitair als in paartjes of kleine familiegroepjes. Geregeld blijven twee of drie broers voor een langere tijd bij elkaar, ook al lang nadat ze hun moeder hebben verlaten. Samen verdedigen ze een territorium die zo'n 80km² kan zijn. Mannengroepjes doden meer en grotere prooien dan solitaire dieren. Meestal leeft de cheetah echter solitair. Solitaire dieren hebben een veel groter woongebied, tot 1000 km². Het territorium wordt afgebakend met urine, ontlasting en soms met krabsporen. Meestal worden deze markeringen aangebracht vlakbij observatieplekken of langs paden.

De jachtluipaard wordt tot zestien jaar oud.

Verwantschappen

Opmerkelijk aan cheetah's is dat ze genetisch bijzonder sterk aan elkaar verwant zijn, zelfs in die mate dat het waarschijnlijk is dat in het recente verleden, naar schatting zo'n tienduizend jaar geleden, de soort bijna was uitgestorven, waarbij er misschien nog maar enkele dieren op de wereld bestonden. Alle tegenwoordig levende jachtluipaarden, zelfs de dieren in Azië, stammen af van deze enkele dieren. Ze zijn dus door een genetische bottleneck gegaan. Als gevolg van geografische isolatie (door wildparken begrensd met hekken) neemt inteelt toe. Tekenen hiervan zijn een afwijking aan kaken en aan de staart (kinked tail).

Een recente fylogenetische analyse had het onverwachte resultaat dat de jachtluipaard waarschijnlijk verwant is aan de poema (Puma concolor) en de jagoearoendi (Herpailurus yagouaroundi).

Verschillende typen

Er is slechts één soort jachtluipaard, maar er zijn kleine verschillen tussen jachtluipaarden die in verschillende delen van de wereld leven. Zo heeft de jachtluipaard uit de Sahara een veel lichtere vacht dan de meeste andere jachtluipaarden. Daardoor heeft hij een betere schutkleur. Vanwege deze verschillen worden jachtluipaarden in ondersoorten verdeeld. Er leven drie ondersoorten in Afrika en 2 in Azië.

Er bestaat ook nog een heel zeldzaam type jachtluipaard. De koningsjachtluipaard, in het Engels 'King Cheetah'. Dit type jachtluipaard heeft grotere vlekken op zijn vacht sommige hebben ook een streep op hun rug. Voor de rest is hij precies hetzelfde als de jachtluipaard. In het wild zijn er minder dan 50 koningsjachtluipaarden waargenomen. De meeste nu levende koningsjachtluipaarden zijn in dierentuinen en natuurparken gefokt.

Bedreiging

De jachtluipaard is beschermd door CITES en de handel in de vacht van jachtluipaarden is verboden. Ook hebben de meeste Afrikaanse landen het doden van een jachtluipaard bij wet verboden en komt de jachtluipaard veel voor in verscheidene nationale parken. Toch wordt de jachtluipaard steeds zeldzamer. Geschikt leefgebied raakt verloren doordat veel gebied gebruikt wordt voor het houden van vee, en de geringe genetische diversiteit maakt de populatie zeer kwetsbaar voor inteelt en ziekten. Er zijn diverse projecten in onder andere Zuid-Afrika om de jachtluipaard van uitsterven te behoeden.


Externe links

Links over beschermingsprojecten:

Wikimedia Commons  Wikimedia Commons: Acinonyx jubatus, vrije mediabestanden.


Bronnen, noten en/of referenties