Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Tweelingzielen

Uit Wikisage
Versie door Mendelo (overleg | bijdragen) op 3 jun 2013 om 10:56 (toch even een tegenargument toegevoegd)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De term tweelingzielen wordt soms gebruikt in religieuze studies, om twee aspecten van een enkele ziel, een god, enz. aan te duiden.

Bovendien wordt de uitdrukking, vaak in samenhang met mythische teksten, door vele culturen gebruikt, met name in de esoterische literatuur. Hier wordt het idee beschreven, dat elke ziel een originele tegenhanger heeft, waarmee zij voor altijd is verbonden. Deze twee zielen zijn nagenoeg twee helften van dezelfde persoon. Dit concept wordt daartoe ook in esoterische naslagwerken e.d. gebruikt, om de „perfecte” partner en als leidraad voor de ontdekking ervan, te beschrijven. In de vereniging van beiden zou dan de „zin van het leven” bestaan.[1]

In veel culturele tradities zijn verhalen te vinden van de scheiding van een oorspronkelijk mannelijk/vrouwelijk wezen in twee geslachten en diens latere verbinding.

Griekse mythologie

Het overwinnen van de deling in twee geslachten wordt in verschillende culturele kringen beschreven in de vorm van een man-vrouw mens: in de Griekse mythologie, is dit Hermaphroditus, de zoon van Hermes en Aphrodite, die de liefde van de bronnimf Salmacis weigerde, waarna hun beide lichamen op haar bede voor altijd tot één tweeslachtig wezen werden verbonden.[1]

De Platonische androgynie mythe

In Plato’s Symposion vertelt Aristophanes over een oorspronkelijk tweegeslachtelijk mens: „Deze man-vrouw sekse had ooit een samengestelde vorm en naam van het mannelijk en vrouwelijk geslacht in één. ... Het gehele wezen van elke persoon was toen rond, achterkant en zijkanten vormden een bal. De mens had dus vier handen en vier voeten, twee gezichten draaiden op de nek, en tussen de twee gezichten stak een hoofd, maar het hoofd had vier oren. De man had de private delen tweemaal, en denken jullie je de rest zelf in: ook al het overige was dienovereenkomstig dubbel!” „Maar omdat de mensen gezondigd had tegen de goden, werden zij voor straf in tweeën gesneden en verspreid in de wind. Sindsdien is ieder mens als een gedeelde dobbelsteen in het leven op zoek naar diens andere helft.”

Oude Testament

Genesis vertelt: „En God schiep de mens naar zijn beeld, naar het beeld van God schiep Hij hen, en schiep hen als man en vrouw.”

In het tweede hoofdstuk van Genesis (vanaf 2.18) volgt het verslag van de scheiding van de geslachten, waarna de vrouw werd gevormd uit de rib van de man. Het Hebreeuwse zela kan zowel met rib als zijde vertaald worden. Echter, in het verslag over de schepping van de vrouw wordt specifiek vermeld het ontbreken van een geschikte tegenhanger voor de mens. Genesis 2.18: Toen zei de Here God: „Het is niet goed voor de mens om alleen te zijn. Ik zal hem een wezen maken dat bij hem past.” (nieuwe vertaling). Of het bestaan van tweelingzielen daarom wel of niet gerechtvaardigd is door het Oude Testament, is discutabel.

Gnostische mythen over de ziel

De gnostische tekst „Exegese over de Ziel” beschrijft een mythe van de val en redding van de ziel. In de samenvatting van Lüdemann / Janssen: „De ziel verlaat haar ware bruidegom en geeft zich over aan de aardse ontucht met overspeligen ... Zij erkent evenwel haar fout en wil terugkeren naar haar ware bruidegom ... Nadat de ziel zichzelf heeft gereinigd van haar zonden uit het verleden ... Verenigt zij zich weer met haar echte bruidegom en krijgt kinderen van hem”.[2]

Ook het geheime Boek van Johannes (Nag Hammadi Codex II.1) verbindt het heil van de ziel met een oorsprongsmythe, met de schepping van de ziel uit een rib van Adam en een latere unie van man en vrouw: „En ik zei tegen de Heiland: ’Wat is het Vergeten?’ En hij zei: ’Het is niet, zoals Mozes schreef en je gehoord hebt. Want hij zei in zijn eerste boek, „Hij bracht hem in slaap.” Integendeel, (het was alleen) in zijn waarneming (dat hij sliep). Want hij zei door de profeet: „Ik maak hun hart zwaar, zodat ze niet attent zijn en niet zien.” Daarop verborg zich de Epinoia van het licht in hem (d.w.z. Adam). En de eerste Archon wilde haar produceren uit zijn rib. Maar de Epinoia van het licht kan niet worden genomen. Toen de duisternis haar achtervolgd had, ving ze haar niet. En hij haalde een deel van zijn kracht uit hem. En hij maakte een andere entiteit in de vorm van een vrouw naar het beeld van de Epinoia, die zich aan hem had geopenbaard. En hij bracht het deel, dat hij van de kracht van de mens genomen had, in de schepping van de vrouwelijkheid, en niet, zoals Mozes zei, „zijn rib”. En Adam zag de vrouw naast hem. En vanaf dit moment ging het licht van Epinoia schijnen en legde ze de sluier af die over zijn gedachten lag. En hij werd nuchter van de roes van de duisternis. En hij herkende zijn eigen beeld, en hij zei: „Deze nu is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees. Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en hij zal zijn vrouw aanhangen en zij zullen beiden één worden. Want zijn echtgenote zal hem gezonden worden, en hij zal zijn vader en zijn moeder verlaten.”’[3]

Zohar

De Zohar smukt het verhaal uit het Oude Testament op: Rabbi Chiya zei: En als eerst gezegd is: „En hij nam één van zijn ribben”, zo wordt hiermee hetzelfde gemeend als met de woorden: „Eén is zij, mijn duif, mijn reine, één van haar moeder (Hooglied 6:9). „Rib” betekent ook „kant” zoals in de woorden „aan de zijde van de Tabernakel” (Exodus 26:20)[4]

En het vervolg hierop: het begon voor Rabbi Acha met de Schriftregel: „Zo sprak Jehovah Elohim: ’Het is niet goed dat de mens alleen zij.’ (Genesis 2:18) Het was geleerd dat niet wordt verteld om reden van de tweede dag dat het goed is, ’omdat de mens zou vereenzamen.’ Wàs hij dan echter eenzaam, waar toch gezegd wordt: ’Man en vrouw schiep Hij hen’? Ook hebben wij geleerd, dat de mens met twee gezichten gemaakt was en je zegt: ’Niet goed dat de mens alleen zij’? Veeleer bekommerde hij zich niet om zijn vrouwelijke deel en had geen steun aan hem, daar deze alleen zijn kant ontwikkelde en zij terug als voorheen waren – zo was dan toch de mens alleen. ’Ik wil hem een helper maken tegenover hem’ (Genesis 2:18). Dit betekent: tegenover zijn gezicht, dat één aan de ander vastzit. Gezicht aan gezicht. Wat deed de alheilige? Hij zaagde aan hem en nam het vrouwelijke van hem. Zoals het heet: ’En hij nam een van zijn ribben’ (Genesis 2:21)...”[5]

Volgens de Zohar is alleen de mens in zijn totaliteit, dat is zowel mannelijk als vrouwelijk, daadwerkelijk een mens te noemen.[6] Wanneer het mannelijke en het vrouwelijke zich met elkaar verbinden, dan lijken zij werkelijk als één lichaam te zijn. Daaruit volgt, dat het mannelijke alléén slechts als een half lichaam lijkt te zijn ... en evenzo het vrouwelijke, pas wanneer zij zich verbinden, worden ze een eenheid.[7]

Koran

De Koran gaat eveneens op het aspect van geslachtsdeling in: „Hij die u heeft gemaakt uit één ziel, dan maakte Hij zijn maatje ...” (Soera 39:6)[8]

Indische mythologie

In India kent men Ardhanarishvara als de man die voor de helft vrouw is. Over de oorsprong of de exacte betekenis van Ardhanarishvara bestaan verschillende versies. Men zegt dat de Hindoe-god Shiva zijn eeuwige gemalin Parvati zo vast tegen zich aangedrukt heeft, dat de twee zijn samengesmolten tot één wezen. Volgens een andere overlevering was het de oorspronkelijke mannelijk-vrouwelijke gestalte van de godheid voordat deze zich in twee geslachten deelde.

Hindoeïsme

Van een geslachtsscheiding uit éen enkele persoon doet ook de hindoeïstische Upanishad Brihadaranyaka verslag: De mens was in eerste instantie helemaal alleen en wenste zich gezelschap: Het was zo groot als man en vrouw in de omhelzing. Het liet zich in twee delen uiteenvallen. Zo ontstond man en vrouw. „Daarom zijn we allebei hier slechts een halfwezen”, sprak Yajnavalkya.[9]

Pre-moderne poëzie

Een Arabisch verhaal beschrijft een band die bestaat tussen Qais ibn Darih en zijn vrouwelijke helft Lubna: „Mijn geest was één met haar geest, voordat de Heer ons geroepen heeft. En toen ik nog in de baarmoeder en in de wieg sliep. Eenheid van geest groeide bij ons, elke dag heeft het zich vermenigvuldigd. En zelfs in de dood wordt het verbond van de Geest niet vernietigd. Nee, wat er ook gebeuren mag, hij tart het lot van de macht. Hij woont nog steeds bij ons in de kluis en in de nacht van het graf.”[10]

Door de Japanse patriarch Tatsuya zijn de volgende woorden uit de zesde eeuw overgeleverd: „Er is een liefde die boven elke liefde verheven is; die het leven overleeft. Twee zielen, uit één ontstaan. Verenigd als twee vlammen. Identiek – en toch gescheiden. Soms samen, door gevoel en verlangen gelast. Soms apart, om te leren en te groeien. Maar elkaar altijd weer vindend. In andere tijden, andere plaatsen. Opnieuw en opnieuw.”[11]

Moderne Literatuur

Hölderlins Hyperion ruziet met het lot om niet één van ziel te zijn met zijn beminnelijke wederhelft en in Emily Brönte’s Woeste Hoogten komt Catherine Earnshaw over haar relatie met Heathcliff tot de conclusie: „Waaruit ook onze zielen gemaakt zijn, die van hem en die van mij zijn gelijk.”

In zijn briefroman Julie of de Nieuwe Héloise schrijft Rousseau (eerste deel, Brief 26): „’s Hemels eeuwige besluit bestemde ons voor elkaar. – Kom, o mijn ziel, kom in de armen van je vriend, om de twee helften van ons wezen te verenigen!”

Aan de intensiteit van de liefde tussen tweelingzielen herinnert o.a. ook de in 1891 gepubliceerde roman Peter Ibbetson uit de pen van George du Maurier. Hij vertelt het tragische verhaal van een liefde tussen twee mensen (Peter en Mary), die elkaar niet meer kunnen ontmoeten in het echte leven, maar elkaar ’s nachts in hun gedeelde dromen tegenkomen, die de essentie van hun leven vormen. Tenslotte komt het onvermijdelijke: Mary sterft. Maar voor de laatste keer slaagt ze erin om terug te keren naar een gedeelde droom, waarin ze Peter laat weten, dat beiden onlosmakelijk verbonden zijn voor altijd: „Een liefde als de mijne is sterker dan de dood zelf. Ik ben gekomen om u te vertellen dat wij beiden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn voor alle tijd, jij en ik ... een korreltje zout, een enkele druppel water. ... Maar alleen wanneer je je bij mij voegt, zullen we perfect zijn en kunnen we opgaan in de ruimte en aan alles wat nog komt, als één deelnemen.”

Parapsychologie en Esoterie

De Amerikaanse parapsycholoog Edgar Cayce (1877-1945), die door aanhangers wordt gezien als een medium, heeft het als volgt uitgedrukt: „Toen in het begin de zielen werden geschapen, waren ze noch mannelijk noch vrouwelijk, maar beide een afgerond geheel.”[12] En verder: „Dankzij hun androgyne godsnatuur beschikten de eerste zielen over de capaciteit om door een wilsdaad een metgezel te verwekken, waarin zij het van zich afsplitsten”.[13]

In het boek De volkeren der aarde door gene zijde bezien, wijdt medium en helderziende, auteur Jozef Rulof, een apart hoofdstuk aan tweelingzielen: „Wanneer man en vrouw het geestelijke geluk op aarde bezitten, zij elkander volkomen liefhebben en begrijpen, bezitten zij meestal de tweelingliefde en zijn tweelingzielen. Ze zijn dan één van kleur en één in voelen en denken.”[14]

Tegenargument

Volgens anderen, die niet in tweelingzielen geloven, is het weliswaar een heel romantisch idee, maar onlogisch. Een voorbeeld demonstreert dit. Persoon A was heel gelukkig gehuwd met B. Toen B overleed, hertrouwde A na een tijdje met persoon C. Ook deze keer was het een heel gelukkig huwelijk. Het geluk was niet afhankelijk van het vinden van de tweelingziel, maar van het samenwerken aan een gelukkig huwelijk.

Om in tweelingzielen te geloven, moet men ook in het noodlot geloven, dat personen voor elkaar voorbestemd zijn of gebeurtenissen van te voren vastgelegd zijn.

Literatuurlijst

  • Zielenkameraden en Tweelingzielen van E. C. Prophet
  • Tweelingzielen van Patricia Joudry
  • Man, vrouw en zielenbewustzijn van Jaap Hiddinga
  • Zielsveel van Maria Quesada & Sonja Vandael
  • Verlangen naar mijn tweelingziel van Sylvia Lucia
  • Zielensprong van Guido Bindels
  • Twin flames: a true story of soul reunion van Antera
  • De volkeren der aarde van Jozef Rulof, hoofdstuk 17
  • The esoteric philosophy of love and marriage van Dion Fortune
  • Say yes to love van Yael en Doug Powell
  • Twin souls and soulmates door Azena Ramanda en Claire Heartsong
  • Soular reunion:Journey to the beloved van John en Diadra Price
  • Edgar Cayce on soul mates: unlocking the dynamics of soul attraction van Kevin J. Todeschi
  • Soul mates: understanding relationships across time van Richard Webster
  • Soulmate van Deepak Chopra
  • Soulmates van Thomas Moore
  • Tweelingzielen: reizigers in vrede van Asja

Bronvermelding

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. 1,0 1,1 Voorbeelden van dit gebruik kunnen worden gevonden in de boeken van Thomas Ulrich en Petra Raab.
  2. º Bibel der Häretiker („Bijbel van de ketters”), Inleiding tot Die Exegese der Seele („de exegese van de ziel”)
  3. º Hier wordt de vertaling gevolgd van Lüdemann / Janssen in Die Bibel der Häretiker
  4. º Ernst Müller (uitg.): Der Sohar – Das heilige Buch der Kabbala (München: Diederichs, 1993), blz. 125. Elders in het boek staat een toelichting over Hooglied 6:9: Lees niet: „Mijn reine,” maar „mijn tweeling”. (p. 140)
  5. º Ernst Müller (uitg.): Der Sohar – Das heilige Buch der Kabbala. Diederichs, München 1993, p. 145-
  6. º Ernst Müller (uitg.): Der Sohar – Das heilige Buch der Kabbala (München: Diederichs, 1993), p. 98
  7. º Ernst Müller (uitg.): Der Sohar – Das heilige Buch der Kabbala (München: Diederichs, 1993), p. 140
  8. º http://www.chj.de/Koran/Einzelsuren/Sure039.html
  9. º Upanishads – Het geheim van de Indianen, (München: Diederichs, 1990), blz. 53
  10. º Thomas Ulrich: Dualseelen und Seelenpartner(Grafing, 1997), blz. 88
  11. º Citaat uit de film Fatal Past (USA 1993)
  12. º Howard W. Church: Die 17 Leben des Edgar Cayce (Genève 1988), p. 25f
  13. º Howard W. Church: Die 17 Leben des Edgar Cayce (Genève 1988), blz. 34
  14. º Jozef Rulof, De volkeren der aarde, hoofdstuk 17
rel=nofollow
rel=nofollow