Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Cornelius Van Dyck: verschil tussen versies

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
 
Regel 51: Regel 51:
 
[[Categorie: Nederlands-Amerikaan]]
 
[[Categorie: Nederlands-Amerikaan]]
 
[[Categorie: Amerikaans medicus]]
 
[[Categorie: Amerikaans medicus]]
[[Categorie: Bijbelvertaler]]
+
[[Categorie: Bijbelvertaler naar het Arabisch]]
 
[[Categorie: Amerikaans hoogleraar]]
 
[[Categorie: Amerikaans hoogleraar]]
 
[[Categorie: Amerikaans zendeling]]
 
[[Categorie: Amerikaans zendeling]]
 
[[Categorie: Geboren in 1818]]
 
[[Categorie: Geboren in 1818]]
 
[[Categorie: Overleden in 1895]]
 
[[Categorie: Overleden in 1895]]

Huidige versie van 1 jun 2019 om 09:43

Dr. Cornelius Van Dyck (Kinderhook, New York, 13 augustus 1818Beiroet, Libanon, 13 november 1895) was een Amerikaans zendeling, arts en Bijbelvertaler naar het Arabisch.

Leven

Hendrick Thomasse van Dyck, een rechtstreekse voorvader van Cornelius Van Dyck, was in de 17e eeuw vanuit Amsterdam naar de Nederlandse nederzetting in Nieuw Amsterdam verhuisd.[1]

Cornelius’ vader, Henry Van Dyck, was een plattelandsarts, die zijn inkomen aanvulde door het land dat hij van zijn voorouders had geërfd, als landbouwer te bewerken. Cornelius’ moeder, Catherine Van Alen, was eveneens volledig van Nederlandse afstamming. In zijn kindertijd werd thuis gewoonlijk Nederlands gesproken.

Cornelius ging naar de plaatselijke school in Kinderhook. Daarna leerde hij van een vriend veel over plantkunde en kreeg hij van zijn vader een stevig fundament in de praktische geneesmiddelbereiding en een basiskennis over scheikunde. Van de schoenmaker kreeg hij lessen Latijn en Grieks.

Zijn vader Henry had zich borg gesteld voor iemand die een grote lening wou aangaan. Maar deze persoon bleek onbetrouwbaar om te gaan met de lening, waardoor Henry de schuld mocht terugbetalen en financieel geruïneerd was. Bijna was Cornelius’ studie hierdoor voortijdig afgebroken, wanneer er niet de vrijgevige vrienden waren geweest, die zijn studie aan het Jefferson Medical College in Philadelphia bekostigden. (Een van hen was Martin van Buren, die later president van de Verenigde Staten werd.)

In het vierde decennium van de 19e eeuw was er een periode van religieuze ’revival’ in New York en buurstaten. Ook Cornelius Van Dyck kwam er mee in aanraking en bood zijn diensten aan aan de American Board of Commissioners for Foreign Missions. Hij werd als medisch zendeling naar Syrië gestuurd. Na een moeizame bootreis kwam hij daar aan op 2 april 1840. Daar volgde hij ook een theologische opleiding en werd in 1846 als geestelijke geordineerd.

In 1845 trouwde hij met Julia Thomson, dochter van de predikant William M. Thomson.

Hij vond wetenschap en scholing uiterst belangrijk in het zendingswerk en legde zich dan ook toe op het organiseren van scholen. Daarnaast bleef hij als arts actief. Door het gebrek aan lesmateriaal begon hij zelf schoolboeken op te stellen. Hij paste zich snel aan aan de plaatselijke klederdracht en leerde snel genoeg vloeiend Arabisch van Boutros al-Bustani, die later auteur werd van een woordenboek, en van Abu-Nabij sjeik Nasif al-Yaziji, een dichter.

Er bestond steeds een smeulende vijanschap tussen de plaatselijke christelijke groeperingen en de druzen, waardoor het soms eens tot bloedige botsingen kwam. Van Dyck verzorgde in zulke situaties de gewonden van beide partijen.

Voor 1864 was er al een Arabische bijbelvertaling in omloop, maar deze voldeed niet aan de behoeften van de zendelingen. Deze was vertaald uit de Latijnse Vulgata. Dr. Eli Smith, die aan een nieuwe vertaling werkte, overleed in 1857. De zendelingen vonden dat Van Dyck de juiste persoon was om dit werk verder te zetten. De volgende zeven jaar studeerde hij niet alleen Arabisch, maar ook Grieks, Aramees en Hebreeuws. Van Dyck vertaalde de tekst zelf naar grammaticaal juist Arabisch, en vond een geschoolde moedertaalspreker en moslimgeleerde, sjeik Yusuf Al-Asir, die on-Arabische formuleringen kon uitfilteren. Daarna werden proefdrukken naar de andere zendelingen en naar Arabische taalkundigen gestuurd, die hun suggesties mochten geven.

Van Dyck reisde in 1865 naar Amerika om toezicht te houden op het zetwerk van de Arabische Bijbelvertaling. Hij gebruikte de twee jaar die hij in New York verbleef om aan het Union Theological Seminary les te geven in het Hebreeuws, een bijkomende opleiding te volgen als oogarts en te doctoreren in de theologie aan het Rutgers College in New Jersey. Hij kreeg het aanbod om hoogleraar te worden aan het Union Theological Seminary, maar verklaarde dat hij zijn hart in Syrië gelaten had en moest terugkeren.[2]

De zendelingen wensten hogere opleidingen in Syrië te bevorderen en stichtten daarom het Syrian Protestant College. Van Dyck onderwees enige tijd geneeskunde en scheikunde, later astronomie en meteorologie. Om de lessen geneeskunde praktisch te houden, was er een klein ziekenhuis verbonden aan het College.

In 1882 nam hij ontslag bij het College in protest tegen de toespraak van prof. Edwin Lewis, die al te positief klinkende verwijzingen maakte naar de theorieën van Charles Darwin. Hij kon dus ook niet langer werken bij het ziekenhuis dat aan de faculteit verbonden was, maar bleef wel zendeling, want het College was onafhankelijk georganiseerd. Hij kreeg de aanbieding om als hoofdarts te werken in het Grieks-orthodoxe Sint-Joris-ziekenhuis (St. George) en nam dit aanbod ook aan.

Op latere leeftijd legde hij zich steeds meer toe op zijn hobby, de astronomie, en bouwde een klein observatorium in de tuin.

Op 2 april 1890 werd het 50-jarige jubileum gevierd van zijn aankomst in Syrië. Er werd een marmeren buste van hem bij het ziekenhuis geplaatst en men hield diverse toespraken. De festiviteiten werden bijgewoond door Grieks-orthodoxen, moslims, maronitische christenen, protestanten, katholieken en joden.

In 1895 overleed hij aan een tyfoïde koorts.

Hij werd volgens zijn wens begraven in stilte, zonder toespraken, luidop gesproken gebeden of voorgedragen gedichten aan zijn graf.

Bronnen

Verwijzingen

rel=nofollow