Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Ernst Klijzing

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ernst Adrianus Klijzing (Amsterdam, 18 februari 1923Overveen, 16 juli 1944) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Levensloop

Ernst Klijzing (ook bekend onder schuilnaam ’Ad’) studeerde medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam.

Verzet

In 1943 weigerde hij de door de bezetters vereiste loyaliteitsverklaring te tekenen. Via Leo Frijda en Hans Katan kwam hij in contact met de verzetsgroep CS-6, waarna hij actief betrokken was bij diverse overvallen en aanslagen. De benodigde springstof werd gedeeltelijk opgeslagen bij zijn oom, A.M. (Adriaan) Klijzing. Het huis van oom Klijzing op de Amsterdamse Cornelis Krusemanstraat 79-1 werd ook als vergaderadres gebruikt. Daarnaast verleende Ernst Klijzing hulp aan joodse onderduikers en verspreidde hij illegale bladen, waaronder het studentenblad De Vrije Katheder.

In de zomer van 1943 werden de meeste CS-6-leden gearresteerd. Ook oom Klijzing werd op donderdag 22 juli na een nachtelijke inval aangehouden. De woning werd door de Sicherheitspolizei onder voortdurende bewaking gezet. Dit werd iedereen noodlottig die aanbelde en binnenkwam, onder anderen verzetsstrijder Johan Kalshoven. Na martelingen en zware verhoren in de Euterpestraat werd oom Adriaan Klijzing gevangengezet in Kamp Vught en daarna naar Kamp Mauthausen getransporteerd. Na de oorlog kon hij terugkeren naar Amsterdam. Adriaan Klijzing, een fijnmechanisch bankwerker, maakte onder meer stempels voor de vervalsing van persoonsbewijzen en distributiebonnen.

Na een mislukte overval op tandarts De Jonge Cohen, waarbij leden van de verzetsgroep gevangen genomen en in de Euterpestraat verhoord werden, stelt Ernst zijn zuster, Rita Klijzing, hiervan telefonisch op de hoogte. Rita Klijzing woonde nog in het ouderlijk huis aan de Pieter Lastmankade 65h, en was actief als koerierster voor de CS6 groep. Ernst verzocht haar om hun oom Adriaan te waarschuwen. ’s Avonds tijdens de spertijd sloop zij naar Adriaans huis en waarschuwde hem. Terug thuis ging zij naar bed. Zij was op dat moment alleen in huis omdat haar ouders bij familie in Purmerend waren gaan logeren. Midden in de nacht drong de SD via het huis van de buren (fam. Van Lindschoten) en via de achtertuin het huis binnen. Hoewel zij op zoek waren naar Ernst, troffen ze er een slapende negentienjarige jonge vrouw aan.

Rita werd gevangengezet in de gevangenis te Amsterdam Oud Zuid. Tot haar verbazing waagde Irma Seelig het om haar op een dag met een smoesje te komen bezoeken. Rita werd overgeplaatst naar Kamp Vught, en tewerkgesteld in de Philips-werkplaats, waar radio’s voor het Duitse leger werden gemaakt. De gevangenen kregen van de leiding van Philips elke dag een warme maaltijd. Tegen het einde van het jaar werd ze vrijgelaten. Ernst Klijzing kon uit de handen van de SD blijven.

In de tweede helft van augustus deed de SD een inval in de Hudsonstraat 151 in Amsterdam. Ze waren nog steeds op zoek naar Ernst, maar troffen hem er niet aan. Ook Hans Katan, die in dit huis een kamer had, was niet aanwezig. Maar Irma Seelig, de Duits-joodse vriendin van Leo Frijda, was er wel. Zij was al bekend bij de SD en werd meegenomen naar het SD-hoofdkwartier om te worden verhoord. De Duitsers vonden een voorraad wapens in het huis en een ontvangstbewijsje voor een paar koffers, die Ernst Klijzing in Roermond in bewaring had gegeven. Tijdens de eerste verhoren werd Irma Seelig hard aangepakt en sloeg ze door.

Intussen verbleef Klijzing langere tijd in Brabant en Limburg. Een poging naar Zwitserland uit te wijken mislukte, ondanks zijn vermomming in monnikspij. Hij raakte in mei 1944 niet voorbij de Frans-Zwitserse grens.

Arrestatie

Terug in Nederland sloot hij zich aan bij de KP-Alkmaar. Op 25 juni 1944 maakte hij daar een ritje op de motor van KP-leider Fritz Conijn. Dit liep verkeerd af: bij een verkeerscontrole door Landwachters werd hij aangehouden zonder motorpapieren en met een persoonsbewijs op de naam Van Es. Omdat zij vermoedden dat hij in contact stond met de illegaliteit, werd hij gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans te Amsterdam.

Nadat hij aan een celgenoot zijn ware identiteit vertelde, werd hij door hem verraden. Ernst Klijzing, over wiens illegale activiteiten de Sicherheitspolizei sinds 1943 op de hoogte was sinds het doorslaan van Irma Seelig, door hen intensief verhoord.

Op 14 juli werd onder regie van Johannes Post en Hilbert van Dijk een poging ondernomen om hem en andere verzetsstrijders te bevrijden. Door een verraad mislukte deze poging. Twee dagen later, op zondagmiddag 16 juli, werden Ernst Klijzing, Johannes Post, Jan Niklaas Veldman, Willem Frederik Smit, Arie Stramrood en Jacques Stil, Nico Jonk, Rens Prins, Jacob Balder, Frits Boverhuis, Koen Rozendaal en Ferdinand Ploeger verzameld in het hoofdkwartier van de SD aan de Euterpestraat. Ook de gewonde Hilbert van Dijk en Cor ten Hoope werden op brancards aan de groep toegevoegd. De groep werd naar het duingebied in Overveen vervoerd, waar zij allen door de Duitsers werden doodgeschoten. Bij de executie was o.a. de 21-jarige Nederlandse SS’er Johan Willem Snoek betrokken, die de mannen vermoordde door hen door het achterhoofd te schieten. Snoek pleegde na de oorlog in de gevangenis zelfmoord tijdens het verloop van zijn rechtszaak.

De slachtoffers werden in een massagraf in de duinen begraven. Op 27 november 1945 werd Ernst Klijzing herbegraven op de erebegraafplaats in Overveen.[1]

Bronnen

  1. º De Waarheid, 26 november 1945, (familieberichten), p. 4, geraadpleegd op 20 juli 2013}}