Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Identiteit (eigenheid)

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Identiteit (van het Latijn: idem ’hetzelfde’, ’dezelfde’, de of het ’gelijke’ is het geheel van factoren die een entiteit, een voorwerp of een object kenmerken en als individu onderscheiden. Het wordt ook verklaard als eenheid van wezen, volkomen overeenstemming, persoonsgelijkheid.

Er zijn verschillende soorten van het begrip identiteit te onderscheiden, zoals persoonlijke, genetische, sociale, culturele en nationale identiteit.

Persoonlijke identiteit

Hiervan kan sprake zijn bij zowel een natuurlijk persoon als een organisatie. In het laatste geval spreekt men tegenwoordig veelal van de „corporate identity” van een bedrijf. Daartoe behoren dan alle uiterlijke en innerlijke kenmerken. Het gaat hierbij onder meer over het imago. In het eerste geval ligt het complexer.

Allereerst de definitie van „persoon”: vanuit de cartesiaanse traditie (d.w.z. die van René Descartes) valt „persoon” te definiëren als het geestelijk subject dat aan alles kan twijfelen behalve aan zijn eigen bestaan als subject. Alles wat subject is, met andere woorden ervaringen heeft van welke aard dan ook, is hierbij een persoon. „Persoon” wordt dus synoniem voor „subject”, in de betekenis van psychisch „ervaarder”. Persoon wordt gedefinieerd als subject van alle psychische ervaringen. Volgens drs. Titus Rivas is rond het begrip „identiteit van de persoon” in de filosofie een groot misverstand ontstaan, wat volgens hem waarschijnlijk voortkomt uit het dagelijkse taalgebruik met betrekking tot de term „identiteit”: „Veel filosofen doen alsof de vraag naar de persoonlijke identiteit de vraag naar het identiteitsbewijs is, met andere woorden: Wat zou met meer of minder zekerheid bewijzen dat men een bepaald iemand is? Aangezien men bij andere personen dan zichzelf rechtstreeks steeds alleen toegang heeft tot hun lichaam en de expressies van hun geest, worden deze steevast aangewezen als de criteria op basis waarvan men iemands persoonlijke identiteit kan vaststellen. Madell toont aan dat noch lichamelijke noch geestelijke kenmerken noodzakelijk, laat staan voldoende zouden zijn als basis voor die identiteit.” Er is echter zeker sprake van persoonlijke identiteit tijdens het aardse leven, dat wil zeggen: er is met zekerheid een subject dat zichzelf in de loop der tijd als subject gelijk blijft, hoe zeer ook zijn specifieke eigenschappen, laat staan de eigenschappen van zijn lichaam veranderen.

John Locke is van mening dat een persoon zijn hetzelfde is aan bewustzijn en dat persoonlijke identiteit zover uitstrekt als het bewustzijn van verleden handelingen en gedachten zich uitstrekt. Wanneer Locke het heeft over bewustzijn, dan heeft hij het over het bewustzijn van verleden handelingen en gedachten, dus over herinneringen. Deze herinneringen zijn van een bepaalde soort, namelijk persoonlijk herinneringen. Niet alle herinneringen zijn persoonlijk herinneringen. Een herinnering is persoonlijk indien datgene wat wat herinnerd wordt uit eerste hand, dus zelf is meegemaakt.

Genetische identiteit

Het DNA wordt hier als het ware als een sacrale identiteit beschouwd als een manier om fundamentele vragen van het menselijk leven te verkennen, om de essentie van ons bestaan te bepalen, om zich onsterfelijkheid te kunnen verbeelden. Prof. Dr. Kris Dierickx schrijft hierover: „Geen enkele wetenschap lijkt de laatste jaren zo beladen te zijn met verwachtingen en vragen als de medische genetica. In het dagelijkse leven wordt vaak en vanuit verschillende hoeken verwezen naar genen, DNA en erfelijkheid. Het gen is een soort cultureel icoon geworden, een magische kracht”. Volgens Nelkin en Lindee functioneert het DNA in onze cultuur in vele opzichten als een seculier equivalent van de middeleeuwse christelijke ziel: zoals de christelijke ziel is het DNA een onzichtbare maar materiële entiteit; onafhankelijk van het lichaam verschijnt het DNA als onsterfelijk; fundamenteel voor de identiteit lijkt het DNA individuele verschillen te verklaren, evenals de morele orde en het lot; het DNA lijkt de vindplaats te zijn van het ware zelf, en in die zin relevant voor de problemen van persoonlijke authenticiteit.

Sociale identiteit

Volgens de Sociale Identiteitstheorie (hierna:SIT; Tajfel en Turner, 1979) streven wij allen naar een positief zelfbeeld. Dit zelfbeeld bestaat niet alleen uit een persoonlijke identiteit (bijvoorbeeld. ik ben geduldig, creatief, enz.) maar ook uit een sociale identiteit (bijvoorbeeld: ik ben fysicus, enz.). Sociale identiteit verwijst naar de groepen waartoe wij ons rekenen, samen met het emotionele belang en de waarde die wij aan die groepen hechten. Hoe meer wij ons identificeren met een groep, hoe meer die groep wordt geïnternaliseerd in ons zelfbeeld, en hoe vager het onderscheid tussen de groep en het individu wordt. Wanneer dus een voetbalteam waarmee wij ons sterk identificeren het goed/slecht doet, dan heeft dit dus positieve/negatieve implicaties voor ons zelfbeeld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in een sociale context als het Wereldkampioenschap voetbal, waarvan de media het belang tot ongekende proporties opblazen, de prestaties van 'ons' land tot diepe persoonlijke vreugde of verdriet kunnen leiden. Vanuit de SIT verwachten we dat wanneer een groep positief wordt geëvalueerd, de leden van die groep hun lidmaatschap willen accentueren, omdat dit hun zelfbeeld ten goede komt. Cialdini en zijn medewerkers (1976) voerden een reeks eenvoudig ogende veldexperimenten uit die op briljante wijze de menselijke neiging demonstreren om openlijk zijn/haar verbondenheid met succesvolle teams te benadrukken. Deze tendens werd basking in reflected glory gedoopt. Vrij vertaald betekent dit zich koesteren in de roem die door anderen wordt uitgestraald.

Online identiteit

Online identiteit is de sociale identiteit die gebruikers van een sociaal netwerk definieert in online gemeenschappen. Hoewel sommige mensen het gebruik van hun eigennaam online prefereren, identificeren de meeste Internet gebruikers zich liever met een pseudoniem, die een variabele hoeveelheid identiteitsinformatie kan onthullen. Op sommige internetforums, MUD’s, instant messaging, en MMOG’s kunnen gebruikers zich visueel identificeren door een avatar te kiezen, een grafisch beeld ter grootte van een pictogram, ook wel ’icon’ genaamd. Wanneer gebruikers op elkaar reageren met een gevestigde online identiteit, verwerft die een zekere reputatie, die hen in staat stelt te beslissen of deze identiteit te vertrouwen is.

Culturele identiteit

In het primordialisme zegt men wel dat culturele identiteit is gemaakt is door de mensen vroeger. Het heeft een kwaliteit die we willen doorgeven, die we willen uitbouwen en waarvan we niet willen dat het ondermijnd wordt. Een culturele identiteit – zoveel hebben de studies van onder meer Hobsbawm, Anderson en Gellner ondertussen duidelijk gemaakt - is een 'verbeelde gemeenschap', het resultaat van een toeschrijvingsproces. Een culturele identiteit ontstaat als een samenleving kiest voor een groepsverbondenheid die ze zelf definieert op grond van gemeenschappelijke waarden en normen (zie ook: Amitai Etzioni) en op grond van een gemeenschappelijk verleden. Culturele identiteit is een toeschrijvingsproces dat wortelt in een historisch continuïteitsbesef. Het is dan ook niet verwonderlijk dat jonge naties zich beijveren om zichzelf een groots verleden.

Nationale identiteit

Eerbiediging van de nationale identiteit is in het Verdrag van Maastricht (1992) tot een te respecteren fenomeen verklaard. De vraag hierbij is wat typisch is voor en datgene wat een natie traditioneel onderscheidt van andere naties. Bestaat er wel zoiets als een nationale identiteit? Ondanks hun afwijzende kritiek ontkomen critici er niet aan bepaalde dingen toch als bijvoorbeeld typisch Nederlands te benoemen, zij het dan vaak wel in negatieve zin. Wat zijn de kenmerken van die dominante Nederlandse cultuur waaraan emigranten zich zouden moeten aanpassen, zo vraagt Elsbeth Etty zich af in de artikelenserie ’In het holst van Nederland’ van NRC Handelsblad. In die serie, bedoeld als zoektocht naar de kern van de Nederlandse cultuur, wordt het begrip nationale identiteit door Marcel Möring niettemin als fictie aangemerkt. De invulling ervan blijft een punt van discussie. Het brengt namelijk een bepaalde nationale samenhang tot uitdrukking en duidt in internationale relaties en multiculturele samenlevingen op de invloed van bepaalde cultuurverschillen waarmee we terdege rekening moeten houden. (Uit het voorwoord door S. W. Couwenberg in, Nationale identiteit Van Nederlands probleem tot Nederlandse uitdaging , (diverse auteurs).

Nederlandse identiteit

Onder de aandacht gebracht door prinses Máxima, is de Nederlandse identiteit plotseling een heet hangijzer geworden, namelijk stelde Hare Koninklijke Hoogheid dat de identiteit van de Nederlander niet bestaat, wat met alle respecteen beetje dom” was. Als men het over een identiteit heeft, heeft men het over een bepaalde eenheid van wezen (zijn) alsook over een eigen karakter met bepaalde kenmerken (typerend). Uiteraard is daar aangaande de Nederlanders óók sprake van. Het onbegrip of niet-(kunnen)-herkennen daarover/daarvan ligt hum in het feit dat in een relatief korte periode er een verandering heeft plaatsgevonden in de samenstelling van de bevolking, wat een wereldwijd fenomeen is. Wat de Nederlandse bevolking betreft kan men een identiteit vaststellen aan de hand van drie factoren, te weten hoe zij in een nabij verleden waren, hoe zij momenteel zijn (realiteit) en hoe zij geworden zouden zijn zónder dat het genoemde fenomeen zou hebben plaatsgevonden. Als men bijvoorbeeld de jaren 70 neemt, kan men spreken van een Nederlander die ten aanzien van de huidige Nederlander minder zichzelf was (meer een bepaalde houding aannemend / minder open / meer afstandelijk / minder bewust / minder bezorgd / meer discriminerend / meer gewoonten hebbend/nastrevend enz.), maar wel sterk verbonden met de Nederlandse geschiedenis, waaronder die van de Tweede Wereldoorlog. De ervaringen die de Nederlanders destijds hebben moeten doorstaan heeft dermate doorwerking gehad in volgende generaties, dat de Nederlanders die dat momenteel betreffen een (bijna-erfelijk-aangelegde) antipathie hebben tegen vreemdelingen en vreemde veranderingen, dan wel veranderingen die opgedrongen worden. Dat er noodgedwongen toch een dergelijke rigoureuze verandering heeft plaatsgevonden onder de bevolking binnen een kort tijdsbestek, kan niet automatisch van aangenomen of verwacht worden dat de identiteit die er destijds (nog) was binnen die zelfde periode aangepast kan worden. Wat momenteel eveneens een feit is, is het inmiddels grote percentage dat van allochtone afkomst is, en momenteel óók de identiteit bepaalt, maar gezien dat eveneens korte tijdsbestek óók moeite heeft te integreren, wat vaak nog gevoeliger is vanwege dat er ook sprake is van bepaalde religieuze uitingen en gewoonten. De hedendaagse Nederlander kenmerkt zich daarom als tweeslachtig met de bedoeling eendrachtig te worden, dat menselijkerwijze tijd nodig heeft, hoe dan ook.

Pan-Europese identiteit

Pan-Europese identiteit verwijst naar zowel de betekenis van persoonlijke identificatie met Europa als naar de identiteit van ’Europa’ als een geheel. Uitgebreide informatie over dit onderwerp is te vinden op: Pan-Europese identiteit.

Zie ook

Weblinks