Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Astor Piazzolla

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nootje.pngDit artikel valt onder beheer van Dorp:Luisterrijk. Nootje.png
Astor Piazzolla met zijn bandoneon in 1971

Astor Pantaléon Piazzolla (Mar del Plata, 11 maart 1921Buenos Aires, 4 juli 1992) was een bekende Zuid-Amerikaanse componist, die kamermuziek schreef en muziek maakte voor symfonie-orkesten. Maar Piazzolla wordt vooral gezien als de componist die de tango op een hoger plan bracht en hierdoor internationale bekendheid kreeg en bovendien de bandoneon[1] met een ongeëvenaarde beheersing kon bespelen.

Als enig kind van arme Italiaanse immigranten: Vicente (Nonino) Piazzolla en Asunta Mainett, bracht hij een deel van zijn jeugd door in Mar del Plata op zo’n 400 kilometer van Buenos Aires, de hoofdstad van Argentinië. Hij had een buitengewone carrière, en heeft een reusachtige invloed gehad op vele musici van alle generaties. Zijn oeuvre, doortrokken van de Argentijnse geur en de reuk van de tango, omvat meer dan 1000 composities.

In Piazzolla's handen werd de tango meer dan alleen maar dansmuziek. Hij creëerde met zijn Nuevo Tango een volledig nieuw harmonisch en ritmisch vocabulaire, meer geschikt voor de concertzaal dan voor de ballroom. Zijn composities bevatten zowel klassieke vormen als elementen uit de jazz.

Eerste ontwikkelingen

In 1925 verhuisde Piazzolla met zijn ouders naar New York. In 1929, toen Astor 8 jaar was, gaf zijn vader hem zijn eerste bandoneon, die hij op de rommelmarkt voor 19 dollar had gekocht. Astor studeerde een jaar lang op zijn bandoneon en maakte zijn eerste grammofoonopname van de tango Marionette Spagnol in de Radio Recording Studio in New York in november 1931.

In 1936 keerde de familie Piazzolla terug naar Argentinië, waar de inmiddels 15 jaar oude Astor ging spelen in diverse tango-orkesten, juist op het moment dat de tango langzaam weer ontwaakte uit zijn relatieve lethargie die rond 1930 was ingezet. In 1936 begon hij deel te nemen aan lokale groepen die al een paar jaar hadden geprobeerd verbeteringen in de stijl van de tango aan te brengen, maar die genegeerd werden door conservatieve lieden en door de platenmaatschappijen. In die groepen was hij arrangeur en incidenteel ook pianist.

Verdieping van zijn kennis

Na muzieklessen, onder meer van de Hongaarse pianist Bela Wilda, die zelf weer leerling van Rachmaninov was geweest, raakte Astor overtuigd van zijn talent en verhuisde in 1938 op zijn zeventiende naar Buenos Aires, de hoofdstad van de tango, voornamelijk met het doel werk als musicus te vinden.

Hij speelde in diverse orkesten, en voltooide zijn pianostudie en zijn muziektheorie

Hij maakte deel uit van diverse orkesten. Tussendoor voltooide hij zijn pianostudie en zijn muziektheorie. Over zijn leermeester Bela Wilda zou Piazzolla later zeggen: Van hem heb ik van Bach leren houden! In 1932 componeerde hij zijn eerste tango La catinga, die echter nooit werd uitgegeven, maar wel als filmmuziek diende.

Piazzolla ontmoette Carlos Gardel, die een huisvriend van de familie werd, en die hem een rol in een film bezorgde. Hierin speelde Astor een kleine rol als krantenjongen. Het fenomeen film speelde in die jaren een belangrijke rol in de historie van de tango. Piazzolla's relatie met die omgeving was moeilijk; een mengsel van liefde en verachting, bewondering en wrok. Zijn strijd tegen de middelmatigheid en het conservatisme die diepgeworteld waren binnen de wereld van de tango vond plaats in de eigen orkesten of in donkere buitenwijken. Deze strijd werd hem niet altijd in dank afgenomen. Hij nam geleidelijk aan steeds meer afstand van de tango en de bandeon. Later besloot hij zelfs hier helemaal mee te stoppen en ging op zoek naar zijn eigen stijl van componeren.

Verdere studie

Astor Piazzolla begon te verlangen naar meer verdieping van zijn muzikale kennis en kwam in contact met Alberto Ginastera, één van de grote Argentijnse componisten in die tijd en krijgt vanaf 1941 les van hem. In 1943 begon Piazzolla met het componeren van zijn klassieke werken, zoals de Suite para Cuerdas y Arpas. Hij bestudeerde grote componisten als Béla Bartok en Igor Stravinsky, en verdiepte zich in de jazz en neemt ook nog directielessen.

In 1953 stuurde hij een driedelig symfonisch werk, getiteld Buenos Aires, in voor de Fabien Sevitzky-competitie, genoemd naar Fabien Sevitzky; één van de grote dirigenten van het Indianapolis Symphony Orchestra en gastdirigent bij vele andere orkesten. Geheel tegen zijn verwachting in won hij de prijs en ontving hij een beurs om in Frankrijk compositie te gaan studeren. Zijn studie daar zette hem op het spoor naar zijn eigen stijl; de stijl die later wereldberoemd werd. Zijn lerares daar, Nadia Boulanger die grote componisten als Aaron Copland en Philip Glass als leerling had gehad, wees hem de weg terug naar de bandeon en de tango. Zij maakte hem attent op zijn kennis en scholing in jazz en klassieke muziek en spoorde hem aan dit te gebruiken voor een andere benadering van de tango. Astor Piazzolla ontdekte hierdoor, dat verfijnde muziek en de tango elkaar niet in de weg hoeven te zitten of uit te sluiten, en bracht dit in zijn composities tot uitdrukking.

Piazzolla ontdekte, dat verfijnde muziek en de tango elkaar niet in de weg hoeven te zitten

Al in 1955 zette hij met deze nieuwe benadering de wereld van de tango op zijn kop, door een octet te vormen, dat de tango speelde als een zelfstandig stuk kamermuziek en niet, zoals gebruikelijk, als begeleiding van zangstemmen of dans. Dat zelfde jaar nam hij met de Parijse Opera Orchestra, met Martial Solal aan de piano en Piazzolla zelf op bandoneon 16 nummers op. Dat was een ware waterval van tango's waaronder zijn beroemde Adiós Nonino,[2] dat hij als een ontroerend afscheid schreef bij de dood van zijn vader. De titel van deze tango is een samenvoeging van het Spaanse woord voor Vaarwel en het Italiaanse woord voor Grootvader. Piazzolla's vader was namelijk Italiaans en werd door Piazzolla's kinderen 'nonino' genoemd.

Het boegeroep en de protesten van de traditionele tangoliefhebbers ging door tot 1958 toen Piazzolla zijn octet ontbond en naar New York City vertrok om daar als arrangeur te gaan werken en zich bezig te gaan houden met de combinatie jazz/tango.

Vruchtbare periode

Toen Piazzolla in 1960 terugkeerde naar Buenos Aires, vormde hij zijn eerste kwintet - La Quinteto Tango Nuevo. Hij experimenteerde veel en verfijnde zijn stijl en probeerde de grenzen van de tango te vinden. In 1965 maakte hij opnamen in de New York's Philharmonic Hall en zette gedichten van zijn landgenoot Jorge Luis Borges op muziek. Twee jaar later maakte hij met de dichter Horacio Ferrer een zogeheten Operita Maria de Buenos Aires, die in 1968 in prémiere ging.

Hij experimenteerde veel en probeerde de grenzen van de tango te vinden

In diezelfde periode schreef hij ook zijn tango-canciones (tangoliederen), waaronder de hit van die dagen: Balada Para un Loco (Ballade van een dwaas). Naast orkestmuziek schreef hij ook nog voor diverse films de bijbehorende muziek. Maar het is toch zijn werk met het kwintet La Quinteto Tango Nuevo dat het beste zal worden onthouden. Hij zag kans samen met de violist Fernando Suarez Paz en de pianist Pablo Ziegler en de andere leden van het kwintet, de schoonheid van zijn bandoneon volledig tot zijn recht te laten komen. Er ontstonden zo momenten, dat het nog eens duidelijk werd, dat Astor Piazzolla, nog meer dan als musicus, een katalysator was voor de nieuwe muziek.

Laatste jaren

Congresgebouw in Buenos Aires

De jaren 70 begonnen goed voor Piazzolla. Zijn tournee door Europa gaf hem de mogelijkheid om een negendelige groep te vormen om zodoende zijn muziek nog meer inhoud te verschaffen. Maar toen werd in zijn vaderland de bestaande regering verdreven door de conservatieve, militaire junta. Alles wat Piazzolla aan vernieuwingen had gebracht was nu opeens verdacht en werd uitgelegd als gebrek aan respect voor de traditie, zodat hij plotseling als ongewenst persoon werd beschouwd.

In 1973 kreeg Piazzolla een hartaanval. Na zijn herstel besloot hij dat het verstandig was voorlopig in Italië te gaan wonen. Daar vormde hij een groep genaamd de Conjunto Electrónico. In deze periode produceerde hij ook een van zijn meest gevierde composities: Libertango. Toen hij in 1978 genoeg kreeg van de elektronische muziek, vormde Piazzolla een nieuw kwintet en toerde daar uitgebreid mee over de hele wereld. Intussen componeerde hij ook nieuwe kamermuziek en symfonische werken. Zijn reputatie groeide gestaag,waardoor hij een trip in de VS kon gaan maken. Piazzolla produceerde daar in de studio met zijn kwintet en de Amerikaanse producent Kip Hanrahan, wat hij noemde het fijnste album van zijn carrière en organiseerde in 1987 een groot concert in New York's Central Park.

Op het hoogtepunt van zijn internationale faam begon Piazzolla's gezondheid sterk achteruit te gaan. Hij onderging een viervoudige bypassoperatie in 1988, en herstelde daarvan goed genoeg om een internationale tournee te gaan beginnen, waaronder een concert in Argentinië. Niet lang daarna kreeg Piazzolla echter een beroerte waardoor hij niet meer in staat was te spelen of te componeren. Bijna twee jaar later overleed hij in zijn geliefde Buenos Aires.
Hij laat een omvangrijk oeuvre achter maar blijft ook gezien worden als één van de grootste bandoneonspelers van de 20 e eeuw.

Bekendste werken

  • Tangazo: Variaciones sobre Buenos Aires, voor orkest
  1. Lento
  2. Allegro
  3. Lento
  4. Allegro
  5. Más lento y muy acanyengado
  • Buenos Aires ( 1953 )
  • Adiós nonino ( 1959 )
  • Balada para un loco (1968)
  • Oblivión ( 1972 )
  • Libertango ( 1973 )
  • Le Grand Tango ( 1982 )

Werken voor banda ( harmonieorkest )

  • Cuatro Estaciones Portenas
  • Libertango
  • Tango Nro. 1
  • Verano porteño
  • Chiquilin de Bachin

Diversen

  • 1943: Suite para cuerdas y arpas
  • 1946: El desbande
  • 1952: Rapsodía porteña
  • 1953: Buenos Aires
  • 1954: Sinfonietta
  • 1963: Tres tangos sinfonicos
  • 1969: María de Buenos Aires
  • 1970: El pueblo joven
  • 1973: Libertango
  • 1976: 500 motivaciones
  • 1979: Concierto para bandoneón
  • 1986: El exilio de Gardel

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. 1,0 1,1 Een grote met knoppen uitgevoerd, op een accordeon lijkend instrument, met tamelijk lastig te hanteren afmetingen en een ingewikkeld vingersysteem.
  2. º In Nederland verkreeg deze tango grote bekendheid toen het door Nederlands bekendste bandoneonist Carel Kraayenhof gespeeld werd op het huwelijk van Prinses Máxima en Prins Willem-Alexander.

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Astor Piazzolla op Wikimedia Commons.