Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Johan Hendrik van Dale

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Johan Hendrik van Dale (Sluis, 15 februari 1828 – Sluis, 19 mei 1872) was een Nederlands onderwijzer, archivaris in Sluis en lexicograaf. Het Groot woordenboek der Nederlandse taal, beter bekend als de Dikke Van Dale werd naar hem genoemd.

Leven en werk

Johan Hendrik van Dale werd geboren in Sluis als zesde zoon van Abraham Van Dale (1799–1837) en Pieternella Johanna Du Bois (1802–1865), die afkomstig waren uit Eeklo in België. Omdat er een pokkenepidemie was uitgebroken in het Meetjesland, vluchtte Abraham Van Dale met zijn zwangere vrouw naar Sluis.

Toen J. H. van Dale zestien was, behaalde hij reeds zijn diploma dat hem de bevoegdheid gaf om op de basisschool te onderwijzen. In 1850 trouwde hij met Maria Jacoba Moens. Zij kregen zeven kinderen waarvan verschillende jong stierven.

Op 23 mei 1854 werd hij aangesteld als hoofdonderwijzer van de openbare school in zijn geboorteplaats. Op 2 oktober 1855 werd hij ook stadsarchivaris. Hij begon artikelen en brochures te schrijven, aanvankelijk vooral over de regionale geschiedenis en folklore. (Het belangrijkste voor de geschiedenis van Sluis is Een blik op de vorming van de stad Sluis en op den aanvang harer vestingwerken van 1382 tot 1587.) Hij blies de oude rederijkerskamer ’De Oranjebloem’ weer leven in.

Hij begon zich steeds meer te concentreren op taalkundige onderwerpen. Naast schoolboekjes over aardrijkskunde, wereldlijke en bijbelse geschiedenis, schreef hij over taalzuiverheid, spraakkunst en zinsontleding. Door zijn stroom van korte artikelen in De Taalgids en de Taal- en Letterbode bouwde hij zich een reputatie op. In de archieven vond hij dikwijls oude woorden, waarvan hij dan de betekenis en de herkomst verder onderzocht. Omdat hij talrijke taalkundige publicaties uitgaf, kwam hij in contact met enkele van de voornaamste taalgeleerden van zijn tijd. Tot zijn vriendenkring behoorden Matthias de Vries, Lambert Allard te Winkel en Arie de Jager uit Rotterdam.

Op aanbeveling van Arie de Jager kreeg Van Dale in 1866 zijn eerste lexicografische opdracht: de uitgever A. ter Gunne uit Deventer vroeg hem een bewerking te maken van het Taalkundig handboekje, of alphabetische lijst van alle Nederlandsche woorden, die wegens spelling of taalkundig gebruik aan eenige bedenking onderhevig zijn. Deze woordenlijst moest worden aangepast aan de nieuwe spelling van De Vries en Te Winkel. Van Dale’s bewerking werd uitgegeven in maart 1867.

De uitgever D. A. Thieme, die de uitgaverechten had gekocht van het in 1864 verschenen Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal van I. M. Calisch en N. S. Calisch, deed enkele maanden later een verzoek aan Van Dale om dit woordenboek te herzien. Van Dale aanvaardde de opdracht, maar voelde zich niet gemotiveerd om hiervoor naar Leiden te verhuizen, zoals Thieme voorstelde. Hij werkte er ongeveer vier jaar aan. Omdat hij zelf vaak ontstemd was geweest over de vage, te algemene of onduidelijke informatie die hij in bestaande woordenboeken had aangetroffen, stelde hij hoge eisen aan de exacte omschrijving van de begrippen. Als onderwijzer dacht hij voortdurend aan de leerlingen die een duidelijk, precies en volledig antwoord moesten vinden op de vraag wat een woord betekent. In een voorwoord op de gedeeltelijke uitgave van 1871 schreef hij:

’Het schrijven van een Woordenboek is een ondankbaar en verdrietig werk. Is er veel dat men heeft opgenomen of verbeterd, er is nog veel meer dat men vergeten heeft, dat de aandacht ontsnapt is en alzoo onverbeterd is gebleven.’

In de eerste week van mei 1872 werd Van Dale geveld door de pokken. Zijn hevige strijd tegen de ziekte duurde twee weken, tot hij op 19 mei overleed.

Het woordenboek was intussen reeds gevorderd tot de letter Y en de eerste afleveringen waren al uitgegeven. Zijn medewerker en oud-leerling Jan Manhave werkte deze uitgave verder af en verzorgde ook de redactie van de volgende drukken van dit woordenboek. Zonder de moeite van Manhave zou Van Dale’s naam als auteur van een onvolledig woordenboek vergeten zijn.

Erkenning

Reeds tijdens zijn leven namen heel wat geschiedkundige en taalkundige genootschappen hem op als lid.

In 2003 verscheen bij uitgeverij De Walburg Pers te Zutphen een biografie van Van Dale door Lo van Driel, getiteld Een leven in woorden (J. H. van Dale – schoolmeester – archivaris – taalkundige).

Van Dale wordt in Sluis geëerd met onder meer een borstbeeld, vervaardigd door de beeldhouwer Pieter Puijpe. Het beeld werd onthuld op 4 september 1924. Op de begraafplaats is er een eenvoudige herdenkingszuil, een school heet ’Van Daleschool’, en er is een Van Dalestraat. In Sluis is een hotel genoemd naar zijn woordenboek, De Dikke van Dale. In Deventer is er een café met diezelfde naam.

Weblinks en bronnen

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Johan Hendrik van Dale op Wikimedia Commons.