Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Ippolito Desideri

Uit Wikisage
Versie door Mendelo (overleg | bijdragen) op 24 mrt 2022 om 13:31
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Ippolito Desideri s.j. (Pistoia, Toscana, 21 december 1684 – Rome, 14 april 1733) was een Italiaanse jezuïet, die in de 18e eeuw als missionaris in Tibet actief was. Hij was de eerste westerse tibetoloog. Zijn werken in het Tibetaans zijn literair het meest hoogstaand van alle literatuur die ooit door Europeanen in het Tibetaans werd geproduceerd, maar bleven tot het einde van de twintigste eeuw onbekend.

Leven

Ippolito werd geboren te Pistoia als zoon van de arts Iacopo Desideri en zijn eerste echtgenote Maria Maddalena Cappellini. Maria Maddalena overleed toen haar zoon Ippolito slechts twee jaar was. Iacopo hertrouwde in 1688 met Maria Costanza Dragoni. Van de vijf kinderen kozen vier het religieuze leven. De oudste zoon volgde zijn vader op als arts.

In 1693 kreeg Ippolito zijn vormsel en kreeg les aan de school van de jezuïeten te Pistoia. In het jaar 1700 sloot hij zich op zestienjarige leeftijd aan bij de Sociëteit van Jezus (de jezuïeten) in Rome. Na twee jaar als novice legde hij op 28 april 1702 zijn geloften af. Hij bezocht het jezuïtische Collegio Romano. Na een filosofiestudie gaf hij enkele jaren les in literatuur aan enkele universiteiten. In de herfst van 1710 begon hij theologie te studeren en in 1712 werd hij tot priester gewijd, waarna hij zich onmiddellijk opgaf als kandidaat voor de missies in Azië.

Nadat de jezuïeten er eerder niet in geslaagd waren een missie in het toen vrijwel onbekende Tibet te beginnen, hadden de kapucijnen deze opdracht gekregen van de Propaganda Fide, maar ook hun pogingen hadden geen succes. De jezuïeten besloten daarop een nieuwe poging te ondernemen. Wegens zijn gezondheid, groot enthousiasme en zijn wens om anderen het evangelie te verkondigen, werd Ippolito Desideri door de generaal-overste Michelangelo Tamburini uitgekozen.

Nog voor hij zijn theologiestudies volledig had afgesloten, verliet Desideri Rome op 9 september 1712. Hij vertrok per schip vanuit Portugal naar de Portugese kolonie in Goa. De reis duurde een jaar. Vanuit Goa reisde hij naar Surat, Ahmedabad, Rajasthan en Delhi. In Agra trof hij in 1714 zijn overste, Emanuel Freyre, die met hem meereisde tot in Tibet. In Srinagar in Kasjmier onderbrak Desideri de reis voor een half jaar wegens een ernstige ziekte, die hij wijtte aan het doorwaden van verschillende koude rivieren. Vanuit Kasjmier reisden zij naar Leh, de hoofdstad van Ladakh. Desideri was bereid om er de brui aan te geven en terug te keren, maar toen werden zij gastvrij ontvangen door de koning van Ladakh, wat Desideri’s enthousiasme sterkte. Hij vond het een goede plaats om een missie te beginnen, maar overste Freyre drong erop aan dat Desideri naar Centraal Tibet en Lhasa zou reizen.

In Tibet sloten zij zich aan bij een karavaan van een Tartaarse prinses die op weg was naar Lhasa. Zij bereikten Lhasa op 18 maart 1716. Freyre keerde na slechts enkele weken terug naar India en liet Desideri als enige missionaris, zelfs de enige Europeaan, in heel Tibet.

Desideri werd goed ontvangen door Lhazang Khan, de Mongoolse heerser over Tibet, en kreeg een grote intellectuele vrijheid. De heerser en de monniken bleven hem gunstig gezind, zelfs toen hij verklaarde dat hij gekomen was om hen tot de ware religie te bekeren. In de boeddhistische kloosters bestond ook de traditie van het houden van religieuze debatten. De khan gaf Desideri daarom de mogelijkheid om te gaan studeren aan de boeddhistische universiteiten, om een begrip te krijgen van de plaatselijke religie.

Desideri bestudeerde de Tibetaanse taal en het Tibetaans boeddhisme en discussieerde uitvoerig met de plaatselijke lama’s.

In oktober 1716 kwamen kapucijnen aan te Lhasa, die Desideri documenten toonden waaruit bleek dat zij het exclusieve recht hadden om de missie in Tibet te verzorgen. Desideri schreef naar Rome en naar zijn overste om het missiewerk van de jezuïeten in Tibet te verdedigen.

Hij schreef vijf boeken in het Tibetaans, waarin hij een taalniveau bereikte zoals geen andere Europeaan voor of lang na hem. De werken waren bedoeld om de Tibetanen te overtuigen van het katholieke geloof. Hij hield tevens een uitgebreid dagboek bij van zijn observaties. Het was zijn bedoeling om een werk te schrijven over De essentie van christelijke perfectie. De eerste delen van het werken, met daarin een beschrijving van het Tibetaans boeddhisme, kon hij afwerken. Toen de khan op 3 december 1717 vermoord werd door de Dzoengaren, een andere Mongoolse stam, was het land in oorlogsstemming, en Desideri zocht onderdak bij de kapucijnen, op een rustige plaats in de Dakpo-provincie, op acht dagreizen van Lhasa, en werkte daar verder.

Maar de jezuïeten begonnen tegenwind te krijgen vanuit het Vaticaan. Zo werd ook hun missioneringsmethode, die door de andere missieorden werd tegengestaan in de ritenstrijd, officieel afgekeurd. In het jaar 1721 werd Ippolito’s werk abrupt onderbroken, toen de bevestiging van de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren (Propaganda Fide) hem bereikte dat het Tibetaanse missiegebied was toegewezen aan de Orde van de Kapucijnen. Desideri liet Lhasa op 28 april 1721 achter zich en verliet Tibet aarzelend op 14 december dat jaar, na zich een tijd in het grensstadje Kuti te hebben opgehouden. Vervolgens verbleef hij nog verschillende jaren in India. Intussen kregen de kapucijnen in 1724 de toelating om een kerk te bouwen. Op 21 januari 1727 te Pondycherry scheepte Desideri in naar Europa. Het schip bereikte Port-Louis in Bretagne op 22 juni 1727. Na een landreis over Frankrijk en via zijn geboorteplaats, kwam hij aan te Rome op 23 januari 1728.

Hij schreef Historische notities over Tibet (Notizie istoriche del Tibet) en begon de publicatie ervan voor te bereiden. Zijn beschrijving is voor het grootste deel nauwkeurig. Naar eigen zeggen had hij voor zijn vertrek nauwelijks nauwkeurige informatie over Tibet, en hij somde alle werken op die hij hierover gelezen had. Door het verbod van de jezuïetenorde werden zijn werken op de Index van Verboden Boeken gezet. Zijn werken werd noch door het beoogde doelpubliek, noch door iemand anders gelezen en werden pas in 1875 herontdekt en in 1904 voor het eerst gepubliceerd.

Kort voor zijn dood werd hij verder teleurgesteld toen hij hoorde dat de kapucijnen de missie in Tibet wegens de onherbergzaamheid hadden verlaten.

Werken

  • Catechismus in het Tibetaans, Engelse vertaling door Elaine M. Robson, 2014.
  • Opere tibetane di Ippolito Desideri S.J. (Inleiding en vertaling door Giuseppe Toscano), 4 vol., Rome, 1981-1989.
  • Notizie della nature, costume e governo civile del Tibet, (redactie door L. Petech), Rome, 1957.
Over Ippolito Desideri

Bronnen en weblinks

rel=nofollow