Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Johann Jakob Wettstein

Uit Wikisage
Versie door Mendelo (overleg | bijdragen) op 30 nov 2016 om 16:52
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johann Jakob Wettstein (ook wel geschreven als Wetstein; Bazel, 5 maart 1693Amsterdam, 23 maart 1754) was een Zwitsers theoloog en een voorloper van de tekstkritiek van het Nieuwe Testament.

Leven

Als zoon van Johann Rudolph Wettstein, de gereformeerde hoofdpredikant van de Leonhardskirche in Bazel, en diens echtgenote Sara Sarasin, werd Johann Jakob thuis gelovig opgevoed. Hij studeerde in 1706 af aan de Universiteit van Basel in de theologie, bijbelse filologie, tekstkritiek en archeologie. Hij verwierf de academische graad van Magister (M.A.) in 1709. Wettstein onderzocht al in zijn studententijd Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament. Een familielid, Johann Wettstein, die in de Universiteitsbibliotheek werkte, gaf hem toelating om de bijbelse handschriften in de bibliotheek te bestuderen. Hij noteerde de varianten in zijn kopie van de gedrukte uitgave van het Griekse Nieuw Testament van Gerard van Maastricht.

In 1713 verdedigde hij zijn proefschrift De variis Novi Testamenti lectionibus, waarin hij probeerde aan te tonen dat het bestaan van verschillende tekstversies geen afbreuk doen aan het gezag van de Bijbel.

Op een educatieve reis door Zwitserland, Frankrijk en Engeland ontmoette hij in 1716 Richard Bentley van de Universiteit van Cambridge. Dankzij hem kon Wettstein zijn talenkennis aanzienlijk uitbreiden. Bentley werd zijn wetenschappelijke promotor en nodigde hem uit om in Parijs mee te werken aan een uitgave van de Codex Ephraemi. Hij ontmoette in die tijd ook de Zwitserse brigadier Daniel de Chambrier von Welsch-Neuenburg, die een Zwitsers regiment leidde in Nederlandse dienst en toen gelegerd was in Rochester. Door Chambrier werd Wettstein een tijdje legeraalmoezenier. Toen het regiment later te 's-Hertogenbosch gelegerd was, kreeg Wettstein van Chambrier, die zelf ook theologie had gestudeerd, de toelating om eerst drie maanden in de Koninklijke Bibliotheek van Parijs de Codex Ephraemi te bestuderen, waarna Wettstein ook naar 's-Hertogenbosch reisde. Daar was hij een half jaar predikant tot hij werd teruggeroepen naar zijn geboortestad Bazel.

In Bazel was hij vanaf 1717 diaken in de Leonhardskirche. Omdat hij een aantal meningen had die afweken van de officiële leer van de Gereformeerde Kerk, werd een kerkelijk onderzoek tegen hem gestart. Men vond het vooral erg dat hij in 1Timoteüs 3:16 op basis van het manuscriptbewijs koos voor het woord ὅς (hos: „die”) in de plaats van θεός (theos; „God”) en men verdacht hem daarom van sympathieën met de socinianen. Dit leidde ertoe dat hij na een langdurige kerkrechterlijke zaak op 13 mei 1730 uit het ambt werd gezet.[1]

Hij verhuisde daarop naar Amsterdam, waar een andere verwante, Johann Heinrich Wettstein, een drukkerij had. Nadat hij zich op aanbeveling van de Remonstrantse Broederschap in Bazel verdedigde tegen de beschuldiging van socinianisme,[1] kreeg hij in Bazel in 1732 opnieuw toestemming tot prediken en onderwijzen. Aan zijn toelating als hoogleraar werden voorwaarden verbonden: hij mocht geen sociniaanse leer onderwijzen, zijn editie van het Grieks Nieuw Testament mocht nergens direct of indirect verschijnen, en hij mocht hierover geen verdediging schrijven.

Rond 1733 werd hij als predikant naar Amsterdam beroepen. Aan het college van de arminianen was hij adjunct van Jean Leclerc (Joannes Clericus, 1657–1736), wiens gezondheid niet meer al te best was. Na Leclercs overlijden in 1736 volgde Wettstein hem op als professor in de filosofie en de kerkgeschiedenis. Hij was lector in de filosofie (dat fysica en astronomie, kosmografie en dogmatiek inhield) en Hebreeuws.

In 1745 wees hij een uitnodiging af om in Basel Grieks te onderwijzen. In 1746 was hij nog eens op studiereis in Engeland, waar hij Syrische manuscripten collationeerde. Hij zette zijn studies van de manuscripten verder tot aan zijn dood.

Activiteiten

Wettstein wad een groot verzamelaar van tekstvarianten.

Zijn in 1730 gepubliceerde Prolegemena (voorwoord) bij het Nieuwe Testament verscheen wel twintig jaar voor zijn Grieks Nieuw Testament (1751/1752), dat voorzien was van – meestal verklarende – aantekeningen, waaruit zijn grondige kennis van de joodse en wereldlijke schrijvers bleek. Volgens de beschrijving van Bernhard Weiss was het Wettsteins bedoeling geweest om een editie van het Nieuwe Testament uit te geven die enkel gebaseerd was op vroege manuscripten, maar zag hij zich genoodzaakt om een versie van de Textus Receptus uit te geven, omdat zijn drukker weigerde mee te werken aan een tekstkritische editie.

Deze uitgave wordt gezien als belangrijke bijdrage aan de tekstkritiek van het Nieuwe Testament wegens de door hem verzamelde tekstvarianten die later door latere tekstcritici gebruikt werden. De Engelse drukker William Bowyer gaf een Griekse tekst uit op basis van de door Wettstein aanbevolen tekstversie.

Een aantal van de door hem gecollationeerde manuscripten zijn sindsdien verloren gegaan (zoals gedeelten van Fe). In dit werk introduceerde Wettstein ook een systeem van sigla, afkortingen voor de manuscripten: unciaalhandschriften duidde hij aan met een Latijnse hoofdletter, cursieve handschriften met een nummer in Arabische cijfers. Dit afkortingensysteem wordt tot op heden gebruikt.

In 1752 gaf hij de Syrische tekst uit, met Latijnse vertaling, van twee brieven die (verkeerdelijk) aan de kerkvader Clemens van Rome werden toegeschreven,[2] („Pseudo-Clementijnse brieven”).

Johann Salomo Semler gaf Wettsteins Prolegomena onieuw uit in 1764 met aantekeningen en een verdere bijlage.

Werken

  • Diss. de variis lectionibus Novi Testamenti. Basel 1713
  • Auszug geistreicher Lieder zum Lobe Gottes des Herrn Jesu. Basel 1728
  • Prolegomena ad Novi Testamenti graeci editionem accuratissimam e vetustissimis codicibus MS. denuo procurandam; in quibus agitur de Codicibus MS. Novi Testamenti, scriptoribus graecis, qui Novo Testamento usi sunt, versionibus veteribus, editonibus prioribus et claris interpretibus, et proponuntur animadversiones et cautiones ad examen variarum lectionum Novi Testamenti necessariae. Amsterdam 1730; Semler gaf dit werk meermaals uit met de titel: J. J. Wetstenii Prolegomena in N. T. notas adjecit atque appendicem de vetustioribus latinis recensionibus, quae in variis codicibus supersunt, J. S. Semler cum quibusdam characterum graecorum et latinorum in libris manuscripts exemplis. Halle-Magdeburg 1764; Als tweee deel kan men beschouwen: J. J. Westenii Libelli ad crisin atque interpretationem N. T. Adjecta est recensio introductionis Bengelii ad crisin N. T. atque Glocestrii Ridley Diss. de Syriacarum N. T. versionum indole atque usu, e bibliotheca et cum quibusdam notis J. D. Michaelis. In academicorum usus edidit et pleraque observationibus illustravit J. S. Semler. Halle-Magdeburg 1766
  • Christliche Predigt wider die zauberischen und abergläubischen Künste, über Esa. 8, 19-22; gehalten in der Pfarrkirche bei St. Leonhard in Basel, den 31. August 1732, auf hochobrigkeitl. Verordnung bei öffentlicher Vorstellung einer ärgerlichen Person. Basel 1732
  • J. R. Wetstenii, Ecclesiae Basiliensis Pastoris, (patris editoris) ad reformatas Helvetiae atque foederatarum civitatum Ecclesias, Epistola. Amsterdam 1733
  • Orthodoxia a falsis criminationibus J. L. Frey vindicata. Amsterdam 1733
  • Oratio funebris m obitum viri celeberrimi Joannis Clerici, Philos. et Historiae eccles. Inter Remonstrantes Professoris, habita a. d. VIII. Cal. Marti. Amsterdam 1736
  • Sermo in funere plurimum reverendi Jo. Driebergii, Theologiae inter Remonstrantes- Professoris, habitus a. d. XI. Cal. Junii 1746. Amsterdam 1746
  • Ἡ ΚΑΙΝΗ ΔΙΑΘΗΚΗ sive Novum Testamentum graecum editionis receptae, cum lectionibus variantibus Codicum MS. Editionum, aliarum versionum, Patrum, nec non Commentario pleniore, ex scriptoribus veteribus Hebraeis, Graecis et Latinis, historiam et vim verborum illustrante; opera et studio etc. Tomus I, Continens quatuor Evangelia. Leiden (Lugd. Batav.) 1751, Tomus II, continens Epistolas Pauli, Acta Apostolorum, Epistolas canonicas et Apocalypsin. Leiden 1752, Editio secunda, auctior et emendatior Novum Testamentum Graecum, ad fidem Graecorum Codicum MSS. nunc primum expressum, adstipulanta J. J. Wetstenio juxta sectiones J. A. Bengelii divisum, et nova interpunctione saepius illustratum. Accessere in altero volumine exercitationes conjecturales virorum doctorum undecunque collectae. London 1763
  • Duae Epistolae S. Clementis Romani, Discipuli Petri Apostoli, quas ex codice manuscripto N. T. Syriaci nunc primum erutas, cum versione latina apposita, edidit J. J. W. Leiden 1752
  • Epistola ad virum plurimum reverendum, H. Venerne, de duabus Clementis Rom. Epistolis, ex Syriaco nuper editis. Amsterdam 1754

Literatuur

  • G. Mussies: Wettstein (Wetstenius) Johann Jacob In: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme. J.H. Kok, Kampen 1988, ISBN 9024244617, deel 3, p. 394–399.
  • Abraham Jacob van der Aa: Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt. Verlag J. J. Van Brederode, Haarlem 1877, p. 160, (Online)
  • Heinrich Doering: Die gelehrten Theologen Deutschlands im achtzehnten und neunzehnten Jahrhundert. Verlag Johann Karl Gottfried Wagner, 1835, Neustadt an der Orla, boekdeel 4, p. 705, (Online)
  • Johann Georg Meusel: Lexikon der vom Jahr 1750 bis 1800 verstorbenen teutschen Schriftsteller. Gerhard Fleischer d. J., Leipzig, 1815, boekdeel 15, p. 67, (Online)
  • Knipscheer: WET(T)STEIN (Johannes Jacobus). in: Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek. (NNBW), Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING), A.W. Sijthoff, Leiden 1912, deel 2, kolom 658–661.
  • Ernst Staehelin: Johann Ludwig Frey, Johannes Grynaeus und das Frey-Grynaeische Institut in Basel. Buchdruckerei Friedrich Reinhardt ag., Basel 1947, p. 59–83 en 94–98.

Weblinks

  1. 1,0 1,1 https://www.biblicaltraining.org/library/johann-jakob-wettstein
  2. º The Catholic Encyclopedia (1917)  (en) Pope St. Clement I, in: Catholic Encyclopedia, New York, Robert Appleton Company, 1907-1912. (vertaal via: Vertaal via Google translate)
rel=nofollow