Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Scheepsramp van de Nellore

Uit Wikisage
Versie door O (overleg | bijdragen) op 22 feb 2019 om 09:55 (https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Scheepsramp_van_de_Nellore&oldid=53163429 7 feb 2019 Encycloon (verplaatst vanaf Nellore (schip, 1913)) Renegade 26 jan 2007)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De scheepsramp van het Australische vrachtschip de Nellore vond plaats in 1944.

Geschiedenis

Aanleiding tot inzet

Op 14 april 1944 vond de explosie plaats van het Britse munitieschip Fort Stikine in de haven van Bombay, toen nog Brits-Indië. Er vielen meer dan 300 doden en ruim duizend gewonden. Onofficieel zijn cijfers genoemd van ongeveer 1500 doden en meer dan 3.000 gewonden. Vele omliggende schepen, loodsen, steigers, pakhuizen, materieel en woonwijken deelden mee in de verwoestende klappen. Ook onder het personeel van de Nederlandse K.P.M. (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij) rederijschepen vielen slachtoffers.

Toen de gewonden waren hersteld, was het personeel van de K.P.M. in het toenmalige Brits-Indië overbodig, want er waren drie koopvaardijschepen in Bombay verloren gegaan. Deze mensen kregen opdracht zich naar Australië te begeven voor verder emplooi.

Op 21 juni 1944 verlieten zij de haven van Bombay aan boord van het Australische stoomvrachtschip Nellore (6942 brt). Het schip dateerde van 1913 en was dus meer dan 30 jaar oud.

29 juni 1944

Op 29 juni, acht dagen na vertrek, werd bericht ontvangen dat een Amerikaanse tanker was getorpedeerd ongeveer 50 mijl benoorden de positie waar de Nellore zich bevond. De kapitein versterkte direct het aantal uitkijken, maar zonder gevolg.

Om 23.45 uur diezelfde avond, toen het merendeel van de opvarenden al in hun kooi lag, hoorde men plotseling een krakend geluid dat slechts enkele seconden duurde. Het vrachtschip was door een torpedo getroffen. Direct daarop luidden de alarmschellen; alle opvarenden begaven zich naar het sloependek. De Laskaarse bemanningsleden moesten de sloepen vieren, doch brachten er niet veel van terecht, hoewel er voldoende tijd was en het weer goed. In stuurboordsloep n° 3 begaven zich de kapiteins Steendam, Vos en Jansinius van de K.P.M. Deze sloep stond onder bevel van de derde stuurman van de Nellore.

Toen de sloep eenmaal te water lag, werd snel weggeroeid, maar nadat de sloep ongeveer 200 meter van de Nellore was verwijderd, hoorde men aan boord schreeuwen. Het bleek dat enkele werktuigkundigen en machinekamerpersoneel zich nog op het dek bevonden. De sloep keerde terug en hen werd toegeroepen voort te maken, vóórdat het schip door een tweede torpedo zou worden getroffen. Maar voordat zij zich in de sloep lieten zakken, haalden zij enkele flessen whisky en jenever, alsook enkele sloffen sigaretten. De inzittenden van de sloep stelden die vertraging bepaald niet op prijs, maar later waren zij dankbaar dat zij die flessen in de sloep hadden.

Voor de tweede maal werd van het schip weggeroeid. Toen men een paar honderd meter van de langzaam zinkende Nellore was verwijderd, weigerden de Laskaren verder te roeien. Toen suisde een tweede torpedo langs de sloep. Ongeveer honderd meter verder sprong hij uit het water en miste daardoor het schip. Maar het roeien leverde verder geen moeilijkheden meer op.

30 juni 1944

Om ongeveer 00.30 uur kwam de Japanse onderzeeër I-8 aan de oppervlakte. Wat de inzittenden van de sloep gelukkig voor hen niet wisten, was dat dit de onderzeeboot was van korvettenkapitein Ariizumi die enkele maanden voordien huis hadden gehouden op de schepen Tjisalak (5787 brt), de Britse stoomschip City of Adelaide (6589 brt) en daarna op een klein zeilschip bij het Addu Atol. De I-8 kwam voor het schip boven, het op het achterdek van de Nellore geplaatst kanon was nog bemand, doch kon geen vuur geven.

Het was een grote Japanse onderzeeboot, die ongeveer een kwartier later het vuur opende op de nog drijvende Nellore. Dat was wel inspiratie voor de Laskaarse roeiers, want zonder morren roeiden zij door tot de volgende morgen.[bron?]

Een paar uur daarna zonk de Nellore, om 02.45 uur, nadat ze door een aantal granaten was getroffen. De Japanse onderzeeër I-8 verdween onder water en liet de slachtoffers van deze scheepsramp ongemoeid, wellicht omdat de onderzeeër hen niet vond in de duisternis of geen moeite deed om hen te vinden. Zouden ze ontdekt zijn, dan was de kans groot dat ze aangevallen en vermoord werden door de Japanners.

30 juni 1944

In de loop van de ochtend kwam stuurboordsloep n° 1 in zicht: hier bevonden zich enkele werktuigkundigen van de K.P.M. Deze sloep stond onder bevel van de tweede steward. Aangezien er dus geen navigator was, stapten de kapiteins Vos en Jansonius over in deze boot. Hierin bevond zich ook een dame wier man was omgekomen bij de explosie te Bombay. Het bleek dat de gezagvoerder van de Nellore was verdronken bij de ondergang van zijn schip, evenals de stukbemanning van het scheepskanon op het hekdek. Er werd besloten koers te zetten naar het dichtstbijzijnde land, het eiland Diego Garcia, dat zich 240 mijl W.N.W. van hun positie bevond. In de sloep waren geen kompas en een zeil, alsmede een redelijke hoeveelheid water en voedsel. Alle acht sloepen van de Nellore waren behouden te water gekomen, evenals de werkboot.

4 juli 1944

Het stuurboordsloep n° 1 raakte op 1 juli uit zicht, maar de derde dag, op 4 juli, ontdekten zij hem weer. Er werd langdurig overlegd wat te doen, want men kon het niet eens worden over de te volgen koers. De navigator van sloep n° 1 beweerde dat men het eiland al was gepasseerd, maar kapitein Steendam was het daarmee niet eens. Zij werden het later eens over zijn beslissing. De moeilijkheid was dat men niet over een chronometer beschikte en evenmin over een almanak. Ze waren er nu zeker van dat zij op weg waren naar Diego Garcia en dat ze ongeveer 50 mijl om de noord waren verzet. De Laskaren trachtten te roeien, maar dat was vergeefse moeite. Het rantsoen water was vastgesteld op twee kopjes tweemaal per dag. Het was een grote sloep met 38 man. Later kwam een zuidelijke bries opzetten en werd uitgekeken naar een nieuw doel, de Maldiven. Juist toen men het hierover eens werd, kwam een vliegtuig over. Enkele lichtkogels werden afgeschoten, maar men zag de sloepen niet.

Op de avond van de vierde dag vloog opnieuw een vliegtuig over en dit zag de lichtkogels wél. Het vloog een paar rondjes, gaf de juiste positie door en adviseerde koers te zetten naar Diego Garcia, dat 48 mijl ten zuidwesten van de sloep lag. De bemanning nam de riemen ter hand, maar waren al te zwak om krachtig te roeien.

5 juli 1944

In de nacht van de vijfde dag kwam de wind opzetten en werden goede vorderingen gemaakt. De volgende dag nam de wind nog meer toe en men hoopte in de nacht bij het eiland te komen. Door een rukwind waaide het zeil overboord. Men kon het nog juist grijpen, maar opzetten kon men het niet meer, de wind was té hevig. De golven sloegen nu over de boot heen en de zesde en zevende dag werd niet veel meer gedaan dan om beurten hozen.

De vijfde dag werd een andere sloep van de Nellore gevonden, die onder bevel stond van de derde werktuigkundige, die "mister" Churchill heette. Bij het verlaten van het schip waren er 35 inzittenden aan boord, waaronder een vrouw met twee kinderen en een baby. Deze sloep bleef in hun nabijheid gedurende de zesde en de zevende dag, maar tijdens het ruwe weer werd het contact weer verbroken. Later bleek dat deze sloep ten slotte op Madagaskar terecht was gekomen na een tocht van 31 dagen met nog slechts tien overlevenden aan boord. De vrouw met de baby behoorde tot de geredden; het waren allen Europeanen.

De zevende tot de elfde dag

De zevende dag werd een anker uitgeworpen en tot en met de tiende dag was het nooit droog. Dagelijks kwam echter het vliegtuig, dat voedsel, water en hartverwarmende boodschappen afwierp. De tiende dag werd vanaf het vliegtuig geseind dat een schip een half uur varen van hen was verwijderd; daarop werd al het aan boord van de sloep zijnde water opgedronken. De slachtoffers van de scheepsramp waren erg vermagerd, verweerd door zon, weer en wind. Gelukkig bleek het bericht juist; een Brits vrachtschip nam alle inzittenden van de sloep aan boord.

De elfde dag pikte het schip de bakboordsloep n°2 op met de Australische weduwe aan boord; zo te zien[bron?] verkeerde ze in goede toestand.

Een dag later kwam nog een andere sloep in zicht; een lijn werd overgeschoten, maar trof de purser juist onder het oog. Enkele dagen later overleed hij: het bleek dat hij zijn nek had gebroken ten gevolge van de klap.

Ten slotte bereikten allen de haven van Sydney.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties