Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Hofland (geslacht)

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hofland (ook: van Hofland) is de naam van een oud-adelijk geslacht uit Holland dat van oorsprong uit Kennemerland komt en later bestuurders Rijnland en Schieland voortbracht. Het geslacht is in de 13e eeuw ontstaan uit de heren van Rietwijk.

Geschiedenis

Oorsprong

Het geslacht ontleent zijn naam aan het het grafelijk domeinhof in Heemskerk en Beverwijk. De zogenoemde “Curtis Hofland” strekte van Velsen tot Heemskerk en Assum. Het grafelijke domeinhof heeft 3 hoofdgebouwen gehad, een van deze hoofdgebouwen lag vermoedelijk op de plek waar het latere Huis Hofland is gebouwd bij het huidige Noorddorp in Heemskerk. De andere hoofdgebouwen waren Huis Meresteyn, op de grens van Heemskerk en Wijk aan Duin, en het kasteel van Albert Banjaert te Beverwijk.[1]

Het Huis Hofland werd halverwege de 13e eeuw gebouwd en wordt in 1260 voor het eerst vermeld. Het kasteel maakte deel uit van de deel uit van de serie kastelen ter verdediging tegen de west-friesen gedurende de West-friese oorlog. De eerste vermelding in de leenregister is wanneer Gerard van Hofland het in 1380 opdraagt aan Wouter van Heemskerk als eigen bezit. Het is dus tot die tijd allodiaal bezit geweest waarna het in 1390 in leen wordt gegeven aan de deze eerder genoemde Gerard. Het huis is tot 1444 in het bezit geweest van het geslacht Hofland waarna deze wordt overgedragen aan de secretaris van de leenheer, Banjaart Saay. De bijbehorende hoge heerlijkheid van het Hofland, strekkende van de grens van Heemskerk en Wijk aan Duin tot aan Beverwijk, gaat in 1455 over op Gerard van Assendelft[1]. Het huis komt in de 17e eeuw voor als riddermatige hofstede “De Vlotter” en nog later als “Jagerlust” wat refereert naar de toenmalige functie als jachthuis.[2] Van het kasteel is niet veel meer over, rond 1854 werd de huidige boerderij gebouwd aan de Rijksstraatweg.[3]

Verplaatsing naar Rijn- en Schieland

Gedurende de Hoekse en Kabeljauwse twisten worden steeds meer bezittingen ondergebracht in de Kerk. Het is duidelijk dat het geslacht het grafelijke gezag niet meer zeker vond. Al in 1343, 7 jaar voor de start van Hoekse en Kabeljauwse twisten, wordt een groot deel van het vermogen van de familie ondergebracht in verschillende vicariën[4], zowel in de kerk te Velsen als in Beverwijk. Ook is het geslacht sinds 1378, wanneer Gerard van Hofland 6 verschillende hofstede’s en akkers koopt te Beverwijk, leenroerig aan de abdij van Egmond. Enkele jaren later in 1382 wordt Gerard zelf geestelijke bij de abdij.[5] Na 1459 komt het geslacht niet meer voor in Kennemerland en verplaatsten zich zuidelijker. Dirk van Hofland wordt nog vermeld in de eerste helft van de 15e eeuw met “4 morgen land in Ouderamstel met huizing en hofstede, die begraven is, gemeen in 9 morgen, genaamd Ottenweer”, mogelijk het latere Huis Kostverloren[6], waar hij leenroerig is aan de hofstede Nijenrode.[7]

Het eerste telg dat genoemd wordt in Rijn- en Schieland is Hugo van Hofland. Deze houd grond in Rijswijk waar hij op woont.[8] Hugo is ook als een van de eerste mensen begraven in de Oude Kerk te Delft[9]. De verbondenheid met het gebied was er dus zeker waardoor de schakel ernaar toe eenvoudiger was.

De echte manifestering van het geslacht in Rijn- en Schieland gebeurd echter pas in de tweede helft van de 15e eeuw wanneer Claes Hofland vermeld wordt als bode van de dijkgraaf van Schieland in 1463. De verplaatsing heeft vermoedelijk vanuit Zegwaard plaatsgevonden waar zij 55 morgen (ca. 47 hectare) land hadden.[10] Zij resideerden voornamelijk in Leiden waar zij als welgeborenen deel waren van de vierschaar. Gerrit Aertsz Hofland wordt vermeld als woonende te Leiden met een huizing en hofstede en een “schoone en pleysante welgelegen wooning als huis, stalling, wagenhuis twee bargen met boomgaard” in de Cley te Teylingen[11]. In het begin van de 16e eeuw verplaatste de familie grotendeel naar Rotterdam en de omgelegen ambachten. Tot eind 16e eeuw is de familie ook in bezit van de hofstede van Foreest te Crooswijck die dan wordt verkocht aan Gerrit van Assendelft.

De welgeborenen (oud-adelijke) stand werden steeds meer ingeperkt in run privileges en gingen een steeds minder grote rol spelen in de bestuurlijke organen. Zo ook voor de Hoflanden, in het einde van de periode van de regenten en stadse elites verloor de familie steeds meer macht aan de gegoede burgerij (rengenten) waarna zij zich grotendeels terug trokken tot buiten de stad.

Vrouwelijke lijn

Bijzonder is dat het meerdere malen voorkomt dat de naam wordt doorgegeven via de vrouwelijke lijn. Door het doorgeven van de naam Hofland via de vrouwelijke lijn (dit gebeurt maar liefst drie keer binnen één generatie) zijn er verschillende, niet-adelijke, takken van de familie ontstaan. Deze zijn hieronder aangegeven door het huwelijk met de man ook aan te geven.

Schrijfwijze

De naam werd vroeger zowel met als zonder 'van' geschreven. Deze namen werden door elkaar gebruikt. Door de eeuwen heen is de schrijfwijze van de naam steeds veranderd. In de 14e eeuw werd de naam vaak aangeduid met 'Van Hofland', terwijl vanaf de 15e en 16e eeuw veelal gekozen wordt voor 'Hoflan(d)t' of 'Hofflan(d)t'. Tegenwoordig wordt de schrijfwijze 'Hofland' gehomologeerd.

Genealogische Schets

Bestand:Familiewapen Hofland.jpg
Wapen van tak Hofland (Bijl), breking door kleurwisseling. Op basis van Pieter Goossens Hofland zijn wapen uit glas-in-lood werk 1602.

Hieronder volgt de genealogische schets van het geslacht Hofland in Rijn- en Schieland.[12]

  • Claes Hofland (ca. 1463), bode van de dijkgraaf van Schieland
    • Arend (Aert) Claesz. Hofland (ovl. 1507), heemraadsbode van Schieland, schout van Zegwaard.
      • Claes Aertsz Hofland (ovl. < 1528), bode en baljuw van Rijnland.
        • Arend (Aert) Claesz Hofland (geb. 1520), bode, baljuw en dijkgraaf van Schieland, schout van Hilligersberg, Rotteban en Schiebroek, ambachtsbewaarder van Hilligersberg,
        • Meynsgen Claesdr. Hofland (ovl. 1593) x Pieter (N.N.), bezat Huis ten Hoeck in Hilligersberg
          • Claes Pietersz. Hofland (ovl. 1614), bezat Huis ten Hoeck, ambachtsbewaarder van Hilligersberg
            • Aert Claesz. Hofland (geb. 1590), bezat Huis 'Wapen van Roomen', poorter van Rotterdam, procureur van Schieland
      • Gerrit Aertsz. Hofland (geb. 1496), schout van Zegwaard, heemraadsbode van Schieland, heemraadsbode van Rijnland, schout van Hillegersberg en Rotteban, schout van Schiebroek, schout en baljuw van Bleiswijk.
        • Claes Gerritzsz. Hofland (geb. 1526), bode van Schieland.
        • Meynsgen Gerritsdr. Hofland (ovl. 1578) x Goossen Pieterz. Bijl (geb. 1525), schout van Zevenhuizen.
          • Pieter Goossensz. Hofland (geb. 1562), schout en baljuw van Bleiswijk.
            • Gerrit Pietersz. Hofland (geb. 1589), schout, baljuw en ambachtsbewaarder van Bleiswijk
              • Abraham Gerritsz. Hofland (geb. 1621), schout en baljuw van Bleiswijk, procureur van Schieland
                • Adrianus Abrahamsz. Hofland (geb. 1657), schout van Wildevenen en Moerkapelle.
              • Cornelis Gerritsz. Hofland (geb. 1622), bode van Bleiswijk
            • Arend Pietersz. Hofland (geb. 1603), notaris te Rotterdam
              • Pieter Arentsz. Hofland (ovl. 1674), advocaat te Rotterdam
        • Maertgen Gerritsdr. Hofland (ovl. 1572) x Cornelis Cornelisz. Snijer (ovl. 1570)
          • Cornelis Cornelisz. Hofland (ovl. 1624)
            • Gerrit Cornelisz. Hofland (ovl. 1655), schepen van Bleiswijk (tot 1655)
            • Claes Cornelisz. Hofland (ovl. 1680), schepen van Bleiswijk (vanaf 1655)

Wapen

Een keper van sabel (zwart) op een velt van zilver met als helmteken twee afgekapte stokken. Waarvan de linker in zilver en de rechter in sabel. De wapenspruik luid "En attendant j'espère", of in het Nederlands "Al wachtende hoop ik".

Bronnen, noten en/of referenties
  • Een Schielandse familie Hofland
  • Glas-in-lood-werk van het wapen dat door Pieter Goossens Hoflant, schout en baljuw van Bleyswijck, uit het jaar 1602.
  • Zegel van Aert Claesz. Hoflant uit 1507.
Noten
  1. 1,0 1,1 Bert Koene; Fred Schweitzer, Jan Morren, Midden-Kennemerland in de Vroege en Hoge Middeleeuwen, Uitgeverij Verloren
  2. º De Vlotter. Historische Kring Heemskerk Geraadpleegd op 20-8-2020
  3. º Archeologische Werkgroep Beverwijk-Heemskerk. De Vlotter of Jachtlust Geraadpleegd op 20-8-2020
  4. º Inventaris Parochie Sint Engelmundus te Velsen. Noord-Hollands Archief (1343) Geraadpleegd op 20-8-2020
  5. º Kort, J.C. Repertorium op de lenen van de abdij Egmond, 1174-1650. Hogenda Geraadpleegd op 20-8-2020
  6. º Christian Bertram, Noord-Hollands Arcadia; ruim 400 Noord-Hollandse buitenplaatsen in tekening, Canaletto/Repro-Holland
  7. º Kort, J.C. Repertorium op de lenen van de hofstede Nijenrode, 1352-1677. HoGenDa Geraadpleegd op 20-8-2020
  8. º C. Hoek. REPERTORIUM OP DE LENEN VAN DE BINCKHORST, 1322-1700. Ons Voorgeslacht (1999) Geraadpleegd op 20-8-2020
  9. º Dr. P.C.J. van der Krogt, DE GRAFBOEKEN VAN DE OUDE KERK TE DELFT, Ons Voorgeslacht
  10. º Teun van der Vorm. Morgenboek Zegwaart van 1531. Historisch Genootschap Oud Soetermeer Geraadpleegd op 20-8-2020
  11. º H.J. van der Waag. Rechterlijk Archief Noordwijk, inv.nr. 174. Erfgoed Leiden en Omstreken Geraadpleegd op 20-8-2020
  12. º H.M. Kuypers, Een schielandse familie Hofland, Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie
rel=nofollow
rel=nofollow
rel=nofollow