Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

De Ontwikkelingsgerichte Benadering

Uit Wikisage
Versie door O (overleg | bijdragen) op 3 mei 2016 om 11:55 (https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=De_Ontwikkelingsgerichte_Benadering&oldid=46635850)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Ontwikkelingsgerichte Benadering (OGB) is ontstaan in de coachingspraktijk van Rudy Vandamme, in de periode 1995-2008. Zijn praktijk was een voortdurende bron voor zijn onderzoek naar de meest volwaardige methodiek voor het faciliteren van de ontwikkeling van individuen en teams. De voornaamste uitdaging daarbij was het combineren van resultaatgerichtheid en aandacht voor dieper liggende identiteitskwesties en trager werkende processen van ontwikkeling. Bij het ontstaan van de concrete coachingsmethodiek werd voortdurend rekening gehouden met maatschappelijke thema’s uit de tijdgeest: zelfsturing, zingeving, ecologie en nieuwe patronen van helpen.

De Ontwikkelingsgerichte Benadering bestaat uit een consistent geheel van een idee die aansluit bij een mens- en wereldbeeld en zich vertaalt in principes, methodiek en toepassingen. In de toepassing wordt gesproken van een levensattitude en een wijze van Ontwikkelingsgericht Werken.

De idee ‘Ontwikkeling’

De Ontwikkelingsgerichte Benadering steunt op een kritische reflectie op het idee ‘ontwikkelen’. De theoretische basis van de OGB is het herdenken van de filosofische grondslagen van dit idee. De idee zelf is namelijk doorheen de geschiedenis zelf in ontwikkeling. Aanvankelijk wordt het begrip gebruikt om een handeling aan te wijzen: de wikkels afdoen zodat het ingewikkelde object tevoorschijn komt. In de figuurlijke betekenis werd vervolgens het idee ontwikkeling gebruikt om aan te geven dat een entiteit kan evolueren van een primitieve, onbeschaafde naar een meer gevormde, gecultiveerde staat. Het idee ‘ontwikkeling’ werd in een kader van het Verlichtingsdenken begrepen als een lineaire vooruitgang naar een steeds betere staat tot, naar men hoopte en geloofde, een ideale staat bereikt zou worden. In de 18de, 19de en 20ste eeuw is dit het kader van denkers als Hegel, Darwin, Marx en Freud en in hun zog antropologen, politici en economen. In hun ideeën leven de vooronderstellingen dat de menselijke beschaving vanuit eigen wil voortgang kan bepalen (een antropocentrische zienswijze), dat die voortgang steeds een vooruitgaan is en de essentie vormt van de menselijke beschaving. Ten slotte dat de motor van die voortgang het cultiveren is van lagere bestaansvormen. Een denker als Nietzsche en existentialistische filosofen als Sartre en Heidegger zijn de voorbode van een tegenreactie op deze invulling. Destructie, eeuwige herhaling en het kwade zijn ook deel van de mens. Het postmodern relativisme vernietigt in de tweede helft van de 20ste eeuw het vooruitgangsdenken en maakt de humanistische intentie om andere te helpen ontwikkelen tot een verdacht project. Er kan niets meer gezegd worden, niet meer gewild worden. Denkers van geschiedenis, zoals Francis Fukuyama, verdedigen dan ook de noodzaak om het idee van geschiedenis en ontwikkeling te herdenken.

Rudy Vandamme kiest ervoor om de idee 'ontwikkeling' te herwaarderen. Ontwikkeling is voor hem in de eerste plaats een geloof dat er een voorwaartse voortgang te herkennen is in de levensloop van individuen, teams, organisaties, samenlevingen en de levende wezens als geheel. Ontwikkeling, zo stelt hij, is een kenmerk van het leven in het universum. Daarmee differentieert dit idee zich van de gedachte dat het leven niet meer is dan opgang, verval en eeuwige herhaling. Samen met Prigogine ziet hij binnen de levenscyclus van entiteiten een voortgang naar hogere graden van complexiteit en bij de mens een evolutie naar meer bewustzijn en een wereld met meer goedheid.

De grondgedachte van de Ontwikkelingsgerichte Benadering is het geloof dat er doorheen al onze bezigheden zich een zingevende voortgang voordoet. Dat er zo iets kan zijn als ontwikkeling, zowel in de evolutie van levende wezens op aarde, als in het individuele leven, is een wonderbaarlijk iets. Ontwikkelingsgericht denken is het mysterie zien van iets dat zich ontvouwt in een gegeven historische en maatschappelijke context.

Mens- en wereldmodel

De Ontwikkelingsgerichte Benadering steunt op een ecologisch en gelaagd wereldmodel. De mens is niet de top van de evolutie. De mens wordt gezien als een wezen dat zichzelf betekenis geeft doorheen de verhoudingen waarin hij leeft. De mens is een deelgeheel, een holon, een concept dat Ken Wilber ontleent heeft aan Koesler. Als deelgeheel is de mens per definitie ingebed in gehelen. Dit contrasteert met een atomistisch en antropocentrische wereldbeeld waarin de mens buiten of boven de natuur staat. De mens is deel van de natuur en tegelijk is de mens de motor voor het ontstaan van een nieuw evolutionair ontwikkelingsniveau.

Het idee van voortgang vraagt een verdere integratie met het ecologisch wereldbeeld dat wezenlijk gebaseerd is op het cyclische van het leven. Ontwikkeling is enerzijds te ontdekken binnen de levenscyclus, maar ook over levenscycli heen, namelijk door de participatie in de ontwikkeling van steeds complexere en grotere gehelen.

Historisch-maatschappelijke context

Rudy Vandamme formuleert zijn Ontwikkelingsgerichte Benadering als reactie op een Westerse maatschappij waarin de verhouding tussen de mens en het leven ‘verdingelijkt’ wordt, zoals Heidegger dat beschreef. In de Ontwikkelingsgerichte Benadering wordt instrumentalisme gecomplementeerd met verbondenheid, rationaliteit met intuïtie, bewuste sturing met liefdevol omgaan met wat zich wil ontvouwen. In de Ontwikkelingsgerichte Benadering wordt resultaatgerichtheid en Ik-sturing slechts als onderdeel gezien van een veel waardevollere levenshouding: de intrinsieke aard van het leven zien, erkennen, eren en vormgeven.

Een andere historische context is de courante wijze waarop in de laatste decennia professionele helpers, zoals coaches, therapeuten, leraren en leidinggevenden, zichzelf profileren. De Ontwikkelingsgerichte wijze van werken reageert tegen professionals die zich als expert afstandelijk opstellen en niet in de ontmoeting gaan met hun cliënten, studenten of medewerkers. In het Ontwikkelingsgericht Werken wordt gekozen voor evenwaardige ontmoeting en het inbrengen van subjectiviteit. Daarnaast biedt het Ontwikkelingsgericht Werken ook een alternatief voor het caritatief helpen en het redderspatroon. Er wordt gekozen voor het samen doen van onderzoek en co-creatieve kennisontwikkeling.

Situering

OGB richt zich op de existentiële dimensie van de mens: het feit dat individuen, groepen en culturen een identiteit ontwikkelen gedurende hun levenscyclus en dit steeds in spanningsverhouding met zich wijzigende contexten en groter wordend bewustzijn rond gehelen.

OGB situeert zich op het knooppunt van enkele maatschappelijke praktijken. Het heeft kenmerken van pedagogiek, onderwijs, hulpverlening maar ook van spiritualiteit. De OGB ontleent aan het pedagogisch werk het idee dat een levend wezen zich ontvouwt vanuit innerlijke krachten en in relatie met een context. De ontwikkelingswerker neemt daarbij de positie van ‘maieutiek’. Door een zone van naaste ontwikkeling op te zetten, een idee ontleent aan Vygotsky, zal een entiteit op een discontinue manier groeien naar een nieuwe stadium van functioneren.

OGB is verwant aan het levenslang leren en agogiek. Ontwikkeling houdt niet op en behoort tot de mogelijkheid van het individu, teams en organisaties. Soms moet een entiteit om te overleven zich verplicht aanpassen aan een wijzigende context. Ontwikkeling betekent echter dat die verplichting een vrije keuze wordt om zich op niveau van identiteit te vormen of hervormen. OGB stelt dat ontwikkeling een mogelijkheid is en al of niet wordt opgepakt.

OGB grenst aan hulpverlening, therapie, begeleiding en coaching. De aanmelding in deze praktijken worden gezien als kansen voor ontwikkeling van identiteit. Het Ontwikkelingsgericht Werken differentieert zich echter van courante patronen in deze praktijken omdat het niet gericht is op herstel en genezen, maar op het scheppende vermogen om zichzelf vorm te geven.

OGB grenst aan spiritualiteit omdat ze een levenshouding aanbrengt dat de processen van het leven plaatst boven de menselijke wil. Daarbij is het een levenslange oefening om ontwikkelingsgericht om te gaan met alles wat in het leven zich aandient, inclusief het doodgaan.

Verwante benaderingen zijn Alexander’s patroontaal dat gebruikt wordt om vormend bezig te zijn, de levenskunst zoals Dohmen en Fritz dat uitgewerkt hebben, zelfsturing, wijs worden, de kunst van het wonen, zingeving, positieve psychologie, Alain de Boton’s school of life en de vormgevende creativiteit van kunstenaars.

Principes

1.Ontwikkeling vindt plaats in een zone van naaste ontwikkeling. Dat is een open ruimte waarin actoren zorgen voor prikkels. Met deze relationele visie op ontwikkeling, onderscheid de OGB zich van het idee dat ontwikkeling gedacht wordt als een entiteit dat zich alleen van binnenuit ontvouwt. Het is het samenspel tussen de mogelijkheid van een entiteit om zich te ontvouwen en de prikkelende omgeving, dat er een ontwikkeling waar te nemen is.

2.OGB ziet ontwikkeling als een samenspel van continuïteit en discontinuïteit. Er wordt verder gebouwd op wat er al is en tegelijk wordt nieuwe elementen toegevoegd.

3.OGB kiest ervoor om niet vanuit een Ik-wilsact te ontwerpen maar aan te sluiten bij wat zich wil ontvouwen. In de OGB kiest men bij voorkeur om de principes van intentie en emergentie te laten werken. Hij zal bij voorkeur niet werken vanuit ‘push a pull’. Hij houdt rekening met de intelligentie van onbewuste processen en gehelen. Hij neemt in zijn denken lange termijnen.

De Ontwikkelingsgerichte levenshouding

Ontwikkelingsgericht door het leven gaan is een levenskunst. Het betekent dat men tegelijk open staat voor vernieuwing en adaptatie aan invloeden enerzijds en continuïteit en zelfzekerheid behoud anderzijds. Dit contrasteert met de neiging om toestanden vast te houden, waardoor zelfs negatieve toestanden comfortzones worden. Iemand die zich ontwikkelt durft zichzelf in een nieuwe situatie en herprofilering begeven. Het contrasteert ook met iemand die innoveert om te innoveren en teveel van het Ik zijn leven wil vorm geven. Ontwikkeling volgt de flow van het leven, van wat zich aandient of nog niet aandient. Niet het Ik is leidend maar het bewustzijn en de manifestatie van vormen. Ontwikkelingsgerichtheid binnenbrengen als levenskunst is in het worden leren zijn.

De ontwikkelingsgerichte levenshouding wordt beschreven met zeven kenmerken.

Methodiek

Het holarchisch wereldbeeld wordt vertaald in methoden van Ontwikkelingsgericht Werken. De methoden bestaan uit het structureren van voortgang middels het Vorkmodel en de Ontwikkelcirkel.

De Ontwikkelingsformule verankert het idee dat ontwikkeling steeds het samengaan is van continuïteit en discontinuïteit. In de erkenning van wat er is, kiest men voor aansluiting. Dit contrasteert met vechten tegen iets dat men 'niet ok' vindt. Door het toevoegen van nieuwe elementen creëert men een verschil dat het individu, team of organisatie in een nieuwe staat of fase brengt.

De formule bestaat in het samenvoegen van drie patronen: behouden, toevoegen en loslaten.

Ontwikkelingsgericht werken is een combinatie van aansluiten bij wat er is (continuïteit) en het scheppen van een verschil (discontinuïteit). Dit als antwoord op een doorgeslagen patroon in de westerse cultuur om ‘vooruit te hollen’ - niet ecologisch te werken.

De setting wordt verankerd in de triadische dialoog. In interactie tussen twee mensen waarvan één een opvoeder of helpende professional kan zijn, zorgt de triadische dialoog voor het optimaliseren van de kans tot ontwikkeling. De triadische dialoog bestaat uit volgende ingrediënten:

1.een concrete opstelling in de materiële ruimte. De actoren zitten niet tegenover elkaar, maar in ongeveer in een hoek van 45graden naast elkaar.

2.er wordt een mentaal punt gedefinieerd waar beide actoren naar kijken. Dat is een onderwerp dat ontwikkelbaar is of een mogelijkheid dat ingevuld kan worden. Door beide kenmerken samen te voegen ontstaat fysiek letterlijk en mentaal een driehoek. Vandaar de naam ‘triadisch’.

3.De actoren zitten, staan of wandelen naast elkaar en hebben een relatie van evenwaardigheid.

4.De actoren hebben een verschillende inhoudelijke verhouding met het onderwerp. De betrokken persoon of cliënt kan zijn verhouding ervaren als een probleem en zijn uitdaging is om zijn zelfsturing te verbeteren ten aanzien van dit onderwerp. De niet betrokken persoon, opvoeder of professional helper is onderzoekend en nieuwsgierig begaan met de derde term. Hij zet zijn verschillend perspectief in op het onderwerp en schept op die manier een zone waarin ontwikkeling kan plaatsvinden.


De algemene methodische principes komen er steeds op neer dat :

1.men kijkt naar een individu, team of situatie als een identiteit dat zich vormt en hervormt in relatie tot een gebeurtenis of invloed.

2.men uitdagingen herkadert tot uitnodigingen tot reflectie op de eigen ontwikkeling.

3.men een dialoog opbouwt waarin men het verschil prikkelend laat werken maar tegelijk de aansturing bij de andere laat. Men behoedt zich te adviseren, druk uit te oefenen. Men begrijpt de dialoog als een dans van volgen en leiden.

4.men focust de hulp op het structureren van voortgang, niet op de inhoud.

5.men stelt vragen om de aandacht te verleggen, naar doelen, naar identiteit, naar zelfsturing of naar participatie in het groter geheel.

6.onderweg bijsturen.

Toepassingen

OGB is terug te vinden in diverse toepassingen van Ontwikkelingsgericht Werken. Naast specifieke professionele invullingen gaat het vooral over een manier van werken gebaseerd op een attitude die overal kan ingezet worden. Zo kunnen ook ouders ontwikkelingsgericht opvoeden of collega’s onder elkaar ontwikkelingsgesprekken voeren.

Het Ontwikkelingsgesprek

Het Ontwikkelingsgesprek is een gesprek waarbij een totaalbeeld wordt gemaakt van iemand zijn ontwikkeling op een gegeven moment in zijn levensloop. Het Vorkmodel wordt gebruikt als template om alle elementen in kaart te brengen. Het ontwikkelingsgesprek geeft niet alleen een overzicht, maar leidt ook tot een helder inzicht op welk spoor het meeste ontwikkelingswinst te boeken is indien men er aandacht aan zou besteden.

Het identiteitsgesprek

Het identiteitsgesprek brengt in kaart hoe een professional zijn beroepsrol tot iets persoonlijks maakt. Er wordt in kaart gebracht hoe de persoon zichzelf situeert in zijn landschap van stakeholders. Het identiteitsgesprek is een spin-off van het promotieonderzoek van Rudy Vandamme over de identiteit van leraren waarbij de theorie van het dialogische zelf van Hubert Hermans als leidraad dient.

Ontwikkelingsgericht Coachen van individuen

In een expliciet coachingkader wordt een afspraak gemaakt met een individu om meestal in meerdere sessies van één tot anderhalf uur, te werken aan een uitdaging. Deze wordt door de persoon aangebracht. De Ontwikkelingsgerichte coach gebruikt de triadische dialoog en situeert de uitdaging in het Vorkmodel.

Ontwikkelingsgericht faciliteren van teamontwikkeling

Een aan de organisatie externe facilitator wordt ingeschakeld om samen met de leidinggevende een traject op te zetten van teamontwikkeling. Meestal is het onderwerp van aanmelding ‘samenwerking’. Als werkvorm wordt de Ontwikkelcirkel gebruikt. Deze bestaat uit zeven stappen die steeds opnieuw doorlopen worden om zo de ontwikkeling gestalte te geven. Het doel van het traject is dat de teamleden elkaar onderling coachen in eigen ontwikkeling, samen teamidentiteit opbouwen en vanaf de samenwerking komen tot zinvolle en gedragen projecten. Een bijkomend doel is dat het team zelfsturend wordt in het oppakken van hun eigen samenwerking en ontwikkeling.

Ontwikkelingsgericht Bemiddelen (mediation)

Ontwikkelingsgericht bemiddelen werd uitgewerkt door Mediation Instituut Vlaanderen. Deze baseert zich op een aantal uitgangspunten:

1.Een kwestie of conflict wordt gezien als een uitnodiging om zich als deelgeheel te ontwikkelen en daardoor het geheel, de relatie, mee te ontwikkelen. De bemiddelaar helpt cliënten om het grotere perspectief te zien, een gelaagd wereldmodel en van daaruit keuzes te maken en beslissingen te nemen over hun gedeelde conflictsituatie. De ontwikkelingsgerichte bemiddelaar zal methodisch de partijen niet alleen horizontaal verbinden, maar ook de bovenlaag in gesprek brengen.

2.De bemiddelaar belichaamt een ontwikkelingsgerichte levenshouding: hij werkt verbindend en bekijkt verschillen en diversiteit als positieve elementen van ontwikkeling. Vanuit die houding inspireert hij zijn cliënten om hetzelfde te doen. De ontwikkelingsgerichte bemiddelaar verplicht de klant echter niet tot ontwikkeling.

3.De bemiddelaar past de ontwikkelingsformule toe: erkennen wat er is, toevoegen en loslaten.

4.In het methodisch stappenplan bouwt de ontwikkelingsgericht bemiddelaar een fase in waarbij de partijen expliciet zich verhouding met hun gedeeld groter geheel. Zij worden geëngageerd om dat geheel verder vorm te geven.

Ontwikkelingsgericht leidinggeven

Ontwikkelingsgericht leidinggeven is een manier van leidinggeven waarin gelaagde ontwikkeling centraal in de aandacht staat. Volgende aandachtspunten komen aan bod:

1. De leidinggevende investeert in zijn eigen persoonlijke en professionele ontwikkeling.

2. De leidinggevende ziet zichzelf als een deelgeheel: hij participeert met de medewerkers en vertegenwoordigd ze in een groter geheel. De leidinggevende participeert actief in de ontwikkeling van de organisatie waartoe hij behoort. Hij zet daarvoor zichzelf en zijn team in.

3. De leidinggevende belichaamt een ontwikkelingsgerichte attitude: hij stelt zich authentiek en kwetsbaar op ten einde een sfeer te scheppen waarin ook elke medewerker afzonderlijk aangesproken worden op hun persoonlijke ontwikkeling. Hij aanvaardt het onvolmaakte en het vallen en opstaan. Hij beschouwt de medewerkers niet alleen als competentieprofielen maar als mensen met een eigen levensverhaal en zoektocht naar zingeving. Organisatiedoelen staan op hetzelfde niveau van belang als menselijke welzijn.

4.De leidinggevende maakt een expliciete resultaatgebieden van teamontwikkeling. Hij bepaald de kaders en faciliteert een proces waarin de medewerkers zelfsturing kunnen opnemen.

Ontwikkelingsgerichte Organisatieontwikkeling

Organisatieontwikkeling start bij het zien van de organisatie als een levend wezen dat in haar levenscyclus een eigen identiteit vormt. De betrokken bestuurders, managers of consultants helpen de ontwikkeling in beeld brengen. De organisatie wordt in de Ontwikkelingsgerichte Benadering gezien als een deelgeheel. Het bestaat uit delen, stakeholders en maakt deel uit van een groter geheel, een markt of maatschappij in ontwikkeling.

Het model spiral dynamics van Graves, evenals de integrale theorie van Ken Wilber zijn ontwikkelingsmodellen die organisatieontwikkeling in beeld brengen. Structuur en cultuur moeten mee in ontwikkeling zijn samen met de individuen en teams.

Ontwikkelingsgericht opvoeden

Opvoeden door ouders wordt meestal opgevat als een socialisatieproces. Het kind leert van de ouders en de school hoe het zich moet gedragen om te behoren tot de wereld van de mensen. Het kind leert attitude en competenties. Daarnaast willen de opvoeders het kind in zijn uniciteit tegemoet komen, zijn talenten ontdekken en hem of haar begeleiden op een unieke levensweg. De kunst van het ontwikkelingsgerichte is een zone van naaste ontwikkeling te creëren zonder dat het kind geduwd wordt in een richting van presteren en creëren. Er moet in de gecreëerde ruimte plaats zijn voor prikkels maar ook laten-zijn, zodat het kind zich kan ontvouwen met een natuurlijk ritme, tempo en richting. De belangrijkste vaardigheid is het kunnen creëren van een liefdevolle ontwikkelingsruimte. Om dit te kunnen moeten opvoeders geïnvesteerd hebben in zelfkennis: welke patronen in communicatie doen ze onbewust, welke waarden drijft hen als ze met kinderen bezig zijn, en de kunst van het communiceren.

Ontwikkelingsgericht Ontwikkelingswerk

Ontwikkelingswerk in andere landen of bepaalde groepen is pas ontwikkelingsgericht als het de principes volgt van de Ontwikkelingsgerichte Benadering. Erg afwezig in het denken over ontwikkelingswerk is de relatie tussen ontwikkelaar en ontwikkelde. In welgevormd ontwikkelingswerk maakt meerstemmige identiteit het mogelijk dat de partijen elkaar ontmoeten in evenwaardigheid en elkaar waarderen met wederzijdse kruisbestuiving. Er is transparantie nodig van de agenda’s van de helper en een visie op een groter geheel, bijvoorbeeld mondiale samenhang, waarin alle partijen hun bijdrage hebben.

Ontwikkelingsgericht opleiden

In contrast met kennisoverdracht, zal het Ontwikkelingsgericht opleiden de nadruk leggen op volgende aspecten:

1.De leerling of student ontwikkelt zich als totale mens en gebruikt daarbij de leerinhouden. Een ontwikkelingsgerichte leraar zal de persoonlijke ontwikkeling van de leerling centraal stellen en kennisverwerving invoegen in deze ontwikkeling. Leerinhouden kunnen daarbij dienen als een zone van naaste ontwikkeling, niet alleen voor competenties, maar ook voor identiteitsontwikkeling.

2.De leraar investeert in zijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Hij kent zijn ontwikkelingsthema, zijn kernkwadrant, zijn talenten, en de invloed die dit alles heeft op het onderwijsgebeuren.

3.De klasgroep wordt in haar identiteitsontwikkeling gefaciliteerd.

4.Kennis wordt niet als vaststaand beschouwt, maar als ontwikkelbaar. De betrokkenen zijn begaan met onderzoek, kenniscreatie of kennisontwikkeling zoals Bereiter en Scardamalia dat bedacht hebben. De leraar is op deze ontwikkelingslijn een facilitator van co-creatieve processen.

5.Het onderwijsleergebeuren wordt zinvol gesitueerd in de grotere gehelen van maatschappelijke ontwikkeling.

6.Onderwijsstructureren, zoals organisatie van leertrajecten, architectuur van de school, zijn aangepast aan het centraal stellen van de vorige ontwikkelingslijnen.

Zoek op Wikidata

rel=nofollow


[[Categorie:]]

[[Categorie:]]