Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Humanisme

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Humaan)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Onder het hedendaagse humanisme wordt een levensbeschouwing verstaan die de mens centraal stelt en uitgaat van de waarde van de mens (Latijn: humanus = 'menselijk'). Tijdens de renaissance waren er veel geleerden die pas in de 19e eeuw "humanisten" werden genoemd. Dit woord werd afgeleid van het Italiaanse umanista = "docent Latijnse letteren" of humaniora. Deze geleerden meenden dat door een vernieuwde studie van de Griekse en Romeinse klassieken de westerse beschaving tot op haar bronnen kon worden teruggevoerd. In deze oudste betekenis is het humanisme een historisch fenomeen. Als levensbeschouwing ziet het hedendaagse humanisme zichzelf als de erfgenaam van een verandering van het wereldbeeld die door de renaissance-humanisten werd ingezet, zowel op intellectueel als op religieus terrein. De invloed van zijn humanitaire en seculiere gedachtegoed op het socialisme en het liberalisme is groot, terwijl het humanisme zelf als georganiseerde levensbeschouwing geen grote aanhang heeft.

Kenmerken

Het moderne humanisme is een niet-godsdienstig levens- en wereldbeeld. Het humanisme definieert zelf geen opperwezen. In de praktijk blijkt het humanisme een inspiratiebron zowel voor mensen die niet geloven in het bestaan van goden als voor mensen die wel in een god of in goden geloven.

Humanisme stelt de waardigheid van de mens centraal. Als levensbeschouwing legt het humanisme de nadruk op vorming (Bildung), rede, redelijkheid en wereldburgerschap. Het humanisme combineert individuele ontwikkeling met een politiek-ethisch streven naar humaniteit, dat wil zeggen: menselijkheid. Een betekenisvol, zinvol leven wordt volgens het humanisme in deze combinatie gevonden. Sleutelwoorden van het humanisme zijn zelfontplooiing en -ontwikkeling, autonomie (in de betekenis van vrijheid en het streven naar een goed en mooi leven), verantwoordelijkheid, kritisch denken, gelijkwaardigheid en humaniteit.

Kant omschrijft verlichting als "Ausgang des Menschen aus seiner selbstverschuldeten Unmündigkeit" (de overwinning van de mens op zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is). Naast de Verlichting, heeft het humanisme zijn wortels in de renaissance die zelf teruggrepen op de klassieke culturen.

Geschiedenis

Het moderne humanisme zoekt zijn geestverwanten tot ver in de klassieke oudheid. In de Griekse Oudheid waren er al denkers die humanistische trekken vertoonden. Eén daarvan was Socrates. Socrates (470-399 v.Chr.) was de eerste van de drie invloedrijkste filosofen (naast Plato en Aristoteles). Hij vond het heel belangrijk dat mensen zelf nadachten over het leven. Volgens hem moet je steeds vragen durven stellen bij alles wat je tegenkomt in de werkelijkheid. Vertrouwen op je eigen verstand is daarbij belangrijker dan geloof in god of goden. Voor die laatste opvatting werd hij aangeklaagd en ter dood veroordeeld.

In de 14e eeuw kregen enkele Italiaanse wetenschappers belangstelling voor de Klassieke Oudheid. Zij meenden dat de beschaving in de klassieke letteren een hoogtepunt had bereikt en stelden zich als eerste doel het middeleeuwse kerklatijn dat voor het uitdragen van het geloof werd gehanteerd te bestrijden, door terug te keren tot de oorspronkelijke bronnen. Ook hechtten ze belang aan het zelf interpreteren van het geloof en waren ze kritisch op dogmatische vormen van religiositeit. Renaissance-humanisten waren zeker geen atheïsten; menselijke zelfontplooiing en religie gingen voor hen samen. Hoewel de renaissance-humanisten zeker niet allemaal hetzelfde dachten, kan gezegd worden dat ze allen de nadruk legden op de waardigheid van de mens, op ontwikkeling en vorming, op het belang van het individu en een afkeer hadden van dogmatiek. Nieuwe denkbeelden maakten zich los van enkele vroeg-christelijke dogma's, maar bleven op christelijke leest geschoeid. Renaissance-humanisten waren overwegend vrij praktisch georiënteerd. Ze hielden zich bezig met levensvragen en alledaagse thema's. Hoewel Matteo Palmieri niet één van de belangrijkste humanisten was, geeft zijn werk een duidelijk inzicht in het oordeel van de humanisten over de aan de renaissance voorafgaande periode.

Pas tijdens de 18e eeuwse Verlichting ontwikkelde zich een intellectuele levenshouding waarin de rede en de zintuiglijke waarneming centraal gingen staan en waarheid gestaafd moest kunnen worden door bewijzen en niet meer alleen beantwoord hoefde te worden door de Kerk, traditie of geloof. Tijdens deze periode bereikte de ontwikkeling van als humanistisch te bestempelen waarden een nieuw hoogtepunt. Vaak ging dit hand in hand met impulsen aan de opkomende natuurwetenschappen. Je zou kunnen zeggen dat de Verlichting staat voor de rede en wetenschappelijk onderzoek, en de renaissance-humanisten meer nadruk legden op vorming, wellevendheid, eruditie, cultuur, esthiek en redelijkheid. Beide elementen zijn terug te vinden in het hedendaags humanisme.

In Noord-Europa begon de opkomst van het humanisme in de 14e eeuw in diverse steden in Overijssel en Groningen: Deventer, Zwolle, Kampen en Groningen, met als grondslag de Moderne devotie. Rudolf Agricola was de grondlegger van het humanisme in Noord-Europa.

De verspreiding van deze nieuwe denkbeelden - en waarden - werd vergemakkelijkt door het gebruik van papier in plaats van het dure en broze perkament en door de uitvinding van de boekdrukkunst. Deze ontwikkeling bleef aanvankelijk beperkt tot een kleine intellectuele elite en zou pas met de protestantse reformatie de bredere lagen van het volk bereiken.

De protestantse reformatie is gestimuleerd door de door humanisten op gang gebrachte interesse in de oorspronkelijke geschreven bronnen, waaronder die van de bijbel. Toch bleven vele humanisten trouw aan de Kerk van Rome.

Enkele bekende filologen die tot de vertegenwoordigers van het renaissance-humanisme gerekend kunnen worden zijn Petrarca en Boccaccio. Het bekendste werk van Boccaccio is Decamerone, een cyclus van 100 verhalen verteld door 10 reisgenoten. Ook de Nederlander Erasmus, die in Leuven het Collegium Trilingue stichtte, wordt tot de humanisten gerekend. Hij had veel kritiek op de Katholieke Kerk van zijn tijd, maar ging niet mee met protestantse reformatie. Hij polemiseerde met Martin Luther over de vrije wil van de mens. Andere bekende humanisten zijn terug te vinden in De humanistische canon.

Het renaissance-humanisme had een positieve instelling ten aanzien van empirisch onderzoek. Dit kwam onder meer tot uiting in het werk van de volgende wetenschappers:

Hedendaags humanisme

Na de Tweede Wereldoorlog en in de periode dat de Nederlandse samenleving verzuild was, werd in 1946 het Humanistisch Verbond opgericht - met Jaap van Praag als belangrijkste 'huisideoloog' en voorzitter tot 1967 - als alternatief voor de dominante kerken. Van Praag zette zich zowel in voor de belangenbehartiging van niet-godsdienstige mensen, als voor het verder uitwerken van een seculier-morele levensbeschouwing. In 1945 was Humanitas opgericht die welzijnszorg bood uit een niet-kerkelijk en niet-godsdienstig perspectief. De kerken verzetten zich aanvankelijk sterk tegen de invloed van het humanisme.

In de tweede helft van de 20e eeuw had het georganiseerd humanisme een overwegend anti-kerkelijk en emancipatoir karakter. Aan het begin van de 21ste eeuw wordt steeds meer duidelijk dat binnen het humanisme zowel atheïsten, agnosten, nihilisten als gelovigen een plaats vinden. Het niet-godsdienstige karakter van het humanisme is dus niet anti-godsdienstig. Er kan onderscheid gemaakt worden naar seculier humanisme en religieus humanisme. De openheid van het humanisme voor verschillende levensbeschouwelijke inspiratiebronnen is vooral West-Europees te noemen. In de Verenigde Staten heeft het humanisme een duidelijke atheïstische invalshoek en laat het zich vooral door de Verlichting inspireren. Dit heeft te maken met de grotere rol van religie in de Amerikaanse samenleving en politiek.

Een andere recente ontwikkeling binnen het georganiseerd humanisme is de onderlinge toenadering van uiteenlopende humanistische organisaties. Een voorbeeld daarvan is de Nederlandse Humanistische Alliantie. In Nederland is het humanisme onder meer actief op het gebied van onderwijs, ontwikkelingssamenwerking, vrijwilligerswerk, levensbeschouwelijke ontwikkeling en maatschappelijk debat, vredeseducatie, wetenschappelijk onderzoek, geestelijke begeleiding (waaronder uitvaartbegeleiding en relatieviering) en mensenrechten.

Bekende humanisten

Een aanhanger van het humanisme wordt humanist genoemd. Omdat het begrip 'humanisme' betrekkelijk jong is, is het riskant om historische figuren 'humanist' te noemen. Bovendien kunnen individuele humanisten er verschillende ideeën op nahouden. Men vindt onder humanisten bijvoorbeeld mensen van verschillende politieke oriëntatie, in Nederland uiteenlopend van de SP tot de VVD. Voor elke humanist verhouden waarden zich anders tot elkaar. De volgende historische figuren (min of meer) tot het humanisme gerekend kunnen worden (per eeuw of per periode ingedeeld):

Oudheid

14e eeuw

15e eeuw

16e eeuw

17e eeuw

18e eeuw

19e eeuw

20e eeuw

Humanistische stromingen, verenigingen en organisaties

Zie ook

Externe links