Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Provo

Uit Wikisage
Versie door Mendelo (overleg | bijdragen) op 15 mrt 2019 om 12:20
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Provo’s tijdens een happening bij het Amsterdamse Lieverdje op het Spui, 20 maart 1966. Het Lieverdje heeft een oranje sjaal om en staat in brand, vlugschriften liggen op de grond.
Auteur: Ruud Hoff

Provo was een anarchistische beweging die midden jaren 60 in Nederland ontstond en na twee jaar opnieuw verdween. De beweging werd voorafgegaan door de nozems en was een voorloper van de hippies.

Naam

In 1965 promoveerde Buikhuisen met het proefschrift Achtergronden van nozemgedrag waarin hij het begrip ’provo’ introduceerde, dat is afgeleid van provoceren. Hij was verbaasd over het ontstaan van een grote stroming anti-autoritaire jongeren.

In mei 1965 werd door middel van een stencil het blad PROVO aan de pers voorgesteld. Hoewel er voorlopig slechts enkele pamfletten verschenen, geldt dit als de start van de Provo-beweging. De beweging werd opgericht door onder meer Roel van Duijn (filosoof), Rob Stolk (drukker), Luud Schimmelpennink (uitvinder) en Robert Jasper Grootveld (kunstenaar). Zij gebruikten de benaming ’Provo’ als geuzennaam.

Doel

De beweging was een ludieke revival van grotendeels geweldloos anarchisme en werd vooral zichtbaar door het provoceren van gevestigde autoriteiten. De beginselverklaring luidde o.a.: „Provo ziet zich voor de keus gesteld: desperaat verzet of lijdzame ondergang. Provo roept op tot verzet waar het kan. Provo ziet in dat het de uiteindelijke verliezer zal zijn, maar de kans deze maatschappij nog eenmaal hartgrondig te provoceren, wil het zich niet laten ontgaan.”

Provo richtte zich voor aanhang vooral op jongeren. Het ’provotariaat’, een mengeling van straatjeugd (nozems) en meer artistieke (kunstenaarachtige) jongeren, werd beschouwd als een revolutionaire kracht in een situatie waarin het oude proletariaat (arbeiders) door toenemend bezit alle opstandige potentie verloren had.

Inhoudelijk was Provo vooral bezig door een veelheid van, toen nieuwe, maatschappelijke vraagstukken aan de orde te stellen en daar ongebruikelijke oplossingen bij te verzinnen. De provo’s waren bezig met vrije liefde, ecologie en milieu, de stad als oord van emancipatie, vernieuwing van de kunst, afbraak van autoriteit, democratisering. Hun directe en duurzaam gebleken succes was de afbraak van ’autoriteit’ in Nederland, maar eigenlijk waren ze meer bezig met (deels utopische) oplossingen voor de door hen aangedragen vraagstukken.

Ook acties tegen de oorlog in Vietnam en tegen de Spaanse en Portugese dictaturen werden door Provo ondersteund.

Werkwijzen

Met vaak simpele en ludieke provocaties werden de autoriteiten uitgelokt tot gedrag dat veel weerstand opriep of waarmee zij hun eigen regels overtraden.

Hun sterkste actiemiddel was ’autoriteiten in verwarring brengen’, een overreactie uit te lokken en de autoriteiten hiermee ’te kijk’ te zetten.

Voorbeelden

Een bekend voorbeeld was het uitdelen van gratis krenten op straat door studente Koosje Koster, waarop zij door de politie werd gearresteerd, opgesloten en mishandeld, wat tot veel protest leidde. Een ander voorbeeld was het demonstreren met spandoeken zonder tekst, nadat de burgemeester de leuzen „Vrijheid van Meningsuiting”, „Democratie” en „Recht op Demonstratie” verboden had. De demonstranten werden ook met onbeschreven lakens gearresteerd, wat aantoonde dat het recht op demonstratie door de autoriteiten niet werd gerespecteerd.

Publicaties

De aankondigkng van het blad PROVO in mei 1965 vormde de start van de beweging. In plaats van het aangekondigde blad verschenen er voorlopig slechts pamfletten met de naam Provocatie, gevolgd door een nummer. Op 12 juli 1965 verscheen PROVO 1. Het gestencilde, in 500 exemplaren uitgegeven blad bevatte o.a. een Inleiding tot het provocerend denken van Roel van Duyn.

De volgende jaren verscheen het blad PROVO maandelijks. Er waren in totaal 15 nummers en de oplage steeg tot 20.000 exemplaren. Daarnaast werden talloze pamfletten en andere bladen uitgegeven, o.a. het cartoonblad God, Nederland en Oranje en het zondagsblad Image. Veel Provopublicaties werden in beslag genomen. De makers hingen soms forse gevangenisstraffen boven het hoofd.

PROVO 15, het laatste nummer, verscheen op 30 maart 1967.

Witte plannen

Wit als symbool van onschuld stond in de ogen van Provo in verband met niet-commercieel en gratis. Er werden verscheidene witte plannen bedacht, zoals het witte fietsenplan: fietsen die gemeenschappelijke eigendom waren en die door iedereen gebruikt mochten worden.

Happenings

Een wekelijks fenomeen waren de ’happenings’ rond Het Lieverdje, een beeldje op het Spui in Amsterdam. Volgens „anti-rookmagiër” Robert Jasper Grootveld was dit beeldje, dat aan de stad was geschonken door tabaksproducent Hunter, het symbool van de vercommercialiserende maatschappij en de „verslaafde consument van morgen”. Eén van de hoogtepunten van de Provo-happenings was, toen de politie onder veel gejoel een witte fiets verwijderde die door Provo tegen het beeldje was gezet. De politie nam de fiets in beslag wegens „het ontbreken van een slot”.

Actieve fase

Provo trok wereldwijd de aandacht met hun acties op 10 maart 1966 rond het huwelijk van prinses Beatrix met Claus von Amsberg, die omstreden was wegens zijn verleden in de Wehrmacht.

Eerst werden geruchten in omloop gebracht. In een vervalste toespraak van koningin Juliana werd beweerd dat zij de zienswijzen van Provo deelde en onderhandelde over een machtsovername. Verder werd het gerucht verspreid dat er zouden hallucinogene stoffen in de waterleiding gedaan zouden worden, de paarden van de vorstelijke rijtuigen zouden suikerklontjes met LSD krijgen, enzovoorts. Als reactie vroegen de autoriteiten 25.000 man versterking aan om de route van de huwelijksstoet te bewaken.

Achter de politielinies kwamen verschillende rookbommen tot ontploffing. Dit werd dadelijk toegeschreven aan de Provo-beweging. De imposante rookontwikkeling en de naar Nederlandse maatstaven zeer harde reactie van de politie, kwamen wereldwijd in het televisienieuws. Hoewel de rookbommen mogelijk niet van hen afkomstig waren, kwamen zij hierdoor in de belangstelling.[1] Een week na het huwelijk was er een fototentoonstelling over het politiegeweld. Politieagenten drongen binnen en ranselden de tentoonstellingsbezoekers af. De brutaliteiten sensibiliseerden de maatschappij; intellectuelen en schrijvers gingen aandringen op onafhankelijk onderzoek van het politiegedrag.

Aanvankelijk wekte Provo weerstand vanuit alle geledingen van de maatschappij. Het linkse dagblad Het Vrije Volk bijvoorbeeld pleitte in maart 1966 in een redactioneel commentaar voor „bliksemsnelle berechting” en „onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen van enkele maanden” en het conservatieve blad De Telegraaf drong aan op kaalscheren en opsluiten in werkkampen. Maar de creatieve acties en het steeds opnieuw vinden en blootleggen van zwakke plekken bij bestuur en rechterlijke macht in combinatie met de stroom van oplossingen en nieuwe ideeën bezorgde Provo na enige tijd steeds meer sympathie.

In juni 1966 behaalde Provo een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Binnen de beweging gingen stemmen op die vrezen dat Provo zou worden ingekapseld.

Toen in juni 1966 de bouwarbeider Jan Weggelaar tijdens een betoging om het leven kwam, schreef De Telegraaf, dat deze man niet door de politie maar door een andere arbeider was vermoord. Als gevolg kwam het tot hevige protesten van Provo-activisten, die het redactiegebouw bestormden. De weken daarop werden honderden mensen tijdens de happenings en demonstraties gearresteerd. In augustus 1966 werd een parlementaire commissie aangesteld die de oorzaken van deze crisis moest onderzoeken. Een resultaat was dat de verantwoordelijke politiechef, H. J. van der Molen, ontslagen werd.

Op 10 maart 1967 („de dag van de anarchie”) werd een poot van een leeuw van het koloniale Van Heutz-monument opgeblazen. Hoewel Provo zich niet van de daders distantieerde, was het feit een aanleiding voor felle discussie binnen Provo over de grenzen van actievoeren en toepassing van geweld.

Opheffing

In mei 1967 werd de Amsterdamse burgemeester Gijsbert van Hall „eervol ontslagen”, nadat de parlementaire onderzoekscommissie zijn beleid had veroordeeld. Een week later, op 13 mei 1967, hief Provo zichzelf op.

Het doel was bereikt, de autoriteiten waren ontregeld, allerlei mensen waren aan het denken gezet. Grootveld ging een aantal maanden op Sicilië met dieren en planten praten en kwam toen terug om samen met Roel van Duijn en anderen de Kabouterbeweging op te richten. Deze beweging sloot meer aan bij de opkomst van de hippies.

Invloed

Met hun combinatie van ludieke actie, anti-autoritair wereldbeeld en oplossinggericht denken legden zij het fundament voor de bewegingen die in de jaren zeventig tot bloei kwamen op terreinen als democratisering van de universiteiten, vrouwenemancipatie, stadsvernieuwing ’voor de buurt’, en interactief theater. Zij waren een belangrijke motor van de politieke en culturele vernieuwing die in de jaren 60 en 70 Nederland veranderde.

Ook internationaal hadden zij invloed, o.a. het oproer in Parijs in 1968 („De verbeelding aan de Macht”) was mede door het Provo-optreden geïnspireerd.

Bekende provo’s

Een aantal provo’s verscheen vaak met foto’s of namen in de pers. Tot die bekende provo’s behoorden:

Externe links


rel=nofollow