Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Maurits Cornelis Escher

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Maurits Cornelis Escher (Leeuwarden, 17 juni 1898Hilversum, 27 maart 1972) was een Nederlandse kunstenaar, die bekend is om zijn houtsneden, houtgravures en lithografieën, waarin hij vaak speelde met wiskundige principes.

Zijn gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en in elkaar passende meetkundige patronen (vlakverdelingen) die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderen. Veel van de werelden die hij tekende zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Necker-kubus en de Penrose-driehoek. Pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw kreeg hij in bredere kring erkenning als kunstenaar, vooral in de VS. Kristallografen en wiskundigen ontdekten in zijn werk symmetrieën en thema's uit hun vakgebieden. Vanaf 1960 wordt Eschers grafische werk gebruikt in wetenschappelijke (leer)boeken.[1]

In de jaren zestig werd Eschers werk tot zijn verbazing omarmd door hippies en popsterren, wegens de fantastische parallelle werelden.

Bekende voorbeelden van Eschers werk

  • Tekenen, waarin twee handen elkaar tekenen
  • Lucht en water I en Lucht en water II, waarin een samenspel van licht en schaduw ervoor zorgen dat vissen in het water overgaan in vogels in de lucht
  • Dag en nacht, waarin zwarte vogels voor een daglandschap overgaan in witte vogels die ’s nachts vliegen
  • Klimmen en dalen, waarin rijen mensen in een oneindige lus trappen op- en aflopen, op een constructie die onmogelijk gebouwd kan worden en die alleen getekend kan worden door gebruik te maken van gezichtsbedrog en perspectief.

Levensloop

Jeugd

Escher werd geboren als de jongste zoon van waterbouwkundig ingenieur George Arnold Escher en diens tweede vrouw, Sara Gleichman. M. C. Eschers overgrootvader, David George Escher, was afkomstig uit Kervenheim in Noordrijn-Westfalen.[2] De familie telde intellectuelen en andere kunstenaars zoals Eschers jongere neef, de componist Rudolf Escher. Binnen het gezin werd hij Mauk genoemd. In 1903 verhuisde de familie naar Arnhem, waar Escher de HBS volgde. Hij was goed in tekenen, maar verder was hij geen goede leerling: hij doubleerde tweemaal en zijn resultaten waren pover. Zijn vader vond dat Escher een solide opleiding moest krijgen, zodat hij enkele maanden bouwkunde studeerde aan de TH Delft. Maar in 1919 ging Escher naar de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten in Haarlem. Al gauw schakelde hij over naar de richting van de sierende kunsten, waar hij les kreeg van Samuel Jessurun de Mesquita, een schilder en graficus uit een Portugees-Joodse familie, met wie hij contact zou houden tot in 1944, toen Jessurun de Mesquita in het concentratiekamp Auschwitz werd vermoord. In 1922 verliet Escher de school.

Verdere leven

Van dan af reisde Escher regelmatig en graag naar Spanje en vooral Italië, waar hij Jetta Umiker ontmoette, de dochter van een Zwitsers industrieel, met wie hij in 1924 trouwde en die hem drie zonen zou schenken: George, Arthur en Jan. In deze zuidelijke landen tekende Escher landschappen (die hij zou gebruiken in latere werken) en planten, en in Spanje bestudeerde hij de Moorse decoraties in het Alhambra. Hij was gefascineerd door de symmetrische motieven die hij daar vond en die een bevestiging vormden van waar hij reeds mee bezig was. Escher en zijn vrouw vestigden zich in Rome tot in 1935, toen het regime van Mussolini voor Escher onaanvaardbaar werd, en de familie verhuisde naar Château-d'Œx in Zwitserland. Escher voelde zich niet thuis in Zwitserland en in 1937 verhuisde de familie naar Ukkel, nabij Brussel. In 1941 verhuisde de familie naar Baarn in Nederland, waar hij verbleef tot in 1970. Deze periode is Eschers productiefste, echter twee operaties weerhielden hem ervan prenten te maken. Eschers vrouw Jetta kon echter niet aarden in Baarn en verhuisde in 1968 terug naar Zwitserland, waar ze de rest van haar leven zou doorbrengen.

In 1970 verhuisde Escher naar het Rosa Spier Huis in Laren (NH), een rusthuis voor bejaarde kunstenaars waar hij een eigen atelier had. Hij overleed in 1972 op 73-jarige leeftijd te Hilversum en werd begraven op de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan te Baarn.

Werk

Techniek

Escher had een sterke voorkeur voor technieken waarbij men met een zwart vlak begint en zwart weghaalt. Escher gebruikte dan ook houtsnede, houtgravure, lithografie en (in mindere mate) mezzotint. Tijdens zijn HBS-opleiding maakte hij ook enkele lino’s.

Van Jessurun de Mesquita erfde Escher een voorliefde voor houtsnede op langshout, maar later (vanaf 1931) gebruikt Escher ook houtgravure (op kopshout), omdat men hiermee gedetailleerder kan werken. Houtsnede zou voor Escher een veelgebruikte techniek blijven.

In 1929 maakte Escher zijn eerste lithografie. Met lithografie kan men ook grijstinten gebruiken, maar het contrast is beperkt. In 1946 waagt Escher zich dan ook aan mezzotint, ook wel ’zwarte kunst’ genoemd, omdat hiermee sterker contrast mogelijk is. Mezzotint vergde echter te veel geduld en Escher zou in totaal slechts zeven mezzotinten maken.

Escher bezat een grote technische vaardigheid. Een voorbeeld hiervan is de prent Draaikolken, waarin afbeeldingen van rode en groene vissen het vlak vullen. Beide kleuren werden afgedrukt met hetzelfde blok hout, maar bij het afdrukken van de ene kleur was het blok 180 graden gedraaid ten opzichte van de afdruk van de andere kleur.

In het begin was techniek belangrijk voor Escher (en dat zou ook zo blijven), maar op een gegeven ogenblik was technische vaardigheid niet meer het hoofddoel. Escher wou dan de wonderlijke ideeën in zijn hoofd uitdrukken in prenten, en techniek was hiervoor slechts een middel.

Onderwerpen

In Eschers vroegste werk vinden we vooral landschappen, waarvoor hij inspiratie vond in Italië, en ook wat stillevens en portretten. Pas vanaf zijn veertigste maakte Escher "Escheriaanse" prenten. Hieronder volgt een opdeling van de onderwerpen die typisch zijn voor Escher. De opdeling is artificieel, dekt niet alle prenten, heeft overlappingen en er zijn ook andere opdelingen gepubliceerd.

Regelmatige vlakvulling
Met regelmatige vlakvulling bedoelt men een prent die volledig gevuld is met gelijkvormige figuurtjes die elkaar nergens overlappen. Escher inspireerde zich hiervoor op de Moorse kunstwerken zoals hij die zag in het Alhambra in Spanje. In de Moorse kunstwerken waren de geometrische figuurtjes abstract, maar bij Escher stellen ze herkenbare dingen voor (meestal diertjes zoals reptielen, vissen en vogels). Soms transformeren de figuurtjes (bijvoorbeeld van vissen in vogels) zoals in de prenten Metamorfose I (1939–1940, 4 meter lang) en Metamorfose II, welke uiteindelijk samen werden verwerkt en uitgebreid tot de verlengde versie Metamorfose III (ontwerp 1968, voltooiing en onthulling 1969) die in het toenmalige hoofdpostkantoor van Den Haag met behulp van een diaprojector en met de hulp van schoolkinderen en huisschilders op doek geschilderd werd. Dit doek heeft in totaal een spanwijdte die achtenveertig meter bedraagt. Door ingrijpende verbouwingen van het pand was er geen plaats meer voor. Het heeft sinds 7 januari 2008 een nieuwe bestemming gekregen in Lounge 4 van Schiphol.

Andere voorbeelden van prenten waarin regelmatige vlakvulling wordt gebruikt zijn Lucht en water I, Lucht en water II en Dag en nacht. Escher maakte veel prenten met regelmatige vlakvulling en het bleef lange tijd een vruchtbare bron van inspiratie.

Twee dimensies, of drie dimensies?
Een voorbeeld hiervan is de prent Tekenen. Enerzijds lijkt het alsof Escher een afbeelding heeft gemaakt van een eerste driedimensionale hand, die een tweede, tweedimensionale hand tekent, anderzijds lijkt het alsof de eerste hand juist tweedimensionaal is, en getekend wordt door de tweede hand, die driedimensionaal is. Een ander voorbeeld is Prentententoonstelling, waarop een man naar een prent kijkt waarop hij zelf afgebeeld is. Reptielen is een combinatie van regelmatige vlakvulling en de relatie tussen twee en drie dimensies: Escher beeldt een openliggend schrift af, waarin een regelmatige vlakvulling getekend is, maar één van de reptieltjes in de regelmatige vlakvulling stapt uit het schrift en maakte een toertje op de tafel.
Onmogelijke ruimtelijke objecten
Een voorbeeld hiervan is Klimmen en dalen. Op deze prent lopen mensen op een soort wenteltrap met maar één wenteling, maar waarvan begin en einde aan elkaar zijn vastgemaakt, zodat de mensen steeds kunnen klimmen zonder ooit hoger te geraken. Andere voorbeeldjes zijn Belvedere, waarop een onmogelijke kubus wordt afgebeeld, en Waterval, waarop een onmogelijke driehoek wordt afgebeeld.
Perspectief
Escher had een voorkeur voor eigenaardige gezichtspunten. Een voorbeeld is Boven en onder, waarop eenzelfde tafereel vanuit twee verschillende gezichtspunten wordt bekeken.
Oneindigheidsbenaderingen
Voorbeelden hiervan zijn Cirkellimiet I, II en III, en Vierkantlimiet. Deze voorbeelden zijn allemaal regelmatige vlakvullingen, maar aan de randen worden de afgebeelde figuurtjes steeds kleiner, zodat er uiteindelijk schijnbaar oneindig veel figuurtjes afgebeeld zijn. Ringslangen is een ander voorbeeld hiervan.
Simultane werelden
Een voorbeeld hiervan is de prent Drie werelden; de drie werelden zijn: de bomen die weerspiegeld worden in de vijver, de bladeren die op de vijver drijven, en de vis die erin zwemt. Escher was ook gefascineerd door spiegelingen. In het werk van Escher vinden we dus veel kleurcontrast, structuur, symmetrie en spiegelingen terug.
Isometrische illusies
Het is soms niet duidelijk of iets juist dichtbij of ver weg is, zoals in het werk Hol en bol.

Wiskundige achtergrond

Zijn gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en in elkaar passende geometrische patronen die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderen. Vele van de werelden die hij tekende zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Necker-kubus en de Penrose-driehoek. Escher ging vaak uit van regelmatige betegelingen van veelhoeken die door uit- en instulpingen mensen, dieren en andere figuren voorstelden.

De kristallografe Caroline MacGillavry bracht Escher in contact met de wetenschappelijke wereld en organiseerde tentoonstellingen van zijn werk op wetenschappelijke congressen. Haar publicaties over Escher maakten hem bekend in de VS. De meetkundige Harold Coxeter maakte een studie van Eschers werk.

Onvolledige lijst van Eschers grafische werk

  • Bomen, inkt (1920)
  • St. Bavo, Haarlem, inkt (1920)
  • Flor de Pascua, houtsnede/boekillustraties (1921)
  • Acht koppen, houtsnede (1922)
  • Dolfijnen, houtsnede (1923)
  • Fara San Martino, houtsnede (1928)
  • Toren van Babel, houtsnede (1928)
  • Straat in Scanno, Abruzzi, lithografie (1930)
  • Castrovalva, lithografie (1930)
  • De Brug, lithografie (1930)
  • Palizzi, Calabrië, houtsnede (1930)
  • Pentedattilo, Calabrië, lithografie (1930)
  • Atrani, Amalfi, lithografie (1931
  • Ravello en de Amalfitaanse kust, lithografie (1931)
  • Atrani, (overdekte steeg), houtsnede (1931)
  • Lichtende zee, lithografie (1933)
  • Stilleven met bolspiegel, lithografie (1934)
  • Hand met spiegelende bol , lithografie (1935)
  • Sint Pieter, Rome, houtgravure (1935)
  • Portret van Ir. G.A. Escher, lithografie (1935)
  • “Hel”, lithografie, naar een schilderij van Jheronimus Bosch (1935)
  • Regelmatige vlakverdeling, reeks tekeningen die tot in de jaren 60 werd voortgezet (1936)
  • Metamorphose I, houtsnede (1937)
  • Dag en nacht, houtsnede (1938)
  • Kringloop, lithografie (1938)
  • Lucht en water I, houtsnede (1938)
  • Lucht en water II, lithografie (1938)
  • Metamorphose II, houtsnede (1939–1940)
  • Verbum, lithografie (1942)
  • Reptielen, lithografie (1943)
  • Mier, lithografie (1943)
  • Ontmoeting, lithografie (1944)
  • Dorische zuilen, houtgravure (1945)
  • Drie bollen I, houtgravure (1945)
  • Toverspiegel, lithografie (1946)
  • Drie bollen II, lithografie (1946)
  • Andere wereld I, mezzotint (1946)
  • Oog, mezzotint (1946)
  • Andere wereld II, houtgravure (drie blokken) (1947)
  • Kristal, mezzotint (1947)
  • Hoog en laag, lithografie (1947)
  • Tekenen, lithografie (1948)
  • Dauwdruppel, mezzotint (1948)
  • Sterren, houtgravure (1948)
  • Dubbele planetoïde, houtgravure (1949)
  • Tegenstelling, lithografie (1950)
  • Rimpeling, linoleumsnede (twee blokken) (1950)
  • Wentelteefje, lithografie (1951)
  • Trappehuis, lithografie (1951)
  • Modderplas, houtsnede (1952)
  • Zwaartekracht, lithografie (1952)
  • Draak, houtgravure (1952)
  • Kubische ruimteverdeling, lithografie (1952)
  • Relativiteit, lithografie en houtsnede (1953)
  • Viervlak-planetoïde, houtsnede (1954)
  • Hol en bol, lithografie (1955)
  • Drie werelden, lithografie (1955)
  • Prentententoonstelling, lithografie (1956)
  • Kubus met banden, lithografie (1957)
  • Belvedere, lithografie (1958)
  • Bolspiralen, houtsnede (1958)
  • Klimmen en dalen, lithografie (1960)
  • Waterval , lithografie (1961)
  • Band van Möbius II, houtsnede (1963)
  • Knopen, houtsnede van drie blokken (1965)
  • Metamorphose III, houtsnede (1967–1968)
  • Slangen, houtsnede (1969)

Uitspraken van Escher

  • „Ik geloof dat het maken van prenten, zoals ik dat doe, bijna alleen een kwestie is van het zo verschrikkelijk graag goed willen doen.”
  • „Ik zou een tweede leven kunnen vullen met het werken aan mijn prenten.”
  • „Op momenten van groot enthousiasme schijnt het me toe dat er nooit op de wereld, door niemand, zo iets moois en belangrijks gemaakt is.”
  • „Ik speel een vermoeiend spel.”
  • „Ik word niet volwassen. In mij is het kleine kind van vroeger.”
  • „De dingen die ik wil uiten zijn zo prachtig en zuiver.”
  • „Ik wandel steeds in raadselen. Er komen telkens jongelui die zeggen: u maakt ook popart. Ik weet helemaal niet wat dat is, popart. Dit werk maak ik al dertig jaar.”

Publicaties van Escher

  • Timbre-poste pour l’avion, in Les timbres-poste des Pays-Bas 1929 à 1939, Den Haag 1939, p. 59
  • Hoe ik er toe kwam, als graficus, ontwerpen voor wandversiering, in De Delver XIV, 6, 11, p81
  • Samuel Jessurun de Mesquita in Catalogus tentoonstelling S.J. de Mesquita en Mendes da Costa, Stedelijk Museum, Amsterdam 1946
  • Nederlandse grafici vertellen van hun werk II, in Phoenix II, 4, 1947, p 90
  • Inleiding, in Catalogus M.C. Escher, Stedelijk Museum Nr. 118, Amsterdam 1954
  • Regelmatige vlakverdeling, Utrecht 1958 (De Roos)
  • Oneindigheidsbenaderingen in J. Hulsker, De wereld van het zwart en wit, Amsterdam 1959
  • Grafiek en tekeningen, Zwolle 1959
  • The Graphic Work of M.C. Escher, London/New York 1961
  • M.C. Escher, Grafiek en tekeningen, Zwolle 1966 (uitgebreide herdruk van uitgave van 1959)
  • The Graphic Work of M.C. Escher, Ballantine, 1971, met Eschers commentaar (uitgebreide herdruk van uitgave van 1961)

Museum Escher in het Paleis

In Den Haag is sinds 16 november 2002 het museum Escher in het Paleis aan zijn werk gewijd in het Paleis Lange Voorhout.

Tentoonstellingen

Onder meer

  • 1923 – Sienna, Circolo artistico senese
  • 1924 – Den Haag, Galerie de Zonnebloem
  • 1926 – Rome, Palazetto Venezia / Amsterdam, Boekhandel Scheltema en Holkema (met onder meer Mesquita)
  • 1927 – Amsterdam, Amsterdamsche Ateliers voor Binnenhuiskunst
  • 1928 – Leiden, Lakenhal
  • 1952 – Rotterdam, Museum Boymans/Venetië, Biennale
  • 1953 – Arnhem, Gemeentemuseum/..
  • 1954 – Washington, Whyte Gallery
  • 1957 – Amsterdam, Stedelijk Museum
  • 1959 – Eindhoven, Van Abbe Museum
  • 1960 – Utrecht, Kunsliefde
  • 1964 – Hilversum, Goois Museum/Lincoln Mass., Decordova Museum/Cambridge Mass., MIT's Hayden Gallery
  • 1965 – New York, IBM Gallery
  • 1968 – Washington, Mickelson Gallery/Den Haag, Gemeentemuseum/Laren, Singermuseum
  • 1969 – Bonn, Landesmuseum/Bern, Kunsthalle

Trivia

Bibliografie

  • (en) Bool, F. H.; Kist, J. R., Locher, J. L. and Wierda, F. M. C. Escher: His Life and Complete Graphic Work, New York, Abrams, 1982, p. 147.
  • Ernst, Bruno, De toverspiegel van M.C. Escher, Meulenhoff/Landshoff 1987 (vertaald als onder meer The Magic Mirror of M.C. Escher)
  • Ernst, Bruno, M.C. Escher logboek, Bookman International BV. Laren, ISBN 90-6761-057-7, 1ste druk 1993
  • Ernst, Bruno, Escher. Tovenaar op papier, Waanders Zwolle, 1998
  • Escher, M. C. Catalogus 118. Amsterdam, Netherlands: Stedelijk Museum, 1954.
  • Locher, J.L. en anderen, De werelden van M.C. Escher, Amsterdam, Meulenhoff, 1972
  • MacGillavry, C.H., Symmetry aspects of M.C. Escher's periodic drawings, International Union of Crystallography, 1965 en vele latere drukken, maakte het werk van Escher in de VS bekend.
  • MacGillavry, C.H., Fantasy & symmetry: the periodic drawings of M.C. Escher, New York, H. N. Abrams, 1976
  • MacGillavry, C.H., Hidden symmetry in: M.C. Escher: art and science. Onder red. van H.S.M. Coxeter e.a., Amsterdam 1985, 69-80
  • MacGillavry, C.H.,The symmetry of M.C. Escher: “impossible” images (in: Computers & Mathematics with Applications 12B (1986) 123-138).

Zie ook

Externe links

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Maurits Cornelis Escher op Wikimedia Commons.

Referenties