Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Henri Ernest Moltzer

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hendrik Ernest (Henri) Moltzer (Wassenaar, 20 mei 1836 – Utrecht, 25 oktober 1895) was een vroege medioneerlandicus, als hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en nadien aan de Rijksuniversiteit Utrecht.

Studie en Loopbaan

Leiden

Moltzer studeerde theologie (alleen aanvankelijk), letteren en rechten te Leiden. Hij promoveerde op 11 april 1862 tweemaal te Leiden, eerst in de rechten en een uur later in de letteren en wijsbegeerte. De titels van zijn proefschriften luidden: Dissertatio de ratione qua ex auctoritate Alarici II, regis Visigothorum, gaii institutionum commentarii in epitomen redacti sunt en Geschiedenis van het wereldlijk tooneel in Nederland, gedurende de Middeleeuwen. Bij Letteren waren zijn leermeesters M. de Vries en W. Jonckbloet.

Groningen

Na het vertrek van Jonckbloet te Groningen werd Moltzer in 1865 aldaar benoemd tot hoogleraar in de vakken: Nederlandse taal- en letterkunde, Vaderlandse geschiedenis, Gotisch en Welsprekendheid. Na 1877 werd hij ontheven van het vak Vaderlandse geschiedenis; aan zijn leeropdracht werden toegevoegd: Middelnederlands, Angelsaksisch en Middelhoogduits (1865-1882). Hij was in 1880-1881 te Groningen rector magnificus.

Utrecht

Als opvolger van W. G. Brill werd Moltzer vervolgens in 1882 te Utrecht benoemd tot hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde, in het bijzonder het Middelnederlands. Zijn oratie (26 oktober 1882) was getiteld: ’De historische beoefening der Nederlandsche letteren’. Hij was rector magnificus te Utrecht op zijn moment van overlijden in 1895.

Lidmaatschappen

Moltzer was lid van de KNAW en van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, en buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie.

Publicaties

Moltzer heeft door zijn studies en tekstuitgaven de bestudering van de Middelnederlandse letterkunde bevorderd in een tijd dat het vak nog in de kinderschoenen stond. Hij is met name bekend geworden doordat hij samen met dr. Jan te Winkel in 1868 de Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde (Groningen 1868-1895) opzette en daarin ook zelf verscheidene betrouwbare tekstedities publiceerde, onder meer Floris ende Blancefloer (deel 23; 1879) en de Brandaan (deel 45; 1891[1]). Zijn belangstelling ging vooral uit naar het toneel. Zijn belangrijkste werk is de uitgave van alle op dat moment bekende Middelnederlandse wereldlijke en een aantal geestelijke toneelstukken in De Middelnederlandsche dramatische poëzie (delen 1, 3, 9, 13 en 16; 1875). In de inleiding van dit werk verdedigde hij de opvatting dat het Middelnederlandse wereldlijke toneel onafhankelijk van het geestelijke was ontstaan.
Op het gebied van de letterkunde na de Middeleeuwen verzorgde Moltzer uitgaven van Bredero’s Moortje en De Spaanschen Brabander Ierolimo (1886).[2] Ook in zijn Studiën en Schetsen van Nederlandsche letterkunde (1880) behandelde hij diverse onderwerpen uit de 16e en 17e eeuwse letteren.

Over Moltzer als taalkundige, zie Noordegraaf 1994.[3]

Bibliotheca Moltzeriana

Moltzer verzamelde een belangrijke collectie boeken en handschriften op het gebied van de Nederlandse letterkunde, die na zijn dood aan de Utrechtse Universiteitsbibliotheek werd geschonken. Deze Bibliotheca Moltzeriana omvat meer dan 3000 banden.[4]

Noten

  1. º Levens en legenden van heiligen; naar het Utrechtsche handschrift. I: Brandaen en Panthalioen.
  2. º Zie ook: G.A. Bredero, De werken van G. A. Bredero. Volledige uitgave, naar de beste oude drukken bezorgd en opgehelderd. Deel I t/m III; bezorgd door J. ten Brink, H. E. Moltzer, G. Kalff, R. A. Kollewijn, J. H. W. Unger en J. te Winkel; inleiding door G. Kalff, Amsterdam 1890.
  3. º Jan Noordegraaf: ’Oorsprongsproblemen’, in: Het is kermis hier. Lezingen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Nederlands aan de Vrije Universiteit. Red. Tieme van Dijk en Roel Zemel. Münster, 1994, p. 71-91.
  4. º Pierre Pesch, ’Collectie Prof. H. E. Moltzer’, in: Handschriften en Oude Drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Samengesteld bij het 400-jarig bestaan van de bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1584-1984. Red. K. van der Horst e.a., 2e dr. 1984, pp. 316-17.
rel=nofollow

Weblinks

rel=nofollow