Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Plantenterminologie

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Plantennamen)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De plantenterminologie zijn de wetenschappelijke benamingen en de daarmee verbonden betekenissen, die aan planten worden gegeven, ter herkenning, beschrijving en soortaanduiding. Te onderscheiden is :

  1. 1e woord : soortnaam, op zich toebehorend aan een bepaalde familie, (met hoofdletter geschreven).
  2. 2e woord : omschrijvingsnaam, omschrijft de plant welke met de eerste naam is aangeduidt (níet met een hoofdletter geschreven).
  3. 3e woord : cultivarbenaming, geeft een bepaalde (verdergekweekte) cultivar aan, op de voorgaande twee benamingen, (met hoofdletter geschreven en tussen aanhalingstekens), of :
Tussen 2e en 3e woord in : variëteitsbenaming, geeft een bepaalde variëteit aan (de afkorting 'var.' tussenvoegen, verder géén hoofdletter gebruiken en géén aanhalingstekens).
Tussen 2e en 3e woord in : vormbenaming, geeft een bepaalde vorm aan (de afkorting 'f.' (van forma) tussenvoegen, verder géén hoofdletter gebruiken en géén aanhalingstekens).
Tussen 2e en 3e woord in : ondersoortbenaming, geeft een bepaalde ondersoort aan (de afkorting 'subsp' (subspecies) tussenvoegen, verder géén hoofdletter en géén aanhalingstekens).
Tussen 1e en 2e woord in : kruising, geeft een kruising aan van verschillende plantensoorten (een 'x' toevoegen, verder géén hoofdletter en géén aanhalingstekens).
Voorbeeld : Salix alba 'Britzensis' - Een wilg (Salix) - met witte (alba) bladeren (onderkanten) - de cultivar is 'Britzensis'.
Voorbeeld : Pinus nigra subsp. laricio - Een pijnboom (Pinus) - deze is 'zwart' (nigra), danwel donker - de ondersoort is laricio.
Voorbeeld : Catalpa fargesii f. duclouxii - Een trompetboom (Catalpa) - omschrijving : fargessii (betekenis ontbreekt), (de vorm (forma) van de plantensoort is duclouxii).
Voorbeeld : Hedera helix var. sinensis - Een klimop (Helix) - omschrijving : helix (betekenis ontbreekt), (de variëteit van de plantensoort is Chinees (chinensis).
Voorbeeld : Chrysanthemum x morifolium - Een chrysant (Chrysanthemum) - is gekruist met een andere soort, en krijgt de omschrijving morifolium (folium slaat op het blad, verdere betekenis niet bekend).

Betekenissen van de 2e benaming

De tweede benaming betreft dus een omschrijving van de betreffende plantensoort.

De volgende Latijnse omschrijvingsnamen worden veel gebruikt :


A

  • abies = spar, den
  • adamii = genoemd naar de Franseboomkweker Louis Adams, die in 1825 een 'blauwe brem' entte op een 'goudenregen'.
  • alatus = gevleugeld
  • alba, album, albus = wit
  • andreanum = naar E.F. André
  • ananassa = plant uit Zuid-Amerika afkomstig, met smakelijke vrucht.
  • angustifolia, angustifolium = smal blad
  • annuum, annuus = eenjarig
  • anomala = ongebruikelijk, uitzonderlijk, naar de kruipende stengels verwijzend
  • aquifolium = met scherpe bladeren
  • armeniaca = uit Armenië, Armenische boom
  • ascalonicum,-a,-us = van Askalon, in Palestina
  • arguta = scherp gezaagd
  • armeniaca = uit Armenië
  • aromaticus = welriekend, sterk geurend
  • ascalonicum,a = van Askalon (Palestina)
  • atlantica = van het Atlasgebergte
  • aucuparia = vogellokkend
  • aurea, aureum, aureus = goudgeel
  • avellana = van Avella (stad in Italië)
  • avium = van de vogels (avis = vogel)

B

  • baccatus = besdragend, van bessen voorzien
  • barbatus = gebaard
  • bellis = schoon, zeer mooi
  • Beta = (naar bajth) huis, een teken voor een huis met een deur; biet
  • betulus = lijkend op berk
  • bicolor = tweekleurig
  • biennis = tweejarig
  • botrytis, (bot-rys) ; Gr.botrys = naam van druif, met een tros, trosvormig
  • brownii = Schotse plantenverzamelaar en botanicus die vele werken schreef, en leefde eind 18e eeuw, begin 19e eeuw.

C

  • campanulatis = klokvormig
  • canadensis = van Canada afkomstig
  • candidus = grijswit
  • capitata = hoofd; vorm van een hoofd
  • carica = van Carië, in Klein-Azië
  • carota = naam van de peen (wortel)
  • caryophyllus = plant met kruidnagel-geur
  • caulis = zonder stengel
  • cerefolium GR. chairephyllon: liefelijk blad; (Fr. cerfeuil)
  • cepa = naam voor de ajuin
  • cerasus = kersenboom; zure kersenboom
  • cerefolium = Gr. chairephyllon: liefelijk, zacht blad;
  • chinensis, = Chinees; (ook: sinensis)
  • cineraria = asgrauw, als met as bestrooid, grijsachtig (cinis = as)
  • coeruleus = blauw
  • colurna = oude Latijnse benaming voor hazelnoot, hazelaarachtige
  • communis = gewoon, algemeen
  • compactus = opeengedrongen, zeer gedrongen
  • conifer = kegeldragend
  • coronarius = kroonachtig
  • corymbosum = met tuilen, tuildragend
  • crispa, crispum = gekroest, gekruld, (crispare = kroezen)
  • cristatus = hanekam-vormend
  • Cydonia = appel/ vrucht uit de streek van Kreta; Oude stad of streek in Griekenland (Mélon Kydonias)
  • cymosa = plat of rond bloemscherm, waarvan de binnenste bloemen het eerst openen.

D

  • decora = sierlijk
  • delicious, (deliciosa) = heerlijk smakend
  • domestica = huiselijk, inheems
  • dulcis, dulce = zacht, zoet, liefelijk

E

  • edulis = eetbaar
  • elastica, elasticus = veerkrachtig
  • elegans = sierlijk
  • elephantipes = lijkend op een olifantspoot, Verwijzend naar de stam
  • endiva (intybus) = Waarschijnlijk van het Arabische woord hendibeh.
  • esculenta, -um = eetbaar
  • expansa, -us, um = uitgebreid; verder kruipend

F

  • faba = naam van een boon (Lat.)
  • -folius = met bladeren als ...
  • foliosus,-a, -um = bladrijk, bladachtig
  • - florus = met bloemen als ....
  • floribunda, floribundus = rijkbloeiend
  • fragilus = broos, zwak
  • fruticosus, fruticosa = heesterachtig, dichtgroeiend, (frutex = struik)
  • fulgens = lichtend

G

  • gallica = uit Frankrijk
  • gemmifera, gemmatus, -a, -um = met knopjes (knopjesdragend)
  • germanica = uit Duitsland
  • gigantea, giganteus = reusachtig
  • gracilis = bevallig
  • gramineus = grasachtig
  • grandiflorum = grootbloemig
  • grandis = groot
  • graveolens = sterk ruikend/ riekend

H

  • hawkeri = naar de ontdekker Hawker genoemd
  • hispanica = Spaans, uit Spanje
  • horizontalis = horizontaal
  • humilis = laagblijvend
  • hybriden, hybridus = bastaarden (kruisingen), hybriden (hibriden)

I

  • idaeus, idaea, idaeum = van de berg Ida op Kreta
  • incana = grijs
  • insititia = voor het enten gebruikt (onderstam)
  • intybus (endiva) = Waarschijnlijk van het Arabische "hendibeh"

J

  • japonicus = uit Japan
  • x josta = Duits: kruising van Schwarze Johannisbeer en stachelbeer (zwartebes x kruisbes)
  • Jostaberry = Engelse woord voor jostabes; josta = Schwarze Johannisbeer en stachelbeer

K

  • kamtschatic.us, a, um = van Kamtschatka (N.O.-Azië)

L

  • lamarckii = naar de bioloog Jean Baptiste Antoine Pierre Monet, chevalier de la Marck (1744 - 1829)
  • latifolia, latifolius = breedbladig
  • laurocerasus = blad lijkt op laurier, vrucht lijkt op kers
  • leylandii = naar C.J.Leyland van Haggerston Hall, Northumberland
  • locusta = locus= plaats; groeit op een afgebakende plaats
  • longifolius = langbladig
  • lycopersicum, lycopersicon, lykos (GR.) = wolf; persica = perzik

M

  • macrophylla = grootbladig
  • majalis = in mei bloeiend
  • majus = groter
  • mas (masculus) = mannelijk
  • maritima = aan de zeekust groeiend
  • maximum = de grootste
  • media = de middelste
  • melongena GR.: mèlon = appel; genos= geslacht, afkomst
  • meniata = meniekleurig (bruinrood)
  • microphylla = kleinbladig
  • minor = kleiner
  • mollis = zacht, mollig

N

  • nanus = laagblijvend
  • napus = raap
  • nigra, nigrum = zwart

O

  • oblonga = langwerpige vorm
  • occidentalis = westers
  • odoratus = welriekend, aangenaam geurend
  • officinalis = geneeskrachtig
  • oïdes ides = gelijkend op (v.e. geslachtsnaam afgeleid)
  • orientale, orientalis = oosters
  • ovalifolium = ovaalbladig

P

  • paniculata = pluimvormig
  • patula = openstaand
  • peltatum = schildvormig
  • pendula, pendulus = hangend
  • pepo = pompoenachtig
  • perennis = overblijvend, (vaste plant)
  • persicum, persica = afkomstig uit Perzië (Iran)
  • peruvianum = afkomstig uit Peru (Z.-Amerika)
  • plenum = gevulde bloem, dubbele bloem
  • plumosis = vedervormig
  • porrum = van het Keltische pori; een eetbaar look
  • praecox = vroegbloeiend
  • pumila, pumilus = klein, dwergachtig
  • purpureus = purper, purperkleurig
  • pyramidalis = pyramidevormig, kegelvormig
  • Pyrus = Latijnse woord (pirus) voor peer

Q

  • quercifolia = met bladeren als van de eik (Quercus)

R

  • radicula = wortel, kleine wortel
  • rapa, rapaceúm = raap, raapvormig
  • regia = Koninklijk, paleis, koninklijke burcht, residentie
  • reginae = van de koningin
  • repens = kruipend
  • rex = koning
  • rhabarbarum = uit het land van de barbaren; afkomstig van een vreemd land
  • rhaponticum = uit het land van de Wolga en de Zwarte Zee (van het Gr.: Rha = Wolga; potos = zee)
  • rieger = (Spaans : riego = bewatering), plant die veel water nodig heeft
  • robur = kracht
  • rubens = roodachtig
  • rubra = rood
  • rotundifolia = rondbladig

S

  • sabauda = Savoois, uit Savoje (Spanje)
  • saccharinum = gesuikerd
  • sanguineum = bloedrood
  • scandens = klimmend
  • schoenoprasum = van Gr.: schoinos: bies en prason: look
  • scutellarioides = zoals het geslacht Scutellaria (scutellaria betekent schotel- of schildvormig, verwijzend naar de vorm van het blad)
  • semperflorens = altijd bloeiend
  • sempervirens = altijd groen
  • serrulata = fijngezaagd
  • somnifer, somnifera, somniferum = slaapverwekkend
  • spicata, spicatum = arendragend
  • spinosus,-a,-um = met dorens
  • splendens = schitterend, glanzend
  • sylvatica, sylvestris, (silvatica) = bosbewonend

T

  • tricolor = driekleurig
  • trifasciata = met drie banden
  • truncatus = afgeknot
  • tuberosum, -a, -um = knoldragend
  • triloba = drielobbig

U

  • umbelliformis = schermvormig
  • uva = druif; vorm van een druif

V

  • Valerianella = Van het Lat.woord dat heilzaam betekent; geneeskrachtige plant; Valeriaan
  • variegatum, variegatus = bont
  • vinifera = voor het wijnmaken gebruikt
  • vulgaris, vulgare = algemeen

W

  • wittrockiana = genoemd naar Wittrock

X

Y

Z

  • zonale, zonalis = met een gordel; van een gordel voorzien


Zie ook

Referenties