Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

René Lambrichts

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

René Lambrichts (Borgerhout, 1 april 1900Ukkel, 24 november 1993) was een Belgische advocaat die in 1937 de fascistische en anti-Joodse organisatie Volksverwering oprichtte.[1]

Levensloop

Lambrichts groeide als zoon van een geneesheer op nabij de Antwerpse Jodenbuurt. Hij volgde zijn humaniora aan het Sint-Jan Berchmanscollege. Op zijn 17e trad hij toe tot de orde van de dominicanen, maar verliet deze na enkele maanden. Er zijn sterke aanwijzingen dat Lambrichts tijdens de Eerste Wereldoorlog als oorlogsvrijwilliger in dienst was, maar verdere details over zijn (eventuele) militaire dienst in die periode zijn niet bekend.

In 1919 schreef hij zich tegen zijn zin, op bevel van vader, in aan de faculteit farmaceutische wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Nog datzelfde jaar stopte hij om niet achterhaalde redenen zijn studie en ging in dienst bij het Frans Vreemdelingenlegioen. Volgens een rapport van de gerechtspsychiater, opgemaakt na de Tweede wereldoorlog, leidde Lambrichts een soldatenleven vol drank en hoeren. In het legioen werd hij getroffen door tyfus, waardoor hij blijvende gehoorschade opliep.

In 1924 keerde Lambrichts terug naar België en begon hij rechten te studeren aan de Université Libre de Bruxelles, waar hij zijn latere echtgenote leerde kennen. Lambrichts studeerde af in 1930. Zijn stageperiode legde hij af tussen 1933 en 1935, waarbij onduidelijk is waarom hij een dergelijke grote studieachterstand opliep.

Groot Belgisch gedachtengoed

Lambrichts was van 1925 tot 1931 lid van Vaderlandsche Jeugd en van 1929 tot 1933 van Jonge Belgen, waarvoor hij de verantwoordelijke was in Borgerhout. Beide organisaties stonden onder leiding van de Waalse katholieke politicus Pierre Nothomb, die voorstander was van een Groot-België, dat naast het België met de huidige staatsgrenzen ook [Limburg (Nederland)|Nederlands Limburg]], Luxemburg, een deel van de Franse Ardennen en een deel van Duitsland zou omvatten.

In zijn vroege geschriften zoals in de Vaderlandsche studentenbode rept Lambrichts met geen woord over de Joden. Lambrichts was toen Belgisch-nationalist en droomde van een Groot (tweetalig!) België. Hij verzette zich hiermee tegen de visie van veel activisten. Lambrichts schreef hierbij bijvoorbeeld spottend over de Vlaams-nationalist en antisemiet Ward Hermans, een latere compagnon in Volksverwering.

Lambrichts was net zoals veel andere Jonge Belgen aanhanger van de kortlevende in 1932 opgerichte Belgicistische Belgische Nationale Partij, die verder ook steunde op Waalse oud-strijders, maar toch vooral op de fascistische beweging Nationaal Legioen.

Extreem-rechts antisemitisme

De Jonge Belgen gingen in 1933 op in de jeugdbeweging van het Nationaal Legioen, een cruciale schakel in de transformatie van de oorspronkelijk anti-Duitse Lambricht tot fervent antisemiet. De eerste keer dat hij (nog terloops) spreekt over ’het Jodenvraagstuk’ was op 1 juni 1933, in het artikel het Waalsche Vraagstuk.

Dat jaar was Lambrichts ook een stichtend lid van de NV De Belgische Uitgaven (samen met onder meer Pierre Beeckmans en Carlo Delien), die een belangrijke rol zou spelen in de verspreiding van de magazines van het Nationaal Corporatief Arbeidersverbond (NACO) van Charles Somville. Lambrichts was hoofdredacteur van Naco’s uitgave De Stormloop, dat oorspronkelijk een oplage van 7500 exemplaren telde, maar het aantal slonk snel naar 1800.

Onder andere door de Nieuwe Mars-richting van Joris van Severen kwam er toenadering tussen NACO en het Verdinaso, waarna Lambrichts lid werd van Verdinaso, wat hij zou blijven tot eind 1937. Vermoedelijk brak Lambrichts met Verdinaso omdat dit staatsnationalisme vooropstelde in plaats van het door Lambrichts gewenste volksnationalisme. Mogelijks speelde ook het feit mee dat Verdinaso in die tijd niet publiekelijk anti-Joods was.

Na de teloorgang van het NACO richtte Lambrichts in 1937 de antisemitische organisatie Volkverwering op, die bestond uit ex-leden van NACO en extremistische Vlaams-nationalisten. De organisatie onderhield nauwe contacten met Nazi-Duitsland en in 1938 mocht Lambrichts in het Duitse Erfurt een lezing geven, getiteld Die Judenfrage in Belgien. Vanaf juli 1939 organiseerde Volksverwering ’openbare volksvergaderingen’. De eerste editie vond plaats in Borgerhout, Lambrichts achtertuin. Hij gaf de lezing Genoeg Jodenbescherming! Eerst werk voor eigen volk!.

Na de breuk met Verdinaso zocht Lambrichts met zijn Volksverwering toenadering tot het Nationaal Legioen, dat op zijn beurt reeds in augustus 1937 zijn leden aanraadde zich te abonneren op het tijdschrift van Volksverwering. In 1939 werd Lambrichts op pamfletten van de jeugdafdeling Belgische Jonge wacht aangeduid als verantwoordelijk uitgever.

Tweede Wereldoorlog

Vóór de start van de Achttiendaagse Veldtocht lieten de Belgische autoriteiten Lambrichts en enkele kompanen afvoeren naar het Franse kamp van Le Vernet d’Ariège. In augustus 1940 waren ze terug in België.

Lambrichts kon de bezetter overtuigen om Volksverwering te steunen. Op 15 oktober 1940 werd Volksverwering opnieuw gelanceerd met de oprichting van een Raad voor Bewaking en Initiatief. Lambrichts richtte op 28 februari 1941 met de SIPO SD de NV Uitgeverij Volksverwering op, met Pierre Beeckmans als beheerder en verder César Tiré. In maart 1941 werd hun blad omgedoopt tot Volksche Aanval. Samen met de Anti-Joodsche Centrale zetelden ze in een door de Duitsers aangeslagen gebouw van de Joodse vluchtelingenorganisatie Belhicem (Filips van Champagnestraat 52, Brussel). Volksverwering was en bleef anti-Joods en lanceerde onder meer het idee alle Joden te deporteren naar Madagascar. Het blad deed later minder moeite te maskeren wat de echte visie was met betrekking tot de Joodse bevolking en publiceerde teksten als: „ Met Joden medelijden hebben was volkomen ’misplaatst’, want in feite was het enige dat wat men van hen verlangde, dat ze in hun onderhoud zouden voorzien ’zonder te parasiteren te midden van andere volkeren: konden ze dat niet’ dan... moeten ze maar doodgaan” (januari 1941).[2]

In Antwerpen nodigde Volksverwering op 2 april 1941 de burgemeester en schepenen uit voor de voorstelling in Cinema Rex van Der ewige Jude, een nazifilm. Lambrichts leidde de film in en was vol lof over Adolf Hitler. Na een volgende vertoning brak de ’Antwerpse pogrom’ uit (Paasmaandag, 14 april 1941). Onder de 200 tot 400 daders waren vele leden van Volksverwering, naast VNV’ers en Vlaamse SS’ers. Voor de ’toevallig’ aanwezige camera’s van de Propaganda Abteilung sloegen zij ruiten in en stichtten ze brand in de synagoges aan de Oostenstraat en de Van Den Nestlei.

Na de oorlog

Na de oorlog werd Lambrichts tot levenslang veroordeeld. Vijf jaar later was hij alweer vrij.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. º Haat is een deugd. Het perfide credo van drie Antwerpse jodenjagers, Lieven Saerens, Uitgeverij Lannoo.
  2. º Vreemdelingen in een wereldstad : een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking 1880-1944, Lieven Saerens, Uitgeverij Lannoo, 2000
rel=nofollow
rel=nofollow