Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Arie Marinus Schouten

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Arie Marinus Schouten (De Bilt, 4 augustus 1893Zeist, 29 september 1972) was een Nederlandse militair die tijdens de gevechten om de Maaslinie in mei 1940 zodanig onderscheiden optrad dat hij voor zijn moed, beleid en trouw werd benoemd tot Ridder 4e klasse in de Militaire Willems-Orde.

Oorlogsbiografie

De wachtmeester Schouten was een dienstplichtig militair van de lichting 1913. Hij was als korporaal der bereden artillerie met groot verlof toen hij in augustus 1939 gemobiliseerd werd. In september 1939 werd hij bevorderd tot wachtmeester der bereden artillerie en instructeur van een schoolbatterij. Kort voor de meidagen van 1940 besloot de legerleiding modern pantserafweergeschut uit de Maaslinie en IJssellinie te halen en naar de hoofdverdediging te brengen. Daarvoor in de plaats werd eind maart een aanzienlijk aantal gedateerde 8-staal vuurmonden uit de arsenalen van het Depot der Artillerie gehaald en in de buitengewesten ingedeeld als provisorisch middel tegen licht gepantserde voertuigen. De meeste van deze kanonnen werden bemand door jonge rekruten van de lichtingen 1939 en 1940 welke door instructeurs werden aangevoerd. Schouten leidde zo'n stuksectie bij het plaatsje St. Agatha, onder de rook van Cuijk. De 8-staal was opgesteld in een half open opstelling tussen enkele bomen in, gericht op het veerhoofd aan de zijde van het plaatsje Middelaar. Deze locatie lag op een steenworp van het Reichswald, zodat bij een grensoverschrijding de Duitsers zeer snel aan de Maas konden staan op deze locatie.

De Duitse aanval op de Maaslinie ving aan in de vroege ochtend van 10 mei 1940. Lichte infanterie vertoonde zich al zeer kort na het invalsuur bij St. Agatha, waarna de 8-staal sectie onder Schouten spoedig het vuur opende. Een langdurig duel tussen deze moedige stukgroep en een steeds sterker wordende tegenstander was het vervolg. Spoedig brachten de Duitsers een lichte houwitser in als middel om de Nederlandse kanonbezetting uit te schakelen. Daarin slaagden zij niet. Het kanon bleef weerbaar en manschappen bleven met karabijnen vuren, ondanks het feit dat steeds meer mannen van de stuksectie, inclusief de wachtmeester Schouten zelf, gewond raakten door mitrailleurvuur en scherven van detonerende granaten. Urenlang vocht men een duel uit, waarbij het oude kanon trouw dienst bleef doen en tientallen granaten op de overzijde afvuurde. Uiteindelijk was echter op één man na de gehele stukgroep van negen man gewond, hoewel wonder boven wonder geen hunner dodelijk gewond raakte. Een enkeling, waaronder de wachtmeester zelf, was meermaals gewond. Zodoende moest uiteindelijk de strijd gestaakt worden door deze mannen. Pas geruime tijd nadat de Duitsers westelijk van hun positie over de Maas gekomen waren, werden ze ontdekt en kregen de gewonden verzorging in het klooster nabij.

Wachtmeester Schouten had steeds voortreffelijk leiding gegeven aan zijn stuksectie. Hij vuurde mannen aan, gaf duidelijke commando's, nam gevaarlijke taken op zich en liet zich door meerdere verwondingen nimmer uit het veld slaan. Toen achter de opstelling ineens Duitsers verschenen nabij het klooster, en op de stelling schoten, meende de wachtmeester met Hollanders van doen te hebben die abusievelijk op hen schoten. Woest werd hij en ondanks het vuur dat hen uit de frontzijde tegemoet sloeg sprong de al gewonde wachtmeester op de achterzijde van de vuurdekking en schreeuwde richting de schutters aan de rugzijde dat ze moesten stoppen met vuren. De Duitsers werden overblufd en zullen vermoed hebben dat de stelling ter plaatse al veroverd was. Schouten meende eigen troepen te hebben gecorrigeerd, om het gevecht te vervolgen. De strijd werd voortgezet. Zwaar gewond liet hij zich uiteindelijk nog niet overwinnen door alles wat hem was overkomen. Omdat niemand de gewonden opmerkte en de mobiele gewonden zelf weg waren gekomen en de enige fysiek ongeschonden soldaat door paniek bevangen de stelling niet uit durfde, besloot hij zich op zijn rug liggend en voortbewegend met slechts één arm en één gewond been naar het klooster te slepen om daar hulp voor de anderen te halen. Hij werd onderweg gevonden en geholpen. Daarmee kwam een eind aan zijn gevecht op 10 mei 1940.

Mutatie bij onderscheiding

Wachtmeester Schouten werd na de strijd voorgedragen voor de hoogste militaire onderscheiding, de Militaire Willemsorde. Hij was een van de zeer weinige die de onderscheiding werkelijk (bij Koninklijk Besluit) toegekend kreeg, op 15 juni 1946.

Heeft zich in den strijd door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw onderscheiden door als commandant van een stuk 8 staal in het gevecht tegen de Duitschers bij St. Agatha onder hevig vijandelijk vuur gedurende eenige uren den vijand uit een open gevechtsopstelling met vuurmond en karabijn te bestrijden. Hoewel hij eenmaal licht en drie malen ernstig gewond werd, is hij op zijn post gebleven. Hij heeft geweigerd zijn opstelling te verlaten en toonde ondanks zijn zware verwondingen tegenwoordigheid van geest door enkele schroeiende lappen van het camouflagenet der opstelling, die op een open ton buskruit waren gevallen, weg te rukken. Na urenlange bewusteloosheid is hij over open terrein gekropen om hulp te halen voor zijn gewonde bedieningsmandschappen, nadat de enige niet gewonde soldaat had verklaard dit niet te durven.
rel=nofollow