Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Paardenrassen in de Oudheid

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het paard werd al ver vóór het begin van onze jaartelling getemd en er werd ook mee gefokt. Zo ontstonden uit de verschillende wilde paardenrassen bruikbare huisdieren.

Paardenhoofd op een Romeins mozaïek

Het fokken van paarden, een proces waarbij fysieke en andere kenmerken werden geselecteerd, was in de Oudheid geconcentreerd in Azië. Omdat alle paardenrassen rond het begin van onze jaartelling nog een geringe schofthoogte hadden werd nog geen onderscheid gemaakt tussen ponyrassen en paardenrassen.

Opvallend is de waarde die in de oudste bronnen aan de kleur van de paarden werd gehecht. Vooral in Azië waren witte paarden zeer gewaardeerd. In het Westen werd aan de kleur veel belang gehecht en paarden met vachten in een bepaalde kleur werden alleen geschikt geacht als trekpaarden of paarden voor de bagage.

Omdat de voor de exacte bepaling van oude paardenrassen benodigde technologie, de archeologische hulpwetenschappen, archeozoölogie en de archeogenetica van recente datum zijn kunnen de oude bronnen pas in de vroege 21e eeuw worden geverifieerd en aangevuld met exacte gegevens uit opgravingen van paardenskeletten. Daarvoor wordt onderzoek gedaan door de Universiteit van Bazel.[1]

De paarden in de oudste Griekse en Latijnse bronnen

De Ilias noemt Argos als "het paardenvoedend Argos", een verwijzing naar de stoeterijen van Menelaos in Elis[2] en ook Hector wordt door Homerus met de paardenfokkerij in verband gebracht.[3] Veel van de zeer gewaardeerde paarden en paardenrassen kwamen niet uit Griekenland maar uit het Oosten. De reusachtige steppen- en grasvlakten van Azië, de streek waar de wilde paardenrassen hun oorsprong vinden, zijn het gebied van herkomst van alle bekende paardenrassen.

Over de paarden in de Oudheid is niet veel met zekerheid bekend. Sommige verhalen, bijvoorbeeld dat het paard van Julius Caesar "tenen in plaats van hoeven"[4] had zijn ongeloofwaardig en ze moeten als legenden worden beschouwd. Van sommige met name bekende paarden zoals Bucephalus, het paard van Alexander de Grote en de door Hadrianus in een gedicht vereeuwigde Borysthenes is niet meer precies vast te stellen om welk paardenras het gaat. Van Borysthenes weten we alleen dat hij "Borysthenes Alanus" oftewel "Dnjepr de Alaan" werd genoemd wat op een herkomst uit de hedendaagse Oekraïne wijst.[5] Misschien betreft het de vermaarde Kolaxaiaan, een van de vier in de Partheneion genoemde paardenrassen. Dit werk noemt vier paardenrassen: het gevleugelde paard, het Enectische paard (misschien een paard gefokt door de Venetii,[6] een volk in het huidige Bretagne), het Ebinische paard (misschien een paard gefokt door de Kelten) en de Kolaxaiaan. Dit paardenras werd met de Scythische vorsten in verband gebracht.[7][8]

Xenophon noemt in de Anabasis de Cappadocische paarden bij naam. Romeinse auteurs prijzen deze paarden als geschikt voor de wagenrennen al zijn ze "in hun jeugd zwak", een kenmerk dat ook bij hedendaagse renpaarden en dravers voorkomt.[9]

In deze opsomming lopen mythe en werkelijkheid als vanzelfsprekend in elkaar over, daarom werd ook het mythische gevleugelde paard als ras vermeld. In de oudste mythen, waaronder die van Heracles en de Merries van Diomedes komen duidelijk mythische "vleesetende paarden" voor.[10]

Ook in de Oudheid werden paarden al gebrandmerkt.[11]

Overgeleverde aanduidingen van rassen

Paarden in de Bijbel

De vier ruiters, afbeelding uit de Apocalyps van St. Severus

De Bijbel noemt paarden voor het eerst in Genesis, waar Egyptenaren (en wellicht ook Kanaänieten) paarden aanbieden aan Jozef in ruil voor voedsel. (Genesis 47:17)

De Israëlieten kenden vóór de exodus uit Egypte geen paarden en in de periode na de vestiging in het Beloofde Land was het paard taboe. Buitgemaakte strijdpaarden, meestal van strijdwagens, mochten niet naar huis worden gebracht, de pezen van de dieren werden doorgesneden. (Jozua 2:6 en 2Samuël 8:4)

Paarden werden met de oorlog geassocieerd, ezels met vrede. Het fokken van muildieren was verboden vanwege de wetten van Mozes die bastaardij verboden.

De bijbelse koning Salomo was de eerste Israëlietische vorst die paarden zou hebben gebruikt in de oorlogvoering. Het Oude Testament schrijft dat Salomo wagens en paarden bijeen bracht. Hij bezat "veertienhonderd wagens en twaalfduizend paarden", die hij deels in Jeruzalem bij zich hield en deels onderbracht in garnizoenssteden verspreid over het land. Salomo’s paarden waren volgens de schrijvers van de Kronieken afkomstig uit Egypte en uit Kewe, waar ze door handelaars van de koning werden aangekocht. In Egypte betaalden ze voor een strijdwagen zeshonderd sjekel zilver, en voor een paard honderdvijftig sjekel. Deze handelaars leverden ook paarden aan de koningen van de Hethieten en de Arameeërs. (2Kronieken 1:14) Het ras van de paarden wordt niet genoemd. In Megiddo zijn de zogenaamde "Stallen van Salomo" opgegraven; volgens archeologen waren dit echter geen paardenstallen, maar waarschijnlijk vooral voorraadmagazijnen. De bijbeltekst in Kronieken wordt dus vooralsnog niet door archeologische vondsten ondersteund.

In het Nieuwe Testament komen de in de oudheid heersende vooroordelen over de kleur van de vacht van de paarden naar voren in de Apocalyps, het Evangelie naar Johannes. In Openbaring 6:2-8 opent het Lam Gods de eerste vier zegels van het laatste oordeel. Volgens de voorspelling rijden daarna vier ruiters uit. De eerste ruiter zit op een wit paard en is gewapend met pijl en boog, hij rijdt uit om te overwinnen. De tweede ruiter zit op een rood paard en is gewapend met een groot zwaard om vernietiging te brengen. De derde ruiter zit op een zwart paard en draagt een weegschaal bij zich. Deze derde ruiter brengt de honger. De laatste van de vier ruiters is de dood die op een vaal paard rijdt.

Het meest gewaardeerde paard, het witte paard, wordt door Johannes aan Christus gegeven. In Openbaring 19:11,14 voorspelt de evangelist: "En ik zag de hemel geopend en zie, een wit paard en Hij die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid en de heerscharen die in de hemel zijn volgen hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen".

De paarden hebben in de ogen van latere lezers een symbolische kleur die bij de ruiter hoort maar de evangelist volgde de gewoonten van de Grieken en Romeinen. Met het openen van de eerste zegel komt het witte paard met op zijn rug de overwinnaar. Er is geen consensus over wie deze ruiter is, al wordt hij gezien als de Antichrist. Andere bronnen beweren, mede vanwege de kleur, dat het Christus zelf is. Als tweede komt met het openen van de tweede zegel, het rode paard met op zijn rug de Oorlog. Rood is de kleur van het bloed en vuur, symbolen van de oorlog. Als derde komt, met het openen van de derde zegel, het zwarte paard tevoorschijn, bereden door de Honger. Zwart als kleur van het verderf dat door honger wordt aangericht. Als laatste komt, met het openen van de vierde zegel, het vale paard met op zijn rug de Dood. De vale of grijze kleur staat symbool voor het verdwijnen in de dood, het uitwissen van het levende.

De kleur, niet het ras, staat in dit visioen voorop.

In Psalm 22 komt de "Reem" voor, een "ontembaar" dier met één hoorn. Van deze reem die in het Nederlands eenhoorn wordt genoemd[12] wordt niet vermeld dat het dier op een paard lijkt. De eenhoorn behoort dus niet tot de mythische paardenrassen uit de oudheid.[13] Bij Jesaja komen meerdere eenhoornen "in het land der Edomieten" voor. (Jesaja 34:6-8)

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. º Vetsuisse Faculty Bern op [1]
  2. º Odyssee, regel 347
  3. º Hans Derks, "De koe van Troje: de mythe van de Griekse oudheid"
  4. º Suetonius in zijn Twaalf Caesaren.
  5. º Grafschrift door Hadrianus op een monument in Apt.
  6. º Thomas K. Hubbard, Homosexuality in Greece and Rome: a sourcebook of basic documents op google books
  7. º K.J. Anderson in Ancient Greek Horsemanship p. 39 geciteerd in "The Kolaxaian Horse of Alkman's Partheneion" door G. Devereux, The Classical Quarterly, New Series, Vol. 15, No. 2 (Nov., 1965), pp. 176-184 Cambridge University Press on behalf of The Classical Association Stable URL: http://www.jstor.org/stable/637910
  8. º Adolph Schlieben, Die Pferde Des Alterthums
  9. º Vegetius in zijn Molum
  10. º Robert Graves, Griekse Mythen
  11. º Anacreon in zijn Ode, No. 55
  12. º Statenvertaling
  13. º Will Kinney,"Unicorns" van op Unicorns

Q2962922 op Wikidata  Intertaalkoppelingen via Wikidata (via reasonator)

rel=nofollow