Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Voeding in het boeddhisme: verschil tussen versies

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regel 5: Regel 5:
 
Veel boeddhisten hebben een vegetarisch voedingspatroon om aan deze regels te voldoen.
 
Veel boeddhisten hebben een vegetarisch voedingspatroon om aan deze regels te voldoen.
  
Het boeddhistisch vegetarisme is veganistisch: het maakt geen gebruik van dierlijke producten.  
+
Het boeddhistisch vegetarisme is [[veganisme|veganistisch]]: het maakt geen gebruik van dierlijke producten.  
  
 
Vijf groenten, de zogenaamde ’vijf prikkelende kruiden’, mag men volgens bepaalde tradities niet eten. Dit zijn planten in de ''Allium''-familie: [[knoflook]], [[ui]], [[sjalot]]ten, [[prei]] en [[bieslook]].<ref><!--{{aut|Fumio Watanabe, Yukinori Yabuta, Tomohiro Bito, Fei Teng}}-->{{aut|Watanabe F., Yabuta Y., Bito T., Teng F.}}, ''Vitamin B<sub>12</sub>-Containing Plant Food Sources for Vegetarians'', Nutrients 2014, 6, 1861-1873; {{DOI|10.3390/nu605186}} <br>Met verwijzing naar:<br>{{aut|Lee, Y.; Krawinkel, M.}} ''The nutritional status of iron, folate, and vitamin B<sub>12</sub> of Buddhist vegetarians.'' Asia Pac. J. Clin. Nutr. 2011, 20, 42–49. {{PMID|21393109}}</ref>{{aut|Nick Kembel}}, ''Meat, Garlic and Onions: An Analysis of Eating Restrictions in Buddhist Culture'', 2003, [http://shabkar.org/download/pdf/An_Analysis_of_Eating_Restrictions_in_Buddhist_Culture.pdf download]
 
Vijf groenten, de zogenaamde ’vijf prikkelende kruiden’, mag men volgens bepaalde tradities niet eten. Dit zijn planten in de ''Allium''-familie: [[knoflook]], [[ui]], [[sjalot]]ten, [[prei]] en [[bieslook]].<ref><!--{{aut|Fumio Watanabe, Yukinori Yabuta, Tomohiro Bito, Fei Teng}}-->{{aut|Watanabe F., Yabuta Y., Bito T., Teng F.}}, ''Vitamin B<sub>12</sub>-Containing Plant Food Sources for Vegetarians'', Nutrients 2014, 6, 1861-1873; {{DOI|10.3390/nu605186}} <br>Met verwijzing naar:<br>{{aut|Lee, Y.; Krawinkel, M.}} ''The nutritional status of iron, folate, and vitamin B<sub>12</sub> of Buddhist vegetarians.'' Asia Pac. J. Clin. Nutr. 2011, 20, 42–49. {{PMID|21393109}}</ref>{{aut|Nick Kembel}}, ''Meat, Garlic and Onions: An Analysis of Eating Restrictions in Buddhist Culture'', 2003, [http://shabkar.org/download/pdf/An_Analysis_of_Eating_Restrictions_in_Buddhist_Culture.pdf download]
Regel 22: Regel 22:
  
 
Het boeddhisme gaat ervan uit dat iemand ook een goede boeddhist kan zijn en toch geen vegetariër is, maar wie het ''boddhisattva''-pad volgt, zal vroeg of laat het eten van vlees achter zich laten omdat hij de pijn van andere bewuste wezens niet kan verdragen.<ref name=shabkar/>
 
Het boeddhisme gaat ervan uit dat iemand ook een goede boeddhist kan zijn en toch geen vegetariër is, maar wie het ''boddhisattva''-pad volgt, zal vroeg of laat het eten van vlees achter zich laten omdat hij de pijn van andere bewuste wezens niet kan verdragen.<ref name=shabkar/>
 +
 +
In sommige landen, zoals [[Tibet]], was het niet zo gemakkelijk om een grote variëteit aan groenten te kweken, waardoor vele boeddhisten zich niet vegetarsch voeden.
  
 
Wat men eet maakt een boeddhist niet ’onrein’, maar de keuze wat men eet heeft steeds gevolgen.
 
Wat men eet maakt een boeddhist niet ’onrein’, maar de keuze wat men eet heeft steeds gevolgen.
  
In een gesprek met iemand die vlees kocht, antwoordde de koper, dat hij het kocht omdat de slager het verkocht. Daarop ging de Boeddha naar de slager. Die legde uit dat hij vlees bleef verkopen omdat anderen het bleven kopen. De economische wet van vraag en aanbod maakt het eten van vlees niet ’rein’.<ref name=shabkar/>
+
Toen Boeddha een gesprek had met iemand die vlees kocht, antwoordde de koper, dat hij het kocht omdat de slager het verkocht. Daarop ging de Boeddha naar de slager. Die legde uit dat hij vlees bleef verkopen omdat anderen het bleven kopen. De economische wet van vraag en aanbod maakt het eten van vlees niet ’rein’.<ref name=shabkar/>
 
<!---
 
<!---
 
Prei staat hierboven als verboden groente! --
 
Prei staat hierboven als verboden groente! --

Versie van 24 jun 2019 om 18:44

Gradient2.png Oproep tot bespreking Gradient2.png
Over deze pagina is overleg gewenst.
Reden: Hernoemen naar voeding in het boeddhisme

Twee boeddhistische leefregels zijn:

  1. Niet doden
  2. Geen drugs en/of alcohol

Veel boeddhisten hebben een vegetarisch voedingspatroon om aan deze regels te voldoen.

Het boeddhistisch vegetarisme is veganistisch: het maakt geen gebruik van dierlijke producten.

Vijf groenten, de zogenaamde ’vijf prikkelende kruiden’, mag men volgens bepaalde tradities niet eten. Dit zijn planten in de Allium-familie: knoflook, ui, sjalotten, prei en bieslook.[1]Nick Kembel, Meat, Garlic and Onions: An Analysis of Eating Restrictions in Buddhist Culture, 2003, download

Deze groenten van de uienfamilie mogen niet gegeten worden omdat deze verondersteld worden lust te creëren en een slechte geur veroorzaken wanneer ze rauw worden gegeten.

Men eet vooral sojabonen, tarwe, champignons, noten en veel groenten.

Boeddha zelf verbood de consumptie van vlees niet,[2] maar gaf wel sterke aanbevelingen in die richting. Hij adviseerde om enkel vlees te eten als het dier niet voor consumptie gedood was.

Boeddhisten geloven in een vorm van ’reïncarnatie’ ofte ’wedergeboorte’. Dieren kunnen in een vorig leven mensen geweest zijn. Het is daarom de bedoeling om andere levende wezens geen of zo min mogelijk kwaad te doen en hen zo veel mogelijk tot nut te zijn.[2] Een vegetarisch voedingspatroon kan hierin een essentiële rol spelen.[2]

Boeddha zelf was blijkbaar niet volledig vegetarisch, aangezien hij en de sangha (de gemeenschap) van boeddhistische bedelmonniken alles aten wat hen als aalmoes gegeven werd, zelfs al was het vlees of bedorven. Zolang men niet ziet, niet hoort of niet twijfelt dat het dier opzettelijk gedood zou zijn om de monnik te eten te geven, maar weet dat het dier op natuurlijke wijze is gestorven of door de roofvogels werd achtergelaten, mag de monnik het met een goed geweten eten. Maar als hij of zij weet dat vlees van een dier komt dat voor consumptie is geslacht om de bedelaars te eten te geven mogen zij het weigeren. Boeddha vroeg nooit om specifiek voedsel te krijgen, maar was ertegen dat mensen opzettelijk vlees zouden kopen om dit als voedsel aan de monniken te schenken.[2]

Later in zijn leven stelde Boeddha dat het vlees dat hij had gegeten zich manifesteerde door zijn groot mededogen en psychische kracht – met andere woorden: het was geen echt vlees.[2]

Het boeddhisme gaat ervan uit dat iemand ook een goede boeddhist kan zijn en toch geen vegetariër is, maar wie het boddhisattva-pad volgt, zal vroeg of laat het eten van vlees achter zich laten omdat hij de pijn van andere bewuste wezens niet kan verdragen.[2]

In sommige landen, zoals Tibet, was het niet zo gemakkelijk om een grote variëteit aan groenten te kweken, waardoor vele boeddhisten zich niet vegetarsch voeden.

Wat men eet maakt een boeddhist niet ’onrein’, maar de keuze wat men eet heeft steeds gevolgen.

Toen Boeddha een gesprek had met iemand die vlees kocht, antwoordde de koper, dat hij het kocht omdat de slager het verkocht. Daarop ging de Boeddha naar de slager. Die legde uit dat hij vlees bleef verkopen omdat anderen het bleven kopen. De economische wet van vraag en aanbod maakt het eten van vlees niet ’rein’.[2]

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. º Watanabe F., Yabuta Y., Bito T., Teng F., Vitamin B12-Containing Plant Food Sources for Vegetarians, Nutrients 2014, 6, 1861-1873; DOI:10.3390/nu605186
    Met verwijzing naar:
    Lee, Y.; Krawinkel, M. The nutritional status of iron, folate, and vitamin B12 of Buddhist vegetarians. Asia Pac. J. Clin. Nutr. 2011, 20, 42–49. PMID 21393109
  2. 2,0 2,1 2,2 2,3 2,4 2,5 2,6 The Buddhist Perspective of Vegetarianism, http://shabkar.org/download/pdf/Buddhism&Vegetarianism.pdf

Zoek op Wikidata

rel=nofollow