Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Sociale economie

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Sociale economie is een deelsector van de economie die probeert een brug te slaan tussen economische bedrijvigheid (productie en verkoop van goederen en diensten) en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Tewerkstelling, democratische besluitvorming krijgen voorrang op de vergoeding van aandeelhouders. Meestal zijn de bedrijven géén klassieke vennootschappen, maar wel verenigingen en/of organisaties zonder pure winstdoelstelling. In vele gevallen gaat het over gesubsidieerde tewerkstelling.

Deze sector van de economie wordt soms verbonden met de coöperatieve beweging, die voor een deel is ontstaan uit de arbeidersbeweging aan het eind van de 19de eeuw. Er zijn ook coöperaties opgericht in de land- en tuinbouwsector, vooral om de productie gezamenlijk af te zetten via een distributie-apparaat.

Definities van sociale economie

Het Europees Economisch en Sociaal Comité definieert de rol van de sociale economie als volgt: “Daar waar de markt en de staat tekortschieten, of onvoldoende doeltreffend optreden, treedt de sociale economie in werking om te voorzien in de behoeften van haar leden en de consumenten.”[1]

De Smet S. e.a. definiëren sociale economie aan de hand van een aantal criteria gerangschikt volgens belang:[2]

  • Criterium 1: Economische activiteit
  • Criterium 2: Situering tussen publieke en private economie
  • Criterium 3: Sociale doelstelling
  • Criterium 4: Dienst en arbeid hebben voorrang op winst en kapitaal
  • Criterium 5: Beheersautonomie
  • Criterium 6: Democratische structuur
  • Criterium 7: Relaties en transparantie
  • Criterium 8: Juridische vorm

Ceuppens Luc e.a. van memo vzw schrijven in 2004:“De meest gebruikelijke manier om in België de sociale economie te definiëren is te verwijzen naar het samenwerkingsakkoord sociale economie tussen de federale staat, de gewesten en de Duitstalige gemeenschap, afgesloten op 4 juli 2000.”[3]

Sociale ondernemingen zijn door het EMES Netwerk gedefinieerd als organisaties met het expliciete doel gunstig te zijn voor de gemeenschap, opgestart door een groep inwoners en waarin het materieel belang van investeerders in kapitaal beperkt is. Sociale ondernemingen hechten ook veel belang aan hun autonomie en aan economische risico’s in verband met doorlopende socio-economische activiteit.[4] Het gaat hier om een ideaaltype dat onderzoekers toelaat om zich te positioneren binnen het diverse werkveld van de sociale economie.

Verder heeft de EMES een aantal criteria voor sociale ondernemingen:[5]

De EMES definitie van sociale ondernemingen:

„To reflect the economic and entrepreneurial dimensions of initiatives, four criteria have been put forward:

  1. A continuous activity, producing and selling goods and/or services
  2. A high degree of autonomy
  3. A significant level of economic risk
  4. A minimum amount of paid work

To encapsulate the social dimensions of the initiative, five criteria have been proposed:

  1. An explicit aim to benefit the community
  2. An initiative launched by a group of citizens
  3. Decision-making power not based on capital ownership
  4. A participatory nature, which involves the various parties affected by the activity
  5. Limited profit distribution”
    Defourny 2001: 16–18

Gert Van den Broeck en Ingrid Vanhoren schrijven: ”Het begrip sociale economie heeft in de loop der jaren in de verschillende landsgedeelten een andere betekenis gekregen. In Wallonië en Brussel wordt de term vrij algemeen in de mond genomen. In Vlaanderen echter doelt men met de term vooral op de organisaties die de inschakeling van kansengroepen via economische activiteiten beogen, zoals de invoegbedrijven, sociale werkplaatsen en werkervaringsbedrijven. Dit kan mede verklaard worden doordat de politieke belangstelling voor deze sector zich vooral toespitst op de inschakeling van kansengroepen.”[6]

VOSEC hanteert de volgende definitie:

„De sociale economie bestaat uit een verscheidenheid van bedrijven en initiatieven die in hun doelstellingen de realisatie van bepaalde maatschappelijke meerwaarden vooropstellen en hierbij de volgende basisprincipes respecteren: voorrang van arbeid op kapitaal, democratische besluitvorming, maatschappelijke inbedding, transparantie, kwaliteit en duurzaamheid. Bijzondere aandacht gaat ook naar de kwaliteit van de interne en externe relaties. Zij brengen goederen en diensten op de markt en zetten hun middelen economisch efficiënt in met de bedoeling continuïteit en rentabiliteit te verzekeren.”
VOSEC[7]

Verschillende werkvormen

Binnen de sociale economie in België zijn er een aantal werkvormen gegroeid.

Ondersteuningsstructuur

  • adviesbureaus
  • solidaire financiers
  • startcentra

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties: