Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Raoul Stuyck

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Zaak-Stuyck)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Raoul Stuyck (geboren als Raoul Gustave Lélia Stuyck) (Antwerpen, 15 mei 1945) is een Vlaams ondernemer en promotor. Tijdens de jaren ’90 kwam hij in opspraak wegens beschuldigingen van fraude en facturenzwendel.

Biografie

Carrière

Stuyck’s ouders waren allebei leraars in het stedelijke onderwijs. Stuyck studeerde aanvankelijk politieke en sociale wetenschappen aan de Vrije Universiteit van Brussel, maar besloot zich na één kandidatuur te richten op de wereld van de media. In de jaren zestig werkte hij als losse medewerker voor de Antwerpse uitgeverij Polderman en Van Gool, die destijds ondermeer 't Pallieterke en de regionale uitgave van Deze week in Antwerpen uitgaven. Stuyck schreef er een wekelijkse filmrubriek en ontwierp folders voor de Antwerpse bioscoop Rex. Hierna was hij een tijdlang promotor van de Brusselse importeur van de Italiaanse distilleerderij Martini & Rossi, uitgebaat door de Italiaanse broers Dino en Aldo Vastapane. Hier leerde Stuyck ook Paul Vanden Boeynants en de Brusselse bouwtycoon Charly De Pauw kennen.

In 1966 werd Stuyck account executive bij het reclamebedrijf De Kie in Beveren, dat geleid werd door directeur Albert De Bens, die later één van de hoofdverdachten werd in het proces Stuyck. Ook was hij actief bij Flandria, onder de hoede van Constant Van Marcke en werkte vanaf 1967 tijdens de wintermaanden voor uitgeverij De Vlijt, die de krant Gazet van Antwerpen uitgaf. 's Zomers bleef hij exclusief voor De Kie werken. Na verloop van tijd werd Stuycks werk voor De Kie zo belangrijk dat hij in 1972 besloot om in vast dienstverband te treden bij De Vlijt, waar hij hoofd van de dienst externe communicatie werd en later hoofd van de promotieafdeling. Stuyck was tijdens de jaren ’60, ’70 en ’80 een manusje-van-alles in dienst van Jan Merckx. Hierbij was hij onder meer actief voor Flandria, Gazet van Antwerpen, Reizen Wirtz, Autobussen Weemaes, en vele andere, waaronder alle politieke partijen. Stuyck organiseerde in 1989 ook de openingsceremonie van vtm in het casino van Oostende en leverde de hostessen.

Fraudeschandaal

Op 30 maart 1990 lekte uit dat Stuyck een factuurzwendel had opgezet ten behoeve van de lokale industrie en politiek. Stuyck bezorgde verschillende politieke partijen zwart geld door voor niet geleverde diensten facturen uit te schrijven. In ruil betaalde hij het geld terug voor een commissieloon van 10 procent. Dit bezorgde hem ook de bijnaam Meneer tien procent. Het openbaar ministerie gewaagde van (illegale) politieke sponsoring.

Het proces begon in 1996 en op 14 juni 1996 werd Stuyck door de Antwerpse correctionele rechtbank tot vier jaar effectieve celstraf en een fiscale geldboete van een half miljoen frank veroordeeld. In 1998 werd Stuyck in beroep tot drie jaar opsluiting veroordeeld, waarvan 18 maanden effectief. De meeste personen die van zijn zwendel hadden geprofiteerd werden niet vervolgd of door de raadkamer buiten vervolging gesteld.

Stuyck publiceerde in 1999 zijn memoires, Hugo, Jacky, Raoul, Ward en de anderen bij uitgeverij Houtekiet. Het boek deed heel wat stof opwaaien, maar het geplande tweede deel werd nooit gepubliceerd.

Bronnen

  • DE WITTE, René en TIMMERMAN, Georges, De zaak Raoul Stuyck: fraude en corruptie in Antwerpen, Uitgeverij Hadewijch Antwerpen-Baarn, 2000.
  • STUYCK, Raoul, Hugo, Jacky, Raoul, Ward en de anderen, Uitgeverij Houtekiet, 1999.