Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Affaire-Demmink

Uit Wikisage
Versie door O (overleg | bijdragen) op 20 sep 2015 om 23:54 (https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Affaire-Demmink&oldid=44906026 16 sep 2015)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De affaire-Demmink is een affaire rond een Nederlands voormalig topambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie, Joris Demmink, die in 1998 begon. Er werden diverse juridische procedures gevoerd en er werden tot september 2015 tenminste 12 keer vragen gesteld in de Tweede Kamer, waarin de persoon Joris Demmink genoemd werd.[1] Voor deze zaken is veel aandacht geweest in de landelijke reguliere media.

Beknopte samenvatting

Demmink is bij herhaling beschuldigd van seksueel misbruik van minderjarigen,[2]. De eerste beschuldigingen kwamen van journalisten die onderzoek deden naar Demmink op basis van anonieme informanten. In een later stadium werden beschuldigingen geuit door vermeende slachtoffers uit Turkije. Onderzoeken die zijn ingesteld naar mogelijke strafbare handelingen door Demmink, uitgevoerd door het Openbaar Ministerie (OM), de Rijksrecherche en de AIVD, hebben echter geen gronden opgeleverd voor strafrechtelijke vervolging van Demmink, hoewel het onderzoek door het OM in 2015 nog gaande is.[3]

Controverse

Er bestaat controverse rond de affaire. Enerzijds menen critici dat de affaire alleen op geruchten gebaseerd is. Zij wijzen erop, dat er geen enkel bewijs is geleverd dat Demmink strafbare feiten heeft gepleegd en dat door het uiten van verdenkingen in de reguliere media en de soms tendentieuze berichtgeving via sociale media en particuliere websites, het gevaar ontstaat van trial by media: het creëren van een wijdverspreide perceptie van schuld, nog voor een rechter uitspraak heeft gedaan en de zeer negatieve invloed die dat heeft op iemands reputatie.[4] Anderzijds vindt een aantal critici dat het OM met het onderzoek naar een voormalige topman van het ministerie in feite zijn eigen vlees keurt[5], dat de kwestie in de doofpot gestopt wordt en dat er sprake is van klassejustitie, omdat het hier gaat om een hoge ambtenaar. Er zou volgens sommige critici te weinig minutieus onderzoek zijn gedaan door de Nederlandse staat en Demmink zou worden beschermd door een netwerk dat hij zelf heeft gecreëerd.[2]

Chronologie

Eerste beschuldigingen

Uit verklaringen die in 2014 openbaar werden, zou blijken dat reeds in 1997 onderzoek naar Demmink is gefrustreerd.[6] In april 1998 besteedde de actualiteitenrubriek Netwerk twee uitzendingen aan een pedofielennetwerk, dat zou bestaan uit een groep criminelen die jonge kinderen uit Oost-Europa smokkelde om ze in het Westen in te zetten in de seksindustrie. In telefoontaps die Netwerk uitzond is te horen hoe een, volgens Netwerk, topambtenaar met voornaam Joris kinderen bestelt voor het weekend. De publieke verdenking viel op topambtenaar Joris Demmink van het ministerie van justitie. Justitie ontkende dat het om Demmink zou gaan en stelde op grond van een intern onderzoek uit 1994 dat het om een andere hoge ambtenaar zou gaan die ook Joris zou heten en die werkte voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deze ‘juiste’ Joris werd veroordeeld tot 240 uur dienstverlening en een half jaar voorwaardelijke gevangenisstraf, aldus justitie.[bron?]

Journalist en latere politicus Henk Krol noemde in 2003 als hoofdredacteur van de Gaykrant de naam van Demmink in een artikel over ontuchtzaken met jongeren in het Anne Frankplantsoen te Eindhoven[7] en in Tsjechië.[8] Hetzelfde verscheen in het meer gelezen tijdschrift Panorama. Later schreef Krol een commentaar dat de bronnen die hij in zijn verhaal had gebruikt onbetrouwbaar waren, maar in april 2014 stelde Krol, tijdens een verhoor, dat hij juist weer spijt had van dat commentaar,[9] dat volgens advocate Adele van der Plas was opgesteld na aandringen van een advocaat van Demmink.[bron?] In oktober 2003 besteedde ook televisieprogamma NOVA, met presentator Jeroen Pauw, aandacht aan dezelfde ontuchtzaken. De toenmalige Minister van Justitie diende vervolgens een klacht hierover in bij de Raad voor de Journalistiek. De klacht werd als gegrond beoordeeld.[10] De Raad oordeelde dat de samenstellers en presentator van het programma "grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is".

Na de publicatie in de Gaykrant deed een jongeman op 14 oktober 2003 aangifte tegen Demmink, waarbij hij onder andere beweerde dat hij als minderjarige jongen betaalde seks met Demmink zou hebben gehad. Later bleek deze aangifte vals te zijn en werd de man hiervoor veroordeeld.[8]

Rolodex-affaire

Het Rolodex-onderzoek uit 1998 onder leiding van Fred Teeven naar de vermeende betrokkenheid van hooggeplaatste personen bij kindermisbruik is vertrouwelijk gebleven. De term Rolodex verwijst daarbij naar een kaartsysteem. De inmiddels overleden hoogleraar Ger van Roon zou in het bezit zijn geweest van zo'n kaartsysteem, met namen van hooggeplaatste personen die zich aan pedofilie schuldig zouden maken, door bezoeken aan bordelen met jongens.[11] De Nederlandse overheid heeft in maart 2014 laten zien dat er geen sprake was van onderzoek naar Demmink in de Rolodex-affaire,[12] hetgeen expliciet bevestigd werd door minister Opstelten.[13] Daarentegen stelde oud-hoofdofficier van Justitie en initiatiefnemer van het Rolodex-onderzoek, Hans Vrakking, dat Demmink juist wel in beeld was in het onderzoek, volgens Vrakking omdat er bij de toenmalige inlichtingendienst BVD belastende informatie over Demmink zou zijn binnengekomen.[14] Onder andere door NRC-Handelsblad wordt gesteld dat het gehele Rolodex-onderzoek mislukte doordat het te vroeg uitlekte.[15]

Benoeming tot secretaris-generaal

Toenmalig secetaris-generaal van Justitie Harry Borghouts, die van de geruchten over Demmink op de hoogte was, heeft minister Piet Hein Donner in 2006 gewezen op de politieke risico's die kleefden aan de benoeming van Demmink als zijn opvolger.[16] Niettemin werd Demmink benoemd tot SG.

Beschuldigingen uit Turkije

Een Turks-Koerdische bendeleider, die is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor huurmoorden, gijzelingen en drugshandel,[17] Hüseyin Baybaşin, stelde in 2007 dat justitie een nepproces tegen hem had gevoerd, teneinde te voorkomen dat hij zou praten over vermeende pedofiele gedragingen van Demmink.[18] Demmink zou door de Turkse overheid gechanteerd worden met vermeende seksuele contacten, om ervoor te zorgen dat de Koerd in Nederland levenslang kreeg.[19] Demmink ontkende de beschuldigingen. Door diverse personen worden beweringen van een veroordeelde crimineel per definitie onbetrouwbaar geacht.[20] In dezelfde periode bezocht Demmink de penitentiaire Inrichting Midden Holland in Alphen aan den Rijn, waar Baybasin gevangen zat. Baybasin voelde zich naar eigen zeggen geintimeerd en eiste in een kort geding dat de secretaris-generaal van Justitie zich niet langer zou bemoeien met de zaak Baybasin.[21] Het bezoek van Demmink aan de penitentiaire inrichting in Alphen aan den Rijn was volgens Justitie echter een regulier werkbezoek dat los stond van de zaak Baybasin. Baybasin verloor het kort geding.[22] Wetenschapsfilosoof Ton Derksen concludeerde na onderzoek naar de zaak Baybaşin, dat de afgeluisterde telefoongesprekken niet alleen onjuist waren vertaald, maar ook gemanipuleerd en dat Baybasin daarom ten onrechte zou zijn veroordeeld.[23]

Twee Turkse mannen, Mustafa en Osman,[24] deden in 2008 en 2010 aangifte tegen Demmink van verkrachting, het seksueel binnendringen bij iemand beneden 16 jaar en aanranding.[25] Zij waren op dat moment 13 en 14 jaar oud.[26] Er is geen bewijs dat Demmink toen in Turkije was[27] en Demmink stelt zelf dat hij sinds 1986 niet in Turkijë is geweest.[28] Zijn agenda bij het ministerie is niet meer beschikbaar. Bovendien reisde Demmink tussen 1993 en 2011 met een diplomatiek paspoort, waardoor zijn reisbewegingen moeilijker te achterhalen zijn. Later kreeg het Nederlandse OM een verklaring van de Turkse officier van justitie Selim Altay, waaruit zou blijken dat Demmink op 20 juli 1996 in Turkije was.[29] Turkije liet het OM later weten dat de genoemde datum in 1996 niet voortkwam uit eigen onderzoek maar alleen was gebaseerd op een aangifte die onder meer was gedaan door de in Nederland tot levenslang veroordeelde Hüseyin Baybasin.[30]

Toen de aangifte van de twee Turkse mannen niet leidde tot vervolging, deden deze mannen op 24 oktober 2012 beiden een "beklag niet vervolgen van strafbare feiten" (artikel 12 Sv-procedure).[31] Advocaat Adéle van der Plas heeft hiervoor gepleit. Zij had zich samen met haar inmiddels overleden levensparter en tevens advocaat Pieter Herman Bakker Schut al jarenlang ingezet in de affaire. Zij stonden onder andere ook Baybasin juridisch bij.[32]

Op 20 januari 2014 bepaalde het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, zitting houdende te Arnhem, dat ter zake van het nog niet verjaarde onderdeel verkrachting, beide mannen rechtstreeks belanghebbende zijn en beval de vervolging van Demmink in de vorm van een hierop gericht strafrechtelijk onderzoek.[33][34][35]

Op 12 februari 2015 meldde het OM dat het onderzoek naar de gebeurtenissen in Turkije vastgelopen leek te zijn.[36] Oorzaak hiervan was dat de Turkse justitiële autoriteiten weigerden om de Nederlandse collega’s toestemming te geven in Turkije getuigen te horen, met als reden dat de verdenkingen aan het adres van Demmink over verkrachtingen in 1995 in Turkije verjaard zijn. Niettemin meldde de toenmalige minister van Justitie op 15 februari aan de Tweede Kamer dat het onderzoek nog volop gaande was[37] en op 9 april 2015 dat er nog met de Turkse autoriteiten werd overlegd.[38] Op 14 september 2015 werd bekend dat Turkije “om juridische redenen” niet kan meewerken aan het strafrechtelijk onderzoek naar de vermeende activiteiten van Demmink, omdat de beschuldigingen over pedoseksuele activiteiten in Turkije na eerdere aangiften al werden onderzocht. Het Ne bis in idem principe, dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit kan worden berecht, staat nieuw onderzoek niet toe, volgens de Turkse autoriteiten. Het OM staakt daarom verdere pogingen om in Turkije getuigen te horen inzake het strafrechtelijk onderzoek naar Demmink.[39]

Verklaringen bij notaris

In juni 2013 legden twee oud-gevangenisdirecteuren bij een notaris een verklaring af, waarin zij verteld zouden hebben dat ze in 1992 tijdens een dienstreis een stafmedewerkster van het ministerie hadden horen klagen dat zij „via de telefoon jonge jongens” moest regelen voor Demmink. Demmink - die niet mee was met deze dienstreis - heeft deze aantijgingen verworpen. In maart 2014 vertelde de stafmedewerkster dat de verklaring van de gevangenisdirecteuren onwaar was; in november van dat jaar deed zij zelfs aangifte vanwege smaad tegen de beide oud-directeuren.[40]

Voorlopig getuigenverhoor

Op inititatief van de Stichting de Roestige Spijker vonden in Utrecht vanaf december 2013 openbare zittingen plaats met een voorlopig getuigenverhoor, waarbij mogelijke getuigen werden gehoord van de vermeende misdraging van Demmink. Een voorlopig getuigenverhoor is een civiele procedure, die geen verband heeft met een strafrechtelijke procedure. De Roestige Spijker wilde een documentaire, getiteld Dutch Injustice: when child traffickers rule a nation,[41] gemaakt door het Amerikaanse Rebecca Project for Human Rights breder openbaar maken in Nederland.[42] Met het getuigenverhoor wilde de Stichting haar juridische positie bepalen, omdat Demmink aan de stichting had laten weten dat hij verdere openbaarmaking van de documentaire onrechtmatig achtte.[42]

Tijdens een eerste procedure die Demmink hierover voerde werd het verzoek van de Stichting om het getuigenverhoor te houden toegewezen.[42] Na deze uitspraak van 13 december 2013 werd op 17 december een regiezitting gehouden,[43] met de data van de zittingen, die zouden beginnen op 4 maart 2014.[44]

Onder de getuigen was één Nederlandse man – Bart – die zegt dat hij als vijftienjarige jongen betaalde seks had met Demmink.[45] Daarnaast werden o.a. twee rechercheurs verhoord, een voormalig stafmedewerkster van Ministerie van Veiligheid en Justitie en een voormalige chef van de CID.

Procedures rond publicaties

Nadat een journalist van het Algemeen Dagblad, Koen Voskuil, in oktober 2012 de resultaten van zijn onderzoek had gepubliceerd naar de contacten van Demmink, met een pooier van minderjarige jongens, begon Demmink een procedure tegen de krant en de journalist, hij vond dat er sprake was van smaad. Uiteindelijk oordeelde de Rechtbank Rotterdam in december 2014 dat er geen sprake was van smaad en dat het AD geen schadevergoeding hoefde te betalen.[46][47]

Ook Micha Kat beschuldigde Demmink jarenlang van kindermisbruik. Kat werd veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijk omdat hij de gevels van de woning van Demmink had beklad.[48]

Financiering van procedures

Stichting De Roestige Spijker ijvert voor de berechting van Demmink[15] en werd daarvoor gefinancierd door Jan Poot.[49] De stichting kreeg via een civiele procedure voor elkaar dat elf getuigen onder ede werden gehoord, de laatste in 2014. Op grond daarvan stelde het OM dat er ‘signalen zijn van mogelijk misbruik’.[4]

Overigens financierde Poot de Roestige Spijker niet zozeer omdat hij zich druk maakte over de beschuldigingen, volgens een artikel in de Volkskrant. Zijn voornaamste drijfveer zou zijn, volgens het artikel, dat Demmink zijn bedrijf Chipshol gedwarsboomd zou hebben.[49] In november 2014 maakte Poot, die toen 90 jaar was, bekend dat hij stopte met het financieren van de campagne tegen Demmink, waarbij hij aangaf dat hij het precieze bedrag niet kende, maar dat de voortdurende strijd tegen het volgens hem gepleegde rechtsmisbruik in de miljoenen loopt.[50]

De kosten die Demmink maakt voor zijn verdediging zijn deels gefinancierd door het Nederlandse ministerie van Justitie.[51] Minister Opstelten maakte in januari 2014 bekend dat hij met vergoeding van de advocatenkosten zou stoppen.[52] In mei 2015 stelde het Tweede Kamerlid Louis Bontes, dat het ministerie van Veiligheid en Justitie de Kamer onjuist zou hebben geïnformeerd over de kosten die de overheid maakte inzake Demmink. In de antwoorden van het ministerie aan Bontes werden slechts facturen genoemd uit de jaren 2013 en 2014. De rekeningen uit de jaren 2004, 2007, 2008 en 2009 werden buiten beschouwing gelaten. Als deze kosten wel meegerekend worden, is de overheid sinds 2004 zeker 172 duizend euro kwijt aan kosten die verband hielden en houden met Demmink.[53]

Politieke component

De affaire heeft ook een belangrijke politieke component. Verschillende ministers van Justitie hebben Demmink gesteund. Onder anderen Ernst Hirsch Ballin stelde in 2007 dat er geen enkele grond voor de beschuldigingen van pedofilie waren.[54] Ook Ivo Opstelten gaf in 2014 Demmink zijn onvoorwaardelijk steun. Opstelten vond dat Demmink beschermd moest worden tegen ongefundeerde aantijgingen.[55] Later zei Opstelten over de kwestie: "Het was niks, het is niks en het zal niks worden." Dit leidde tot een aangifte van zes gevangenisdirecteuren tegen minister Opstelten in september 2014. Zij vonden dat de minister zich schuldig had gemaakt aan een ambtsmisdrijf, omdat hij het onderzoek naar Demmink zou hebben vertraagd.[56] Twee van deze directeuren hadden onder ede verklaringen tegen Demmink afgelegd als gevolg van de acties van De Roestige Spijker. De toenmalig president van de Hoge Raad, Geert Corstens, bekritiseerde het optreden van minister Opstelten inzake Demmink ook. Volgens Corstens had Opstelten als minister van Justitie geen inhoudelijke uitspraken mogen doen over een lopend strafrechtelijk onderzoek en had hij zich minder moeten bemoeien met het werk van Justitie.[57]

Minister Ard van der Steur van het ministerie van Veiligheid en Justitie is in juli 2015 voorzichtiger, hij stelt in een kamerbrief dat hij zich onthoudt van een oordeel - gelet op het feit dat er op dat moment een strafrechtelijk onderzoek loopt naar de heer Demmink.[58]

Internationale component

In 2012 legt de hierboven al genoemde advocate Adéle van der Plas een verklaring af voor de Helsinki commissie van het Amerikaanse congres.[59] Van der Plas stelt dat de informatie over Demmink tot nog toe door de media goeddeels verzwegen werd, om problemen te vermijden. Volgens haar heeft dit tot gevolg gehad dat pedofilie, kinderprostitutie en kinderhandel in Nederland de ruimte kregen. Zij stelt tevens dat hoge ambtenaren die zich schuldig maken aan pedofiele praktijken niet vervolgd worden voor hun daden.[60] In januari 2014 mengt zelfs Rusland zich in de affaire; het land vindt twijfelachtig hoe Demmink het hand boven het hoofd wordt gehouden in een misbruik- en verkrachtingszaak.[61]

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
rel=nofollow