Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Hilversum (naam)

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Al vóór Karel de Grote bestonden reeds de dorpen in het Gooi die er nu nog liggen, met uitzondering alleen van 's-Graveland.[1] In de late middeleeuwen echter (14e en 15e eeuw) komen voor het eerst de voorlopers van de dorpsnaam Hilversum voor. In oude geschriften zijn veel varianten van Hilversum terug te vinden, zoals: Hilfertshem, Hilfershem, Hilfershim, Hilversem, Hilvercem, Hilleversom, Hilfersom e.a. De eerste vermelding was in een document uit 1305, waarin de naam Hilfercem voorkwam.[2] Het betreft hier de 'Baljuwrekening van 1305-1307 door Barend van Doorenweerde'.[3]

Verklaring

De naam Hilversum kan volgens naamkundigen en historici worden verklaard als een afleiding van een persoonsnaam, namelijk als Hilvertshem, wat "nederzetting van de persoon Hilfert" betekent.[4] [5] [6] [7]. De bron van het laatste citaat is de Hilversumse historicus dr. P.W. de Lange. Deze stelde het nog betrekkelijk recent aldus:

"Hilversum is volgens naamkundigen een zogenaamde hem-naam, die oorspronkelijk Hildifridishaim geluid zou hebben, de woonplaats van de lieden van Hildifridis. Dit soort namen is heel oud en zou uit de vroege middeleeuwen stammen. Dit klopt aardig met wat de archeologie ons leert. In het begin van deze eeuw is namelijk bij graafwerkzaamheden aan de Liebergerweg een grafveld aangetroffen, waarvan de inhoud uit de zevende of achtste eeuw na Christus zou dateren".[8]

Ook Maurits Gysseling heeft Hilversum opgenomen in zijn Toponymisch Woordenboek (1960) als een samenstelling tussen Hildifriþis en haim. [9] Dat de naam Hilversum van een persoonsnaam zou zijn afgeleid is in overeenstemming met de verklaring van boerderijnamen als Hilverink in de Achterhoek. Een kenmerk van de uitgang /-hem/ is dat deze vaak in combinatie met een persoonsnaam voorkomt, zoals bijvoorbeeld Arnhem ("nederzetting van Arne") en Bennekom (< Berinchem, "nederzetting van [de lieden van] Bero").[10] In het Gooi wordt zo ook de naam Blaricum wel afgeleid van Bladerichem.[11]

Alternatieve verklaring

Op de website van de gemeente Hilversum wordt de naam verklaard met de betekenis "de heem (huizen) tussen de heuvels" (Hilvertshem).[12] Nadere toelichting of bronvermelding wordt daarbij niet gegeven. Deze gedachte kan zijn gevoed door het vanouds bestaande beeld dat Hilversum in een dal tussen heuvels zou zijn gelegen. Een dergelijke beschrijving is al te vinden in de Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden uit 1750:

"Hilversum legt omtrent twee Uuren gaans van Naarden, en is het grootste Dorp van Gooiland, hoewel het in het uiterlyk aanzien zou schynen kleiner dan Huizen te zyn; maar dit laatste is ruimer in deszelfs Betimmering. De Heuvels, welke rondsom Hilversum leggen, en die men gewoon is genoegsaam allen te bezaaien, maaken de toegangen naar het Dorp zeer bekoorlyk en leveren zeer aangenaame Verschietgezigten op".[13]

Ook in de 19e eeuw deed dit beeld opgeld, zo bijvoorbeeld in het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden (1844) van Van der Aa.[14] Zo citeert een nog tamelijk recente uitgave[15] de volgende passage ontleend aan 19e-eeuwse dominee Craandijk:

"Craandijk beschreef Hilversum als een dorp dat "deels in een dal, deels tegen langzaam opklimmende heuvelen" gelegen was (inderdaad, het dorp was (en is) omgeven door heuvels, zowel natuurlijke als kunstmatige). Trompenberg, Boomberg, 't Hoogt van 't Kruis, Hoorneberg, Zwaluwenberg, Zwarte Berg, St. Janskerkhof, Aardjesberg en ...". [16]

Hilversum zelf is gelegen aan de oostelijke rand van een stuwwal, zoals een kaartje in de recent verschenen Historische atlas van Hilversum aangeeft.[17] Bijgevolg is specifiek de noordwestzijde van Hilversumse hoger gelegen. Dit komt zeer duidelijk tot uitdrukking in de namen der beide aldaar gelegen namen van respectievelijk de Hoge en de Lage Naarderweg. Het is ook de Heuvellaan, die in Hilversum uit het centrum naar de genoemde Trompenberg voert.

De alternatieve naamsverklaring wordt als secundair naar voren gebracht in een tamelijk populair werkje over Hilversum van de bekende onderwijzer Cor Bruijn. Deze vermeldt daarbij, dat hil, heul of hul een Germaanse naam zou zijn voor 'heuvel'.[18]

Enige historische aanwijzingen voor een dergelijke afleiding van de plaatsnaam Hilversum zijn er niet. Er zijn ook taalkundige bezwaren. De vermeende relatie van /Hilver-/ met het hedendaagse 'heuvel' is geenszins duidelijk. De gewone Middelnederlandse verschijningsvormen van ons 'heuvel' zijn namelijk hovel, hoevel, huevel en hevel.[19] Dat zijn alle tweelettergrepige woorden. Van al deze vormen toont alleen de laatstgenoemde enige klankverwantschap met *hilve-. De ingevoegde medeklinker /r/ wordt dan echter niet verklaard. Men zou dan bovendien metathesis of verschuiving van de medeklinkers /vl/ moeten aannemen.

Wellicht is deze verklaring vooral ingegeven door een gewenste analogie met het nabijgelegen Bussum, dat wel op een veldnaam teruggaat, namelijk Bos-hem.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. º A.H. Meijer 1988: Straatnamenboek van Hilversum. Hilversums historie vanuit de straatnaam. Hilversum: Verloren, p. 17.
  2. º Nederlandse plaatsnamen: een overzicht, H.J. Moerman. Leiden: Brill, 156
  3. º Tijdschr. Hist. Genootsch. Kronijk XV, 1859.
  4. º J. de Vries, Etymologisch Woordenboek. Waar komen onze woorden en plaatsnamen vandaan? Utrecht-Antwerpen 1958, herz. 2e ed. 1959, 11e ed. (met Piet Tummers) 1976, 23e ed. 2004.
  5. º J. de Vries, Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen. Utrecht-Antwerpen 1962.
  6. º G. van Berkel en K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen - herkomst en historie. Utrecht: Prisma, 2006
  7. º 'Geschiedenis van Hilversum' op de website 'Albertus Perk', overgenomen uit het artikel van Jan Lamme: 'Hilversum in beeld' in het tijdschrift Tussen Vecht en Eem, september 1992, p. 101.
  8. º P.W. de Lange 1990: Grepen uit Hilversums historie van 900-1800. Hilversum: Verloren, p. 27.
  9. º On line.
  10. º Noot: De uitgang /-hem/ komt daarnaast overeen met de uitgangen /-heim/, /-hem/ en /-heim/ in het Duits, Zweeds en Noors.
  11. º A.H. Meijer a.w., p. 17.
  12. º http://www.hilversum.nl/Vrije_tijd_en_toerisme/Geschiedenis/Van_Hilvertshem_tot_Hilversum
  13. º Jan Wagenaar en Thomas Salmon (1750) Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, volume 8, Amsterdam: Isaak Tirion, p.116
  14. º Van der Aa geeft, duidelijk in navolging van de boven geciteerde Beschryving, de volgende schilderachtige beschrijving van het dorp:
    'Het vlek Hilversum, vroeger ook wel Hilfertsen gespeld, ligt 5 1/4 u. O.Z.O. van Amsterdam, 2 u. Z. van Naarden, 3 1/4 N. ten O. van Utrecht. Het is de grootste plaats van Gooiland, hoewel het in het uiterlijk aanzien kleiner dan Huizen schijnt, maar dit laatste is ruimer betimmerd. Hilversum is zeer aangenaam gelegen in een schoon dal, door eenen halven kring van heuvelen omgeven, en in de nabij heid van fraaije boschrijke dreven. Ook in het vlek zelf is het zeer boomrijk, waardoor het op sommige plaatsen eenen aangenamen lusthof gelijkt. Daar men gewoon is den heuvelachtigen grond, welke rondom het d. ligt, voor het grootste gedeelte met rogge, haver, boekweit enz. te bebouwen, levert zulks de bekoorlijkste gezigten op, vooral als men den Trompenberg of den Boomberg beklimt, wanneer men in een oogenblik, de blaauwe heiden en de vruchtbare, met het goudgele graan pronkende, akkers overziet; terwijl de boekweit zich als een zilveren tapijt voordoet en verderop bosschaadjen, weiden, eene menigte torens en een gedeelte van de Zuiderzee, met daarop zeilende schepen ziek kan.'
    (Van der Aa, A.J. (1844) Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, deel H, Gorinchem: Jacobus Noorduyn, p. 600.)
  15. º Naar Hilversum!: toerisme en recreatie in Hilversum tussen 1870 en 1940, uitgegeven door de Hilversumse Historische Kring 'Albertus Perk' (1989), p. 51.
  16. º Noot v d schijver: Een dergelijk arcadisch beeld van Hilversum is echter niet geheel in overeenstemming met de geografische realiteit. Het Gooi op zichzelf is wel te beschouwen als een uitloper van de Utrechtse heuvelrug, maar dat maakt de ligging van Hilversum zelf nog niet uitzonderlijk heuvelachtig. De plaats Hilversum is immers niet echt gelegen tussen heuvels, al ligt er aan de noordwestelijke zijde wel een bescheiden verhoging (de Trompenberg, zie de topografische kaart bij het artikel Hilversum).
  17. º Anton Kos 2013: Historische atlas van Hilversum. Van Esdorp tot mediastad. Amsterdam: Boom.
  18. º Cor Bruijn: Ons Hilversum. Hoe het ontstond - hoe het groeide. Amsterdam: Ploegsma 1963 (2e, herz. dr.), p.32
  19. º Middelnederlandsch Handwoordenboek, bewerkt door J. Verdam; oorspr. uitg. 1911, in 1932 ged. opn. bew. door C.H. van Ebbinge Wubben. 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff 1961.