Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Emotionele intelligentie

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Emotionele intelligentie, afgekort EQ, is een aanvulling van het traditionele IQ. Het begrip werd in 1990 voor het eerst genoemd in een wetenschappelijk artikel van John D. Mayer (University of New Hampshire) en Peter Salovey (Yale University), maar sloeg niet onmiddellijk aan. Dat veranderde in 1995 toen het gelijknamige boek van de Amerikaan Daniel Goleman verscheen.

Het concept van de emotionele intelligentie steunt op de theorie van de meervoudige inteligenties van Howard Gardner. De basisidee daarvan werd reeds eerder beschreven door Edward Lee Thorndike en David Wechsler, die het de naam „sociale intelligentie” gaven. In 1920 verduidelijkte Thorndike dit met het voorbeeld dat de technisch beste mecanicien geen succes heeft wanneer hij een tekort aan sociale intelligentie heeft.[1]

Door onderzoek naar de emotionele intelligentie wordt geprobeerd te achterhalen welke mensen emotioneel het best zijn toegerust om maatschappelijk succes te behalen, waarbij men aanneemt dat deze mensen als voorbeeld moeten worden genomen.

EQ-tests worden nog steeds gebruikt als onderdeel van personeelsselectie. Daarbij staat voorop dat niet alleen kennis maar ook empathie belangrijk is voor het succesvol functioneren in een organisatie. Logische beslissingen botsen immers vaak met emoties, spanningen en gevoeligheden. Een EQ-test probeert daarom antwoord te geven op vragen als:

  • hoe gaat iemand om met de emoties van zichzelf of de anderen?
  • hoe reageert iemand op situaties waaraan hij of zij niets kan veranderen?

Hoewel het onduidelijk is wat een EQ-test precies meet, komt het er grofweg op neer dat iemand met een bijzonder laag EQ als eigengereid kan worden omschreven, terwijl iemand met een hoog EQ conformistischer is aangelegd. EQ-voorvechters beweren dat iemand met een hoog EQ empathischer en daarom succesvoller is. Critici van de doctrine betwisten niet dat mensen met een hoog EQ maatschappelijk succesvoller kunnen zijn, maar stellen dat dit meer te maken heeft met een amorele meeloper-mentaliteit dan met empathie.

EQ gebruikt als assessment

Volgens sommigen is de achterliggende gedachte bij het gebruik van het EQ voor personeelsselectie dat werknemers vaak meer gefrustreerd zijn over het feit dat leidinggevenden niet tonen dat ze naar hen willen luisteren en hen willen begrijpen, dan over het feit dat ze hun zin niet krijgen. Volgens anderen zal een goede EQ-competentietest 50% of zelfs meer van het functioneren van werknemers voorspellen, en vertonen hogere leidinggevenden een beduidend hogere score op vragenlijsten die EQ-competenties meten.

De waarde van een EQ-test is, meer nog dan die van een IQ-test, omstreden. Het EQ is geen exact meetbare eigenschap. Het correct gebruik van een EQ-test bestaat er daarom in dat men moet nagaan hoe de personen die goed scoren op de werkvloer scoren op de EQ-test.

Ook zijn er meetproblemen: sommige instrumenten die EQ-competenties meten, leveren enkel betrouwbare resultaten op als ze gebruikt worden volgens een 360° feedback methode. Deze methode, waarbij ook collega’s gevraagd wordt om het gedrag van de geteste persoon in te schatten, is per definitie niet bruikbaar bij personeelsselectie, maar enkel bij assessment van werknemers die reeds enige tijd in dienst zijn. Het is daarom meer aangewezen om bij personeelsselectie de attitude van medewerkers te testen.

De vijf belangrijkste EQ-eigenschappen zijn:

  1. Zelfkennis. Mensen met een hoog EQ zijn zich bewust van wat ze voelen
  2. Optimisme. Mensen met een hoog EQ denken positief over hun eigen mogelijkheden en laten zich niet snel uit het veld slaan.
  3. Kunnen lijden. Mensen met een hoog EQ kunnen het opbrengen om te werken aan iets wat ze op lange termijn willen.
  4. Empathie. Mensen met een hoog EQ kunnen zich goed verplaatsen in de gevoelens van anderen.
  5. Sociale vaardigheden. Mensen met een hoog EQ kunnen goed met zowel bekenden als vreemden omgaan.

Het wordt ook wel omschreven als de ’interpersoonlijke en intrapersoonlijke intelligentie tezamen’ (zie Howard Gardner).

Om de emotionele intelligentie te kunnen meten, verdeelden Salovey en Mayer het in vier deelgebieden:

  1. Het waarnemen van emoties
  2. Het gebruik van emoties
  3. Het begrijpen van emoties
  4. Het beïnvloeden van emoties

EQ en intuïtie

Door rechtstreekse contacten (communicatie, uiterlijke kenbaarheden, interacties) waarbij men intuïtief op een situatie reageert wordt het gebruik van deze intuïtie gescherpt en wordt men er zekerder in. Intuïtie kan één zijn met het bewustzijn: men wordt zich dan voortdurend door intuïtieve ingevingen van allerlei dingen bewust. Zo worden ook (indien ontwikkeld) persoonlijke inzichten aangaande anderen en een persoon zelf ontwikkeld, naar automatische herkenning (niet naar beschikbare beredeneringen), waarbij dus ook de kleinste opvallende kenmerken (zoals gedragingen, bewegingen, mimiek, spraak, enz.) automatisch opvallen. Hieruit blijkt ook de in meer of mindere mate aanwezige onbewuste alertheid, welke ondanks dat men zich daar niet bewust van is veel waarnemingen registreert, maar op een gegeven moment (veelal door een bepaalde prikkel, herkenning) wel bewust kan worden, waarbij het-één-en-ander dan wordt bevestigt. Bij empathie geldt dit zelfde principe, namelijk dat waarnemingen goed begrepen moeten worden, wat het herkennen van bepaalde aanwijzingen bevordert, ten aanzien van iemands situatie en gevoelens.

EQ en autisme

Van autisten (in het algemeen) is het bekend dat ze weinig of amper hun persoonlijke intelligentie ontwikkelen. Hoewel autisten wel uit gaan van begrijpend denken (i.p.v. beredenerend denken), is de ontwikkeling van persoonlijke inzichten veelal niet een interesse, die er wel voor benodigd is. Sommigen met het Aspergersyndroom echter, hebben juist wel volledig begrepen inzichten binnen de EQ. Daarbij worden inter- en intrapersoonlijke inzichten of uitingen ervan intuïtief toegepast, naar een moment dat reeds eerder overdacht / begrepen / herkend was. Vaak komt dan op een later moment een onbewust ingegeven uiting, waar ze zich al-doende (nogmaals) bewust van worden. Sommigen van hen zijn zich op een gegeven moment bewust van allerlei onbewuste aandachtspunten, die opvallenderwijs ook aansluiten bij bepaalde bewuste interessen. Dat de meeste autisten niet vaardig zijn in gevoelszaken klopt, echter is het veralgemeniseren sowieso een tekortdoening aangaande (het verkrijgen van) bepaalde inzichten, zo ook betreffend autisten. Des te meer men begrijpt, des te meer men herkent, tot het herkennen van nieuwe inzichten en van onbewuste factoren (tijdens of na het bezigen ervan bewust worden, wat zowel het eigene als andere (vreemde) kan betreffen). Het hele (spreekwoordelijke) eiereten is het voortdurend (automatisch) trachten elk gevormd begrip of aanwezig onbegrip te verbeteren, veranderen danwel het dusdanig te laten beïnvloeden. Hierbij zijn intuïtieve begrippen het meest doorslaggevend vanwege dat deze uit het onderbewustzijn afkomstig zijn en van bepaalde gevoelswaarden voorzien of doordrongen, wat essentieel is voor het herkennen van wat nog onbekend was oftewel wat nog niet passend/aanwezig was in het eigen perspectief van persoonlijke inzichten (EQ).

Zie ook

Literatuur

  • Robert K. Cooper, Ayman Sawaf Werken met EQ: Emotionele Intelligentie in bedrijf en praktijk (A. W. Bruna Uitgevers, 1997)
  • Daniel Goleman, Emotionele Intelligentie - Emoties als Sleutel tot Succes (Uitgeverij Contact, 1996)
  • Patrick Merlevede, Rudi Vandamme, 7 lessen in Emotionele Intelligentie (Uitgeverij Garant, 1999)
  • Ludo Abicht, Intelligente emotie (Uitgeverij Houtekiet, 2001)
  • John Eaton, Roy Johnson, Communiceren met emotionele intelligentie (E-com Publishing, 2001)
  • Salovey, P., Mayer, J. D., (1990). Emotional intelligence. Imagination, Cognition, and Personality, 9, p. 185–211.
  1. º vermeld in D. G. Myers, Psychology. New York 2010