Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Flor Grammens

Uit Wikisage
Versie door Mendelo (overleg | bijdragen) op 2 mei 2019 om 07:18 (NEVB)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Flor Grammens, „het gramme schilderke”, in witte schilderskiel, bij een van zijn acties om de Franstalige straat- en plaatsnamen weg te schilderen.

Florimond Gustaaf Frederik Grammens,[1] kort: Flor Grammens, (Bellem, 13 april 1899Deinze, 28 maart 1985) was een Vlaams politicus, collaborateur en taalactivist. Hij ijverde voor de toepassing van de taalwetten en het vastleggen van de taalgrens in België.

Jeugd

Flor Grammens werd geboren in Bellem op 13 april 1899 als zoon van Frederick Grammens, een voormalig adjudant van de rijkswacht, en Maria Gelaude.[2] Hij had nog twee zussen. In 1910 verhuisde het gezin naar Aalter. Grammens volgde les aan het toenmalig Franstalige Sint-Vincentiuscollege in Eeklo. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging Grammens naar de normaalschool in Sint-Niklaas, waar hij in 1919 zijn diploma behaalde als onderwijzer. Hij onderwees een tijdje aan het college van Kortrijk en verhuisde toen naar Ronse, wat toen nog tweetalig was.

Grammens was er actief in het Davidsfonds, de kristelijke volksbond en de jeugdstudiekring. De taalsituatie in Ronse bracht hem in contact met andere Vlaamsgezinden zoals Leo Vindevogel en de toenmalige algemeen voorzitter van het Davidsfonds Arthur Boon. In 1931 werd Grammens inspecteur van het technisch onderwijs.

Taalgrensactie

Op vraag van Boon hield Grammens op het Algemeen Davidsfondscongres in 1926 een voordracht over de Taaltoestanden in de streek Avelgem-Ronse-Twee Akren. Dit werd het begin van zijn vele optredens als voordrachtgever in Vlaanderen.

Grammens maakte in 1927 een voetreis langsheen de hele taalgrens, waarbij hij de taaltoestand ter plaatse onderzocht. Hij richtte mee een neutraal en een Davidsfonds- taalgrenskomitee op, en stichtte vanaf 1929 verschillende plaatselijke taalgrensactiegroepen, waarvan hijzelf de vergaderingen leidde. In 1929 en 1930 ondernam hij ook per auto een studiereis langs de taalgrens in het gezelschap van de toen nog volksvertegenwoordiger August De Schryver.

Grammens ijverde voor de eentaligheid van Vlaanderen en begon in 1930 meer en meer in de taalgrensgemeenten, vooral na de hoogmissen, meetings te geven. Hierom werd hij meermaals geverbaliseerd. Mede door dergelijke acties en onder invloed van Grammens kwamen nieuwe taalwetgevingen tot stand : in 1932 de taalwetgeving op het onderwijs en de besturen, in 1935 die op het gerecht.

Acties rond de Taalwet

Na de invoering van de taalwetten gaf Grammens het maandblad Taalgrenswacht uit, om de mensen over de nieuwe wetten voor te lichten. Tijdens de ambtstermijn van minister van Binnenlandse Zaken August De Schryver (Regering-Van Zeeland II) werd een commissie opgericht die voorbereidend werk zou doen voor het officiële vaststellen van de taalgrens. Camille Huysmans was voorzitter. Aangezien de werkzaamheden van deze commissie doodbloedden, begon Grammens met ludieke acties de aandacht te vragen voor de toepassing van de taalwetgeving.

Schilderacties

Grammens werd bekend toen hij eigenhandig Franstalige overheidsmededelingen, zoals straatnaamborden, overschilderde. Na de actie meermaals te hebben aangekondigd, begon hij in januari 1937, gekleed in een witte schilderskiel, met het overschilderen van naamborden in Edingen, een taalgrensstad aan de rand van de Waalse provincie Henegouwen. Volgens de taalwet moesten alle overheidsberichten tweetalig zijn, maar alle waren er eentalig Frans. Hij ageerde bij voorkeur in Vlaamse gemeenten aan de destijds niet officieel vastgestelde taalgrens (de huidige faciliteitengemeenten), die volgens de taalwetten tweetalige gemeenten waren. Hij liet zich herhaaldelijk verbaliseren en opsluiten.

In januari slaagde hij er ook in uit het gemeentehuis van de Vlaamse gemeente Walshoutem, die toen tot de provincie Luik behoorde, eentalig Franstalige gemeenteraadsverslagen (wat tegen de taalwet was) mee te smokkelen naar het ministerie van Binnenlandse Zaken als „bewijsstukken”. Daarna verplaatste de actie zich naar de Voerstreek, waar alle Franstalige wegwijzers en andere borden werden overschilderd. Na drie weken actie en verschillende interpellaties in het Parlement, beloofde de Minister van Binnenlandse Zaken De Schryver een onderzoek in te stellen naar de toepassing van de taalwet op de taalgrens. Grammens zou zijn acties opschorten.

Grammens kreeg veel bijval en actieve steun van de Vlaamse studentenbeweging. In februari 1937 verlegde hij met hun steun zijn actie naar de tweetalige gemeenten in Vlaanderen zelf, die volgens de taalwet eentalig moesten zijn. Op één nacht werden op meer dan 200 plaatsen de Franstalige opschriften overschilderd. Deze spectaculaire actie leidde tot heel wat nieuwe interpellaties in Kamer en Senaat. Deze acties werden gedeeltelijk gefinancierd door het Grammensfonds, een vereniging die voor dit doel werd opgericht in 1938.

Deze acties werden tot in 1939 verdergezet. Vaak haalden de actievoerders uiteindelijk het door hen gewenste resultaat. In Gent bijvoorbeeld werd de overschildering tot vier keer teruggedraaid door de gemeente. Tenslotte besliste de actiegroep alle borden kapot te slaan. Een week later besliste de gemeenteraad uiteindelijk de eentaligheid (die sinds 1932 wettelijk verplicht was) in te voeren en de verschillende processen-verbaal die waren opgesteld, niet door te spelen aan het gerecht.

Grammens werd voor zijn acties meermaals geverbaliseerd en zelfs in de gevangenis opgesloten. In januari 1938 ondernamen studenten een bestorming van de gevangenis van Tongeren, in een poging Grammens te bevrijden. Ook een poging een jaar later om hem uit de gevangenis van Oudenaarde te bevrijden mislukte. Terwijl Grammens in 1938 in de gevangenis van Gent zat, werd op 3 juli een verzetsbetoging georganiseerd om de Grammens’ vrijlating te eisen. Er zouden enkele tienduizenden betogers aanwezig zijn geweest.

Veel studenten die bij deze acties betrokken waren, speelden later nog een belangrijke rol in de Belgische politiek.

Hij wou zelf geen lid van een partij worden om Vlaamsgezinden uit verschillende partijen te kunnen steunen, maar kreeg in 1939 als onafhankelijke een plaats als lijsttrekker op de lijst van het Vlaamsch Nationaal Verbond. Hij werd verkozen tot volksvertegenwoordiger.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog trad hij niet toe tot de Eenheidsbeweging VNV maar bleef wel verder de Vlaamse zaak bepleiten. Hij was gekant tegen politieke collaboratie, maar werd een belangrijk lid van de door de Duitse bezetter ingerichte Commissie van Taaltoezicht. De Commissie werkte met succes in het Brusselse onderwijs maar stootte op veel verzet en riep daarom de hulp in van de bezetters.

Na de oorlog

Na de oorlog werd Grammens wegens zijn betrokkenheid bij de collaboratie van de Commissie van Taaltoezicht veroordeeld en in de gevangenis gezet. Het werk van de commissie werd grotendeels tenietgedaan. Bij zijn vrijlating in 1950 richtte hij het Grammensfonds opnieuw op.

Tijdens de Wereldtentoonstelling van 1958 in het toen reeds sterk verfranste Brussel protesteerde hij samen met de Vlaamse Volksbeweging tegen het Franstalige karakter van de de expo. Grammens werd opnieuw veroordeeld, deze keer wegens het gooiden van pekeieren naar het Franse paviljoen.

Later was hij betrokken bij de stichting van het Taal Aktie Komitee.

Grammens bleef actief voordrachten geven en was pleitbezorger van een politieke integratie van Vlaanderen en Nederland, in een eengemaakt Europa. Voor zijn verdiensten in verband met de taalstrijd, ontving hij in 1971 de Marnixring-André Demedtsprijs van de Kortrijkse Marnixkring.

Hij is de vader van journalist Mark Grammens.

Na zijn dood werd het persoonlijk archief van Flor Grammens, in het bezit van het Grammensfonds, overgedragen aan de bibliotheek van de Campus Kortrijk van de KU Leuven.

In het studentenmilieu kreeg hij de bijnaam „het gramme schilderke”, toen een liedje op de melodie van „het loze vissertje” voor hem bedacht werd. Het liedje staat nog steeds in actuele uitgaven van de Studentencodex.[3]

Bronnen

rel=nofollow