Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Raymond Van Pée

Uit Wikisage
Versie door IPA (overleg | bijdragen) op 25 sep 2022 om 22:33 (→‎Terug in België)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Raymond Van Pée (Mechelen, 11 februari 1924Lier 16 september 2002)[1] was een lid van het Belgisch verzet in de Tweede Wereldoorlog.

Hij groeide op in Boechout en was het derde kind in een rij van één meisje en vijf jongens. Tijdens het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog volgde hij normaalschool in Antwerpen omdat zijn ouders wilden dat hij onderwijzer zou worden.

Tweede Wereldoorlog

Alle jongens ouder dan 16 werden in 1940 opgevorderd door het Belgisch leger, waaronder dus ook zijn Raymonds' 4 jaar oudere broer Robert.

Raymond zelf vluchtte bij het begin van de oorlog voor de Duitsers, samen met twaalf andere jongens uit de gemeente. Ze trokken per fiets naar Frankrijk. Ter hoogte van Abbeville werden ze ingesloten door het oprukkende Duitse leger en ze werden gevangengenomen. Omwille van zijn jonge leeftijd lieten de Duitsers Raymond vrij en hij mocht alleen terug naar huis fietsen. De andere jongens werden uiteindelijk een tweetal weken later vrijgelaten. Na vier maanden keerde ook zijn opgevorderde broer Robert terug naar huis aangezien de Duitsers hadden beloofd mensen die huiswaarts keerden met rust te laten.

De ouders van Van Pée waren Vlaamsgezind en waren lid van het Davidsfonds maar in tegenstelling tot veel andere Vlaamsgezinden waren ze niet Duitsgezind.

De door de Duitsers geïnstalleerde oorlogsburgemeester, de beeldende kunstenaar Staf Van Sintjan, kreeg voor de oorlog geregeld een gratis houtblok om zijn grafisch werk mee te maken. Tijdens de oorlog verzuurde de relatie.

Van Sintjan dwong Van Pée’s ouders, die een meubelmakerij hadden, om meubels te maken voor Duitse soldaten die ingekwartierd werden. Ze weigerden echter geld te ontvangen voor de werken.

Verschillende vrienden van Van Pée waren Duitsgezind en drie van hen traden toe tot het Vlaams Legioen. Op een bijeenkomst van vrienden probeerde Fanny Van Sintjan, de dochter van de oorlogsburgemeester, om Van Pée te overhalen ook toe te treden en te vechten tegen het communisme. Van Pée weigerde en leverde kritiek op de ronselaars van oostfrontstrijders. De volgende dag werd Raymond ontboden bij de burgemeester die dreigde Van Pée af te voeren naar het Fort van Breendonk. De oorlogsburgemeester eiste dat Van Pée zijn excuses aanbod aan de ouders van de Oostfrontstrijders, wat hij weigerde.

Dankzij tussenkomsten van Van Pée’s vader die Van Sintjan fysiek bedreigde, en door zijn moeder die ging spreken met de vrouw van Sintjan, zou Van Pée uiteindelijk met rust worden gelaten. Later zou Sintjan alsnog wraak nemen.

Eind 1942 verliet Van Pée de school en ging in de meubelzaak van zijn ouders werken.

Raymond ging bij de scouts, waar zijn broer Robert leider was. Hier kwamen de broers in contact met het verzet, onder meer met Jos Wuyts van het Geheim Leger.

Arbeid in Duitsland

Omdat de oorlog bleef duren en de Duitsers onvoldoende werkkrachten hadden, werden alle mannen jonger dan 35 jaar opgevorderd. Van Pée negeerde de eerste oproepingsbrieven maar zwichtte uiteindelijk voor de aanmaningen en bood zich uiteindelijk toch aan bij de Werbestelle. Hij verliet het gebouw echter al voor hij onderworpen kon worden aan een medisch onderzoek.

Enkele aanmaningen later bood hij zich enkele weken opnieuw aan bij de Werbestellen, ditmaal in het bezit van een brief van de bevriende zagerij Joris, die veel voor de Duitsers werkte. In de brief werd verklaard dat de zagerij niet kon werken zonder de ondersteuning van de zagerij van de familie van Pée. De Duitsers belden naar het gemeentehuis waar burgemeester Van Sintjan wraak nam voor de eerdere botsing met Raymond. Van Sintjan verklaarde dat Raymond’s oudere broer in de zagerij kon werken en dat Raymond mocht afgevoerd worden. Op 17 mei 1943 werd Raymond op transport gezet naar Speckenmoor waar hij moest werken in een schrijnwerkerij.

Terug in België

Na enkele maanden lukte het Raymond om samen met vijf andere Belgen om verlof te krijgen. Om zeker te zijn dat ze zouden terugkeren, lieten de Duitsers eerst drie Belgen gaan, de anderen zouden pas op verlof kunnen vertrekken als de eerste drie waren teruggekeerd. De zes trokken strootjes en Van Pée trok een kort strootje. De eerste drie verlofgangers keerden niet terug. De verlofpapieren voor de groep van Van Pée waren echter al gemaakt en de drie resterende gevangen vluchtten omdat ze wisten dat ze normaliter tijdens de reis weinig problemen zouden mogen tegenkomen omdat de reispapieren in orde waren.

Terug thuis bleef Raymond in een moeilijke situatie zitten: zijn oudere broer Robert was ondertussen ook opgevorderd en leefde ondergedoken. Hierdoor kwamen de Feldgendarmen regelmatig het huis van de Van Pée’s controleren in de hoop Robert aan te treffen.

In plaats van terug te keren naar Duitsland, besloot Raymond in overleg met scoutsaalmoezenier Jan Defour en verzetsleider Jos Wuyts om onder te duiken bij zijn broer in het klooster van Thy-le-Château waar ook zijn broer Robert ondergedoken leefde.

Na enkele weken vielen de Duitsers binnen op het einde van een misviering. De broers Van Péé konden zich verstoppen in een door Robert gemaakte schuilplaats in de altaarvoeten. Bij een tweede inval wisten de broers naar buiten te sluipen en zich te verstoppen in een schuur. De broers gingen werken op een boerderij, waar ze weer ternauwernood net niet werden ontdekt tijdens twee nieuwe razzia’s.

Op 31 juli 1944 werden de broers uiteindelijk toch gearresteerd tijdens een inval in het klooster. Ook de Witte Paters werden gearresteerd, evenals Jean-Marie Vanden Eynde. De broers werden opgesloten in de gevangenis van Charleroi waar ze werden afgezonderd van de paters. De broers werden ondervraagd door de Duitsers, maar ditmaal nog zonder ernstige gevolgen. Na enkele dagen kregen ze bezoek van hun vader.

Bij een tweede ondervraging werd Van Pée gemarteld. De SS wist dat drie vrienden van Raymond bij het Vlaams Legioen waren en twee dagen na de tweede ondervraging trachtte de SS daarom beide broers te rekruteren voor het Vlaams Legioen. Ze weigerden.

Deportatie

Op 31 augustus 1944 (enkele dagen voor de oprukkende geallieerden België zouden bevrijden) werden beide broers gedeporteerd naar het werkkamp van Blumenthal.

Midden januari 1945 werd Raymond’s broer Robert overgeplaatst naar het nieuwe kamp Schützenhof. Raymond wisselde met een Brusselaar en trok mee naar Schützenhof waar bij het rappel onmiddellijk werd ontdekt dat hij hier niet thuishoorde. Raymond werd hierop teruggestuurd naar Blumenthal, onder begeleiding van een soldaat gebeurde dit transport met de reguliere tram, zodat Raymond even terug de vrije wereld werd kon zien. Terug in Blumental werd hij afgeranseld.

Begin februari 1945 kon Raymond samen met een Brusselaar (Georges) een drietal weken overdag werken als dwangarbeider bij een meubelmaker die 60 was en een bestelling van de plaatselijke bakker niet alleen afgewerkt kreeg. De bakker gaf de dwangarbeiders dagelijks een half brood, dat Raymond deelde met zijn medegevangenen. Later vonden ze tijdens hun werk een geheime voorraad aardappelen. Een vriendelijke Duitse soldaat zorgde ervoor dat ze nog meer aardappelen kregen. Deze extra voedselbron was belangrijk, zeker omdat het eten in het kamp in de nadagen van de oorlog steeds slechter werd.

In de tweede week van maart 1945 konden Van Pée en Georges weer aan de slag als meubelmaker, ditmaal in de nieuwe woning die werd gebouwd door dezelfde bakker. Georges werd even later opgesloten omdat de Duitsers ontdekten dat hij een ontsnappingstunnel probeerde te graven uit het kamp Blumenthal.

Begin april 1945 moest Raymond niet meer gaan werken omdat de oorlog in een eindstadium was. Op 7 april kwamen de gevangenen van buitenkamp Schützenhof terug naar Blumenthal zodat Raymond Van Pée terug verenigd werd met zijn broer. Een dag later begon een dodenmars naar het concentratiekamp van Neuengamme.

Vervolgens werden de gevangenen op schepen gezet. De broers Van Pée brachten zes dagen door op de Athen en werden vervolgens overgebracht naar de Cap Arcona. Na enkele dagen werden de minst zieken, waaronder Raymond, terug naar de Athen gebracht, een schip dat naast drijvende gevangenis ook voorraadschip was voor de Cap Arcona en daarom enkele malen heen-en-weer voer tussen kust en Cap Arcona. Robert Van Pée bleef ondertussen op de Cap Arcona.

Op 3 mei werden de schepen in de baai gebombardeerd oor de Engelse luchtmacht, die de schepen aanzag als schepen die Duitse troepen of legermateriaal vervoerden. Verschillende schepen zonken waarbij duizenden gevangenen stierven, waaronder Robert van Pée.

Op het schip van Raymond, de Athen raakten verschillende oppassers gewond of gedood en de gevangenen slaagden erin de resterende bewakers te overmeesteren. Ze werden hierbij geholpen door de Duitse matrozen die onder meer hielpen SS’ers overboord te kieperen. Het schip voer hierna verder onder witte vlag wat er mogelijk heeft toe bijgedragen dat de terugkerende Engelse vliegtuigen het schip niet opnieuw aanvielen.

Raymond Van Pée en verschillende anderen slaagden erin de kust te bereiken waar ze beschoten werden door SS’ers tot Engelse tanks de haven binnenreden.

Midden mei 1945 keerde Raymond van Pée terug naar Boechout.

Na de Tweede wereldoorlog

Na de oorlog werd hij voorzitter van de Oudstrijdersbond NSB in Boechout. In 1995 bracht hij zijn verhaal uit in het boek Ik was 20 in 1944.

Bibliografie

  • Ik was 20 in 1944, Antwerpen, EPO, 1995

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
rel=nofollow
rel=nofollow
rel=nofollow