Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Achille Chavée

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Achille Chavée (Charleroi, 6 juni 1906La Hestre, 4 december 1969) was een Belgisch aforist en dichter en Henegouws en Waals surrealistisch figuur.

Biografie

Chavée was afkomstig uit een katholieke familie die zich in 1922 in La Louvière vestigde. Hij studeert rechten in Brussel en schrijft zich in 1930 in aan de balie van Bergen. In 1927 engageert hij zich op politiek vlak en sticht met Walter Thibaut de Union fédéraliste wallonne, die ijvert voor de culturele en politieke autonomie van Wallonië. Hij is ook medestichter van het tijdschrift La Bataille wallonne dat in 1929 verschijnt. Na de grote stakingen die begonnen waren in de Borinage en het Centre en die zich uitbreidden over het volledige Waalse industriebekken in 1932, neemt hij de verdediging op van de arbeiders en de mijnwerkers.

Op 29 maart 1934 richt Chavée in La Louvière, bij Albert Ludé, de latere chemicus, samen met de bibliothecaris André Lorent en de onderwijzer Marcel Parfondry de groep Rupture op, een beweging die vooral gericht is op politiek engagement. De surrealistische Belgische auteur Fernand Dumont wordt spoedig lid. In 1935 publiceert Chavée zijn eerste bundel, Pour cause déterminée, en het eerste (en enige) jaarlijks nummer van het tijdschrift Mauvais temps waar men onder meer de namen terugvindt van André Lorent, Fernand Dumont, Constant Malva en René Magritte. Hetzelfde jaar werkt Chavée mee aan het Bulletin international du Surréalisme en is hij mede-ondertekenaar van het Couteau dans la plaie, die voor het eerst de surrealistische groep van Brussel verenigt, Magritte, Mesens, Paul Nougé, Louis Scutenaire, André Souris met de groep uit Henegouwen. Twee andere bundels van Chavée verschijnen bij de uitgeverij «Rupture», Le Cendrier de chair in 1936 en Une fois pour toutes in 1938.

In 1936 ontmoet Achille Chavée André Breton en Paul Éluard in Parijs en tekent in Brussel mede de uitsluiting van André Souris uit de Belgische groep. Hij vertrekt in november naar Spanje en wordt tot november 1937 lid van de brigade Dombrovski van de Internationale Brigades (officier en later militair auditeur). Terug in België in 1937, maakt hij in 1938 kennis met Pol Bury. Na de ontbinding van Rupture eind 1938, richt hij op 1 juli 1939 te Bergen (Mons) de Groupe surréaliste en Hainaut op met Fernand Dumont, Marcel Lefrancq, Armand Simon, Louis Van de Spiegele, en werkt in 1940 mee aan twee nummers van het tijdschrift L’invention collective opgericht door Magritte en Raoul Ubac. Als communistisch weerstander tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt hij door de Gestapo gezocht en gaat in 1941 in de clandestiniteit.

In 1946 ontbindt Chavée de surrealistische groep in Henegouwen en sticht op 19 februari 1947 te Bergen samen met Van de Spegele, Marcel Lefrancq en Simon de groep Haute Nuit, tegen elk dogmatisme en tegen conformisme in de kunst, geloof in de avant-garde. Chavée schrijft: nous avions senti que le surréalisme était devenu une mode, une étiquette dont des tas de gens s'affublaient: il fallait continuer autrement l'aventure. Chavée neemt ook actief deel aan het "Surréalisme révolutionnaire". In 1956 sticht hij de groep Schéma en wordt in 1961 lid van het Mouvement populaire wallon. Chavée werkt nog mee aan diverse surrealistische tijdschriften en publiceert in totaal dertig bundels. Tot zijn dood in 1969, moedigt hij vele jonge kunstenaars, schrijvers, beeldhouwers, schilders en fotografen aan.

Bibliografie

  • Pour cause déterminée, gedichten, Brussel, René Henriquez, 1935.
  • Le cendrier de chair, La Louvière, Cahiers de Rupture, 1936.
  • Une fois pour toutes, gedichten, La Louvière, Cahiers de Rupture, 1938.
  • La question de confiance, Bergen, Groupe surréaliste en Hainaut, 1940.
  • D'ombre et de sang, gedichten, La Louvière, Editions du Boomerang, 1946, en hors texte, un dessin de Pol Bury.
  • Ecorces du temps, gedichten. Bergen, Haute Nuit, 1948.
  • De neige rouge, gedichten, Bergen, Haute Nuit, 1948.
  • Ecrit sur un drapeau qui brûle, gedichten, Bergen, Haute Nuit, 1948.
  • Au jour la vie, gedichten, Bergen, Haute Nuit.
  • Blason d'amour, gedichten, Bergen, Haute Nuit, 1950.
  • Ephémérides, gedichten, Bergen, Haute Nuit, 1951.
  • A pierre fendre, gedichten, Bergen, Haute Nuit, 1952.
  • Cristal de vivre, gedichten, Mons, Haute Nuit, 1954.
  • Entre puce et tigre, gedichten, La Louvière, Editions de Montbliard, 1956.
  • Catalogue du seul, gedichten, La Louvière, Editions de Montbliard, 1956.
  • Les traces de l’intelligible, gedichten, La Louvière, Editions de Montbliard.
  • Quatrains pour Hélène, gedichten, Bergen, Haute Nuit, 1958.
  • L'enseignement libre, gedichten, nota’s, zinnespelen, aforismen. Bergen, Haute Nuit, 1958.
  • Lætare 59, aforismen, La Louvière, Daily-Bul, 1959.
  • Le prix de l’évidence, gedichten, Parijs-Brussel, Bibliothèques Phantomas s.d.
  • L'éléphant blanc, La Louvière, Daily-Bul, 1961.
  • Poèmes choisis, Brussel-Parijs, Anthologie de l'Audiothèque s.d.
  • Tendances nouvelles de la littérature et de l'art dans la région du Centre, in het tijdschrift Rencontre, La Louvière, Cahiers van et IPEL, n° 1-2, januari-juni 1963.
  • Le sablier d’absence, Brussel, Editions Edda s.d.
  • Décoctions, La Louvière, Daily-Bul, 1964.
  • De vie et de mort naturelles, gedichten, La Louvière, Editions de Montbliard, 1965.
  • Adjugé, poèmes, La Louvière, Daily-Bul 1966, Coll. Les poquettes volantes.
  • L'agenda d'émeraude, gedichten, La Louvière, Editions de Montbliard, 1967.
  • Ego-Textes d'Achille Chavée, voorafgegaan door een Mélangeur van Pol Bury, gedichten en aforismen (gekozen door André Balthazar), La Louvière, Daily-Bul, 1969.
  • Le grand cardiaque, gedichten, La Louvière, Daily-Bul, 1969.
  • Au demeurant, aphorismes, La Louvière, Daily-Bul, 1969.

Postume werken

  • Décoctions II – Aphorismes, La Louvière, Daily-Bul, 1974, voor Les amis d’Achille Chavée.
  • 7 poèmes de haute négligence, La Louvière, Les amis d’Achille Chavée 1975, illustraties van Armand Simon.
  • Petit traité d’agnostisme – Aphorismes, La Louvière, Daily-Bul, 1979.

Over Chavée

  • Achille Béchet, Achille Chavée, Doornik, Unimuse, 1968
  • Christian Bussy, Anthologie du surréalisme en Belgique, Parijs, Gallimard,1972.
  • Alain Dantinne, Achile Chavée, le trafiquant de l’invisible in Textyles n°8, novembre 1991.
  • André Miguel, Achille Chavée, Coll. Poètes d’aujourd’hui, 190, Parijs, Editions Pierre Seghers, 1969, 195p.
  • Marcel Mariën, L’activité surréaliste en Belgique (1924–1950), Brussel, Lebeer-Hossmann, 1979.
  • René Magritte et le surréalisme en Belgique, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel, 1982.
  • Le mouvement surréaliste à Bruxelles et en Wallonie (1924–1947), Paris, Centre Culturel Wallonie Brussel, 1988.
  • Irène Hamoir, Scut, Magritte & C°, Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, 1996, 558 p.
  • Marie-Paule Berranger, Achille Chavée, surréaliste dans la révolte, in "Europe", "Les surréalistes belges", n° 912, Parijs, april 2005, p. 132–134.
  • Xavier Canonne, Le surréalisme en Belgique, 1924-2000, Mercatorfonds, Brussel, 2006 ISBN 90-6153-659-6; Actes Sud, Parijs, 2007, 352 p. ISBN 978-2742-772-094

Externe verwijzingen