Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Prins: verschil tussen versies

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
(O heeft pagina Prins hernoemd naar Prins ₯: is een ₯)
 
kGeen bewerkingssamenvatting
 
(4 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
#DOORVERWIJZING [[Prins ]]
{{Zie dp}}
'''Prins''' is de hoogste [[Adel (klasse)|adellijke]] titel, maar kan ook een (lagere) [[vorst (heerser)|vorstelijke]] titel zijn. Het vrouwelijke equivalent is '''prinses'''.
 
==Historie==
De term 'prins' komt van het [[Latijn]]se ''princeps'' (of [[Italië|Italiaanse]] prima ceps: eerste hoofd), dat ''voorste'' of ''eerste'' betekent (evenals het woord ''vorst''). De titel gold voor de eerstgeborenen (mannen) van een [[graafschap (heer)|graafschap]], [[hertogdom]], of [[monarchie|koninkrijk]]. De andere zonen waren [[Baron (titel)|Baronnen]]. In de vroege Middeleeuwen was een prinses de [[prins-gemaal|gemalin]] van een prins. Tot die tijd bleef zij Jonkvrouwe.
 
De aanduiding "Principe" waarin men prins en eerste kan lezen werd in Italië gebruikt voor de machthebber in een stadstaat. Of dat een republiek was deed niet ter zake. Met de prins in [[Niccolò Machiavelli]]'s boek "Il principe" is dan ook de machthebber of tiran in de ruimste zin van het woord bedoeld.
 
Toen in Nederland het mogelijk werd gemaakt dat ook de vrouwelijke lijn erfopvolging kon verkrijgen (Wilhelmina) werd de titel ''[[prins-gemaal]]'' ingevoerd.
 
In latere tijd kreeg een ieder die in aanmerking kwam voor erfopvolging de titel Prins (of Prinses). Soms echter had de titel niet direct een relatie met rechtstreekse opvolging. Er zijn ook prinsen van den Bloede die behoren tot de koningsfamilie maar afstammen van zijtakken die ontstaan waren toen het geslacht nog niet regeerde.
 
Er zijn ook prinsen die in een [[feodaliteit|feodale]] relatie tot de Duitse Keizer stonden. Zij regeerden prinsdommen zoals [[Prinsbisdom Luik|Luik]] of [[Oranje (land)|Orange]]. In de Spaanse, Pauselijke en Italiaanse adel komen tientallen prinselijke titels voor. Deze zijn minder in aanzien dan de hertogen. Soms dragen de zonen van een hertog de titel van "prins".
 
==Soorten prinsen==
Er zijn vijf soorten prinsen;
* de '''[[vorst (heerser)|vorstelijke]]''' titel: [[Prins der Nederlanden]], [[Prins(es) van België|Prins van België]], [[Prins van Monaco]].
* de '''[[adel]]lijke''' titel: Prins [[Huis Merode|de Mérode]], Prins [[Bourbon-Parma|de Bourbon de Parme]], [[Ruffo di Calabria|Prins Ruffo di Calabria]],...vaak enkel het familiehoofd dat de titel voert. Tot deze categorie behoorden ook de [[Prins van den bloede|"Prinsen van den Bloede"]], verwanten van de Franse koningen.
* de [[Lijst van Europese dynastieke titels|'''dynastieke''']] titel: [[Prins van Wales]], [[Princess Royal]], [[Prins van Oranje]].
* de co-Prins ([[Diarchie]]), een titel die niet tot het adellijke stelsel behoort.
* de '''[[Geestelijke|klerikale]]''' titel: Prins van de Apostolische stoel ; voor alle [[Kardinaal (geestelijke)|kardinalen]].
 
===De regerende prinsen===
Het staatshoofd van [[Monaco]] en [[Liechtenstein]] is nog altijd een ''prins''. In de geschiedenis van de Nederlanden kennen wij ook het [[Prinsbisdom Luik]] met een ''prins-bisschop'' als [[heer (feodalisme)|heer]]. Deze historische titel werd gevoerd door leden van de Belgische [[Belgische monarchie|koninklijke familie]]. Koning [[Albert II van België|Albert II]] voerde de titel ''[[Prins van Luik]]'' vanaf zijn geboorte.
 
===Clerikale prinsen===
De kardinalen zijn ten eerste prinsen van de Kerk; bovendien gelden zij als prins omdat zij de paus, een heerser die met koningen gelijk gesteld wordt, kunnen opvolgen. Zij worden in het protocol direct na de kroonprinsen en kroonprinsessen van de regerende koningshuizen geplaatst.
 
===Adellijke en vorstelijke prinsen===
Een voorbeeld van Prins als adellijke titel is ''Prins [[Bourbon-Parma|de Bourbon de Parme]]'' en als vorstelijke titel ''[[Prins der Nederlanden]]''. De titel ''[[Prins van Oranje-Nassau]]'' is in het eerste geval een vererfbare adellijke titel, maar toch ook een vorstelijke titel omdat de Nederlandse regering zich ermee bemoeit aan de hand van koninklijke besluiten. Zo werd de dochter van Constantijn en Laurentien "[[Graaf (titel)|Gravin]] van Oranje-Nassau" in plaats van prinses. Een ander voorbeeld is de persoonlijke titel "Prins van Oranje-Nassau" van de zonen van [[Margriet der Nederlanden|prinses Margriet]] en prof. mr. [[Pieter van Vollenhoven]].
 
De prinsentitel is minder in aanzien dan de hertogstitel. In Frankrijk kwamen eeuwenlang hertogelijke families voor maar toen het land zich naar het Oosten en Noorden uitbreidde kreeg de Franse koning ook prinselijke onderdanen. Deze prinsen van het Heilige Roomse Rijk zoals de prinsen de Rohan eisten voorrang op de hertogen maar die hebben zich daar altijd met succes tegen verzet.
 
Het Duitse Keizerrijk kende een groot aantal prinsdommen. Er waren prinsen, prins-bisschoppen en prins-abten. Ook het [[Keizerrijk Oostenrijk]] kende tot prins verheven edellieden. De agnaten van de koninklijke, hertogelijke en vorstelijke huizen mogen zich volgens de gebruiken van hun huis in een aantal gevallen ook prins of prinses van... noemen. Anderen zijn "graaf" terwijl het hoofd van de familie een prins is. In 1918 werden deze prinselijke titels samen met alle adellijke titels en predicaten afgeschaft. In Duitsland werden zij deel van de achternaam maar in Oostenrijk was en is hun gebruik bij wet verboden. De hoge Duitse adelgeslachten hebben desondanks nog veel prestige en velen voeren de titel van Prinz of Prinzessin vóór hun voornamen waar de wet voorschrijft dat het woord, niet de titel want die bestaat niet meer, deel van de achternaam moet zijn.
 
In Italië, Frankrijk en Duitsland dragen honderden edellieden de titel van prins of prinses. In West-Europa heeft men de Oost-Europese prinselijke titels nooit als gelijke van de eigen prinselijke waardigheid gezien. Ook de Nederlandse [[Hoge Raad van Adel]] zag en ziet de Russische "knyaz" eerder als de evenknie van de graven dan van de hertogen.
 
Volgens de bul Urbem Roman van paus [[Benedictus XIV]] zijn de broers en zusters van een paus ''[[ipso jure]]'' Nobili Romani, Romeinse edelen, en prinsen en prinsessen. Deze waardigheid wordt door hun wettelijke mannelijke nakomelingen geërfd. Men herkent deze families aan de [[Ombrellino]] die zij in hun wapen mogen voeren.
 
De Chinese Chin dynastie kende prinsen in vijf graden.
 
Japan voerde tijdens de Meij-restauratie Europese adellijke titels voor de feodale daimo in en kende tot 1945 prinsen. Nu zijn alleen leden van de Keizerlijke familie Prins of Prinses van Japan.
 
De Perzische, Saoedi-Arabische, Vietnamese en Turkse dynastieën hebben op hun beurt eveneens honderden erfelijke prinsen voortgebracht.
 
==Prinsen in België==
[[Bestand:Prins Filip (Portret).jpg|thumb|150px|Anno 2009: Prins [[Filip van België]].]]
België kent, naast de vorstelijke [[prins(es) van België|prinsen van België]], nog negen prinselijke families (zie [[lijst van Belgische adellijke families]]).
 
Dit betekent dat in België een prins of prinses geen zoon of dochter van de koning, of lid van het Belgische koninklijke huis hoeft te zijn. (zie ook: [[Salon Bleu]]).
 
==Prinsen in Nederland==
[[Bestand:Catharina-Amalia, Princess of Orange.jpg|thumb|150px|Anno 2013: Catharina-Amalia, Prinses van Oranje]]
De [[Lijst van Nederlandse adellijke families|Nederlandse adel]] kent na afscheiding van België in [[1831]] niet veel prinselijke families van adel meer; zo bestaat er de titel [[Prins van Waterloo]], toegekend aan het [[Engels]]e geslacht Wellesley. Toegekend in [[1815]] voor het eerst aan [[Arthur Wellesley]], [[Hertog van Wellington]]. De huidige drager is Arthur Valerian Wellesley, 8e hertog van Wellington. Heden ten dage zijn de titel en daaraan verbonden grond, gelegen in België, echter gescheiden geraakt. Verder kent men het geslacht [[De Riquet de Caraman]] dat weliswaar tot de Nederlandse adel behoort maar in het buitenland woont. En er is het prinselijke geslacht [[De Bourbon de Parme]] waarvan in 1996 [[Prins Carlos]], [[hertog van Parma]] en zijn broer en twee zusters ingelijfd werden in de Nederlandse adel.
 
In Nederland wordt de titel van prins verder alleen nog gevoerd als vorstelijke titel door de huidige leden van het [[Koninklijk Huis (Nederland)|Koninklijk Huis]] of voormalige leden hiervan. De vermoedelijke troonopvolger voert de titel ''[[Prins van Oranje]]'' en de overige (ex-)leden de titels ''[[Prins der Nederlanden]]'' en/of ''[[Prins van Oranje-Nassau]]''. De titels worden van geval tot geval vastgesteld en naast de Wet van de Adeldom apart geregeld door de [[Wet lidmaatschap koninklijk huis]].
 
==Predicaat en kwalificatie==
De aanspreektitel van een vorstelijke prins is ''hoogheid'' indien hij tot de [[Koninklijke familie (Nederland)|koninklijke familie]] behoort, of ''koninklijke hoogheid'' indien hij daarnaast tot het [[Koninklijk Huis (Nederland)|Koninklijk Huis]] behoort. In België hebben prinsen van den bloede recht op het predicaat Koninklijke Hoogheid, ze worden aangesproken met Monseigneur.
 
De aanspreektitel van een adellijke prins in Nederland is ''hoogheid''. Adellijke prinsen behorende tot de Duitse adel, of soevereine prinsen in Europa (Monaco, Liechtenstein), worden aangesproken met ''doorluchtige hoogheid''. Zo werd [[Bernhard van Lippe-Biesterfeld|prins Bernhard]], die Prins van Lippe-Biesterfeld was, eerst aangesproken met het predicaat "Zijne Doorluchtige Hoogheid", en nadat hij [[Prins der Nederlanden]] was geworden aangesproken met "Koninklijke Hoogheid".
 
In Nederland wordt de man van een vrouwelijke monarch [[prins-gemaal]] genoemd, maar de vrouw van een mannelijke monarch wordt [[koningin (titel)|koningin]] genoemd.
 
==Rangkroon in België en Nederland==
De ''[[Kroon (heraldiek)|rangkroon]]'' die de adellijke prinsen in Nederland en België mogen voeren werd bij besluit van koning [[Willem I der Nederlanden]] in [[1817]] vastgesteld. Prinsen van adel bedienen zich van eenzelfde kroon als die van [[hertog]]en, namelijk een muts van scharlaken fluweel, met een gouden bol op de top, waaruit een vlam van hetzelfde metaal oprijst. Deze muts rust hierbij op een gouden ring met edelstenen. Echter bij prinsen, in tegenstelling bij die van hertogen, rust op de ring vijf bladeren, oftewel [[fleuron (heraldiek)|fleurons]] (en geen met parels getopte pieken).
 
Sommige adellijke prinsen van de Nederlandse adel maar bovenal de Belgische adel voeren een rangkroon van het voormalige [[Heilige Roomse Rijk]] boven hun wapenschild, welke te herkennen valt als een met beugelkroon waaruit ook een rood-fluwelen muts uit oprijst. De ring van de kroon is afgezet met [[hermelijn (heraldiek)|hermelijn]] en drie met parels bezette beugels rijzen op uit deze ring. Waar de beugels samen komen is op de top een kleine rijksappel te zien.
 
De vorstelijke prinsen van zowel het Nederlandse als het Belgische koninklijke huis hebben afwijkende kronen boven hun persoonlijke wapenschild; veelal voeren zij de [[Koningskroon|koninklijke kroon]].
==Afgeleid gebruik van de titel==
De [[rederijker]]skamers kennen vanouds een [[Prince (rederijkers)|"Prince"]] als beschermheer of voorzitter. Het was in de middeleeuwen tijdens toernooien voor minstrelen en dichters gebruikelijk dat zij die prince in de laatste strofe van een [[ballade]] quasi toespraken. De laatste strofe begint vaak met: "Prince, (...)" en wordt ook "Prince" genoemd.
 
In de [[Folklore|folkloristische]] wereld van het carnaval wordt meestal een [[Prins Carnaval]] verkozen als 'aanvoerder' van de feestelijkheden.
 
De niet-officiële titel ''Prince des poètes'' is in Frankrijk vaak gebruikt om een voorname dichter aan te duiden, zoals:
* uit de Oudheid: [[Vergilius]], [[Horatius]],
* uit de Renaissance: [[Clément Marot]], [[Ronsard]],
* uit de negentiende eeuw: [[Verlaine]], [[Stéphane Mallarmé]],
* uit de twintigste eeuw: [[Paul Fort]], [[Jean Cocteau]].
 
Wie in bepaalde activiteiten uitblinkt, wordt vaak met het predicaat 'prins' geëerd.
In de modewereld spreekt men van een 'prins' betreffende [[Christian Dior]], [[Yves Saint-Laurent]], [[Jean-Paul Gaultier]], [[Karl Lagerfeld]] en andere.
 
[[Curnonsky]] werd in 1927 verkozen tot 'Prince des Gastronomes'.
 
De duivel wordt in sommige talen als 'prins' benoemd: le Prince des Ténèbres - the Prince of Darkness.
 
{| class="wikitable"
| [[Bestand:Rangkronen-Fig. 10.svg|150px]]
| [[Bestand:Princely Hat.svg|150px]]
| [[Bestand:Crown of the Netherlands.png|150px]]
|-
| Adellijke prinsenkroon<br />(officiële stijl)
| Adellijke prinsenkroon<br />(oude stijl)
| Vorstelijke rangkroon<br />(Nederlandse koninklijke familie)
|}
{{Wikidata|q2747456)}}
{{Navigatie heersers}}
 
[[Categorie:Vorst of prins| ]]
[[Categorie:Adellijke titulatuur]]
[[Categorie:Staatshoofd]]

Huidige versie van 19 apr 2018 om 18:55

Zie Prins (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Prins.

Prins is de hoogste adellijke titel, maar kan ook een (lagere) vorstelijke titel zijn. Het vrouwelijke equivalent is prinses.

Historie

De term 'prins' komt van het Latijnse princeps (of Italiaanse prima ceps: eerste hoofd), dat voorste of eerste betekent (evenals het woord vorst). De titel gold voor de eerstgeborenen (mannen) van een graafschap, hertogdom, of koninkrijk. De andere zonen waren Baronnen. In de vroege Middeleeuwen was een prinses de gemalin van een prins. Tot die tijd bleef zij Jonkvrouwe.

De aanduiding "Principe" waarin men prins en eerste kan lezen werd in Italië gebruikt voor de machthebber in een stadstaat. Of dat een republiek was deed niet ter zake. Met de prins in Niccolò Machiavelli's boek "Il principe" is dan ook de machthebber of tiran in de ruimste zin van het woord bedoeld.

Toen in Nederland het mogelijk werd gemaakt dat ook de vrouwelijke lijn erfopvolging kon verkrijgen (Wilhelmina) werd de titel prins-gemaal ingevoerd.

In latere tijd kreeg een ieder die in aanmerking kwam voor erfopvolging de titel Prins (of Prinses). Soms echter had de titel niet direct een relatie met rechtstreekse opvolging. Er zijn ook prinsen van den Bloede die behoren tot de koningsfamilie maar afstammen van zijtakken die ontstaan waren toen het geslacht nog niet regeerde.

Er zijn ook prinsen die in een feodale relatie tot de Duitse Keizer stonden. Zij regeerden prinsdommen zoals Luik of Orange. In de Spaanse, Pauselijke en Italiaanse adel komen tientallen prinselijke titels voor. Deze zijn minder in aanzien dan de hertogen. Soms dragen de zonen van een hertog de titel van "prins".

Soorten prinsen

Er zijn vijf soorten prinsen;

De regerende prinsen

Het staatshoofd van Monaco en Liechtenstein is nog altijd een prins. In de geschiedenis van de Nederlanden kennen wij ook het Prinsbisdom Luik met een prins-bisschop als heer. Deze historische titel werd gevoerd door leden van de Belgische koninklijke familie. Koning Albert II voerde de titel Prins van Luik vanaf zijn geboorte.

Clerikale prinsen

De kardinalen zijn ten eerste prinsen van de Kerk; bovendien gelden zij als prins omdat zij de paus, een heerser die met koningen gelijk gesteld wordt, kunnen opvolgen. Zij worden in het protocol direct na de kroonprinsen en kroonprinsessen van de regerende koningshuizen geplaatst.

Adellijke en vorstelijke prinsen

Een voorbeeld van Prins als adellijke titel is Prins de Bourbon de Parme en als vorstelijke titel Prins der Nederlanden. De titel Prins van Oranje-Nassau is in het eerste geval een vererfbare adellijke titel, maar toch ook een vorstelijke titel omdat de Nederlandse regering zich ermee bemoeit aan de hand van koninklijke besluiten. Zo werd de dochter van Constantijn en Laurentien "Gravin van Oranje-Nassau" in plaats van prinses. Een ander voorbeeld is de persoonlijke titel "Prins van Oranje-Nassau" van de zonen van prinses Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven.

De prinsentitel is minder in aanzien dan de hertogstitel. In Frankrijk kwamen eeuwenlang hertogelijke families voor maar toen het land zich naar het Oosten en Noorden uitbreidde kreeg de Franse koning ook prinselijke onderdanen. Deze prinsen van het Heilige Roomse Rijk zoals de prinsen de Rohan eisten voorrang op de hertogen maar die hebben zich daar altijd met succes tegen verzet.

Het Duitse Keizerrijk kende een groot aantal prinsdommen. Er waren prinsen, prins-bisschoppen en prins-abten. Ook het Keizerrijk Oostenrijk kende tot prins verheven edellieden. De agnaten van de koninklijke, hertogelijke en vorstelijke huizen mogen zich volgens de gebruiken van hun huis in een aantal gevallen ook prins of prinses van... noemen. Anderen zijn "graaf" terwijl het hoofd van de familie een prins is. In 1918 werden deze prinselijke titels samen met alle adellijke titels en predicaten afgeschaft. In Duitsland werden zij deel van de achternaam maar in Oostenrijk was en is hun gebruik bij wet verboden. De hoge Duitse adelgeslachten hebben desondanks nog veel prestige en velen voeren de titel van Prinz of Prinzessin vóór hun voornamen waar de wet voorschrijft dat het woord, niet de titel want die bestaat niet meer, deel van de achternaam moet zijn.

In Italië, Frankrijk en Duitsland dragen honderden edellieden de titel van prins of prinses. In West-Europa heeft men de Oost-Europese prinselijke titels nooit als gelijke van de eigen prinselijke waardigheid gezien. Ook de Nederlandse Hoge Raad van Adel zag en ziet de Russische "knyaz" eerder als de evenknie van de graven dan van de hertogen.

Volgens de bul Urbem Roman van paus Benedictus XIV zijn de broers en zusters van een paus ipso jure Nobili Romani, Romeinse edelen, en prinsen en prinsessen. Deze waardigheid wordt door hun wettelijke mannelijke nakomelingen geërfd. Men herkent deze families aan de Ombrellino die zij in hun wapen mogen voeren.

De Chinese Chin dynastie kende prinsen in vijf graden.

Japan voerde tijdens de Meij-restauratie Europese adellijke titels voor de feodale daimo in en kende tot 1945 prinsen. Nu zijn alleen leden van de Keizerlijke familie Prins of Prinses van Japan.

De Perzische, Saoedi-Arabische, Vietnamese en Turkse dynastieën hebben op hun beurt eveneens honderden erfelijke prinsen voortgebracht.

Prinsen in België

Bestand:Prins Filip (Portret).jpg
Anno 2009: Prins Filip van België.

België kent, naast de vorstelijke prinsen van België, nog negen prinselijke families (zie lijst van Belgische adellijke families).

Dit betekent dat in België een prins of prinses geen zoon of dochter van de koning, of lid van het Belgische koninklijke huis hoeft te zijn. (zie ook: Salon Bleu).

Prinsen in Nederland

Bestand:Catharina-Amalia, Princess of Orange.jpg
Anno 2013: Catharina-Amalia, Prinses van Oranje

De Nederlandse adel kent na afscheiding van België in 1831 niet veel prinselijke families van adel meer; zo bestaat er de titel Prins van Waterloo, toegekend aan het Engelse geslacht Wellesley. Toegekend in 1815 voor het eerst aan Arthur Wellesley, Hertog van Wellington. De huidige drager is Arthur Valerian Wellesley, 8e hertog van Wellington. Heden ten dage zijn de titel en daaraan verbonden grond, gelegen in België, echter gescheiden geraakt. Verder kent men het geslacht De Riquet de Caraman dat weliswaar tot de Nederlandse adel behoort maar in het buitenland woont. En er is het prinselijke geslacht De Bourbon de Parme waarvan in 1996 Prins Carlos, hertog van Parma en zijn broer en twee zusters ingelijfd werden in de Nederlandse adel.

In Nederland wordt de titel van prins verder alleen nog gevoerd als vorstelijke titel door de huidige leden van het Koninklijk Huis of voormalige leden hiervan. De vermoedelijke troonopvolger voert de titel Prins van Oranje en de overige (ex-)leden de titels Prins der Nederlanden en/of Prins van Oranje-Nassau. De titels worden van geval tot geval vastgesteld en naast de Wet van de Adeldom apart geregeld door de Wet lidmaatschap koninklijk huis.

Predicaat en kwalificatie

De aanspreektitel van een vorstelijke prins is hoogheid indien hij tot de koninklijke familie behoort, of koninklijke hoogheid indien hij daarnaast tot het Koninklijk Huis behoort. In België hebben prinsen van den bloede recht op het predicaat Koninklijke Hoogheid, ze worden aangesproken met Monseigneur.

De aanspreektitel van een adellijke prins in Nederland is hoogheid. Adellijke prinsen behorende tot de Duitse adel, of soevereine prinsen in Europa (Monaco, Liechtenstein), worden aangesproken met doorluchtige hoogheid. Zo werd prins Bernhard, die Prins van Lippe-Biesterfeld was, eerst aangesproken met het predicaat "Zijne Doorluchtige Hoogheid", en nadat hij Prins der Nederlanden was geworden aangesproken met "Koninklijke Hoogheid".

In Nederland wordt de man van een vrouwelijke monarch prins-gemaal genoemd, maar de vrouw van een mannelijke monarch wordt koningin genoemd.

Rangkroon in België en Nederland

De rangkroon die de adellijke prinsen in Nederland en België mogen voeren werd bij besluit van koning Willem I der Nederlanden in 1817 vastgesteld. Prinsen van adel bedienen zich van eenzelfde kroon als die van hertogen, namelijk een muts van scharlaken fluweel, met een gouden bol op de top, waaruit een vlam van hetzelfde metaal oprijst. Deze muts rust hierbij op een gouden ring met edelstenen. Echter bij prinsen, in tegenstelling bij die van hertogen, rust op de ring vijf bladeren, oftewel fleurons (en geen met parels getopte pieken).

Sommige adellijke prinsen van de Nederlandse adel maar bovenal de Belgische adel voeren een rangkroon van het voormalige Heilige Roomse Rijk boven hun wapenschild, welke te herkennen valt als een met beugelkroon waaruit ook een rood-fluwelen muts uit oprijst. De ring van de kroon is afgezet met hermelijn en drie met parels bezette beugels rijzen op uit deze ring. Waar de beugels samen komen is op de top een kleine rijksappel te zien.

De vorstelijke prinsen van zowel het Nederlandse als het Belgische koninklijke huis hebben afwijkende kronen boven hun persoonlijke wapenschild; veelal voeren zij de koninklijke kroon.

Afgeleid gebruik van de titel

De rederijkerskamers kennen vanouds een "Prince" als beschermheer of voorzitter. Het was in de middeleeuwen tijdens toernooien voor minstrelen en dichters gebruikelijk dat zij die prince in de laatste strofe van een ballade quasi toespraken. De laatste strofe begint vaak met: "Prince, (...)" en wordt ook "Prince" genoemd.

In de folkloristische wereld van het carnaval wordt meestal een Prins Carnaval verkozen als 'aanvoerder' van de feestelijkheden.

De niet-officiële titel Prince des poètes is in Frankrijk vaak gebruikt om een voorname dichter aan te duiden, zoals:

Wie in bepaalde activiteiten uitblinkt, wordt vaak met het predicaat 'prins' geëerd. In de modewereld spreekt men van een 'prins' betreffende Christian Dior, Yves Saint-Laurent, Jean-Paul Gaultier, Karl Lagerfeld en andere.

Curnonsky werd in 1927 verkozen tot 'Prince des Gastronomes'.

De duivel wordt in sommige talen als 'prins' benoemd: le Prince des Ténèbres - the Prince of Darkness.

Bestand:Rangkronen-Fig. 10.svg Bestand:Princely Hat.svg
Adellijke prinsenkroon
(officiële stijl)
Adellijke prinsenkroon
(oude stijl)
Vorstelijke rangkroon
(Nederlandse koninklijke familie)

q2747456) op Wikidata  Intertaalkoppelingen via Wikidata (via reasonator)

rel=nofollow
rel=nofollow