Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Hoofddoek

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een moslima met een hoofddoek.

Een hoofddoek is een doek dat, als kledingstuk, om het hoofd gedragen wordt.

Manieren van dragen

Een hoofddoek kan op verschillende manieren gedragen worden, afhankelijk van de functie. Sommige hoofddoeken bedekken alleen de haren, andere hoofddoeken omsluiten het gezicht of laten alleen de ogen vrij.

Christendom

Hoofddoeken in de vorm van een sluier, tulband of een doek om het hoofd worden in verschillende Bijbelverzen genoemd.

Tot het Tweede Vaticaans Concilie was het vrouwen verplicht hoofdbedekking te dragen in een katholieke kerk. Dit gebod vindt zijn oorsprong in de Eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 11, vers 5 en 6 ("Maar iedere vrouw, die blootshoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd schande aan..."). Tegenwoordig wordt de hoofddoek nog gedragen door een aantal vrouwen in Noord-Europa en Noord-Amerika. In Tridentijnse Missen (de buitengewone vorm van de Romeinse ritus) dragen de vrouwen nog steeds een sluier of een hoofddeksel, al is dit niet meer verplicht. In Zuid-Europese en Latijns-Amerikaanse landen draagt men nog vaak een hoofddoek in de kerk en dan vooral de mantilla die uit zwarte kant vervaardigd is. In Azië wordt vooral de witte kanten versie gedragen.

Ook binnen enkele protestantse gemeenschappen is het dragen van een hoofddeksel nog gebruikelijk. Doorgaans was en is dit Bijbelse gebod opgelost door het dragen van een hoed.

In de christelijke iconografie is een sluier het symbool van de kuisheid, net als in beeldhouwwerken van gotische kerken.[1]

De hoofddoek als symbool van kuisheid in de katholieke en christelijke traditie is nog te zien in hedendaagse bruids- en eerste communiekleding.

Islam

Veel moslima's dragen in het openbaar een hoofddoek (hijab of hidjaab of jilbab) omdat zij menen dat dit een islamitisch voorschrift is. Zij baseren zich daarbij op ayaat uit de Koran, Soera Het Licht 31 en Soera De Partijscharen 59. Hoewel daar niet letterlijk staat dat het haar bedekt moet worden, wordt dit door Koranexegeten doorgaans op deze wijze uitgelegd. Zij baseren zich mede op overleveringen die terug zouden gaan tot de tijd van Mohammed. Anderen menen dat tijdens het leven van Mohammed alleen zijn eigen vrouwen gesluierd en afgezonderd geleefd hebben en dat andere vrouwen deze vrouwen later zijn gaan imiteren.[2] Naast de hijab, zijn er ook nog andere types hoofddoeken:

  • de khimar lijkt goed op de hijab, maar het is een capevormige doek die een stuk langer is waardoor ook nek en schouders worden bedekt. Het gezicht blijft wel volledig vrij.
  • de chador is een mantel die lichaam en hoofd omhult, maar het gezicht volledig vrijlaat.
  • de nikaab is net zoals een chador, maar bedekt ook nog eens neus, mond en wangen.
  • de boerka bedekt de moslima compleet en laat alleen een gaas over om door te kijken.[3]

Over gelovige vrouwen in het algemeen zegt de Koran dat zij "hun schoonheid niet mogen tonen, behalve hetgeen daarvan zichtbaar moet zijn" en dat zij in de aanwezigheid van vreemde mannen "hun khumur over hun boezem moeten trekken" (Soera Het Licht 31). De hier gebruikte term is dus niet hidjaab. Hidjaab is afgeleid van het in aya 53 van Soera De Partijscharen voorkomende woord 'afscheiding', dat in verband met de vrouwen van Mohammed wordt gebruikt ("En als u haar (zijn vrouwen) om iets vraagt, vraagt het dan van achter een afscheiding"). Khumur (meervoud van khimar) is afgeleid van khamara, wat "bedekken" betekent. De term wordt vaak als "hoofddoek" of "sluier" vertaald, maar zou ook kunnen betekenen dat vrouwen in het bijzijn van vreemde mannen hun boezem moeten bedekken.

Uit de zinsnede "dan hetgeen daarvan zichtbaar moet zijn" kan men eventueel afleiden dat zij enkel hun gezicht en hun handen mogen tonen. De boodschap van de betrokken passage is vooral dat zowel mannen als vrouwen deemoedig en kuis moeten zijn.

Jodendom

Volgens de Kethuboth, fol. 7, kol. 1., moet men van de vrouw scheiden en verliest de vrouw haar huwelijksdeel als zij buiten verschijnt met haar hoofd onbedekt.

Orthodox-joodse vrouwen dragen dan ook vaak een hoofddoekje. In het orthodoxe jodendom bedekken vrouwen vanaf het huwelijk hun haar; ongetrouwde meisjes doen dat niet. Gescheiden vrouwen blijven hun haar wel bedekken. Joodse vrouwen kunnen kiezen tussen een pruik of hoofddoekje; sommigen dragen een pet of hoedje. Er zijn verschillende graden van striktheid: aan de ene extreme kant staan de enkele bewegingen die enkel zwarte hoofddoeken toestaan die elk haar bedekken, en aan de andere kant staan de bewegingen die ook een hoofdbedekking goedkeuren die niet al het haar bedekt.

Sikhisme

In 1699 voerde Gobind Singh (1666-1708), de tiende en laatste menselijke goeroe, bepaalde godsdienstige praktijken in die voor de sikhs fundamenteel zijn geworden. Hij introduceerde het dragen van de turban, het dragen van een dolk en de regel dat het haar en baard nooit geknipt mogen worden. Het lange haar wordt bedekt door een hoofddoek, een zogenaamde tulband.

Oude Egypte

Een nemes is een hoofddoek die door farao's in het oude Egypte werd gedragen en waarmee ze hun goddelijkheid wilden tonen. Het dragen ervan was ook enkel voorbehouden aan farao's.

Niet-religieuze hoofddoeken

De hoofddoek is in Nederland en minder vaak ook in België een kledingstuk bij autochtone vrouwen bedoeld om het hoofd te beschermen tegen de regen. Ook als onderdeel van klederdracht komt de hoofddoek nog voor. Een voorbeeld hiervan is de Zeeuwse kap. Bij klederdracht zijn echter wel religieuze factoren van invloed geweest.

Discussie over hoofddoek in het openbare leven

De hoofddoek die nu meestal door islamitische vrouwen wordt gedragen vormt een onderwerp van voortdurende discussies in landen zoals Nederland, België, Frankrijk en Turkije. In deze landen leven grote aantallen moslims. In Frankrijk is in 2004 een wet aangenomen die het dragen van hoofddoeken in overheidsgebouwen beperkt. In dezelfde periode werd een andere wet aangenomen die het in het onderwijs (primair en secundair) volledig verbiedt voor leerlingen en leerkrachten.

Volgens de traditionele Koranuitleggers is de hoofddoek er ter 'bescherming' van de vrouw omdat ze zonder hoofddoek de lusten van mannen zou kunnen opwekken. Ook worden er andere argumenten genoemd, waaronder in verschillende soera's dat vrouwen niet gelijkwaardig zouden zijn aan mannen (bijvoorbeeld soera 2;228 en soera 4;129). Veel westerlingen daarentegen, met name actiegroepen op het terrein van emancipatie, feminisme en mensenrechten vinden de hoofddoek en zeker de boerka en chador een symbool van vrouwenonderdrukking en seksuele discriminatie. Andere, meer liberale moslims, vinden dit overtrokken en menen dat de meeste moslims in het westen na verloop van tijd toch wel de westerse gewoonten en gebruiken zullen aannemen. Volgens hun interpretatie van de Koran schrijft deze vrouwen ook nergens voor een hoofddoek te dragen. Volgens hen weerspiegelt de traditioneel conservatieve kijk op de vrouw door moslims meer de patriarchale cultuur van het Midden-Oosten dan de islam die volgens hen juist zeer emanciperend is voor de vrouw. Hierdoor zal volgens hen de hoofddoek vanzelf wel verdwijnen.

Turkije kent sinds 1989 een wet die het dragen van hoofddoeken (alsmede andere politieke symbolen, zoals bijvoorbeeld een t-shirt met hamer en sikkel) door studenten in openbare gebouwen zoals universiteiten verbiedt. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde op 28 juni 2004 in een zaak die door twee studentes was aangespannen dat dat land onder bepaalde voorwaarden het dragen van hoofddoekjes mag verbieden. Begin 2008 werd dit verbod op initiatief van de conservatieve AKP opgeheven, maar sneuvelde het bij de goedkeuring door het Hooggerechtshof. Vele seculiere Turken vrezen een opgang van sociale druk op al die vrouwen die géén sluier willen dragen, desalniettemin draagt slechts 46,9% van de Turkse vrouwen tussen 18 en 27 jaar oud een hoofddoek.

In de Verenigde Staten valt het dragen van een hoofddoek onder het eerste amendement bij de grondwet, dat de vrijheid van meningsuiting garandeert.

In Nederland sprak de Tweede Kamer zich op 17 maart 2004 uit tegen een verbod op het dragen van hoofddoeken. De Commissie Gelijke Behandeling publiceerde in augustus 2004 op verzoek van het Meldpunt Discriminatie Amsterdam een advies voor het dragen van hoofddoeken op de werkvloer. Al in juni 2003 publiceerde de Minister van Onderwijs een Leidraad Kleding op School, waarin onder andere wordt bepaald dat confessionele scholen het dragen van een hoofddoek onder bepaalde voorwaarden mogen verbieden. Openbare scholen mogen de hoofddoek echter niet verbieden. Een verbod geldt in Nederland alleen voor rechters en geüniformeerde ambtenaren (bijvoorbeeld bij de politie of de krijgsmacht). De Commissie Gelijke Behandeling heeft verschillende malen moslima's in het gelijk gesteld omtrent het onterecht weigeren van de toegang tot cafés en restaurants, waarbij de verschillende eigenaren van de horecagelegenheden zich beriepen op een bepaald kledingvoorschrift, geldend in hun zaak.

In België is de discussie nog lopende. Moslims eisen het recht voor hun vrouwen om overal een sluier te mogen dragen, ook in het onderwijs en in openbare functies en openbare diensten. [4] Dat staat echter haaks op de tot nu toe algemeen geldende regel dat geen enkel religieus noch politiek symbool zichtbaar gedragen mag worden in openbare functies en elke publieke, openbare dienstverlening. Op deze laatste regel worden hier en daar inbreuken gedoogd. De Vlaamse Raad van het Gemeenschapsonderwijs besliste op 11 september 2009 het dragen van een hoofddoek te verbieden in alle scholen van het gemeenschapsonderwijs. De Antwerpse stedelijke, provinciale en vrije (katholieke) scholen deden hetzelfde.

Varia

In Haarlem werden ter gelegenheid van Koninginnedag in 2009 oranje hoofddoekjes uitgedeeld. Een groep studenten verspreidde op 30 april meer dan vijfduizend oranje hoofddoekjes genaamd Louka's onder het publiek om de tolerantie in het Koninkrijk te verbeteren. De actie werd aangekondigd door de Stichting Oranje Samenleving. Met oranje hoofddoekjes zouden moslimvrouwen tegelijkertijd uitdrukking kunnen geven aan hun loyaliteit aan hun geloof en aan de koningin, als symbool voor Nederland. De twee studenten die het initiatief hadden genomen tot deze actie, Melissa Oosterbroek en Ben Rogmans, verklaarden dat ze zich ergerden aan de ophef in de politiek en de samenleving over het dragen van hoofddoekjes: "de overdreven polarisatie en negatieve stemmingmakerij". De hoofddoekjes-actie werd deels gefinancierd met een prijs van de gemeente Haarlem die de twee enkele maanden eerder hadden gewonnen. Deze SAMS-prijs voor "het beste idee voor een open en tolerante sfeer in Haarlem" bedroeg 3000 euro.[5]

De actie wekte de woede van de plaatselijke VVD, die verklaarde tegenstander te zijn van de verstrekte subsidie. Gemeenteraadslid Denise Eikelenboom (VVD) verklaarde betreffend besluit niet te begrijpen. "Het is een religieuze uiting en daar hoort de gemeente de portemonnee niet voor te trekken. Religie en staat dienen strikt gescheiden te blijven."[6]

Westerse samenleving

In de westerse samenleving waren in vroegere tijden hoofddoekjes gebruikelijk bij huisvrouwen, maar is het tegenwoordig vreemd om als vrouw de schoonheid te bedekken, ook al heeft zij een vaste levenspartner (getrouwd of niet). In de westerse samenleving staat het tonen van de schoonheid van het uiterlijk namelijk los van de verbintenis / toewijding aan een partner. Uiteraard heeft dat wel veel met elkaar te maken, echter is er een vanzelfsprekend vertrouwen (tevens basis) dat de vrouw niet ingaat op avances. Een terugglimlachen of een bedanking voor een compliment van een mogelijk vreemde of bekende persoon, is iets allerdaags, en zeker niet als iets bedreigends of iets dat beperkt moet worden voor slechts de waarnemingen van de eigen partner. Sterker nog, de schoonheid van de vrouw staat ver boven dergelijke inperkingen, temeer deze vaak al tot uiting kwam alvorens de vrouw een partner had / verkreeg. Dit is juist één van de kenmerken (losstaand van gelijkwaardigheid, betreffend andere vormen van uitingen / kunnen) van een vrouw, die haar speciaal maken. Dit zijn meerdere factoren, waaronder ook (bij voorkeur vaak lang) mooi haar. De andere kant van deze kwestie is die van de mannen, die ten eerste bij de eventuele levenspartner zijnde, totaal niet wakker liggen of de haren van hun vrouw door andere mannen gezien worden, eenvoudigweg omdat dat in de westerse samenleving totaal geen probleem is. Sterker nog, is die levenspartner er eerder trots op dat zijn vrouw zo mooi is, en wat die dan graag (ook tegenover andere mannen) ook toont aan de wereld. Het is dan meestal een samenspel van die betreffende partners, waarbij o.a. de vrouw het bemoedigend vind dat haar partner ook die kant van haar persoonlijkheid waardeert. Zij is tenslotte zo. Ten tweede is het normaal voor al die andere mannen om zich te gedragen en te beheersen, en sowieso de situatie laten afhangen van wat de vrouw zelf wil, op welk moment dan ook. Als objectief naar deze culturele gewoonten wordt gekeken, is het naar westerse maatstaven slechts een kwestie van vertrouwen en van waardering, wat merendeels een taak voor de moslim-mannen is, waar vaak weinig initiatieven of veranderingen te bespeuren zijn, oftewel wordt een onderwaardering in stand gehouden. Aangaande de gelijkwaardigheid van man en vrouw is het letterlijk én figuurlijk een verlaging (degradering) van het aanzien te noemen, wat naast een optische beperking óók een beperking is van het zijn, in al haar facetten. Naast ondermeer mentale evolutie (bezit aangaande het heden), rechten en vaardigheden is het-één-en-ander een verworvenheid (door arbeid, moeite enz. verkregen) te noemen oftewel was/is het gewenst, natuurlijk, inzichtelijk en/of positief van aard. Dit geeft aan dat er een positieve ontwikkeling (vooruitgang) verlopen is, oftewel dat het voorheen relatief mínder positief (of meer negatief) was. Aangaande inzichten en begrippen (het begrijpen) is het/een niet-meegaan in de betreffende ontwikkelingen gevolgelijk een niet-in-(kunnen)-zien- en begrijpen van waar het om gaat, wat vervolgens weer verschillende meningen en overtuigingen teweegbrengt. Het al-dan-niet-ontwikkelen is dat aangaande niet af te wegen / te vergelijken vanwege het al-dan-niet verworven verschil.

Zie ook

Essay

Essay:De hoofddoek moet NIET af De hoofddoek moet NIET af

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties: