Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Tsjolent

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Als tsjolent (tsjolnt, tsjoelent of tsjolnt) (Jiddisch: טשאָלנט, (ˈtʃolənt of ˈtʃʊlənt), in het Hebreeuws chamin חמין, vertaald: heet) is een warm gerecht uit de asjkenazisch-joodse keuken.

Het is een gerecht wat traditioneel op de sabbat ’s middags wordt gegeten. Dit gerecht en varianten ervan ontstonden wegens de rabbijnse-joodse sabbatregels: op de sabbatdag mag men een jood geen vuur aansteken, maar onder bepaalde voorwaarden wel nut hebben van een vuur dat voor de sabbatdag werd aangestoken. Een kookpot met de ingrediënten voor tsjolent wordt daarom op vrijdag voor het begin van de sabbat op lage hitte op het fornuis gezet, en is dan tegen zaterdagmiddag klaargestoofd.

De basisingrediënten zijn bonen, grutten, aardappelen, en vlees.

In de sefardische keuken is het gerecht onder andere namen. Typisch voor de sefardische keuken is dat men het eet met hardgekookte eieren, de Huevos Haminados.

Vermoedelijk stamt het eenpansgerecht uit Spanje, waar het de naam adafina had. In de Middeleeuwen raakte het via Frankrijk naar Centraal- en later Oost-Europa.[1]

De naam tsjolent duikt voor het eerst schriftelijk op in teksten uit de 13e eeuw,[1] en is van Romaanse oorsprong. Het woord zou afgeleid zijn van het het Latijnse calens, calentem („dat wat heet is”); en via het Oud-Franse chalant (vergelijk chaud) in het Jiddisch zijn opgenomen.[2] Volksetymologisch wordt de naam tsjoelent wel uitgelegd als sjoel-end. In het Jiddisch heet de synagoge de sjoel. Het middageten was klaar aan het einde van (de eredienst in) de synagoge.[1]

Vroeger werd de tsjolent traditioneel bij de bakker in de gemeenschappelijke oven geplaatst in een speciale, met deeg afgesloten pot. In de late voormiddag werd de kookpot na het bezoek aan de synagoge onderweg afgehaald en vervolgens werd de inhoud gegeten. Men mocht de kookpot naar huis dragen dankzij de eroev, de omheining, binnen dewelke het toegelaten is om bepaalde voorwerpen op de sabbatdag te dragen.[3]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 1,2 Gil Marks, Cholent/Schalet. in: Encyclopedia of Jewish Food. John Wiley and Sons, 2010, p. 127-129
  2. º Max Weinreich, History of the Yiddish Language, University of Chicago Press, Chicago 1980, p. 400
  3. º Elliott Horowitz, Sabbath in: The YIVO Encyclopedia of Jews in Eastern Europe, 2010.

Weblinks

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Tsjolent op Wikimedia Commons.