Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Luchtlandingstroepen

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Luchtinfanterie)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Amerikaanse luchtlandingstroepen.

Een van de meest spectaculaire militaire innovaties van de Tweede Wereldoorlog vormen de luchtlandingstroepen oftewel paratroepen oftewel paratroepers oftewel luchtinfanterie. Deze troepen, doorgaans bestaand uit lichtbewapende infanterie, worden door de lucht aangevoerd met transportvliegtuigen of zweefvliegtuigen en landen achter de vijandelijke linies. Nagenoeg onmisbaar binnen dit concept zijn de parachutisten. Zij nemen meestal het voortouw in luchtlandingsoperaties. In de literatuur wordt het begrip 'luchtlandingstroepen' vaak in enge zin (Engels: Airlanding troops) gebruikt, dat wil zeggen: alleen de troepen die in (zweef)vliegtuigen aan de grond worden gezet, dus exclusief parachutisten. Wij hanteren hier het begrip 'luchtlandingstroepen' in ruime zin (Engels: Airborne forces), dat wil zeggen: inclusief parachutisten.

Tactiek

Luchtlandingstroepen worden meestal ingezet tegen een vijand die verdedigend sterk in het voordeel is. Het element van verrassing speelt een belangrijke rol bij de inzet van luchtlandingstroepen. Begonnen wordt doorgaans met het afwerpen, achter de vijandelijke linies, van parachutisten bij één of meer strategische punten als vliegvelden en bruggen, eventueel voorafgegaan door een luchtaanval om de verdediging te verzwakken. De parachutisten vormen een bruggenhoofd en maken zo de verdere aanvoer van troepen door de lucht (luchtlandingstroepen) of over land (reguliere grondtroepen) mogelijk.

Voorgeschiedenis

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog maakten de geallieerden voor het eerst in de geschiedenis concrete plannen voor luchtlandingsoperaties die echter niet meer tot uitvoering kwamen. Het concept 'luchtlandingstroepen', en meer in het bijzonder de militaire toepassing van parachutisten, kwam verder tot ontwikkeling tussen de beide Wereldoorlogen. De eerste inzet van parachutisten op het slagveld, zij het op kleine schaal, vond plaats tijdens de Russisch-Finse Oorlog van 1939-'40.

WOII: Duitse Wehrmacht

De Duitsers hadden de primeur. Tijdens de inval in Denemarken en Noorwegen in april 1940 werden op kleine schaal luchtlandingstroepen, waaronder parachutisten, ingezet. De eerste grootschalige luchtlandingsoperatie vond plaats bij de Duitse aanval op Nederland in 1940. Hierbij werd een heel legerkorps, het Luftlandekorps onder luitenant-generaal Kurt Student, ingezet. Het bestaan van deze eenheid, die was samengesteld uit de 7. Fliegerdivision (parachutisten) en de 22. Luftlandedivision (infanterie landend in vliegtuigen) aangevuld met de nodige transportcapaciteit, was door de Duitsers zorgvuldig geheim gehouden, zodat de verrassing des te groter zou zijn.

Het Luftlandekorps voerde in Nederland een tweetal operaties uit. De eerste operatie had tot doel het bezetten van de bruggen over de grote rivieren bij Moerdijk, in Dordrecht en in Rotterdam, alsmede het vliegveld Waalhaven. Zo werd een corridor gevormd voor het XXVI. Armeekorps met de 9. Panzerdivision dat via Noord-Brabant zou oprukken naar Rotterdam. Deze operatie slaagde volkomen. De tweede operatie was een overval op het regeringscentrum Den Haag. Daarvoor moesten eerst de drie vliegvelden in de omgeving van deze stad door parachutisten worden veroverd, waarna de weg vrij zou zijn voor de landing van transportvliegtuigen volgepakt met luchtlandingdtroepen. Wat volgde wordt wel aangeduid als de Slag om de Residentie. De Nederlandse verdediging bleek sterker dan verwacht en daar was de Duitse planning niet op berekend. Deze tweede operatie draaide daardoor uit op een fiasco.

Een andere Duitse luchtlandingsoperatie was de verovering van Kreta in 1941. Het gestelde doel werd weliswaar bereikt, maar de verliezen waren dermate hoog dat de Duitsers besloten van verdere grootschalige luchtlandingsoperaties af te zien.

WOII: Geallieerden

Hoewel de Duitse ervaringen met luchtlandingstroepen niet onverdeeld gunstig waren, gingen ook de geallieerden over tot de vorming van luchtlandingseenheden: een vijftal Amerikaanse luchtlandingsdivisies, waarvan 82. en 101. Division de bekendste zijn, de 1. en 6. British Airborne Division, de 1. Polish Independent Parachute Brigade en het 1. Canadian Parachute Batallion. Geallieerde luchtlandingstroepen werden onder meer ingezet bij de invasie in Normandië en Operatie Market Garden, beide in 1944, en op kleinere schaal ook in het gebied van de Stille Oceaan. In Normandië wisten de Britse luchtlandingstroepen hun doelen te bereiken, maar hun Amerikaanse collega's waren minder fortuinlijk. Door de onervarenheid van de piloten kwamen de parachutisten en zweefvliegtuigen ver van hun doelen en verspreid neer. De lastige terreingesteldheid bemoeilijkte vervolgens de hergroepering. Het effect van de inzet was daardoor minder groot dan beoogd. Operatie Market Garden werd een mislukking, maar deze was niet primair te wijten aan problemen met de luchtlandingen.

Na WOII: Internationaal

Na de Tweede Wereldoorlog vonden alleen nog kleinschalige luchtlandingsoperaties plaats, zoals tijdens de Suezcrisis in 1956 en in de oorlogen tussen India en Pakistan van 1965 en 1971. Tijdens de Vietnamoorlog kwam de luchtmobiele oorlogvoering tot ontwikkeling, waarbij infanterie door de lucht werd aangevoerd met helicopters voor 'hit-and-run-acties' tegen Vietcongstrijders en Noordvietnamese troepen. Een beperking van deze strijdwijze is gelegen in de relatief geringe transportcapaciteit en actieradius van helikopters. Daarom houden de meeste grotere krijgsmachten om strategische redenen nog eenheden parachutisten achter de hand. Ook het Belgische leger beschikt over parachutisten, die met een zekere regelmaat worden ingezet voor de evacuatie van eigen onderdanen uit Afrikaanse crisisgebieden.

Na WOII: Nederland

Parachutisten maakten deel uit van de Nederlandse strijdkrachten tijdens het conflict met de Republiek Indonesië eind jaren veertig van de twintigste eeuw. Zij waren onderdeel van het Korps Speciale Troepen en kwamen onder meer in actie bij de luchtlandingsraid op Jogjakarta tijdens de tweede politionele actie in 1948. Na de opheffing van het KNIL, in 1950, maakten parachutisten gedurende langere tijd geen deel meer uit van de Nederlandse strijdkrachten. Tegenwoordig krijgen de militairen van het Korps Commandotroepen en sommige militairen van het Korps Mariniers een opleiding tot parachutist. Bij de Luchtmobiele Brigade beschikt elk Infanteriebataljon over een paracompagnie. Totaal beschikt de luchtmobielebrigade over 3 Infanteriecompagnieën parachutisten.

Wikimedia Commons  Vrije mediabestanden over Airborne forces op Wikimedia Commons


Bronvermelding

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Jong, Dr. L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 10a, Sdu, 's-Gravenhage, 1980
  • Kamphuis, P. en H. Amersfoort, Mei 1940, De strijd op Nederlands grondgebied, 2e herziene druk, Sdu, Den Haag, 2005
  • MacDonald, C., Luchtlandingstroepen, Bibliotheek van de Tweede Wereldoorlog, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 1991
rel=nofollow