Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Wandelende tak

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Indische wandelende tak)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

De gewone wandelende tak oftewel Indische wandelende tak oftewel Carausius morosus, ook wel aangeduid als psg 1 is een langgerekt insect dat de naam dankt aan de zeer goede camouflage waardoor het hele lichaam op een takje lijkt. Wandelende takken en -bladeren vormen samen de orde van insecten die Phasmatodea wordt genoemd.

Algemeen

De maximale lengte van een volwassen dier is ongeveer 10 cm en deze soort heeft, anders dan veel andere soorten, geen vleugels. De kleur is groen maar soms komen ook bruine exemplaren voor. Ze kunnen vrij makkelijk in gevangenschap gehouden worden op diverse altijd-groene plantensoorten, waarvan klimop (Hedera helix) en braam (Rubus fruticosus) de belangrijkste zijn. Door hun makkelijke kweek worden ze in laboratoria, dierentuinen en door liefhebbers vrij veel gehouden. De gewone wandelende tak komt oorspronkelijk uit India en Indonesië. In Nederland en België komen in het wild geen Phasmatidae voor; in Europa leven rond het Middellandse Zeegebied enkele soorten.
De levenswijze is voornamelijk nachtactief; overdag houden ze zich stil, vertrouwend op het uiterlijk als een tak. Als ze lopen doen ze dit vaak op een merkwaardige, wiegende manier, als een door de wind bewogen twijg. Bij bedreiging houden ze zich meestal dood, ook als ze op de grond vallen. Naast camouflage kent deze soort ook een schrikkleur; het bovenste deel van de binnenzijde van de voorpoten is bij volwassen exemplaren felrood gekleurd. Bij een aanval worden snel de voorpoten gespreid waardoor de felle kleuren de predator eventjes afleiden. Daardoor kan de wandelende tak een 'vallende tak' worden door zich naar beneden te laten vallen en zo te ontkomen. Belangrijke vijanden zijn vogels, hagedissen en rovende insecten.

Voortplanting

Bijzonder is dat bij deze soort geen mannetje aan de voortplanting te pas komt: vrouwtjes leggen onbevruchte eieren waar weer alleen vrouwtjes uit komen (maagdelijke voortplanting of parthenogenese). Mannetjes komen nooit voor. Wel komen er gynandromorfen voor; vrouwtjes die op mannetjes lijken en deze soms ook nabootsen qua seksueel gedrag. Bij veel andere soorten wandelende takken komen mannetjes wel voor.

Ontwikkeling

De kleine takjes die uit de eitjes (met een knopje aan een uiteinde) komen lijken in alles precies op hun moeder, behalve in grootte. Na zes vervellingen zijn de dieren volwassen. Zij (het zijn altijd vrouwtjes) leeft als een volwassen dier na enkele maanden en legt in die tijd enige honderden eieren (2-3 per dag), die na 2-3 maanden uitkomen, afhankelijk van de temperatuur. Na 6 vervellingen zijn ze volwassen. In het nimfestadium verloren gegane poten en voelsprieten kunnen bij volgende vervellingen tot op zekere hoogte worden geregenereerd, het succes hiervan is afhankelijk van het aantal vervellingen dat nog volgt.

Tips voor het houden van wandelende takken

Neem een voldoende ruim verblijf - minstens driemaal zo hoog als de lengte van een volwassen tak (dwz ca 25 cm), anders hebben ze niet voldoende hoogte om te vervellen. Zet een paar klimoptakjes of -bladeren in een vaas met nauwe hals; als de klimop vers is en de luchtvochtigheid normaal hoeven de wandelende takken niet apart te drinken en in te wijde vazen kunnen ze verdrinken. Zorg voor wat ventilatie van het verblijf (roostertje in het deksel) Een keer per dag de blaadjes wat besproeien met een plantenverstuiver zodat er een poosje wat druppels op blijven liggen is voldoende. Eventueel is een schoteltje water met een sponsje erin tegen het verdrinken een goede manier om water bij te geven. Leg schelpenzand of absorberend papier op de bodem. Bij teveel vochtigheid gaan de uitwerpselen schimmelen. De eitjes kunnen gewoon in een potje worden bewaard en komen, bij kamertemperatuur bewaard, na ongeveer 3 maanden uit. Jonge takjes hebben maar heel weinig blad nodig, maar volwassen exemplaren die eieren leggen hebben een veel grotere eetlust. Als er niet af en toe ingegrepen wordt door het weghalen van de eieren zullen de aantallen takken zeer snel toenemen. Eieren van deze wandelende tak en jonge takjes worden op advertentiesites (mits die sites advertenties voor levende dieren toelaten) daarom veel aangeboden, vaak zelfs gratis. Een humane manier om overtollige takken te doden is ze in te vriezen. Het vrijlaten van insecten is in het algemeen niet gewenst in verband met de kans op plaagvorming, maar een strenge winter zullen de takken en de eieren niet overleven. 's Zomers gedijen ze prima op klimop of buxus.

Externe links